Geboren met 33 weken en een gebroken dijbeen…

| | ,

Ik kreeg mijn eerste gynaecologisch onderzoek. Mijn partner ging gelukkig mee. Mijn baarmoeder was kerngezond, maar ik had een afwijking. Uterus bicornis was de naam. Je hoofd ontploft! Wat? Kan ik kinderen krijgen? Wat zijn de gevolgen? In het simpel Nederlands gaat het dus om een gespleten baarmoeder. Een baarmoeder die niet netjes volgroeid is en dus een tussenschot heeft. Zwanger worden zou moeilijker zijn, omdat ik dus steeds maar aan één kant vruchtbaar ben . Mijn baarmoeder zou 1/3 kleiner zijn in tegenstelling tot een normale baarmoeder. Het stond toen al vast dat ik nooit een baby kan voldragen. Het doel werd om de 38 weken te halen. De perfecte zwangerschapsduur om in mijn geval te bevallen.

Ik ging naar huis met een dubbel gevoel en had mezelf voor genomen dokter Google niet te raadplegen. Hoewel we eigenlijk nog niet meteen wilden starten met onze kinderwens, besloten we toch na een maand te stoppen met de pil. Het zou namelijk langer kunnen duren om zwanger te raken. Wie weet hoe lang!? Blijkbaar waren mijn partner en ik een vruchtbaar duo samen, want na twee maanden was het al zo ver. Veel sneller dan verwacht waren wij de gelukkigste tortelduifjes. We hadden geen idee van wat er nog ging komen. We zaten op een prachtige roze wolk tot de 20 weken echo mijn hart brak. Onze dochter bleek een bloedvat te weinig te hebben in de navelstreng. De kans op een groei achterstand was nu 100%. We kregen extra onderzoek om hart- en nierfalen uit te sluiten. Gelukkig werd dit na twee echo’s al uitgesloten en kon ik weer gaan genieten.

De enige zorg die ik nog had was dat de baby nog in stuit lag. Ook al wees alles er op dat de baby nog plaats genoeg had om te draaien, ik voelde en geloofde daar niet in. Mijn baby had immers nog nooit een volledige draai door mijn buik gemaakt. Ik maakte me zorgen, ik was bang en ik wilde graag voorbereid zijn. Voorbereid op een keizersnede. Eén week later had ik mijn 31 weken echo. Mijn bloeddruk was te hoog bij de eerste meting. De baby deed het echter prima! Gelukkig was de bloeddruk na enige momenten alweer gezakt. Wat een opluchting! De gynaecoloog wilde dat ik tweemaal daags de bloeddruk ging meten. Dagenlang ging alles prima. Na één week begon plots mijn bloeddruk dagelijks een tikje hoger te worden. Drie dagen later was mijn bloeddruk 145/95. Alarm! Ik voelde me slechter en slechter worden.

Zoals altijd was ik midden in de nacht naar de stoel gestrompeld. Ik meette even mijn bloeddruk en deze was niet goed. Net wat teveel. Misschien door het traplopen? Even luieren en zappen dan maar. Ik viel in slaap tot om 7u mijn partner moest gaan werken. Ik meette nog eens mijn bloeddruk. Al die tijd in de stoel en toch was mijn bloeddruk 152/92. Niet oké! Even bellen naar de verloskamer. De verloskundige zei: “Mevrouw, kom onmiddellijk naar het ziekenhuis.” Tien minuten later was ik daar. Een zwangerschapsvergiftiging was onvermijdelijk, maar het was nog niet te laat. Een strikte opvolging en behandeling was dringend nodig. Na een paar dagen zou ik weer naar huis kunnen om dan twee keer per week op controle te komen en zo toch de 37 weken nog te halen. Gelukkig en bang tegelijk belde ik mijn partner om te laten weten hoe het ging. We zagen het helemaal zitten! Sterk als altijd wist hij me weer op te vrolijken en gerust te stellen. Tijd om de familie op de hoogte te brengen. Iedereen wss blij dat de baby het nog goed had in mijn buik.

Het was 19u05. Mijn partner was net naar huis vertrokken. De gynaecoloog stond in mijn kamer om me na heel wat onderzoeken te vertellen hoe slecht het plots met mij ging. Van de 3 liter vocht die in één uur in mijn lijf gepompt werd, kwam er amper 30 milliliter uit. Ik had veel te veel eiwitten in mijn urine. Ik zou ineens niet meer zwanger naar huis gaan. De baby moest komen, deze week nog. Als je dat hoort met 33 weken dan ontploft je hoofd echt. De behandeling werd opgestart: Een plassonde, medicatie in één arm om lever en nierfalen te voorkomen, nog steeds vocht in de andere arm, elke paar uur aan de automatische bloeddrukmeter, meer maal per dag bloed testen om te zien hoe lever en nieren functioneerdwn, elk uur een gynaecoloog of assistent aan mijn bed, meermaal per dag aan de monitor, twee keer per dag een spuitje in mijn bovenbeen tegen trombose en om 20u zat de eerste spuit longrijping al in mijn bil. Ik was zo bang! Die nacht leerde ik pas echt de betekenis van slapeloze nachten kennen. Niet alleen de zorgen aan mijn hoofd hielden mij wakker, maar ook de longrijping zorgde voor iets minder aangename voorweën. Het was telkens afwachten of de bevalling hier door in gang zou worden gezet. Een dag die rustig begon, was plotseling één grote chaos.

