Ik was pas 33 weken zwanger en werd met loeiende sirenes naar het ziekenhuis gebracht

| | ,

25 september 2018

Ik was 33 weken en 2 dagen in verwachting van mijn eerste kindje en ik kreeg het bericht van de arts dat ik definitief pre-eclampsie had, zwangerschapsvergiftiging. Dat kwam als een klap in mijn gezicht. Ik lag inmiddels al een week in het ziekenhuisbed. Ik was al drie keer eerder voor een dag of vier opgenomen vanwege te hoge bloeddruk, verminderde doorbloeding van de navelstreng en eiwitten in de urine. Ook groeide de kleine meid niet meer zo hard als zou moeten en ze was al sinds de 20-weken echo wat klein van stuk. Ik had tijdens de derde keer dat ik opgenomen werd ook al longrijping voor de kleine gekregen, voor het geval ze gehaald moest worden als ze in mijn buik niet meer beter af zou zijn dan er buiten. Bij het bericht dat ik officieel pre-eclampsie had kwam ook de mededeling dat ik voor de bevalling niet meer naar huis mocht. Ze zouden proberen de bevalling met 37 weken te doen, als ik en de kleine dat zouden redden. Niet zo’n leuk vooruitzicht: nog minstens vier weken in het ziekenhuis, niet meer genieten van mijn verlof, niet meer zelf het kamertje van de kleine af kunnen maken en niet meer samen met mijn lieve Patrick thuis zijn. Het vooruitzicht was drie keer per dag bloeddruk meten, twee keer per week plasje inleveren en bloed prikken en elke dag aan de CTG (hartfilmpje van de kleine om te zien hoe haar conditie is). Gelukkig is de Gelderse Vallei een heel fijn ziekenhuis waar je echt een persoon bent en geen nummertje.

Ik slikte al veel pilletjes voor de bloeddruk en 28 september kreeg ik er een pilletje bij omdat ondanks al die andere pillen de bloeddruk langzaamaan toch steeds weer hoger werd. Dit pilletje viel verkeerd. Ik werd er vreselijk beroerd van en de kleine was niet meer het vrolijke meisje in mijn buik, maar leek erg lang te slapen. Na controles bleek dat dit pilletje zijn werk iets te goed deed en mijn bloeddruk veel te laag was geworden, waar ook de kleine last van had. Vervolgens werd ik aan een het infuus gelegd om mijn bloeddruk weer omhoog te krijgen. Toen is mijn lijf als het ware gecrasht. Pillen slikken tegen een te hoge bloeddruk en intussen een uur aan een infuus met bloeddrukverhoger, dat ging niet. Toen het infuus leeg was, was mijn meisje gelukkig weer actief, maar ik had een hoofdpijn zoals ik nog nooit had gevoeld. Ik kon niet meer goed zien. Ik wilde niet liggen, want dan werd de hoofdpijn nog erger, maar ik wilde ook niet meer wakker zijn. De verpleegkundigen hebben mij toen naar de verloskamers gebracht, niet omdat ik moest bevallen, maar omdat ze me graag in de buurt van de artsen wilden hebben. Ik werd aan een infuus met magnesium gelegd waar ik een heel gek gevoel van in mijn hoofd kreeg, alsof er allemaal prikkeltjes in mijn gezicht zaten. Ook werd er een katheter ingebracht. Het was namelijk niet de bedoeling dat ik nog uit bed zou komen. ‘s Nachts werd mij toen verteld dat ik ‘s ochtends naar het Radboud in Nijmegen zou verhuizen per ambulance, omdat ze daar beter voor mij en de kleine konden zorgen. De ambulance is in 22 minuten vanuit Ede naar het Radboud in Nijmegen gereden, een rit waar je normaal gesproken zo’n 40 minuten over rijdt. Toen ik er in lag had ik geen besef van tijd en snelheid meer, maar mijn moeder die voorin zat zei dat de hele weg de zwaailichten aanstonden en hij enorm hard heeft gereden. Het laatste stuk ging ook het geluid van de sirene aan.

