Onze verloskundige Karlijn vertelt over haar eigen bevalling: Ze had pre-eclampsie en Viggo kwam met 34 weken

| | , ,

De komende maand is het zeven jaar geleden dat ik bevallen ben van mijn oudste zoon. OMG, zeven jaar! Als de dag van gisteren, maar ook zo lang geleden…

Ik had zo’n fijne zwangerschap. We waren er zo klaar voor. Ik was 26 jaar, mijn vriend 33 jaar. Ik wist altijd al dat ik moeder wilde worden. Maar ik wist ook dat ik de boel een beetje voor elkaar wilde hebben als ik eraan zou beginnen. Ik was al een jaar aan het werk als verloskundige bij een fijne praktijk. Al jaren had ik zoveel mensen ouders zien worden en dat wilde ik nu ook! Mijn vriend kon ik overtuigen, want we waren inmiddels al zes jaar samen. We namen de stap. Na vier maanden was het raak. Begin oktober was de zwangerschapstest positief. Ik was zo blij, en moe, maar zo blij! Ik had een perfecte zwangerschap. Ik was één van die zwangeren die van elke verandering in mijn lichaam genoot. Ik was niet misselijk, alleen moe soms. Ik genoot van de bewegingen in mijn buik, die ik vanaf 14 weken zwangerschap al kon voelen. In het begin heel zacht en kriebelig (alsof er een klein minivingertje mij kriebelde van binnenuit), later steviger, maar zo fijn. Rond 30 weken zwangerschap kreeg ik hele opgezwollen voeten. Het was niet warm, maar toch dacht ik dat het een symptoom was die paste bij het derde trimester. Mijn moeder was degene die zei: “Dit klopt niet! Dit is niet normaal, Karlijn.” Ik kon geen normale schoenen meer aan. Ik had gelukkig nog van die gebreide Uggs, dat waren de enige schoenen die ik nog paste. Verder voelde ik me goed. Tot 33 weken… Ik had net een heerlijk (maar druk) weekend achter de rug. Ik dacht na dat weekend: “Nu moet ik echt in de “bejaarden-stand” gaan, want dit weekend was te gek voor mij na een week vol werken.” Het verlof wat de komende week zou beginnen, joeg mij angst aan, wat moest ik in godsnaam gaan doen? Ik besloot twee weken langer door te werken, tot 36 weken, omdat ik voelde dat ik nog niet klaar was voor verlof. Maar alle plannen die ik had haalden mij in. Ik was ruim 33 weken zwanger toen ik op een avond TV keek. Ik kon niet meer goed focussen op het tv-scherm, ik zag zwarte vlekken. Daarbij voelde ik mij de hele dag al grieperig. Bij een vergadering die ik had op de praktijk de volgende dag, vroeg ik mijn collega of ze even mijn bloeddruk wilde meten. Deze was 140/90, best hoog voor mij, want normaal had ik een vrij lage bloeddruk. Ze stuurde me meteen even door naar de gynaecoloog boven (onze praktijk was gesitueerd in het ziekenhuis). Aldaar controleerde ze mijn bloeddruk, mijn bloed en mijn urine. KAK, ik had pre-eclampsie… Neeeee, ik? Hoezo? Ik had met zoveel scenario’s rekening gehouden… Mijn moeder had zwangerschapsdiabetes gehad. Ik dacht daarentegen 42 weken aan te tikken en misschien wel een keizersnede, maar deze optie stond niet in mijn lijstje. Ik moest eigenlijk direct blijven ter observatie. Maar ik wilde dat niet, ik wilde naar huis. Ik voelde mijn kindje goed bewegen in mijn buik en kwam tot de compromis met mijn bekende gynaecoloog dat ik 24 uur urine mocht sparen vanuit huis en dat ik daarna weer terug zou komen. Met de belofte dat ik eerder zou komen als het te “rustig” in mijn buik zou worden. Na 24 uur kwam ik terug in het ziekenhuis. Ja, nu echt de officiële bevestiging: ik had pre-eclampsie, en wel een ernstige en vroege vorm. Een hele hoge bloedruk van 150/100 had ik inmiddels en eiwit in de urine. Ik werd opgenomen. Shit, dit hadden we niet bedacht!

