Sanne was 28 weken zwanger: “Ik wilde niet vroegtijdig bevallen en hoopte echt op een wonder

| | ,

“Jullie kindje gaat waarschijnlijk te vroeg geboren worden. We hopen de 36 weken te halen. Maar dit weten we niet zeker.” Dit werd ons verteld toen er bij mij zwangerschapsvergiftiging en beginnende HELLP werd geconstateerd. Dit was natuurlijk niet wat ik wilde horen. Ik hoopte zo lang mogelijk mijn kindje bij me te dragen. Vanaf het moment dat wij te horen kregen dat Vienna mogelijk eerder geboren zou worden, ging ik de dagen tellen, want elke dag dat ze nog in mijn buik zat was er weer één. Ik lag op dat moment in het ziekenhuis in Goes. Daar konden ze te vroeg geboren kindjes vanaf 32 weken de zorg bieden die ze nodig hadden. Toen ik werd opgenomen was ik 28+3 weken zwanger, dus dat betekende dat ze eigenlijk nog ruim vier weken moest blijven zitten. Maar doordat ik ook HELLP ontwikkelende was het niet te zeggen of ik dit ook zou redden. Het kon lang goed gaan, maar het kon ook zo omslaan. Vienna had het goed daarbinnen en eigenlijk voelde ik mezelf op dat moment nog prima. Toen mijn ziektebeeld omsloeg, hebben ze mij overgebracht naar Rotterdam. Eenmaal in Rotterdam, werd ik op de verloskamer geplaatst. Eerst kwam de gynaecoloog met een gynaecoloog in opleiding bij mij langs. Ik kreeg een uitgebreide echo om te kijken of Vienna nog voldoende vruchtwater had en of ze goed op schema lag wat betreft haar groei. Gelukkig was dit beide het geval. Later kwam ook de kinderarts binnen. Hij heette Bas en legde ons uit wat ons te wachten stond als Vienna daadwerkelijk te vroeg geboren zou worden. Ze zou dan terecht komen op de NICU . Dit was de afdeling waar de kindjes terecht kwamen die intensieve zorg nodig hadden. Hij had alles echt goed en duidelijk uitgelegd. Ook als we vragen hadden of uitleg wilden, mochten we dit aankaarten. Hij heeft ook uitgelegd wat er zou gebeuren als er geen plek was voor Vienna op de afdeling, dan zou ze overgeplaatst worden naar een ander ziekenhuis waar er wel plek was. Dit zou het geval zijn als ze naar de high care afdeling zou moeten gaan. Op dat moment sloeg het echt in. Ik wilde niet dat Vienna eerder geboren zou worden en hoopte echt op een wonder. Verder heeft hij ook benoemd wat er ging gebeuren na de bevalling, wat we konden verwachten. Ze wilden zorgen dat ze zo lang mogelijk aan de navelstreng kon blijven, zodat ze zoveel mogelijk antistoffen mee zou krijgen. Hierna zouden ze haar meteen nakijken. Verder was het afwachten wanneer en hoe Vienna eruit zou komen. Dit kon één dag, maar ook een aantal weken duren. Ze wisten het niet.

Mijn ziektebeeld werd niet beter. Het werd zelfs alsmaar slechter. Er werd – niet geheel zonder risico – besloten om Vienna met 30+2 te gaan halen. Ze woog 1395 gram en was 37 centimeter lang. Het was een echte mini. Zulke kleine voetjes en handjes had ik nog nooit gezien. Zoveel slangen, piepjes, rode lampjes, alarmen rondom zo’n klein meisje … Het was veel! Te veel. Hierop kon je niemand voorbereiden. Ook mij niet. Ondanks dat iedereen het beste met me voorhad en elke arts het goed en duidelijk uitlegde, kwam dit binnen als een bom. Mijn meisje lag daar 10 weken te vroeg, met veel draden aan haar lijfje en overal hoorde ik piepjes. Het gaf me stress, heel veel stress.