We bereidden ons voor op de vroeggeboorte van onze dochter. Ze werd geschat op 1200 gram en er werd verwacht dat ze ongeacht de longrijping niet meteen zelf zou kunnen ademen. Ze zou mogelijk de eerste week niet kunnen eten. Afhankelijk van de ondersteuning die ze nodig zou hebben, werd er bekeken wat kon en wat niet. De kans was groot dat ik mijn kindje pas op de neonatologie zou zien. Ik moest heel snel beslissen of ik borstvoeding of kunstveiling wilde geven, maar uiteraard wilde ik mijn kleine vechter niet in de steek laten en zou ik borstvoeding proberen. Er kwam een verpleegster van de neonatologie vertellen hoe het er daar aan toe zou gaan. Alle informatie werd teveel. Ik sloeg niets meer op.

Vrijdag 26 april 2019

Het was een lange dag wachten. De longrijping en de baby moesten daar binnen nog zo lang mogelijk hard werken. Om 15u was het zover. Ik was erg zenuwachtig, maar zat in een roes. Ik had goede mensen om me heen die me alles duidelijk, aangenaam en geruststellend vertelden. Een ruggenprik later, mocht ook mijn partner erbij. Hij zag hoe bang ik was. Hij raasde maar door over koetjes en kalfjes, zodat ik niet te lang kon nadenken. Wat een topper! Tien minuten later hoorde ik een kik met al snel gehuil. Het doek mocht naar beneden. Het enige wat ik kon denken was: “Ze kan wél al zelf ademen”. Ook de dokters waren vol lof. Mijn geluk kon niet op en ik was zo trots! Terwijl er aan mijn buik getrokken werd, hoorde ik mijn dochter huilen. Wat deed ze dat goed en daarom mocht ze komen knuffelen bij mij. Ze werd stil, alles werd stil. Dit was veruit het mooiste moment ooit in mijn leven.

Mijn dochter ging weg. “Tot straks lieve schat!”, dacht ik. Vanaf nu stond ze er al direct alleen voor. Ondertussen kwam de kinderarts mij vertellen hoe goed Amélie het deed. Ze had geen ondersteuning nodig, weegde 1820 gram en meette 44 centimeter. Ik kon alleen maar trots zijn! Wij waren de ouders van een heel sterk baby’tje.

Op de uitslaapkamer kon het mij niet snel genoeg gaan. Ik wilde mijn dochter! Ondertussen keek ik naar de foto’s van de bevalling. Hoe gek het ook was: ik vond ze prachtig. Wel pijnlijk om mijn dochter te zien met een pamper tot onder haar oksels. Want hoe voorbereid ze ook waren met hun grote team, aan een kleine pamper van neonatologie hadden ze niet gedacht. Het was een realitycheck van hoe klein mijn baby was. Mijn benen kreeg ik aan de praat. Hierna gingen we rechtstreeks naar neonatologie. Van de ene onbekende wereld kwamen we in de andere. De eerste 24u van Amélie waren super belangrijk, maar als ze zo doorging zou ze morgen toch al een eerste flesje kunnen drinken.

Amélie werd opgepakt en in mijn armen gelegd. Direct begon ze te krijsen. Ik dacht: “De impact naar de echte wereld is te veel voor haar”. Ik kreeg haar getroost en genoot van de eerste knuffels, maar toen ze verlegd werd, begon ze weer te schreeuwen. Ze wilde duidelijk met rust gelaten worden als ze goed lag. Die avond begon ik de borstvoeding op gang te krijgen. Om de twee uur stimuleerde ik mijn borsten. Er kwam niks uit. Al voelde ik me beter en ging alles goed met Amélie, ik lag helemaal alleen in een kamer op een afdeling vol baby’s die wel bij hun mama konden zijn. Ik kon er niets aan doen, maar ik voelde alleen maar verdriet en toch ook jaloezie. Hoe moeilijk sommige mama’s het ook hadden de eerste nachten met hun baby. Ik wenste dat ik dat ook had!

