Bevallingsverhaal: Ik zat in een weeënstorm, de verpleegster vroeg of ik wat zachter wilde doen op de verkoever. Excuse me?!

| | ,

Ik ben Manon en ben mama van Lana, sterrenkindje Fay en inmiddels zwanger van de derde. Ik wil mijn verhaal vertellen over de bevalling van mijn eerste kindje Lana. Weer eens iets anders, want normaal schrijf ik veel over de komst van ons sterrenkindje.

In november 2016 kwamen wij erachter dat ik zwanger was van Lana. Wel gepland, maar we hadden niet gedacht dat dat al zo snel zou gaan lukken. De eerste weken was ik uiteraard zoals bij vele vrouwen niet lekker. Niet overgeven, wel weeïg en moe.  Alles ging voorspoedig en ik voelde me (na die 12 weken) kiplekker. We hadden ondertussen een huis gekocht en we kregen op 1 juni de sleutel van ons nieuwe huis. Ik moest nog drie weken werken en ondertussen waren we ook aan het klussen in het nieuwe huis. Ja, ook ik kluste nog mee. Niet meer op hoog tempo, aangezien de temperaturen ook hoog opliepen in die periode, maar ik deed wat. Op de start van mijn verlof besloten we om te gaan verhuizen en kon ik in ons nieuwe huis bivakkeren de laatste weken.

Toen was daar mijn babyshower op zondag 9 juli. Ik weet nog zo goed dat ik tegen mijn vriendinnen zei dat ik zulke rare jeuk had gehad die nacht aan mijn vingers. Geen idee wat het was, maar ik moest erom lachen. Dat lachen werd later wel anders. De jeuk werd veel erger en ik vertelde het een week later op maandag aan de verloskundige. Ik was toen 38 weken. Ik had uiteraard zelf ook al gegoogeld, maar zij zei dat het waarschijnlijk gewoon zwangerschapsjeuk was en gaf mij mentholpoeder mee. Dit hielp voor geen meter en ik belde weer naar de verloskundige. Ze maakte een afspraak in het ziekenhuis. Ik ging alleen naar het ziekenhuis, want manlief was aan het werk. Ik moest wachten en wachten. Er werd ondertussen een CTG gemaakt en er werd mij een uur lang niet verteld wat er ging gebeuren. Ik vond het verschrikkelijk. Ik had nog steeds jeuk en niemand kon mijn helpen. Inmiddels bij de derde zwangerschap ben ik wel wat mondiger geworden. Tenslotte een echo laten maken door de gynaecoloog en dat zag er allemaal goed uit. Er was niets aan de hand en er zal waarschijnlijk niets uit de bloedtesten komen zei ze. Het voelde alsof ik voor niets daar was geweest, maar ik wist zeker dat er iets niet goed was, want de jeuk was op sommige momenten echt onhoudbaar. Op vrijdag werd ik dus ook met heel ander nieuws opgebeld. Mijn leverwaarden waren verhoogd en ik moest in het ziekenhuis bevallen onder begeleiding van het ziekenhuis. Ik bleek zwangerschapscholestase te hebben. Ik kreeg medicatie en moest de week erna op controle komen. Ik vroeg nog waar ik naartoe moest bellen voor als ik weeën kreeg. Het antwoord was: “Kijk maar even op de website”. Ik was in tranen toen ik de telefoon ophing. Niet omdat ik in het ziekenhuis moest bevallen, maar omdat ik gewoon toch gelijk had! Maar ook dat ze niet even informatie kon geven over hoe en wat nu. Weet ik veel wat ik moet doen!? Het was mijn eerste zwangerschap en ik had nog helemaal geen idee.

Achteraf gezien, toen ik de tweede keer zwanger werd, had ik direct ingeleid moeten worden. De zwangerschapscholestase kan er voor zorgen dat de baby van het één op andere moment overlijdt. Ook al was de echo de dag ervoor nog goed. Omdat ik al 38 weken was, hadden ze het risico niet hoeven te nemen om niet nu al in te leiden. De kans op cholestase is overigens bij volgende zwangerschappen 50%. Dat betekent niet dat je onder controle moet in het ziekenhuis, maar wel dat je het zelf in de gaten moet houden. Ze zullen je bij de eerste klachten dan namelijk direct doorverwijzen naar het ziekenhuis.