De dagen dat Vienna op de NICU heeft gelegen, hebben wij als heftig ervaren. Continu piepjes en belletjes, ook van andere kindjes. Elke keer hoopte ik dat het mijn eigen kind niet was. Leven en dood lag dicht naast elkaar op deze afdeling. Er stonden veel verpleegkundigen op deze afdeling. Ze hielden alles nauwlettend in de gaten en zo gauw er een piepje ging, stonden ze er als eerste bij. Gelukkig was Vienna vrij stabiel en kregen we te horen dat als ze stabiel bleef, ze na het weekend naar Breda mocht. Dit voelde als een opluchting, want dat was een stapje dichterbij huis.

Vienna deed het echt goed. Ze was wel 200 gram afgevallen en zakte terug naar 1200 gram. Maar verder had ze weinig brady’s (dit betekent dat het hartslagje wegvalt of daalt). Ook bleef haar zuurstofgehalte redelijk stabiel. Deze factoren waren erg belangrijk om uiteindelijk naar de high care te mogen. Iedereen die voor Vienna zorgde, was zo lief en als we vragen hadden, mochten we altijd aankloppen. Op dat moment kreeg Vienna 13 keer kleine beetjes moedermelk. Dat ging met ups en downs, omdat ze moest wennen. Als de artsen de hoeveelheid melk omhoog wilden doen, moest het daarna weer terug naar beneden, omdat ze het niet binnen hield. Vier dagen heeft Vienna op de NICU in Rotterdam gelegen. Ze was zo stabiel dat ze hierna naar het Amphia in Breda mocht. Ik herinner deze bewuste nacht en ochtend nog goed. Vienna lag onder de lamp, dus het slapen ging mij slecht af. Ik heb elk uur gezien en bleef op de camera kijken hoe het ging met Vienna. Ze was heel erg onrustig alsof we elkaar aanvoelden. Ik kon niet wachten tot het tijd was om weer naar haar toe te gaan. Ondanks dat ik daar elk minuut van de dag binnen kon lopen, wilde ik haar haar rust geven en omdat ze onder de lamp lag, kon ik niet buidelen. Deze nacht hadden er veel tranen gevloeid. Het schuldgevoel kwam boven. Ze was zo klein en kwetsbaar. “Hoe gaat ze de rit doen? Is ze sterk genoeg? Ik wil haar niet kwijt”, dacht ik. Ik was erg gespannen voor de reis naar Breda, maar ik moest vertrouwen en sterk zijn voor Vienna. We zijn uiteindelijk om 9u, na het ontbijt, naar Vienna gegaan. We kregen te horen dat er nog geen ambulance beschikbaar was en dat we gebeld zouden worden indien we zouden gaan. Binnen een half uur werden we gebeld, dat de ambulance er over een half uur was. We hebben snel alles ingepakt op de kamer en ik ben mee gegaan met de ambulance. Jeroen ging werken, want ook dat moest door. Ik heb zoveel bewondering voor hem! Hij heeft toen ik ziek was, alleen maar naast m’n bed gezeten en is geen moment weggeweest. Hij kon alleen langs de zijlijn meekijken hoe ik vocht voor Vienna en mij. Hierna stonden we samen naast de zijlijn te kijken hoe Vienna alleen aan het vechten was. Hij pendelde tussen de zaak, thuis en het ziekenhuis.

Toen we eenmaal in de ambulance zaten, voelde ik een soort rust. Ik was aan het bijkomen van het lopen, want het was best een stukje. Het “gehuil“ van Vienna (écht huilen kon je het niet noemen) ging door merg en been. Ik zat tegen een dichte couveuse aan te kijken en kon op dat moment niets doen. Ik vond dat vreselijk. Hoewel de ambulancebroeder het goed deed en haar probeerde te troosten, moest ik m’n tranen bedwingen en zorgen dat ik vooral rustig bleef.

WORDT VERVOLGD IN EEN VOLGENDE BLOG POST…

SANNE

Plaats een reactie