Nola heeft haar eerste opwarmingsnacht gehad en ik heb er geen goed gevoel over

| | , ,

Meike vertelt in een minireeks over haar zwangerschap en bevalling van Nola*. Direct na de geboorte komt prachtige Nola* te overlijden. Lees hier haar vorige delen voordat je hieronder verder leest.

Goed, we hebben ons vandaag de benen uit ons lijf gerend, maar het is gelukt. We zijn drie keer bij Nola* geweest! We liggen uitgeput in onze kamer in het Ronald McDonald. Het is een uur of 11 ‘s avonds. De nacht die komen gaat, is op zijn zachtst gezegd, toch wel wat spannend. Ze zijn namelijk deze avond gestart met het opwarmen van Nola. Dat gaat ongeveer met 0,2 graden per uur, dus in de ochtend zal ze, als het goed is, weer op temperatuur zijn.

Farley ligt in bed op zijn telefoon en ik lig naast hem en probeer nog wat nootjes weg te werken. Ik moet mezelf dwingen om te eten want die energie heb ik nodig, ookal heb ik echt nul eetlust. Ik merk dat het kauwen ontzettend veel pijn doet aan mijn kaken en ik mijn mond bijna niet meer open krijg. Het valt me op dat de hoofdpijn, die ik al de hele dag heb, erg aan het steken is en een flinke druk geeft achter mijn ogen. Met de hoeveelheid paracetamol die ik nog slik, is dat best bijzonder. Ik masseer een beetje mijn slapen en heb het idee dat er aan de zijkanten van mijn hoofd toch wel bulten zitten. Dat is gek… Ik loop naar de spiegel in de badkamer en knip het lampje aan. Oké, zo hoor ik er niet uit te zien. Ik lijk wel een kikker met twee bulten links en rechts naast mijn ogen. Ik loop naar Farley en ook hij ziet het. Dit is niet goed. Maar ja, het is 11 uur ‘s avonds geweest. We zijn, in een stad waar we niet wonen, in een Ronald McDonald. Wat gaan we doen? We videobellen met Farley zijn zus. Zij is namelijk huisarts. Ook zij vertrouwt het niet. Het zou een uiting van stress kunnen zijn (op zich niet heel gek gezien de situatie), maar toch zijn de bulten niet bepaald normaal. Zij vindt dat we er iemand naar moeten laten kijken.

We bespreken of we naar de eerste hulp gaan in het VU of naar de afdeling verloskunde. We kiezen voor het laatste. Daar kennen ze in ieder geval onze historie en dan kijken we vanaf daar wel wat we doen. Dus daar gaan we, Jut en Juul op vrijdagavond weer richting het VU. Vroeger zagen mijn vrijdagavonden in Amsterdam er wel iéts anders uit…

Aangekomen op de afdeling word ik neergezet in een behandelkamer. Marieke, één van de verloskundigen met een excentrieke bril en hele lange wimpers, komt bij ons en hoort ons verhaal aan. We kenden haar nog niet, maar ze had ook al over ons verhaal gehoord. Ze onderzoekt mijn hoofd en vertrouwt het ook niet helemaal. Ze kan het zo niet plaatsen, maar ze wil ook uitsluiten dat het trombose is en er een bloedpropje ergens in mijn hoofd zit. Ik word dus weer opgenomen in het ziekenhuis en mijn bloed wordt geprikt, bloeddruk gemeten, alles komt weer voorbij. Het is wachten op de neuroloog, zodat hij mij kan onderzoeken en bepalen of er mogelijk tóch even een hersenfilmpje kan worden gemaakt. We praten fijn met Marieke, wat een fantastische vrouw ook weer. Ik kan het blijven zeggen, mensen in de zorg verdienen zoveel meer dan een lullig applaus…

Om 02:00 uur ‘s nachts is dan eindelijk de neuroloog erbij. Een arts, ik denk halverwege de 30, onderzoekt mij nog wat verder. Hij checkt wat reflexen en vraagt voorzichtig of ik er normaal anders uit zie. Hij pakt zo’n lampje om eens diep in mijn ogen te kijken. Zijn gezicht hangt ongeveer 2 centimeter voor die van mij, wanneer Farley nonchalant zegt: ‘U gaat haar toch niet zoenen hé?’. De neuroloog kan ook niets vinden, maar vertrouwt het zaakje niet helemaal. Hij vindt toch dat er een hersenfilmpje gemaakt moet worden: Een CTV-scan. Ik kan blijven slapen op de behandelkamer. Er zijn geen andere kamers meer vrij en Farley gaat met zijn ziel onder zijn arm naar het Ronald McDonald Huis. Ja, ook hij heeft wel eens betere dagen gehad. Nu is zijn dochter op de NICU en zijn vrouw weer opgenomen in het ziekenhuis.

Ik slaap net een half uur als ik word gewekt, er is plek voor het maken van een scan. Het is ondertussen 3 uur ‘s nachts geweest, dus ze rollen mij met bed en al door het ziekenhuis. De scan is bij de spoedeisende hulp, daar waar ook de ambulances aankomen. Het is er ijskoud, want je ligt praktisch bij de uitgang en ik lig daar in mijn pyjama. Ik moet van het bed op een stalen bank gaan liggen. Oef, daar voel ik wel dat ik een operatie heb gehad. Ik lig in het apparaat en er wordt contrastvloeistof in mijn bloed gespoten. Ik voel het chemische goedje als een warme gloed zich razendsnel verspreiden en de machine maakt het geluid van een opstijgend vliegtuig. Op dat moment denk ik alleen maar: ‘Jongens, laat mij hier maar gewoon liggen. Trek maar een laken over me heen… Het hoeft niet meer van mij’.

De scan is voorbij en ik moet weer terug mijn bed in klauteren. Terug op de kamer, om 4 uur ‘s ochtends, moet ik weer kolven voordat ik kan slapen. Wat ik kolf, moet ik weggooien, vanwege de contrastvloeistof. “Ach”, denk ik, “wat is de kans dat Nola het ooit nog echt gaat drinken…” Wat een droefenis, alleen op die kamer, middenin de nacht. Ook ik heb wel eens betere dagen gehad. Ik val tegen half 5 ‘s ochtends in een onrustige slaap en word 2 uur later alweer wakker. Ik voel de zenuwen in mijn buik. Nola heeft de opwarmnacht gehad en ik heb geen goed gevoel. Komt het door de nacht die ik zelf heb gehad of is het mijn instinct? Ik bedenk me ineens dat ik eigenlijk niet eens weet hoe het zit met een uitvaartverzekering voor een baby. Zou ik die nu al moeten afsluiten? Voor het geval dat? Ik weet wel dat mijn ouders er ooit één voor mij hebben afgesloten en dat mijn moeder herhaaldelijk heeft gezegd dat ik er iets mee moest. Ik Google naar de verzekeraar waar ik zit en zie wel dat kinderen de eerste 30 dagen zijn meeverzekerd. Goed, nu ben ik dus aan het Googlen naar baby uitvaarten, rouwverwerking en wat je allemaal met de as van je kind zou kunnen doen. Ik heb al bijna een sieraad uitgezocht waar de as van Nola in moet komen als ik bedenk dat ik misschien Farley even moet bellen. Dit gaat niet goed. Ik kan alleen maar huilen. Ik moet naar mijn meisje toe!

MEIKE

Plaats een reactie