Gelukkig kreeg ik een privekamer. Ik werd super goed gemonitord. Ik lag er 1,5 week met bloeddrukverlagers, die eerst zijn werk deden, maar na een tijdje helaas niet meer. Mijn kindje werd op de echo bij 33 weken klein geschat: 2000 gram. “Elke dag dat hij nog in mijn buik zou zitten was meegenomen”, dacht ik. Maar was dat wel zo? De hele zwangerschap had ik niet perse verwachtingen, maar wel één wens: als ik maar niet hoefde te overnachten in het ziekenhuis. Ik weet niet goed waar deze angst vandaar kwam, maar liever zou ik om deze reden thuis bevallen, want ik wilde echt niet blijven slapen in een ziekenhuis. Dat liep uiteindelijk wel even anders, ruim 14 dagen ben ik er verbleven in totaal… Loslaten heet dat, weet ik nu, het begin van mijn ouderschap.

Op de avond van 1 mei voelde ik me helemaal niet goed. Ik had een onwijs gejaagd gevoel, alsof ik moest gaan spreken voor een heel stadion vol mensen. Maar ik lag eigenlijk gewoon in mijn ziekenhuisbed en het was al middernacht, dus ver na bedtijd. Toen mijn bloeddruk, ondanks de medicatie sky-high was om 02:00 uur, waren ze bang voor een insult. Dus was het tijd om de baby echt te gaan halen nu. Verdorie, 34 weken had ik nog maar op mijn teller en wist als geen ander dat ik nu moeder zou worden van een couveusekindje… Er werd gestart met nog meer medicatie en magnesium, om een eventueel insult te voorkomen. Dat was best angstaanjagend. Alsof de brand in mijn infuus in mijn hand insloeg en alsof ik het langzaam voelde verspreiden door mijn vaten, door mijn hele lichaam. Ik werd met koude washandjes gedept. En ik was alleen die nacht met de gynaecoloog en verpleegkundige.

Ik werd niet lang daarna ingeleid. Ik kreeg gel om mijn baarmoedermond te doen weken, want ik was totaal nog niet rijp. 14 Uur verder had ik nog helemaal geen weeën. Maar mijn gynaecoloog vertelde me dat ik wel 2 centimeter ontsluiting had. Toen besloten we samen door te pakken. Mijn vliezen werden gebroken rond middernacht. Direct daarna kreeg ik weeën. Puffen, puffen, ik kon het! Dacht ik… bij 5 centimeter toucheerde mijn gynaecoloog mij en ik trok het nog redelijk. Nog net. Ik was best optimistisch, want ik had eerder vrouwen begeleid die al eerder het niet meer trokken. Ik koos op dat moment voor Remifentanyl, een pijnpompje met morfine. Daar heb ik een goed uur van mogen genieten, wat was het fijn. Mijn brein was echt even helemaal chill tussen de weeen. Het gaf mij vertrouwen. Ruim een uur later voelde ik iets wat op persdrang leek. Gelukkig geloofde ze me, want blijkbaar reageerde mijn baby ook. Er was onrust in de kamer. “Oké Karlijn, je mag persen”, zei ze, na het inwendig onderzoek… “Wat?! Nu?! Dat durf ik niet!”, dacht ik… Ik was zo bang. Maar ik wilde mijn zoon heel graag ontmoeten. Ik weet nog dat ik rond die tijd naar het hartfilmpje keek en angst kreeg: hij reageerde ontzettend met zijn hartslag op de weeën. Dus wat als ik ga persen?! Ik was eigenlijk heel bang voor een keizersnede of een vacuümpomp. Dat heb ik ook nog gezegd, net voordat ik ging persen. Ik ben zo bang … Zij stelden mij gerust. Dit is normaal voor een premature baby, ik was immers maar 34 weken zwanger.

