Geboorteverhaal: “Bij mijn eerste bevalling waren mijn persweeën niet krachtig genoeg”

| | ,

Doodsangsten had ik voor mijn tweede bevalling. Dit omdat mijn eerste bevalling veel complicaties had. Ik moest met 10 centimeter en persweeën naar het ziekenhuis, omdat de weeën niet sterk genoeg waren. Bij het persen raakte ik in paniek. Hoe vaker ik hoorde: ‘Ik zie het hoofdje’, hoe banger ik werd. Aangekomen in het ziekenhuis stonden er een heleboel mensen me op te wachten. Ik kreeg weeënopwekkers, die eerst niks deden, dus werden deze steeds hoger gezet. Toen kwam de weeënstorm. Na 1,5 uur persen was mijn dochter er. Maar daarna de placenta nog. Na de prik kwam hij niet vanzelf. M’n lichaam was op. Zij kon niet meer. Mijn dochter werd van m’n borst gehaald en aan papa gegeven. Snel werd ik naar de O.K gereden en onder narcose gebracht. Daar hebben ze de placenta verwijderd, mij meteen gehecht en een katheter ingebracht. Toen ik wakker werd, kon ik alleen maar huilen. De operatie duurde langer dan verwacht en mijn familie raakte ongerust. Gelukkig kon ik terug naar mijn kamer en zat iedereen op me te wachten. Wel was mijn herstel erg vervelend. Het duurde erg lang voordat ik op mijn benen kon staan zonder flauw te vallen. Gelukkig was mijn dochtertje helemaal gezond. Dit alles maakte mij dus erg bang voor mijn tweede bevalling.

Om 00:30 in de nacht braken mijn vliezen met 36 weken. Ik wist meteen dat dit het begin was, net zoals bij de eerste. Ik liep naar beneden naar mijn man en vertelde dat het begonnen was. Meteen raakte ik in shock. Ik begon te trillen en kreeg het niet onder controle. De harde buiken liepen snel op en de verloskundige kwam even bij me langs. Zij vertelde me dat ik heel snel zou gaan bevallen. We moesten meteen naar het ziekenhuis. Helaas niet onder begeleiding van mijn vertrouwde verloskundige, omdat de baby randprematuur zou zijn. Aangekomen in het ziekenhuis, was het erg druk. Ik moest in een klein kamertje wachten op de dokter. Aangesloten op de hartmonitor werden de weeën steeds heftiger en kwamen de muren op me af. Ik wist niet waar ik het zoeken moest. Eindelijk kwam de dokter en zei dat ik al 5 a 6 centimeter ontsluiting had. Ik mocht naar de verloskamer. Terwijl ik binnenliep, kreeg ik flashbacks. Precies dezelfde kamer… De ontsluiting ging snel en de weeën werden zo heftig, dat ik wist dat de geboorte er aan zat te komen. Ik voelde persdrang en durfde dat niet te zeggen. De angst voor het persen kwam weer terug. Maar het persen hou je niet tegen, dus ik moest er tegen aan. De arts hielp mee en maakte ruimte met zijn vingers. Ik werd boos. Wat een pijn. Na drie persweeën die 15 minuten duurden, werd mijn zoontje geboren. Het ging zo snel, dat ik schrok en het ontzettend zeer deed. Natuurlijk was ik nog niet klaar: de placenta. Vanwege mijn geschiedenis nam hij het zekere voor het onzekere en kreeg ik meteen de prik in de navelstreng. Ook wilde hij het maar voor 15 minuten aankijken in plaats van 30 minuten, om zo niet in tijdnood te komen. Ik riep al: ‘Het komt niet hè?!’. De arts zei dat het snel moest komen, anders gingen we echt naar de OK. Het zweet brak me uit. In de laatste minuten kwam het toch vanzelf. Ook kreeg ik nu de kans om het te bekijken. Want het is een mooi iets! Mijn scheurtje onderin was niet zo groot en kon uit zichzelf helen. Ik hoefde niet gehecht te worden.

Mijn zoontje was gezond. Deze bevalling was een veel mooiere ervaring dan de eerste keer. Beide bevallingen heb ik doorstaan zonder pijnbestrijding, dus trots was ik wel! En gelukkig kan ik nu wel al een stuk positiever terugkijken op de eerste bevalling. Al met al heb ik het wel allemaal geflikt. En daar mag ik trots op zijn. Want ik heb nu twee gezonde kindjes: een dochter van 2700 gram en een zoontje van 2776 gram. En dat is het mooiste wat er is.

DEMELZA

Plaats een reactie