Ik had een huilbaby, maar werd niet serieus genomen

| | ,

Het is het najaar van 2015. Ik denk dat ik een positieve zwangerschapstest in handen heb. Er staat daar toch een streepje? Of toch niet? “Benjamin, kijk jij eens”. Het is te vaag. Hier worden we niet veel wijzer van. Op aandringen van Ben pak ik toch maar zo’n retedure test waar in letters op staat zwanger of niet. En warempel het staat er echt! Woehoe, wij worden papa en mama! De komende maanden leven wij op een grote roze wolk. Ik ga helemaal los bij de babywinkelz. Ik ga naar beursjes, zwangerschapszwemmen, een hilarische samen-bevallen-cursus, noem het maar op. Ik was zo’n beetje het schoolvoorbeeld van een gelukkige zwangere.

Dit grote geluk werd met de 20 weken toch wel ernstig verstoord. De echo bleek niet goed te zijn. Er werden plekjes in het hoofd van onze zoon gevonden en bij zijn buik zat iets niet helemaal goed. We moesten ons maar niet teveel zorgen maken. Over vier weken zou er een nieuwe echo gemaakt worden om te kijken hoe alles ontwikkeld zou zijn. Maak je maar niet teveel zorgen? Serieus?! Hoe dan? Anyway na de vier meest vreselijke weken uit ons leven tot dan toe, krijgen we te horen dat de plekjes in zijn hoofd weg zijn en zijn buik ook normaal lijkt. Maar dit kan pas na de bevalling met zekerheid worden gezegd. De zwangeschap blijft hierdoor niet meer onbezorgd.

Het is vaderdag 2016. Ik word ‘s ochtends wakker en denk: “Volgens mij word ik ongesteld”. Wat een kramp. Al snel ben ik klaarwakker. Ongesteld? Dat kan helemaal niet! Ik denk dat dit weeën zijn! Het is nog erg vroeg, dus ik besluit mijn vriend te laten slapen en naar beneden te gaan. Een half uurtje later maak ik hem toch maar wakker. Ik ben zo dolenthousiast ik kan het niet meer voor me houden. De weeën komen snel achter elkaar. Er lijkt geen pauze tussen te zitten. Maar als de verloskundige komt is er pas 1 centimeter ontsluiting. Ze raadt ons aan een stukje te gaan touren in de auto. “Touren in de auto? Is zij wel helemaal lekker? “, vraag ik me af. Een paar uur later bellen we nog een keer. Dit is niet meer uit te houden. Drie centimeter … Ik barst in huilen uit. Dit houd ik echt niet vol. De verloskundige raadt ons aan naar het ziekenhuis te gaan en pijnstilling te vragen. Ik voel me een enorme loser, maar ze stelt me gerust dat dit niet het geval is en dat het nog wel eens heel lang kan gaan duren.

Als ik in het ziekenhuis aan kom krijg ik een ruggenprik en worden de vliezen gebroken. Wat een verademing. Even geen weeën voelen. De rust is echter van korte duur. Alle toeters en bellen gaan af en binnen no time staat mijn kamer vol met personeel. Onze baby heeft het zwaar. Tijdens de weeën krijgt hij minder zuurstof. Meerdere malen nemen ze wat bloed bij hem af door met een soort mesje op zijn schedeltje te krassen. Ik kan wel janken. Wat zielig! Op het moment dat ik denk: “Ik ontplof down under!“, mag ik meepersen. Maar het lukt maar niet. Waarom komt ‘ie er niet uit? Het zal toch niet een 10-ponder zijn? Snel wordt er een echo gemaakt. Hij blijkt een sterrenkijker te zijn. Ik moet vol in de persweeën op mijn zij gaan liggen in de hoop dat hij gaat draaien. Meepersen mag niet. Nou, probeer dat maar eens als je hele lijf schreeuwt dat er iets uit moet. De ruggenprik was ondertussen ook uitgewerkt. Wat er daarna allemaal gebeurd is, weet ik niet helemaal meer. Het wordt in ieder geval steeds drukker in de kamer. Ineens staat er een strenge man aan mijn onderkant die zegt: “Als hij er binnen een half uur niet is, wordt het een keizersnede”. Met een knip en de gevreesde vacuümpomp wordt onze zoon er letterlijk uitgetrokken. Ik ben kapot (letterlijk en figuurlijk), maar zo blij dat Finn er is! Hopelijk verandert de vorm van zijn hoofd nog wel enigszins. Dit is toch wel formaat conehead.

