Er groeit een baby en kanker in mijn baarmoeder

| | ,

Sanne is zwanger. Naast dat er een baby in haar baarmoeder groeit, groeit daar ook kanker. Er wordt geadviseerd om de zwangerschap af te breken. Toch neemt ze een moedig besluit en gaat ze behandeling aan, in de vorm van chemo. Lees hier blog 1, blog 2 en blog 3, voordat je verder gaat met deel 4.

Een week na de eerste chemobehandeling volgde hetzelfde riedeltje. Donderdag, 19 oktober, melden op de afdeling, bloed prikken en akkoord voor de tweede chemobehandeling. Eerst het vochtinfuus en daarna het chemo-infuus. Binnen een paar seconden voelde ik me niet goed. Ik voelde me warm en rood worden, begon te hoesten en werd onrustig. De verpleegster is bij de start van een chemotoediening altijd tien minuten op de kamer. Ik schoot rechtop. Ze keek me aan en vroeg: ‘Jij voelt je echt niet goed, he?” Nee, ze drukte op de noodbel en zo stonden er ineens vele verplegers op de kamer. Er werd noodmedicatie toegediend. Ik voelde me snel weer goed. Ik bleek allergisch te zijn voor Paclitaxel. Dit betekende dat ik nog wel Paclitaxel toegediend kreeg, alleen dan vertraagd. Ik heb deze behandeling ongemakkelijk uitgezeten. Ik vond het eng. Dat gevoel was niet fijn. “Wat als dat nog een keer gebeurt?”, dacht ik. Gelukkig wat dit de eerste en laatste keer. Vrijdagmiddag liep ik vermoeid het ziekenhuis uit, de tweede ronde zit erop, nog een behandeling en dan zit ik op de helft, die gedachte stemt positief.

Inmiddels was ons nieuwe huis bijna klaar. Het huis werd in december 2017 opgeleverd. We hadden onlangs bericht gekregen dat ons tijdelijke huurhuis verkocht was en dat de huur werd opgezegd. Wij moesten dit huis uiterlijk 30 november verlaten. We zaten niet echt in de positie om nog een keer naar een tijdelijk huis te verhuizen. Na overleg met de aannemer en openheid over onze situatie mochten we na de vooroplevering starten met klussen. De oplevering van het huis was gepland op 20 november, de vooroplevering was een week ervoor. De bovenverdieping konden we dan klaar maken, zodat er geslapen kon worden en avondeten deden we dan wel bij mijn ouders. Ik zag er als een berg tegenop om met mijn chemolijf te gaan klussen.

Na de tweede chemobehandeling voelde ik mij erg misselijk en ik voelde de energie mijn lijf verlaten. Het belangrijkste was voldoende vochtinname en veel rust, zodat de baby gezond bleef en ik nog wel wat leuks met Jazz kon doen. Een week later, 26 oktober, volgde de derde chemobehandeling. Voor de start was ik weer redelijk opgekrabbeld. De chemobehandelingen vielen mij steeds zwaarder. Elke week voelde ik me minder goed. Ik werd steeds misselijker. Ik had steeds minder energie en elke week minder haar. Na deze derde kuur ging het bij thuiskomst mis. De wc werd mijn weekendgezelschap. Ik had weinig drink-, en eetlust en spuugde alles eruit. Ik voelde me ook sterk. Ik had drie chemobehandelingen gehad. Ik was op de helft. Natuurlijk was ik ook trots op ons kleintje, al 18 weken veilig in mijn buik. Elke week heb ik uitgebreid naar hem mogen kijken en ondanks alle ongemakken en gif in mijn lijf deed hij het geweldig. Na een paar dagen voelde ik mij iets beter. Ik kreeg wèl steeds meer haaruitval en haarpijn. Ondanks dat de arts had voorspeld dat mijn haar snel uit zou vallen, had ik nog haar. Toch bestelde ik een paar pruiken voor als ik kaal zou worden. Met pruik voelde ik me totaal niet mezelf. De pruiken belandden in de kast. Die had ik voorlopig nog niet nodig.

