Florine Duif vertelt haar eerste geboorteverhaal: “Ik was een leeuwin die haar welp op de wereld ging zetten”

| | ,

25 Jaar was ik. Stond vol in het leven. Was een streber, een perfectionist, stond met 40 weken nog op vriendinnenkerstdiner te dansen in een club (een foute kroeg eigenlijk, waar er aan de bar werd gevraagd of ik een glas zoete witte wijn wilde, mijn buik was echt enorm, enfin) en had geen zwangerschapscursus gedaan. Hypnobirthing was toen (7 jaar geleden) nog niet zo bekend als nu en ik kon alleen maar denken: Iedereen kan het, dus ik ook. Ja, het doet pijn (want: van horen zeggen), maar ach, je schijnt die pijn ook weer te vergeten. Er zijn vrouwen op de wereld die achter een boom bevallen en een dag daarna weer gewoon aan de bak moeten, want anders zijn er geen inkomsten. Je kent ze, alle clichés. Naïef? Mwah, ja, dat was ik wel als ik terugkijk. Was dat erg? Nee, want als ik beter wist dan had ik er ook wel anders over gedacht.

Mijn moeder was zelf bevallen met een keizersnede, omdat ik er niet uit wilde en 9 pond woog. Mijn intentie was om in het geboortehotel te bevallen op een natuurlijke manier zonder pijnbestrijding. Daar was ik heel stellig in. Plus, ik had nog wel een wens en dat was dat mijn vriendin die verloskundige is (maar niet mijn verloskundige was) de bevalling zou doen. Dat voelde veilig. En dat was voor mij heel belangrijk: veiligheid. Ik wilde me op m’n gemak voelen. “Hotelkamer” was geboekt en op 14 januari zou mijn dochter geboren komen. Althans, als we de due date moesten geloven. Er gebeurde precies niks. Wat er wel gebeurde was dat de hemel besloten had een bak sneeuw naar beneden te laten vallen. Ik weet niet of je je dat nog kan herinneren, maar januari 2013 was én bizar koud én er lag een dik pak sneeuw. Ik was er klaar mee. Also: Leuk die sneeuw, maar naar het ziekenhuis “racen” was niet echt een optie, zeg maar. Thuis bevallen wilde ik ook niet. Er rommelde al een paar dagen wat, maar het zette niet door. Op 15 januari besloot de verloskundige te strippen. Omdat het kon. Overigens had ik geen idee wat het inhield, waar ik snel op terugkwam. That hurt man! Buiten dat ik het intiem vond, maar niet prettig, echt niet prettig, kreeg ik direct krampen. “Oké, well, now we’re talking”, dacht ik. Het gaat gebeuren. Wist ik veel hoe een wee zou voelen, maar ik had gehoord dat het als een ongesteldheidskramp voelde, maar dan vele malen erger, en aangezien ik nooit echt last heb gehad van krampen tijdens mijn menstruatie en dit ook geen pijn deed, dacht ik dat dit misschien het prille begin zou zijn.

Rond 16:00 uur schuifelden (want glad en heel veel sneeuw) mijn partner en ik naar de supermarkt: kikkererwten, ui, knoflook, tomatensaus en heel veel groenten mengden zich tot een eenpansgerecht. Het was vooral erg gemakkelijk en ik had zeker trek. Grappig, ik weet bij iedere bevalling nog wat ik daarvoor had gegeten. Misschien omdat het er allemaal weer is uitgekomen, maar op de één of andere manier staat mij dat bij. Rond 20:00 uur keek ik naar DWDD en de verloskundige had gezegd: “Als je nou echt iets voelt, bel dan op tijd, want dan kunnen we op tijd naar het ziekenhuis aangezien je echt langzaam moet rijden buiten”. Mijn eigen verloskundige zou meegaan (ter ondersteuning) en mijn vriendin zou dan naar het ziekenhuis komen. Ondertussen had ik een andere vriendin ingelicht dat als het zou beginnen, zij weer de andere meiden kon instrueren. Ik was de eerste van onze vriendengroep die een kindje kreeg, dus het was allemaal nieuw en spannend. Yes, daar was de eerste échte kramp. Een samentrekking die vrij lang duurde. Tien minuten daarna kwam de tweede. Het was allemaal prima uit te houden, maar ik raakte toch ergens in een soort paniek, want ik kon niet meer terug. Op een of andere manier (don’t ask me why), ging ik uitgebreid op de bank zitten, borstelde ik m’n haren en maakte ik me op. Vond ik blijkbaar nodig. Ik liep naar de wc, waar mijn darmen zich leegden (daar ging de obstipatie van de afgelopen negen maanden), en eigenlijk werden de weeën toen vrij heftig. Alsof er plaats was gemaakt en de wedstrijd kon beginnen. Ik keek in de spiegel met een zelfverzekerde blik en wist dat we binnen een paar uur (geen idee hoe lang dit zou duren) niet meer met z’n tweeën zouden zijn. We zouden een nieuw mensje terug mee naar huis nemen en dat was precies zo’n levensgebeurtenis waarin je leven een nieuw hoofdstuk bereikt. Gek eigenlijk.