De kraamweek verloopt goed. Maar dan is onze lieve kraamverzorgster ineens weg en begint het huilen bij de kleine. Niet zo maar huilen, maar volume speenvarken krijsen, zo’n 18 uur per dag. Ik begin aan mezelf te twijfelen. “Wat doe ik niet goed? Waarom deed hij dit vorige week niet?” We modderen maar wat aan. Op een gegeven moment kan ik echt niet meer. Ik ben zo moe, teleurgesteld en verdrietig. Waarom kan ik als moeder zijnde mijn kleine baby niet troosten? Op het consultatiebureau word ik weggestuurd met het verhaal dat alle baby’s huilen. Het is mijn eerste toch? Ik ben vast overbezorgd. Daarnaast helpt het ook niet echt mee dat ik er een stuk jonger uitzie dan dat ik in werkelijkheid ben. Ze denken vast dat ik een tienermoeder ben. Dus modderen we weer verder aan. Op een gegeven moment kan ik echt niet meer. Ik ben een zombie en smeek mijn vriend om Finn mee te nemen. Ik wil niet meer, ik kan het toch niet en ik ben doodop. Dit kan zo niet langer. Morgen gaan we naar de huisarts. Gelukkig hebben wij de liefste huisarts die er is. Ze neemt lang de tijd voor ons en luistert echt! Ze toont begrip, iets wat ik tot nu toe niet gekregen heb. Dit alleen al lucht enorm op. Ze bekijkt Finn goed. “Wat heeft hij veel uitslag?” Als hij begint te huilen en formaat plank aanneemt noemt ze de term koemelkallergie. Iets wat wij al eerder op het consultatiebureau hebben aangegeven. Finn’s vader had dit als baby namelijk ook. Dit in combinatie met mijn astma en hooikoorts maken de kans groter dat hij een KMA ontwikkelt. Maar volgens het consultatiebureau is dit absoluut geen KMA. Die uitslag komt van de hormonen die nog uit zijn systeem moeten. De huisarts raadt aan een blik pepti te kopen. Binnen een paar dagen neemt de uitslag enorm af! De buikkrampen helaas niet. Maandag mogen we weer terug komen. We mogen Nutramigen proberen. En dit blijkt het grote verschil te maken! De krampen worden “normale” babykrampjes en er wordt geslapen. Het lijkt alsof we een totaal ander kind hebben gekregen. Eindelijk kan ik gaan genieten van het moeder zijn.

Als ik terugkijk op deze periode kan ik er nog verdrietig van worden. Wij hebben helemaal niet kunnen genieten van onze zoon als kleine baby. Die eerste maanden zijn als een waas aan me voorbij gegaan. Ik schaam me voor de gedachtes die ik soms had na uren gehuil gehoord te hebben. Maar ook ben ik boos. Boos dat ik niet serieus genomen werd. Dat er standaard vanuit gegaan wordt dat je overbezorgd bent. Dat er niet echt geluisterd werd naar mij als moeder. Maar ook ben ik teleurgesteld in mezelf. Dat ik me weg heb laten sturen en dat ik niet meer op mijn strepen ben gaan staan. Gelukkig heb ik dit bij nummer twee wel gedaan en sta ik nu een stuk steviger in mijn schoenen als moeder. Dus lieve mama’s. Zit jij momenteel in de fase 24/7 huilen? I feel you! Mijn advies aan jou, laat je niet zo maar wegsturen. Denk niet dat je zeurt. Jij weet het echt het beste! En volg gewoon je eigen gevoel. En al die tevreden, slapende baby’s die je in al die warenhuizen ziet zijn dus niet de standaard!

SUZANNE

Plaats een reactie