Er groeide een baby in mijn baarmoeder, maar stiekem ook kanker (PAP3 en HPV), en niet zo’n beetje ook

| | ,

Vroeger

Laten we beginnen met mijzelf. Van een lief en verlegen meisje groeide ik op tot een rebelse, losbandige puber. Ik hield mij niet aan ‘de regels’, ik kleur(de) liever buiten de lijntjes. Ik heb een fantastische jeugd gehad, maar ik was niet makkelijk voor mijn ouders en mijn broer (sorry daarvoor pap, mam en broer). Sex-drugs-rock ‘n roll was in die tijd mijn levensmotto, daar genoot ik van.

Gelukkig met Martijn vanaf 2007

Martijn en ik leerden elkaar kennen in 2007. Hij was toen mijn leidinggevende en ik zat in een turbulente relatie. Ik ontmoette hem voor het eerst op de werkvloer en dacht: ‘Shit, daar ga ik weer’ (monogamie was niet aan mij besteed). Na weken om elkaar heen draaien hebben we in een dronken bui gezoend. En zo kwam er een einde aan mijn turbulente relatie en was daar het begin van onze mooie, nieuwe relatie. Martijn was heel duidelijk: één keer buiten de deur snuffelen en je kan buiten blijven. Na vijf maanden trok ik bij hem in, want dit voelde gewoon zo goed. In 2014 bezegelden wij onze liefde op onze prachtige huwelijksdag.

Martijn is een loyale, betrouwbare, oprechte, stoere, dominante, lieve en leuke man waar ik eindelijk rust vond. We genoten van alles in het leven; lekker eten, (veel) goede wijn, prachtige reizen, dagjes uit en motor rijden. Alles kon, bijna niks was te gek. Ik wilde geen kinderen en was daar heel duidelijk in. In mijn tienertijd heb ik twee zwangerschappen gehad en middels abortus beëindigd en hierdoor had ik het gevoel dat kinderen voor mij een gepasseerd station was. Totdat ik op een dag alles te sterk kon ruiken, misselijk was en me helemaal zwanger voelde. De testen bleven negatief (ik deed er wel tien op een dag), maar mijn menstruatie bleef uit. Na twee weken kwam onverwacht toch de menstruatie en een paar dagen later biechtten Martijn en ik aan elkaar op dat we toch best wel teleurgesteld waren dat ik niet zwanger was. Vanaf dit moment groeide toch de kinderwens.

Uitbreiding van ons gezin in 2016

Niet veel later was daar de positieve test. Dolblij waren we. Er zou een kindje ons geluk vergroten. Ik had een onbezorgde zwangerschap, voelde me fantastisch en we deden alles wat we wilden.

Ik moest nog één week werken en was er wel klaar mee. Ik keek voor het eerst echt uit naar mijn verlof. Ik zat bij een klant toen mijn vliezen braken. En ik bedoel niet druppeltje voor druppeltje, nee, het was zoveel dat het leek alsof ik in mijn broek geplast had. Lang leve de grote sjaals. Ik ging rustig en bedekt naar huis om vervolgens samen met Martijn naar het ziekenhuis te gaan. Alles leek rustig totdat ik om 1 uur ‘s nachts toch wat ongemakkelijk voelde. In verband met infectiegevaar moest ik bij aan de CTG. Na een half uur aan de CTG te hebben gelegen, moest ik maar proberen te gaan slapen. Binnen 5 minuten lag ik overdwars op bed en dacht ik: “Als dit weeën zijn, wil ik NU een ruggenprik”. Zonder medicatie of een ruggenprik, werd ik naar de verloskamer gebracht. Ik heb Martijn gebeld dat hij naar het ziekenhuis moest komen. Op de verloskamer ging alles heel snel en zat ik direct in mijn bubbel. Ik kreeg nog net de termen ‘volledige ontsluiting’ mee. De verpleging heeft met spoed Martijn gebeld. Hij moest echt haast maken. Zolang ik kon mocht ik persweeën ophouden en wegpuffen. Martijn was echt net op tijd. Hij kwam binnen, ging zitten en ik begon direct met persen. Na 1.5 uur weeën en een paar minuten persen, kwam op 5 mei 2016 Jazz Elijah ter wereld. Hij maakte ons papa en mama. Wat een gelukzalig, fantastisch en emotioneel gevoel was dat. Ondanks dat hij vijf weken te vroeg was, deed hij het erg goed.

Thuiskomst

Na één week ziekenhuis mochten we als gezin naar huis. Wat een heerlijke tijd. Ik had 16 weken verlof. Ik was immers bevallen toen ik nog geen verlof had. Na een periode van fysiotherapie en ziekenhuiscontroles bleek Jazz helemaal gezond en had hij geen achterstand. Alleen maar op en top genieten van dit nieuwe leven. Ik zei tegen Martijn: “Toen we nog geen kinderen hadden, vroeg ik mij wel eens af hoe je de liefde voor je man en kinderen kan verdelen. Dit is helemaal niet aan de orde. Er wordt gewoon een extra pot liefde geopend. De hoeveelheid liefde wordt gewoon meer en intenser.” Jazz is een fantastisch kind. Met zijn geboorte groeide ook de wens om een groot gezin te hebben. Drie kinderen of misschien wel vier? Het ligt eraan hoeveel kinderen je gegund zijn natuurlijk.