Toen ging de knop om, het voelde zo niet normaal en goed wat ik deed, maar ik wist ook dat het over zou zijn met deze botte pijn als ik door zou gaan. Na 20 minuten persen werd er een piepklein kindje op mijn borst gelegd. Helemaal vol met “kaarsvet” zoals mijn vriend het noemde (huidsmeer). Hij had een redelijk goede start en woog 1975 gram. Ik dacht nadat hij eruit was alleen maar: “O, MIJN GOD, WHAT JUST HAPPEND?” Ik had helemaal niet dat directe moederinstinct om te vragen naar hoe hij het deed. Ik was vol van de pijn dat het deed om hem eruit te persen en ik moest echt bijkomen. WTF? Ik keek naar links en naar rechts. De kinderarts had hem inmiddels even meegenomen, mijn vriend stond bij hem. Mijn moeder zei alleen maar: “Hij is er Karlijn, hij is er en hij is zo klein!” En de gynaecoloog zei dat alles goed ging. De placenta kwam heel snel na de geboorte van mijn zoon en het letsel aan mijn perineum viel gelukkig heel erg mee. Ik kreeg Viggo, onze zoon, onze trots, na 20 minuutjes terug op mijn borst. Hij was er en ik had het overleefd, deze rollercoaster, deze stortbevalling van totaal maar vier uur na het breken van mijn vliezen. Mijn zoon moest helaas wel naar de couveuseafdeling en ik bleef in verband met mijn pre-eclampsie nog minmaal 24 uur op de verloskamers. Om 3:20u was hij geboren en om 11u in de ochtend mocht ik voor het eerst naar hem toe. Op bezoek bij mijn zoon. Lopend mocht ik nog niet, ik ging met bed en al over de gangen. Ik dacht nog: “Wat een onzin.” Sinds de geboorte voelde ik mij direct niet meer ziek. Maar liet mij meevoeren met wat volgens het protocol hoorde.

Ik ging kolven, want drinken ging nog niet in verband met zijn prematuriteit. Ik kolfde direct als een volwaardige mama, alle verpleegkundigen waren versteld en stonden te juigen bij mijn productie na 24 uur. Wat mij een MEGA moeder boost gaf. Daarbij trok Viggo op dag twee zijn sonde uit zijn neus en konden we volledig op elkaar inspelen qua voeding. Hij was mini, maar deed alles wat hij moest. Hij mocht op dag 5 van de monitor af, hij werd niet geel, dronk als een malle aan de borst en op dag 8 mocht hij met 1880 gram mee naar huis. Hij verbrak alle records van het ziekenhuis en hij mocht mee. Mijn droom werd werkelijkheid, want ik was zo bang alleen naar huis te moeten en dan heen en weer te pendelen. Dat hoefde niet. Eenmaal thuis had ik de meest geweldige kraamzorg, die meteen zei: “Kijk naar je kind, kijk niet naar de milliliters die hij binnenkrijgt.” Zij gaf mij vertrouwen in het drinken van mijn zoon aan de borst en hij was na drie dagen boven geboortegewicht. Hij zou eigenlijk van sterrenbeeld tweelingen worden, maar hij werd een stier. En zo heeft hij zich ook gedragen. Als een stier, een hele pittige baby, zonder al teveel poespas groeide hij als kool en mochten wij, iets eerder dan verwacht, maar extra lang van hem genieten.

Over één week wordt hij zeven jaar. Mijn lieve pittige, standvastige, bijzondere en eerstgeboren zoon Viggo. Zijn naam betekend “strijder”, daar is hij zelf ook zo trots op. Een naam die al ver voor zijn geboorte was besloten, maar zo ontzettend hoort en past bij hem!

VERLOSKUNDIGE KARLIJN (klik hier voor haar Instagram)

Plaats een reactie