Ik zat in de rustweek, eindelijk rust in mijn lijf en mijn hoofd. In deze week, volgde 31 oktober, weer een MRI. De dag erna kreeg ik een onderzoek onder narcose. De situatie was onveranderd. De MRI liet een stadium zien van 1bII en inwendig onderzoek toonde 1bI. De MRI was niet heel duidelijk, omdat ons ventje teveel bewoog. Toch lijkt de tumor niet gegroeid en de artsen zien geen reden om de chemotherapie nu te beëindigen, oftewel we zetten mijn experimentele traject voort. We voelden opluchting, blijdschap, dit was toch richting die goede afloop. Aan de andere kant zag ik wel steeds meer tegen de chemotherapie op. De infusen inbrengen ging steeds moeizamer en dagelijks sneuvelde het infuus. Ik heb diepliggende aderen en nu met chemo-aderen was het infuus inbrengen en behouden een hele (pijnlijke) opgave. Martijn zorgde ervoor dat enkel een anesthesist mijn infuus mocht prikken. Wat een held, mijn held! Ik onderging het maar en hield focus op ons doel.

Op 9 november volgde de vierde chemobehandeling. Ik vertelde de internist dat ik me na de laatste behandeling slecht voelde thuis. Het voelde een beetje als doodgaan. Ik zei dit een beetje lacherig (ja, dit hoort toch ‘gewoon’ bij chemotherapie), de arts vond dit uiteraard niet grappig. In de rustweek had ik wel redelijk bij kunnen komen, alleen lieten mijn bloedwaarden en nieren enorme achteruitgang zien. Het was nog net voldoende om de behandeling te laten starten. Er werd mij dringend verzocht om het te melden als ik me weer zo slecht voelde. Ik moest dan direct contact opnemen met het ziekenhuis.

Na deze vierde behandeling ging ik thuis snel achteruit. Ik voelde me ontzettend ziek en zwak. Ik kon niks eten, alleen een slokje water drinken. Ik bleef maar spugen en bovenal was alle energie weg. Ik vroeg Martijn na twee dagen thuis contact op te nemen met het ziekenhuis. Het voelde als falen, alsof mijn lichaam me in de steek liet, alsof ik niet sterk genoeg was. Ik moest en zou mijn kind ter wereld zetten. Moest ik nou echt naar het ziekenhuis, omdat ik de dagen spugend doorkwam? Ja, de dokter zei me direct naar de Spoedeisende Hulp te komen. We hebben Jazz met een logeertas naar mijn ouders gebracht met de verwachting dat ik de volgende dag weer thuis zou zijn. Op de SEH volgde bloedonderzoek. De oncoloog, nefroloog en internist hebben overleg gehad over mijn bloedwaarden en nieren. Ik moest blijven en werd direct aangesloten aan een vochtinfuus. Mijn situatie was zorgelijk slecht. Gelukkig ging het met ons ventje goed. Hij lijkt het beetje voeding wat binnen bleef helemaal op te slokken. Er bleef voor mij niks meer over. Op 12 november werd ik vanuit de SEH overgeplaatst naar Medische Oncologie om vervolgens daar te blijven, ernstig ziek te blijven, iets wat ik toen echt nog niet dacht. Gek dat dit toen voor mij als ‘ernstig ziek zijn’ voelde, terwijl je vecht tegen kanker.

De periode die volgde staat voor mij gelijk aan overleven. Ik voelde mij steeds minder mens, de chemo maakte me fysiek en mentaal kapot. Ik ging wel door, maar hoe ik deze periode door ben gekomen is op pure doelgerichte overlevingskracht. Ik heb de laatste twee chemobehandelingen in lagere dosering gehad. Mijn lichaam was op en elke keer werd de behandeling uitgesteld, omdat mijn bloedwaarden en nieren zo slecht waren. Als ik een keer piekte, dan kreeg ik de chemobehandeling. Soms waren de dagen zo slecht dat ik Jazz niet kon zien. Dan wilde ik niemand zien. Ik kon niet eens praten, dat kostte al te veel energie. Toch zag ik Jazz, Martijn en mijn ouders regelmatig op de ‘betere’ dagen. Af en toe kwam er familie, vrienden of collega’s, op mijn schaarse goede dagen.