De jeuk werd, ondanks de medicatie, alleen maar erger. Ik sliep al een paar dagen niet goed en ging maar klussen in het huis om de jeuk te vergeten. Dus ik belde op zaterdagnacht de verloskamers op dat ik niet meer wist wat ik moest doen. Ik heb zolang aan de telefoon gehangen totdat er een oplossing kwam. De afspraak van woensdag werd verplaatst naar maandag en ik kon de dosis van de medicatie verdubbelen. Maandag kwam ik bij de verloskundige en het werd al heel snel duidelijk dat ik ingeleid moest worden. Ik kon die avond met mijn koffer en al terugkomen om een ballon te krijgen. Ik moest blijven slapen en de volgende dag kon het beginnen. Na een slechte nacht (lees: muggen en een kamergenoot met een draadje tussen je benen) werden op de verloskamers rond 10 uur de vliezen gebroken. Wat een ellende en troep geeft dat! Ik had vanaf dat moment tot aan de ruggenprik de hele tijd het gevoel dat ik in mijn broek aan het piesen was. Haha. Ik kreeg een infuus met weeënopwekkers, een CTG om de baby in de gaten te houden en allemaal draadjes om de baby in de gaten te houden. Ik moest op bed blijven liggen, omdat de baby nog niet was ingedaald, maar na een uurtje was dat wel goed en kon ik gaan zitten en lopen. Zover dat ging natuurlijk, aangezien ik al die apparaten aan me vast had zitten. Vanaf het moment dat de weeënopwekkers erin gingen kreeg ik weeën. Niet erg, ik kon ze goed opvangen. Iedere keer dat de verloskundige weer binnenkwam zei ze dat ik er nog goed uitzag en dat ik dus nog niet genoeg weeën had. “Nee, want dan lach je echt niet meer”, zei ze. Ik was relaxed en het interesseerde mij weinig hoe lang ik bezig zou zijn. Ik was zo relaxed dat de verpleegster vroeg of ik meditatie deed. Nou, als er iemand dat nog nooit heeft gedaan, dan ben ik dat. Ik heb daar meestal de rust niet voor. Rond een uur of 14:00 had ik veel honger. De verpleegster zei: “Als je honger hebt, dan heb je echt nog geen goede weeën”. Ik moet zeggen dat ik die opmerking echt niet kon hebben op dat moment. Ik had al vanaf die ochtend niet meer gegeten en had echt energie nodig. Ondertussen had ik nog steeds maar een paar centimeter ontsluiting en checkte ze ook steeds mijn bloeddruk. De bloeddruk was aan de hoge kant. Toen ik vertelde dat ik de hele zwangerschap constant een hele lage bloeddruk had gehad, gingen er alarmbellen rinkelen. Ik moest opeens een blaaskatheter om urine te laten checken. Ze vermoedde dat ik zwangerschapsvergiftiging had. Toen zijn de weeënopwekkers als een speer omhoog gezet. Elke half uur met een half (of zoiets). Totdat deze op 7 stond (max is 9) en ik vond dat het wellicht toch wel tijd werd voor medicatie. Op de ruggenprik moest ik nog wachten, dus ik vroeg of ik ondertussen de Remifentanil (pompje) mocht. Ondertussen was het al 7 uur en ik had nog altijd geen verdere ontsluiting. De Remifentanil is misschien voor sommige de hemel op aarde, maar bij mij viel hij zo verkeerd, dat mijn bevalling een regelrecht trauma werd. Ik had nog niet gedrukt en ik moest alleen maar overgeven. De verpleegster beweerde, terwijl ik echt mega aan het pijn lijden was, dat het echt de scherpe kantjes ervan af haalde. Nou, echt niet dus. Ondertussen kreeg ik ook nog een weeënstorm (want ja, de weeënopwekkers werden nog even opgeschroefd naar 9) en kon ik echt werkelijk niets meer. Ik moest op bed blijven liggen, maar vanwege de rugweeën was ook dat een hel. Tijdens de weeënstorm bedacht die rotverpleegster ook nog eens om mijn bloeddruk te meten. Ik kan je vertellen, dat was het eerste moment dat mijn moeder (ja, die was ook bij de bevalling) toch wel vertelde dat dat echt niet kon. De verpleegster meldde dat het echt moest. Maar het kon echt niet en mijn moeder of mijn man heeft de bloeddrukmeter gestopt. De bloeddrukmeter werkt niet als je alle spieren in je armen aan het aanspannen bent. Dan gaat het ding heel hard oppompen en stopt het uiteindelijk. Dat hard oppompen deed pijn (of eerlijk gezegd, was vervelend).

Toen mocht ik eindelijk naar de verkoever zodat ik een ruggenprik kon krijgen. Ik weet nog, terwijl ik nog steeds in de weeënstorm zat, dat ik wat zachter moest doen omdat er mensen aan het uitslapen waren op de verkoever. Echt, wie verzint dat?! De rotverpleegster werd door iemand vervangen die ik al eerder die dag had gezien en dat was heel fijn. De Remifentanil moest uitwerken voordat de ruggenprik erin ging. Dat werkte heel goed. Ik kon de weeën weer opvangen en zo konden ze zonder moeite de ruggenprik zetten. Wat een verlichting. Volgens mijn man en moeder was ik een heel ander mens toen ik terugkwam. Ik kon er weer tegen aan. Net terug op de verloskamers had ik 8 centimeter ontsluiting. Wow, dat was snel gegaan (oké, het was inmiddels 5 uur verder). Door de chaos was ik het gevoel van tijd helemaal kwijt. Ik bleek voor de ruggenprik ook wel een uur weg geweest te zijn. Mijn man was heel erg ongerust, want hij mocht niet mee. Na een paar minuten bleek ik al persweeën te krijgen en mocht ik mee gaan persen. Ik was vol energie (vraag me niet waar ik die vandaan haalde) en ik was weer aan het lachen. En na een uur persen en een knip was daar Lana. Uiteindelijk op 19 juli geboren om 1:13 uur.

Ik bleek nierfalen te hebben en ik moest nog vijr dagen in het ziekenhuis blijven. Achteraf (bij mijn tweede zwangerschap) zei de gynaecoloog dat ik zwangerschapsvergiftiging heb gehad. Ook al wordt dit door andere artsen niet bevestigd, omdat de eiwitwaarden in de urine niet afwijkend waren. Er is ook weinig bekend over een zwangerschapsvergiftiging en zwangerschapscholestase bij elkaar. Het kan ook iets anders zijn geweest. Het herstel was in ieder geval heel erg zwaar. Door alle dingen bij elkaar heb ik mij lang niet fit gevoeld.

MANON

Plaats een reactie