Die ochtend daarop leerde ik recht staan! Het deed veel pijn de eerste keer, maar de tweede keer ging al veel beter. Ik zette een paar stapjes naar de rolstoel. In plaats van – zoals vele mama’s deden – eerst te gaan douchen, ging ik met vettig haar naar de neonatologie, naar mijn dochter. Ze had het zoals verwacht prima gedaan en was verhuisd naar de rij verwarmde bedjes. Ook had ze kleren van neonatologie aan. Er waren wel een aantal alarmen geweest, maar Amélie had zichzelf steeds hersteld. Ik wilde haar weer zo graag in mijn armen sluiten. Bij elke beweging begon Amélie weer te huilen. Wat was er toch? Om 11u stond de kinderarts aan mijn bed. Amélie deed het prima, maar had vermoedelijk bij de bevalling haar dijbeen gebroken. Nog steeds was mijn hoofd vol en besefte ik de ernst niet. Het enige wat belangrijk was dat haar hartje het goed deed en ze geen ondersteuning nodig had. Dat ze gespalkt zou worden en met haar benen in katrollen zou hangen voor minstens één week en dat ik mijn kindje zo lang niet meer zou kunnen pakken, had ik niet opgeslagen. Net alsof ik het niet gehoord had. Tegen het bezoekuur lag Amélie al met haar kontje omhoog in een reuze groot babybed met een warmtelamp boven haar. Haar papa had haar nog niet kunnen pakken, omdat hij steeds de eer aan mij liet. Ik voelde me ontzettend schuldig.

Een dag vol bezoek, kleine kleertjes, kolven en zelf naar Amélie gaan. Het vloog voorbij. Een zwaar confronterende dag! Ik was bekaf en besloot het bezoek te vragen af te spreken wanneer ze wilden komen en alleen tijdens de bezoekuren van de neonatologie. Zo konden wij meer genieten van Amélie, al was het alleen maar staan, handje vast houden, pamper verschonen en heel voorzichtig en af en toe een flesje. Deze week vloog voorbij en ik mocht naar huis. Zonder baby. Het pijnlijkste dat er was. Daarom gingen we maar even weg en telkens meteen weer terug om Amélie te bezoeken. Ik had dat nodig. Ik liep dagen lang met babytas vol vuil en schone kleren en een kolfapparaat met alle toebehoren. Een babytas, maar géén baby.

Het was tijd om Amélie te evalueren. Haar beentje was nog niet voldoende genezen en ze kreeg er een week bij. Nog een week mijn baby alleen handjes kunnen geven. Mijn verdriet was intens. Het eerste diepe dal overviel me. Ik had plotseling geen borstvoeding meer. Ik had heel de tijd braaf om de twee uur gekolfd om met moeite 20 milliliter melk te kunnen geven en nu ineens was er niets meer, geen druppel. Het voelde als falen. Mijn lijf kon haar niet het warme nest geven dat ze nodig had, en nu kon ik haar ook geen druppel moedermelk meer geven. Melk dat haar zo vooruit zou kunnen helpen. Alweer was het mijn partner die de zware taak kreeg mij op te monteren en wat deed hij dat weer verbluffend! Terwijl de dokters hem aanboden een therapeut in te schakelen, ging hij er vol voor om mij weer op de rails te krijgen. Uiteraard lukte hem dat. Hij verdient een medaille!

De tijd verstreek. We zagen andere mama’s en papa’s hun kindjes pakken, badjes geven en ga zo maar door. Terwijl wij daar zaten te kijken en handjes gaven. Het alarm ging af, tot het moment waar ze zichzelf weer herstelde. We aten snel een boterhammetje en kwamen weer terug. Weer was er een week voorbij. Tijd voor een nieuw evaluatiemoment voor Amélie. Ik was op van de zenuwen.

Eindelijk positief! Amélie mocht van de tractie, intussen met drie drukwonden van de windels op die minibeentjes, maar eindelijk konden we haar pakken. Dit keer was de eer aan papa! Ik droomde weg over haar eerste badje, het eerste flesje in onze armen, het eerste broekje dat ze zou kunnen aan doen en voor het eerst wegen. We lieten haar die dag niet meer los! Ze was goed aangekomen en woog al 2100 gram. Nog 400 gram te gaan en we mochten naar huis. Al snel mocht de verwarming van haar bedje af, mocht de saturatiemeter weg en kon de maagsonde eruit. Dag na dag kwam ze dichter bij huis. Tot op 15 mei bevestigd werd. “Als ze vrijdag boven de 2.4 kilogram is, mag ze zaterdag naar huis.” Ze haalde het en ik belde de vroedvrouw, want de opvolging thuis moest geregeld zijn. We wilden Amélie heel graag thuis. Eenmaal thuis kwam de klap pas van vier weken lang leven in een flow. Hoewel iedereen Amélie wilde komen vertroetelen, besloten wij om daar één weekje mee te wachten. We waren op en wilden even met z’n drietjes zijn. Plotseling miste ik het zwanger zijn enorm. Ik was duidelijk niet klaar om te bevallen, maar besefte het pas thuis. Op aanraden van de vroedvrouw kochten we een draagdoek. Ik heb er ontzettend mee geknoeid, maar wat genoot ik daar van en Amélie ook. En dat doen we nog steeds! Met een kern gezonde baby van één jaar oud. Toch blijft het een litteken in mijn hart en op Amélie haar beentjes. Het heeft me veranderd.

ROSWITHA

Plaats een reactie