Aangekomen in het Radboud werd ik op een verloskamer gelegd. Ik mocht geen prikkels meer krijgen, omdat mijn lijf tot rust moest komen. Later op de dag is Patrick naar mij toe gekomen. Ik zal de uitdrukking op zijn gezicht toen hij de kamer binnenkwam nooit vergeten. Ik was een hoop veranderd sinds ik hem de dag er voor had gezien: ik lag aan allerlei infusen en voelde me zo vreselijk beroerd en alles aan mij was opgezet door het vasthouden van vocht. Omdat het rustig was op de verlosafdeling mocht ik in deze kamer blijven liggen en hoefde ik niet naar een gedeelde kamer, zodat ik goed tot rust kon komen.

De volgende ochtend kwam de gynaecologe een echo maken en met me praten. De diagnose werd aangepast naar HELLP-syndroom en de verwachting was dat de kleine de aankomende week al gehaald zou moeten worden vanwege mijn gezondheid. Wat voelde ik me waardeloos. Dat kleine meisje was nog helemaal niet klaar voor de grote wereld, maar haar veilige plekje was door mijn toedoen (zo voelde het toen) ook niet meer veilig. Vanwege haar en mijn conditie werd besloten een keizersnee te doen, mede omdat ze ook in stuit lag.

Aan het eind van de ochtend werd ik verplaatst naar de High Care afdeling waar dag en nacht een verpleegkundige aanwezig was. Ik was aangesloten op een monitor waarop ze zowel mij als de kleine in de gaten konden houden. De conditie van het kleine meisje was gelukkig stabiel. Dit was een prettig idee, want zolang zij het goed bleef doen, mocht ze in mijn buik blijven, en elke dag was er één bij.

Maar die nacht ging het helemaal mis. Ik begon me zo vreselijk ziek te voelen. Dit had ik nog nooit meegemaakt. Ik kan niet omschrijven hoe het voelde. Ik voelde me gewoon heel ziek. De verpleegkundige kwam bloed prikken en daaruit bleek dat ik ook echt heel ziek aan het worden was. Allerlei waardes in mijn bloed gingen achteruit, de eiwitten in de urine werden hoger wat betekende dat mijn nieren het steeds zwaarder begonnen te krijgen en ook de waardes van mijn lever begonnen te verslechteren. Er werd besloten dat ons kleine meisje die dag gehaald zou moeten worden vanwege mijn gezondheid. Ik mocht niets meer eten en drinken, omdat ik nuchter moest blijven en vroeg in de ochtend belde de verpleegkundige naar Patrick dat hij beter naar het ziekenhuis kon komen. Die lieverd was er binnen een uur en is niet meer van mijn zijde geweken. Ik moest overgeven en zakte steeds weg in een soort roesje, maar hij bleef bij mij. Ondertussen werd er nog een paar keer bloed geprikt. Als mijn waardes te hard achteruit waren gegaan kon er geen ruggenprik gegeven worden en moest ik onder algehele narcose voor de keizersnee, en in het slechtste geval zou ik die dag helemaal niet meer geopereerd mogen worden. Bij het HELLP-syndroom gaan de waardes in het bloed in een soort cyclus van drie dagen waarin ze dalen en stijgen. Als de waardes te slecht zouden worden zou het dus kunnen dat ik drie dagen moest wachten tot de kleine gehaald kon worden. Toen mij dit werd verteld, sloeg de paniek me echt om het hart, want ik wist dat ik dit zelf niet meer zou gaan halen. Ik stond voor mijn gevoel al met één been in het graf, zo ziek was ik. Gelukkig kwam de gynaecologe na de laatste keer bloedprikken met groen licht. Ik werd in een operatieschortje gehesen en naar de O.K. gereden met Patrick, ook in operatiepak, aan mijn zijde. De hele operatiekamer stond vol met ik denk wel 12 mensen: anesthesisten, gynaecologen, artsen en ook kinderartsen om ons kleine meisje op te vangen. Ik kreeg een ruggenprik, wat een gekke gewaarwording was dat, en mocht gaan liggen. Toen was vastgesteld dat ik vanaf mijn borsten tot mijn grote teen niets meer voelde, gingen de artsen hun werk doen. Er hing een soort zeil voor mijn hoofd zodat Patrick, die naast mijn hoofd zat, en ik niet de operatie zelf konden zien. Naast ons stond een arts die telkens vertelde wat er gebeurde en wat ik zou gaan voelen. Er liep ook nog een medewerker die met mijn telefoon foto’s maakte, zo waardevol, vooral omdat ik zelf zo versuft was die dag dat niet alles me helemaal helder voor de geest stond. Om 13:03 werd onze Sophie uit mijn buik gehaald en ze huilde, wat een opluchting! Ze werd door een kinderarts aangepakt en in een couveuse gelegd. Patrick ging met haar mee. Na iets wat een eeuwigheid voelde en in werkelijkheid maar 9 minuten waren, kwamen Patrick en de artsen met de couveuse met Sophie langs mij. Sophie werd een stukje opgetild, zodat ik ons kleine meisje door het raampje kon zien. Patrick kwam nog even naast mijn hoofd zitten en samen keken we naar ons wondertje. Wat een mooi bijzonder moment om ons kleintje zo te zien. Vervolgens ging de hele stoet naar de neonatologie en bleef ik in de O.K. achter om de snede weer dicht te laten maken. Vervolgens moest ik naar de uitslaapkamer. Rond 14:00 uur kwam de verpleegkundige van de High Care samen met Patrick mij ophalen. Wat was ik blij om mijn lieve schat weer te zien. Ik mocht nog niet naar Sophie, ik moest eerst nog even uitrusten. Dat zat me dwars! Geen kleintje meer in mijn buik, haar maar heel even zien door een ruitje en haar nog niet aangeraakt hebben. Patrick zei dat het een mooi meisje was en de artsen hadden gezegd dat ze het goed deed!

