Een brief aan de ouders van Julen

| | , ,

Aan de ouders van Julen,

Ik surf op mijn telefoon naar AD.nl en daar staan de verdrietige berichten over jullie zoon. Jullie knappe, mooie, kleine ventje die eigenlijk nog niet eens in de bloei van zijn leven zit. Eigenlijk nooit de kans gekregen om zich zelf te ontwikkelen, om te groeien en zelfs nooit kunnen dromen over wat hij later wilde worden. Nog nooit iets verkeerd kunnen doen in zijn veel te korte leven. Het ergste wat hij ooit heeft kunnen doen is misschien een koekje pakken, terwijl het van jullie niet mocht. Of jullie slapeloze nachten bezorgen, simpelweg omdat hij pijn had of gewoon niet wilde slapen. In die nachten namen jullie hem waarschijnlijk bij jullie tussen in het bed van zijn papa en mama. De veiligste plek van de wereld.

En het eindigt voor jullie wederom in slapeloze nachten, met het begin van periode van verdriet die geen ouder zich kan of wil voorstellen. Ik lees net dat hij een vrije val van 71 meter heeft gemaakt en ik koppel daaraan de eerdere berichten die we over jullie ventje hoorden. Dat mensen hem hebben horen huilen en dat het dus betekent dat de val niet in eens zijn prachtige leventje heeft beëindigd. Zelfs dat gedeelte is hem niet gegund geweest. Hij is helemaal alleen daar, in angst en waarschijnlijk in grote pijn zijn veel te vroeg voorgestelde nieuwe vriend tegen gekomen. Ik noem “de dood” zijn nieuwe vriend, omdat ik zeker weet dat hem een nieuw prachtig leven staat te wachten. Ik moet voor mezelf voelen dat hij een nieuw kans krijgt, want de gedachte dat er voor kleine wondertjes zoals jullie zoon niets meer is, doet mij nog harder breken.

Ik kan het bericht over zijn vrije val ook niet openen. Mijn vingers proberen naar het artikel toe te gaan maar mijn hoofd en hart kunnen niet de opdracht geven het te openen. Ik kan het niet. Ik leef de hele periode van onzekerheid in een zelfde onzekerheid als iedereen. Ik ben verdrietig, ik ben boos dat dingen kunnen lopen zoals ze met Julen zijn gelopen, maar ik besef me daarbij heel goed dat er in dit leven dus niets zeker is. Mijn vaderhart huilt, sterker nog, ik huil. Ik denk aan mijn zoontje terwijl ik dit schrijf. Ik denk aan het feit dat hij nu heerlijk bij zijn opa en oma aan het spelen is en dat hij die kans dus wel krijgt. Ik denk aan alle periodes van liefde, van plezier en van geluk die ik nog mag en kan krijgen met mijn zoon en ik kan nu alleen maar denken dat ik ze jullie ook zo gegund had. Geen ouders zou zijn kind moeten verliezen. Geen ouderhart kan dat aan. Het litteken wat jullie hadden sinds het verlies van jullie eerste wondertje was al te groot. Deze had er al nooit mogen zijn. En nu wordt dat litteken open getrokken, verder ingesneden en ik vraag me eigenlijk af of er genoeg hecht materiaal is om deze nieuwe open wond dicht te krijgen, maar terwijl ik dit schrijf weet ik het antwoord al. Dit is er niet, deze wond kan nooit meer dicht.

Ik ben ook oprecht boos, maar ik weet niet op wie ik boos moet zijn en dat frustreert me. Is het de landeigenaar die zonder blikken of blozen maar wat gedaan heeft en geen seconde er over na heeft gedacht wat de gevolgen konden zijn? Maar kan hij eigenlijk ooit voorspeld hebben dat jullie zoontje, jullie wonder en dat kleine mannetje van twee daar ooit zou lopen? Kon hij voorspeld hebben dat door zijn wanorde en onverantwoordelijkheid er een net begonnen leventje beëindigd zou gaan worden? De hardheid in mij zegt ja, volmondig, maar het haalt niets meer uit. De man zal er van leren, misschien bestraft worden, maar het is te laat.

Nu bedenk ik me, moet ik dan boos worden op een “grotere macht”. Een grote macht waarin ik zelf niet geloof, maar waarvan zo ontzettend veel mensen beweren dat hij bestaat, in alle soorten vormen en maten. Het maakt me niet uit welke, maar moet ik één van hun dan de schuld geven? Hadden zij dit dan niet moeten voorkomen? Hadden zij niet kunnen tegenhouden dat een jongen zonder zonden, zonder fouten of valsheden er nu niet meer is? Hadden zij er niet voor moeten zorgen dat Julen een kans had moeten krijgen? En hadden zij niet door middel van een “wonder” die put dicht kunnen krijgen voor Julen daar zou lopen. Het nadeel is dat ik er zelf niet in geloof en er dus ook niet met mijn vinger naar kan wijzen. Ik krop het dan maar op, ik laat mezelf de boosheid voelen, maar uit dit verder niet. Ik laat het in mij razen als een ring van vuur welke ik er beter niet uit kan gooien. Ik probeer het daarom maar van mij af te schrijven. Ik probeer voor vele anderen een boodschap uit te brengen, ondanks dat ik weet dat ik degene ben die dit schrijft. Maar het kan niet anders zijn dan dat veel mensen de onmacht met mij voelen. We staan langs de lijn, we kijken toe maar onze handen zijn gebonden. Onze hoop is omgeslagen in het eigenlijk al verwachtte verdriet.

Lieve, mooie ouders van Julen. De gedachte dat miljoenen, misschien wel miljarden ouders achter jullie staan en bij jullie zijn verzacht niet de pijn. Het haalt jullie zoon niet terug en het heeft zijn lijden niet minder gemaakt of dat van jullie. Maar we zijn er wel en gaan niet meer weg. Ik spreek nu voor mezelf, maar jullie zitten in mijn hart. Julen zit in mijn hart en gaat daar nooit meer weg. Ik heb hem nooit gekend, maar hij is voor mij een inspiratie, een doel om te leven en hij is voor mij de reden om een nog betere vader te gaan worden.

Ik wens jullie alle liefde van de wereld toe.

Een vader, Tim 

1 gedachte over “Een brief aan de ouders van Julen”

  1. Bedankt voor dit stuk Tim. Je slaat de spijker op zijn kop. Ik heb het sinds 13 januari dagelijks gevolgd met steeds toch hoop op een goede afloop. Helaas mocht dit niet zo zijn. Ik hoop dat de ouders van Julen de liefde, hoop en kracht terugvinden om door te gaan met en voor elkaar.

    Beantwoorden

Plaats een reactie