Hoe ik mijn man betrapte op vreemdgaan, terwijl onze dochter was opgenomen in het ziekenhuis

| | ,

Deze weken waren slopend. Ziekenhuis in en uit. Zorgen om je kinderen. Maar wat overheerst er? Degene op wie ik zou moeten kunnen rekenen, laat het afweten. Beloftes, zoveel lege woorden, zoveel fucking lege woorden. Trillend lig ik in een ziekenhuis bed naar mijn dochter te kijken. Mijn telefoon piept. Een appje: “Hey meis, zijn jullie in het ziekenhuis? Ik zie je man op Instagram helemaal los gaan op een feest. Allemaal vrouwen, drank en ze staan met ballonnen in hun handen. Daar moet je echt wat van zeggen hoor! Hoe lang wil je dit nog allemaal accepteren?” Ik reageer niet. Want ik weet dat hij me weer zal inpakken met beloftes. Die fucking beloftes. Mijn telefoon gaat weer over. Nog meer berichten. Precies hetzelfde verhaal. Ok, dan kijk ik wel even op Instagram. En ja hoor, daar staat hij. Mijn liefde, mijn man. Te feesten ergens. “Waarom lief? Waarom doe je dat? Vorig weekend waren we ook al opgenomen en toen ging je ook uit tot de zon op kwam.”, gilt het in mij. Ik voel verdriet en woede. Maar ik wil er niet aan toegeven. De energie moet ik voor andere dingen gebruiken. Voor mijn dochter in het ziekenhuis.

De volgende dag verschijnt hij in het ziekenhuis. Stinkend naar de drank. Met een vriendje van hem op sleep touw. Rechtstreeks van de after. Ik zie in jullie ogen dat jullie drugs gebruikt hebben. En niet zo’n beetje ook. Ik klem mijn kaken op elkaar. Schreeuwen wil ik! Gillen: “Ga weg!”

Een kleine terugblik naar voorgaande jaren

De momenten dat hij er was, was hij er helemaal. Alleen maar liefde. Ik was de mooiste, de liefste. We hadden geweldige sex. We droomden dezelfde dromen, praatten nachten lang. Maar zo fijn als de liefde was, zo hard kon hij me ook kwetsen, neerhalen, kleineren en onzeker maken. Gooi maar in die rugzak, die zit er toch al. Van vreemdgaan, sex met mijn beste vriendin, ruzie maken om sex (ik wilde zes keer per week in plaats van zeven!), op belangrijke momenten weg gaan, besmettingen met soa’s, mij volledig zwart maken bij iedereen die het maar horen wilde en stelselmatig liegen over letterlijk alles. Dat is niet niks. En mij dan ook nog beschuldigen van vreemdgaan. Hoe ging dat wijze gezegde ook alweer!? “Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten”. Owja, dat is het. En toch kwam ik steeds bij hem terug. Waarom? Omdat ik denk dat ik niet beter verdien. Omdat ik niet beter weet. Of misschien omdat hij mij meerdere keren heel duidelijk heeft gezegd: “Jij bent niks, jij kunt niks. Je bent een waardeloze vrouw. Moeder zijn kun je, maar verder ben je verschrikkelijk. Denk je nou echt dat iemand jou nog wil? Een moeder met een paar kinderen? Denk je dat echt? Je bent een walgelijk wijf. Een slet, achterlijk”. Dus ik ga akkoord met wat er is. Als hij zijn goede maanden heeft, is hij de meest liefdevolle man die ik ken. Of is dat ook niet echt? Ik weet het allemaal niet meer.