Om 15:00 uur heb ik mijn moeder gebeld. Ik zei: “Spreek ik met de oma van Sophie?” toen ze opnam. Het moment dat mijn moeder toen begon te huilen en alleen nog maar: “Wat een mooie naam”, kon piepen zal ik nooit meer vergeten. Iets na vieren mocht ik eindelijk met bed en al naar de neonatologie om ons kleine meisje te zien. Wat een plaatje en zo klein! Ze was 1600 gram, had een veel te groot maar toch zo’n piepklein mutsje op, had een paar infuusjes en een bandje om de saturatie te meten om haar mini-voetje. Ze hoefde gelukkig niet aan het zuurstof (dankzij de longrijping-prik), maar wel zat er een enorme plakker op haar kleine wangetje met een snoertje in haar neusje voor de sonde-voeding. Ik kon alleen maar naar haar blijven kijken, wat was ze mooi! Dit kleine meisje, helemaal van ons!

Later werd ze door de verpleegkundige van de neonatologie op mijn borst gelegd. Wat een gelukzalig moment; zo’n piepklein maar lekker warm lijfje rustig op je borst. Wat ik voelde was alleen maar pure liefde, zo mooi! Stiekem was ik wel bang om dit fragiele meisje te breken maar natuurlijk gebeurt dat niet. Sophie deed het super goed en ik werd ook langzaam aan weer beter. Na 7 dagen mochten we terug verhuizen naar het ziekenhuis in Ede. Er kwam een speciale couveuse-ambulance. Ik mocht voorin zitten. Dit ritje was rustig, ze reden heel kalm om de auto zo stabiel mogelijk te houden voor mijn kleintje. In Ede mocht Sophie in haar couveuse op een kamer samen met mij slapen. Wat was het heerlijk om naar bed te gaan en wakker te worden met mijn meisje naast me. Na drie dagen moest ik helaas naar huis, wat enerzijds ook wel weer lekker was na zo’n lange ziekenhuisopname en ging Sophie naar de couveuse-afdeling. Ze bleef het heel goed doen. Toen ze 12 dagen oud was mocht ze zelfs in bad. Twee dagen later hoefde ze ook niet meer in de couveuse, maar mocht ze naar een warmte-wiegje. Wat waren wij trots! Toen Sophie alle flesjes zelf kon drinken en niet meer aan de sonde-voeding zat, mocht ze op 19 oktober mee naar huis. Ons lieve, dappere en sterke meisje van toen 1938 gram.

Inmiddels is Sophie ruim een jaar oud en doet ze het nog steeds onwijs goed. Na een half jaar hoefde ze al niet meer op de couveuse-nazorg bij de kinderarts in het ziekenhuis te komen, alleen de reguliere controles bij het consultatiebureau waren voldoende. Ik ben zo trots op dit lieve meisje en heel dankbaar, wetende dat het heel anders met haar of mij had kunnen aflopen.

NATHALIE

Plaats een reactie