Een verre vliegreis met een baby van zes maanden. Hoe regel je dat slim?! Zo!

| | , ,

Ons vakantie-avontuur begon eigenlijk al toen mijn man, Ferdy, voorstelde om met zijn drietjes naar Aruba te gaan. Van verschillende stellen had hij gehoord dat het Riu Palace Hotel echt fantastisch is en daar had hij zich dan ook aardig in vastgebeten. Van mij had het niet zo gehoeven: zo lang vliegen. Eenmaal in Aruba, het land van de azuurblauwe zee en de witte stranden, was ik echter blij dat Ferdy geboekt had!

De voorbereidingen

Ferdy had gelukkig beloofd dat hij de leiding zou nemen in het treffen van voorbereidingen. En ook al was ik uiteindelijk degene die alle inkopen deed en de koffer inpakte, nam die belofte een hoop stress bij me weg: ik hoefde het niet allemaal alleen uit te zoeken. We zouden gaan vliegen met TUI. Op zich een fijne vliegmaatschappij, maar in hun vliegtuigen zijn geen ‘baby-bassinets’ aanwezig zoals bijvoorbeeld wel in de vliegtuigen van KLM. Dat maakte dat we ook een plannetje moesten maken hoe we Noah zouden laten slapen in het vliegtuig. Ooit hebben we zo’n slaaptentje gekocht en we overwogen nog even om deze mee te nemen in het vliegtuig, maar toen we dat ding eenmaal hadden uitgeklapt wisten we dat dat nooit zou gaan passen. Dus dat werd slapen op schoot! 

Ferdy belde af en toe met de vliegmaatschappij om wat vragen te stellen. Er stond bijvoorbeeld in de informatie dat we een paraplu-buggy mee mochten nemen tot aan de gate en dat dat gratis was. Noah is echter nog te klein voor een buggy, hij ligt nog lekker in de kinderwagen. Mocht deze dan ook mee? En moesten we daar extra voor betalen of niet? Daar kregen we helaas geen duidelijk antwoord op, dus besloten we maar gewoon genoegen te nemen met het idee dat we er waarschijnlijk extra voor zouden moeten betalen. We besloten dat we de kinderwagen bij het inchecken met de koffers tegelijkertijd zouden inleveren en dat we hem daarvoor zouden sealen tegen beschadigingen. 

Ruim van tevoren maakte ik lijstjes met alles wat ik nodig had voor ons en voor Noah, waarop onder andere stond: Extra luiers, extra melkpoeder, voldoende flessen en spenen, zonnebrilletje, UV-pakje, goede zonnemelk, flessenborstel, afwasmiddel en dergelijke. Werken met lijstjes schept voor mij altijd een prettig overzicht in de chaos en op deze manier had ik voldoende tijd om inkopen te doen én om daarvoor nog uit te zoeken welke producten ik voor Noah zou willen gebruiken. Zonnebrilletjes zijn er namelijk genoeg in omloop, maar helaas heeft niet elk brilletje een goed UV-filter of zit het stevig om het koppie van de baby. Ik ben uiteindelijk uitgekomen bij een heel fijn merk, naar aanleiding van een advies van een opticien uit ons netwerk. Heel fijn brilletje! Qua zonnemelk is de keuze ook reuze. Ik wilde een product zonder ‘rotzooi’, met zowel een UV-A als UV-B filter. Ik heb letterlijk een half uur in de drogist gestaan om de etiketten te lezen en te kijken voor welke ik zou gaan, om vervolgens uiteindelijk bij de apotheek een speciale babyzonnemelk te kopen voor het gevoelige huidje (Noah had erge last van eczeem). Deze beviel ook goed en smeerde lekker.

De vlucht

We zouden om 11.30u opstijgen, dus we vertrokken rond 7.00u richting Schiphol. Ferdy had Valet-parking geregeld: je komt op Schiphol, laadt je auto uit, neemt nog even wat dingen door met de valet, geeft hem vervolgens de sleutel van je auto en hij parkeert hem. I-de-aal! Geen gezeul met koffers in een shuttlebusje. Dat vonden we soms al lastig als we met zijn tweeën op vakantie gingen, allebei met eigen koffer en eigen handbagage! Laat staan nu met een baby. Je voelt je letterlijk een pakezel. Bepakt en bezakt (twee koffers, luiertas, handbagage koffertje, cameratas, kinderwagen en baby in draagzak) liepen we door de draaideuren van Schiphol de vertrekhallen binnen. Bij de stand waar je je koffer kan laten insealen, kochten we een speciale, herbruikbare beschermzak voor de kinderwagen, zodat we de kinderwagen niet hoefden te sealen. Vervolgens liepen we naar de incheckbalie. De medewerker die onze handbagage labelde, had aanmerkingen op de luiertas. ‘Jullie zijn met twee volwassenen dus eigenlijk mag je maar twee stuks handbagage, mevrouw.’ Ik wees haar op het zinnetje in de informatie die ons vertelde dat we voor Noah 10 kg extra gewicht mee mochten nemen in het vliegtuig. Ze zei dat ze hoopte voor ons dat ze er geen punt van zouden maken en verwees ons naar de bagageband. Daar vertelde de medewerkster die achter de balie zat hetzelfde als de dame die de handbagage had gelabeld: we mochten maar twee stuks handbagage meenemen. Ook haar wezen we op de informatie die we hadden gekregen. Ze keek vertwijfeld en zei dat zij dacht dat dat om gewicht in het bagageruim ging. Verder maakte ze er geen punt van, maar waarschuwde ons voor het personeel bij de gate, die vaak strenger zijn of iets dergelijks. Fer besloot het erop te wagen om toch drie stuks mee te nemen naar de gate. Mocht het echt niet, zouden we voor het boarden vast wel te horen krijgen dat we de luiertas nog in de handbagagekoffer moesten proppen (Niet dat dat zou passen, maar oké). Nadat we de twee grote koffers op de bagageband legden, was de kinderwagen aan de beurt. We verwachtten de pinpas te moeten trekken om de wagen mee te laten gaan, maar kregen enkel te horen dat we de kinderwagen bij een andere afdeling (odd-luggage) moesten afgeven en dat het verder goed was. Dat was een meevaller! Bij de gate vroegen we voor het boarden of we de luiertas als derde ‘stuk’ handbagage mee mochten nemen. Daar waren ze heel vriendelijk. ‘Ja, natuurlijk! Alle spulletjes voor de baby moet je toch goed bij de hand hebben!’