De verloskundige kwam langs rond een uurtje of 23:00. De weeën waren frequent en ik had 2 centimeter ontsluiting. “Ga maar”, zei ze. Mijn vriendin zou er ook aankomen. Op handen en voeten op de achterbank, zo zat ik. Schreeuwend dat Sebas moest gas geven, want dat dit echt onplezierig werd nu. Een rit waar we normaal 5 minuten over zouden moeten doen, werd nu een kwartier. Hoe ik in de verloskamer ben gekomen kan ik me niet meer herinneren. Het enige wat ik kon denken was: “WAAROM heeft niemand mij verteld dat dit zo’n pijn doet”. Een pijn die ik nog nooit had ervaren. Als ik het kan omschrijven in voorwerpen zie ik een scherpe rand, een ondoorgrondbare pijn, een gevoel wat ik nog nooit eerder had ervaren. Een gevoel van naar het universum getrokken worden, een gevoel van een beetje doodgaan, tegelijkertijd met rouw. Ik liet mijn oude leven los en er werd plaatsgemaakt voor een nieuw leven. Ik kon het niet stoppen. Ik kon niet meer liggen, niet staan. Eerst waren er twee verpleegkundigen. Geen idee wie ze waren. Terwijl ik mijn weeën aan het wegpuffen was stonden zij te kijken. ‘Sow, sie je dat. Die sit lekker in d’r eiguh’. Konden deze vrouwen alsjeblieft weggaan. Het was geen safe space, of een sacred place. Het was een battlefield voor mijn idee. TL-lichten hoog aan. Vrouwen die ik niet kenden. Communiceren kon ik niet, want ik werd letterlijk naar binnen getrokken. Naar een diepe kern, waarin perfectie, streberigheid en ego niet bestonden. Een plek waar alleen écht belangrijke zaken er nog toe deden. Ik was een leeuwin die haar welp op de wereld ging zetten. Maar jeetje man, had me verteld wat dit inhield, want ik was in shock.

Mijn verloskundige moest ondertussen een bevalling doen in de kamer naast me. Mijn vriendin was er gelukkig. Iets minder gelukkig was dat de vrouw naast me aan het gillen was. Nee, aan het krijsen. Het lukte haar niet. Ze kon het niet. Ze ging dood. ‘Oké, ik voel me echt onwijs op m’n gemak. Zin in deze bevalling.’, dacht ik. Mijn vriendin zei dat je beter niet kon gillen, maar echt focussen op de pijn, op je lichaam, op je ademhaling. Ik deed het. Ze brak m’n vliezen. Het was inmiddels 01:00 uur. En toen ging alles in een stroomversnelling. Binnen twintig minuten ging ik van 2 naar 10 centimeter. Alsof ik op een festival stond midden in de “pit” van een grote menigte en er brand uitbrak en ik nergens heen kon. Ik raakte in paniek, wilde pijnbestrijding, maar dat mocht niet, want ik was al te ver. Ik moest op m’n rug liggen voor een CT-scan, om te kijken of het goed ging met de baby. Maar ik wilde niet. Ik kón niet op m’n rug liggen. Het ging niet goed. Haar hartslag liep terug. De persweeën kwamen aan bod. Alsof ik moest poepen. ‘Moet ik poepen? Haal het weg hoor’, ik schaamde me ergens. ‘Rustig blijven’, werd me verteld, geen paniek.’ Kijk me aan Florine, je gaat nu doen wat ik zeg, want je dochter moet geboren worden.’ Wow, ik keek haar aan. Werd rustig. Kreeg een ontzettende oerdrift en het enige wat telde was mijn dochter. Er kwam een gynaecoloog bij. Opeens stond de kamer vol. ‘Florine, als ik zeg persen, ga je persen.’ Opeens voelde ik me Tokio uit Casa de Papel. Ik had een order gekregen en I was ready. ‘The ring of fire, ja hoor, daar-is ‘ie’, dacht ik nog. Dat had ik in een Amerikaans televisieprogramma over bevallingen gehoord. Ik stond letterlijk in vuur en vlam. Geen idee wat er allemaal gebeurde, hoe een lichaam werkt, maar mijn dochter was klaar om naar buiten te gaan. Ze had zich een weg weten te banen door mijn lichaam. Mijn lichaam zou leven op aarde zetten. Ik was het huis geweest, negen maanden lang en nu moest ik loslaten. Weer dat rouwproces. Na tien minuten persen kwam ze eruit. Paars. Ik hoorde niks. Geen gehuil. Het was stil…

‘Wat is er? Leeft ze? Gaat het goed? Wat is er aan de hand?’ En daar was het. Het eerste geluid. Het krijsje. ‘Ze was heel even in shock van de stortbevalling’. Mijn dochter. Ik barstte in tranen uit. We waren kersverse ouders van onze dochter. Ik besefte me nog steeds niet wat er gebeurd was, maar we waren uit de strijd gekomen. Misschien niet helemaal ongeschonden. Maar dit kleine wezentje hoorde bij ons. Wow, die bevalling. Die eerste bevalling. Ik dacht dat ik ongeveer wist wat er zou komen gaan. Maar niks van dat alles klopte met mijn verwachtingen. Dat was les één, die mijn dochter mij kwam brengen. Nee, eigenlijk les twee. Les één was dat ze me liet inzien hoe pijnlijk loslaten kon zijn, maar daarna heel verhelderend was. Les twee was: stel nooit verwachtingen. Lieve Isabel Chloé, you made me a mom en ik houd van je. Zo ontzettend veel.

FLORINE DUIF

Plaats een reactie