Terug naar de ziekenhuisopname. We komen na twee weken thuis. Hij en ik komen voorzichtig een beetje in contact. Hij geeft aan dat hij graag wil dat we vechten voor ons. Dat hij zeker weet dat het goed komt. Hij belooft me beterschap. En ik ga mee in zijn manipulerende woorden. Een week later blijft hij bij me slapen. De nacht is fijn. Ik probeer het vertrouwen terug te vinden. We hebben gepraat, gepraat en gepraat. Ik wil zo graag mijn gezin bij elkaar houden. Ik hou zoveel van hem. Of houd ik mezelf voor de gek? De volgende ochtend sta ik iets eerder op dan hij. Ik loop naar beneden. Op de grond ligt een bon van een hotel. Een hotel in Groningen. Van afgelopen zaterdag in de middag. Een thee, een cappuccino en twee uitsmijters. Ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. Sterretjes voor mijn ogen. Hij heeft mij verteld dat hij dat weekend bij een vriend van hem in Zwolle was. Maar daar was hij dus niet. Verdoofd zet ik een pan op het vuur. Ik bak twee eieren. Stille tranen rollen over mijn wangen. Ik verpak de twee broodjes ei in folie. Ik maak koffie voor hem. Dan komt hij naar beneden. “Ik moet echt op schieten schat”, zegt hij. “Wat was het fijn he? Ik hou zoveel van je.” Ik kijk hem aan en vraag hem waar hij zaterdag was. “Ohh liefje, we zijn toch maar naar Amsterdam gegaan?! Het was heel laat geworden, dus we zijn in de ochtend pas naar huis gegaan.” Ik voel de woede op komen. “Vriend, ik vraag het nog één keer. Waar was je zondagochtend en zaterdagavond? Want ik heb een bon gevonden van een hotel.”, zeg ik. Hij begint te lachen en ongemakkelijk te reageren: “Schat, ik was daar even eten met een vriend.” Ik ben het zat. “Please stop met liegen. Je was in Amsterdam toch? Je liegt net zo makkelijk als je poept. Je hebt jezelf klem gepraat”, gil ik. “Ok ok, ik was daar met een vrouw. Maar ik kan geen sex hebben hoor met een ander. Ik dacht alleen maar aan jou.” Natuurlijk, bla bloody bla… Weer een klap, weer een deuk. Ik weet niet hoe ik dit moet plaatsen. Ik wil niet dat dit waar is. Hij moet blijven zoals ik hem zo graag zie. Knuffelend met de kinderen, mijn hand vasthouden en tegen me zeggen hoe trots hij op me is. Ik zeg helemaal niks meer. Hij vertrekt.

In de week daarna hoor ik van hem dat het heel slecht me hem gaat. Iedereen laat hem in de steek. Hij heeft niemand meer. Hij moet noodgedwongen bij een vriend intrekken. Hoe gek het ook klinkt: Ik maak me zorgen. Ik kan mijn liefde voor hem niet zomaar uitschakelen. Maar hij maakt me kapot. En niet alleen mij. Ik lach mezelf door de dagen, die kut Kerst en Oud en Nieuw. Mijn god, wat voel ik me alleen met al die mensen om me heen. Ik lach, maar ik huil. Zodra de deur achter me dicht valt, huil ik tot ik niet meer kan. Tot ik bijna geen lucht krijg. Waarom ben ik niet genoeg? Waarom kan ik niet voldoen aan zijn eisenpakketje? Waarom doe ik mezelf dit aan?

We komen weer in gesprek. Ik wil toch weten hoe het met hem gaat. Hij heeft al vaker gezegd dat hij zichzelf iets aan zou doen, dus ik moet weten hoe hij zich voelt. We praten. Hij vertelt me eerlijk over de vrouw en het hotel. Over de andere vrouwen. Hoeveel spijt hij hebt. Dat hij zichzelf ook niet begrijpt. Dat hij echt voor ons wil gaan. Hij gaat therapie volgen en zich richten op zijn gezin. Ik geloof hem.

Nu zijn we een week later. Ik heb het moeilijk na weer een ziekenhuisopname van onze dochter. Financieel is het nu ook moeilijk. Alleen met kinderen. Tijdens een gesprek hierover springt hij woest op: “Je zeikt alleen maar! Ik ga weg. Zoek het maar uit”. Compleet verbluft blijf ik op de bank zitten. Hij slaat de deur dicht en scheurt met gierende banden de straat uit. Vandaag zegt hij via de telefoon: “Ik ben klaar met je”. Ons kind is net geopereerd. Stress en spanning en dan zegt hij dit? Zomaar? Hij trekt me aan en stoot me af. Binnen een week verscheurt hij mijn hart, lijmt hij hem aan elkaar en trapt hij ‘m weer in duizend stukken. Of doe ik dat zelf? Ik moet los komen, los komen van dit patroon, los komen van hem.

Waarom doet dit zo fucking veel pijn? Waarom voel ik me zo waardeloos?

I believed in love… That’s over…

JANE DOE

Plaats een reactie