Nadat we geboard waren begon het vliegen dan eindelijk! Tijdens het opstijgen gaven we Noah een flesje, zodat zijn oortjes niet teveel pijn zouden gaan doen. Hij heeft niet gehuild, dus ik vermoed dat het gewerkt heeft! Noah sliep op schoot voor de luttele uurtjes dat hij sliep. We legden dan een kussentje op ons schoot zodat zijn hoofdje lekker lag (en niet op die puntige knieën) en legden een lekker dekentje over hem heen. Helaas heeft hij op de heenreis niet veel geslapen. Waarschijnlijk kwam dit ook door het jongetje van zo’n anderhalf dat voor ons zat en het minder naar zijn zin had dan Noah (zachtjes uitgedrukt). Soms stond ik in gedachten op om naar de geërgerde passagiers te seinen dat het niet ons kind was dat zo aan het krijsen was, maar meeleven met de moeder van dit verdrietige jongetje won het van mijn eigen ergernis. Het had namelijk net zo goed ons schatje kunnen zijn, natuurlijk. Noah was gedurende de vlucht erg vrolijk, vond het tv-schermpje in de stoelen voor ons reuze interessant en wekte ook veel interesse bij de stewardessen. Op een bepaald moment zat ik helemaal in mijn film en vroeg Ferdy zijdelings of ik het goed vond dat een stewardess even met Noah knuffelde. Normaal ben ik niet zo van mijn kind met vreemden laten knuffelen, maar ik verwachtte niet dat ze met een parachute uit het vliegtuig zou springen en mijn kind zou meenemen, dus ik vond het prima. Hadden wij ook heeeel even onze handen vrij (we hadden Noah natuurlijk om en om op schoot). Achteraf had ik gewild dat ik geen ‘ja hoor, prima’ had gezegd, want de stewardess in kwestie begon Noah best wel te claimen. Hij zat lekker bij mij, toen ze langskwam met haar limonadekarretje. ‘Als ik hier zo mee klaar ben, kom ik hem wel weer even lekker ophalen,’ zei ze vastbesloten. Gauw klikte ik Noah in de gordel bij me, want het zou niet lang meer duren voor de daling ingezet zou worden. Toen ze weer bij me langskwam om Noah van me los te peuteren, zei ik vlug: ‘O, ik heb hem net in de gordel vastgezet.’

Al met al was het een bijzondere, maar goede vlucht, waarin Noah helaas maar 3,5 uur had geslapen van de totaal 11 uur vliegen (met tussenstop op Curaçao). We landden om 18.30u lokale tijd in Oranjestad, dus 0.30u Nederlandse tijd. Je begrijpt: Noah was zo klaar als een klontje. Hij viel in de bus richting het hotel dan ook tegen Ferdy aan in slaap, in de draagzak. De eerste dagen was zijn ritme ook aardig verstoord en hij werd wakker als het eigenlijk nog nacht was. Hij had dus, net als wij, last van een jetlag. Maar hij sliep overdag veel, waardoor hij binnen no time de slaap die hij niet had gepakt in het vliegtuig weer had ingehaald. Meestal moesten we voor zijn slaapjes terugkeren naar de koelte van de hotelkamer. Op enkele momenten sliep hij echter in de wagen, terwijl wij met een boekje op een stretcher in de Arubaanse wind lagen, met een heerlijk drankje in onze hand en uitzicht op de azuurblauwe zee! Dat waren echt de gouden uurtjes van ontspanning. We hebben echt genoten van onze tijd met zijn drietjes. Noah was zo lief, rustig en vrolijk! Mensen hoefden hem maar wat aandacht te geven of hij toverde alweer een grote lach op zijn gezichtje.

Hoewel een vakantie met een baby zoooo anders is dan een relaxte luiervakantie met zijn tweetjes (je moet natuurlijk constant rekening houden met slaap- en voedingstijden en hebt hem bovendien ook nog eens te vermaken), had ik het voor geen goud willen missen. De foto’s die we hebben zullen een mooi plekje krijgen in huis, als bijdrage aan onze mooie herinneringen!

ANNA (klik hier voor haar Instagram)  

Plaats een reactie