Tweede zwangerschap

September 2016 bleek ik weer, ongepland, zwanger. Helaas eindigde dit in een miskraam. Ondanks dat het kindje heel erg welkom was, vonden we het ook wel snel. Met Jazz’s eerste verjaardag in 2017 vonden we de tijd rijp dat Jazz een broertje of zusje zou krijgen. We gingen het proberen. Hiermee vonden we ook dat het tijd werd voor een groter huis. We kochten een kavel en een huis. Het zou nog een jaar duren voordat dit af was.

Ik ontdekte dat ik al sinds februari dat jaar bloedingen tussen de menstruatie door had. Ik wilde onderzoeken of mijn baarmoeder wel ‘gezond’ genoeg was voor een nieuwe zwangerschap. Je hoort wel eens dat er na een miskraam nog wat restjes achterblijven in de baarmoeder. Na een bezoek aan de huisarts, werd ik doorverwezen naar een gynaecoloog om een echo te maken. De echo daar zag er goed uit. Geen bijzonderheden. Ik zei: “Misschien vertel je me zo wel dat ik zwanger ben”. Ze antwoordde dat het nog te vroeg was om te zien, uitgaande van een regelmatige cyclus. Mijn baarmoeder zag er normaal uit. Een uitstrijkje was standaard en die werd ook uitgevoerd. De mededeling was: “Bloedingen kunnen door meerdere dingen ontstaan. Het lijkt nu onschuldig en omdat er een kinderwens is, is starten met medicijnen niet wenselijk”. Verder kwam er niets ter sprake. We zouden eventueel verder kunnen onderzoeken na een volgende bevalling. Een paar dagen na het onderzoek testte ik positief. Zwanger. We waren zo gelukkig en intens bij!

Een aantal dagen later op 3 augustus zat ik op werk en werd ik door de gynaecoloog gebeld. De uitslag van het uitstrijkje was toch afwijkend: PAP3b en HPV. “Er zijn meer afwijkende cellen te zien”, sprak de arts. Ik moest zo snel mogelijk langskomen voor een colposcopie. Ik gaf aan dat ik zwanger was. Dat kon de uitslag beïnvloeden, maar een onderzoek moest zeker gebeuren. In die tijd hadden we een druk leventje, een ondeugende dreumes, veel te regelen voor het nieuwe huis en ik had werkelijk nog geen idee wat PAP3b überhaupt betekende. Ik zag op dat moment niet hoe ernstig de situatie was. Ik plande de colposcopie twee weken later ‘omdat het zo druk op het werk was’. Eenmaal thuis heb ik toch maar eens gegoogled wat dat nou allemaal betekende. Voor het eerst las ik dat het een voorstadium van baarmoederhalskanker kan zijn. Ik kreeg het spaans benauwd en belde het ziekenhuis of ik niet eerder kon voor de colposcopie. Helaas dat kon niet meer.

De colposcopie

Inmiddels hadden we ons meer ingelezen over wat de mogelijkheden waren en hoe het onderzoek zou gaan. Ik wilde zo weinig mogelijk risico lopen voor de baby. Bij een colposcopie geldt hoe witter, hoe meer afwijkende de cellen er zijn. Ik zag direct op de camera veel wit. Een naar gevoel bekroop mij, maar ik bleef positief en maakte mij nog niet druk. Er werden drie biopten van mijn baarmoederhals genomen.

De uitslag

Hierna genoot ik vooral van het zwanger zijn. Wel bleef ik bloedingen en buikpijn houden, dus ik had elke week een echo om een miskraam uit te sluiten. Een week later volgde een belafspraak met de gynaecoloog over de uitslag. We spraken 16.00 uur af, want dan kon Martijn bij mij zijn. Een dag ervoor, op 25 augustus, reed ik op de snelweg op weg naar mijn werk voor een teamoverleg. Ik werd door een anoniem nummer gebeld. Ik kreeg het warm en koud tegelijk, kippenvel. Opnemen of niet? Dit is vast het ziekenhuis, een dag eerder dan afgesproken. Dat betekende geen goed nieuws. Ik had al opgenomen voordat ik het doorhad. Ik hoorde de gynaecoloog zeggen: “Oh, u zit nu in de auto! Kunt u even stoppen?’. Dan weet je al genoeg. “Nee, zegt het maar gewoon”, antwoordde ik. De gynaecoloog vertelde mij dat er bij twee van de drie biopten kankercellen waren aangetroffen. Ik moest snel naar het Radboud. Het aangetaste gebied leek groot en ik was ook nog eens zwanger. Ze had al een afspraak voor mij gemaakt voor de week erop. Alles zakte weg onder mijn voeten. Ik kanker?! Baarmoederhalskanker?! Onmogelijk toch?! Ik was nog jong, had een gezin én was zwanger. Ik voelde dat ik direct in regelstand ging. “Eerst het werk bellen dat ik niet kom”, dacht ik. Ik sprak mijn leidinggevende en hoorde mij zelf de woorden ‘ik-heb-kanker’ uitspreken. Ik begon te huilen. Voor het eerst sinds het vreselijke bericht. Daarna belde ik Martijn. ‘Het ziekenhuis belde net. Het is niet goed. Kom je nu naar huis? Ik heb kanker’. Weer dat nare woord. Een woord dat ik vanaf nu heel vaak ging zeggen en horen. Zou ik er ooit aan wennen? Ga ik het ooit droog houden bij dat woord?

SANNE

Plaats een reactie