Elke dag moest ik bloed prikken. Ook kreeg ik iedere dag een infuus met Kalium, Magnesium (dat is vervelend, want het brandt in je aderen) of vocht. Er werd mij geadviseerd om een PICC-lijn te laten plaatsen. Dat scheelde elke dag bloed en infusen prikken. Ik voelde daar niks voor en vele dagen heb ik dit geweigerd. Gelukkig heb ik na veel tranen deze lijn laten plaatsen en dit had ik ècht eerder moeten doen. Wat een verademing! Inmiddels was ik ondervoed. In korte tijd was ik 20 kilo afgevallen. Van de diëtiste moest ik bijvoeding nemen en mocht ik niet meer afvallen. Soms lukte dat, maar vaak niet. Regelmatig was het kantje boord of er zou een sonde geplaatst zijn. Ik wilde dat niet, want dat voelde voor mij alsof ik mijn laatste mensheid verloor. Ik ging nóg meer mijn best doen om een onsje aan te komen. Eten was een vervelende opgave geworden. Het was een strijd. Ik was aan het overleven. Mentaal en fysiek was ik op en vroeg me regelmatig af of ik dit ging redden. Mijn hard groeiende buik (waar ik trots mee pronkte ondanks mijn kale hoofd) en de wetenschap dat dit ventje gezond was en goed groeide, was reden om door te zetten. Ik moest en zou hem op de wereld zetten.

Ondanks mijn gevecht in het ziekenhuis, ging het gewone leven door. Het huis werd opgeleverd. Familieleden, vrienden, ouders van vrienden, iedereen heeft Martijn zo goed geholpen met inpakken, klussen, verhuizen en poetsen. Het is bijzonder hoe velen elk vrij uurtje pakten om Martijn te helpen. 1 December betrok Martijn ons nieuwe huis. Jazz was sinds mijn opname al bij mijn ouders. Martijns ritme doordeweeks was: werken, eten bij mijn ouders, Jazz douchen en in bed leggen en daarna naar het huis om te klussen. Bijna elke dag kwam hij ook nog naar mij. Ik leverde een strijd, maar hij zeker ook. Hij hield alle ballen hoog en was ook nog eens de beste man en papa van de wereld, onwijs veel respect voor mijn man!

Op goede dagen mocht ik met verlof. Ik ging dan naar mijn ouders, spelen met Jazz en daarna kroop ik in bed met een elektrisch dekentje. Sinterklaas heb ik thuis kunnen vieren. Ik had mijn pruik op, zodat de kinderen niet zouden schrikken. Mijn schoonzus zei dat deze wel af kon. Mijn jongste neefje pakte een pietenpet zodat ik geen koud hoofd kreeg, zo lief!

Voor Kerst had ik mijn chemotherapie afgerond en kon ik bijkomen en aansterken. Eén ding was zeker, onze baby zou geboren worden. 21 December volgde een onderzoek onder narcose, waarvan het resultaat in het MDO besproken zou worden. Martijn was nerveus dat hij moeilijke keuzes over de baby moest maken op het moment dat ik geopereerd zou worden. Er volgde een gesprek met de NICU-hoofdarts. Hij verzekerde ons dat prematuren de eerste uren vaak goed doorkomen en dat de moeilijke keuzes pas na een paar dagen volgen. Dat was een geruststellend idee. Hierna volgde een rondleiding op de NICU.

Op Oudejaarsavond hebben we geproost op beterschap en een leven samen met Jazz en de baby. Een hoopvol verlangen op gezondheid en geluk.

Op 2 januari kregen we bericht van de arts: “We gaan je opereren. De tumor is niet gegroeid, maar verandert van vorm en we weten niet wat dit betekent. Nu wordt het risico voor jou te groot”. De operatie staat op 8 januari. Ons ventje gaat geboren worden met 29+3 weken via een keizersnede (met ruggenprik). Daarna wordt ik onder narcose gebracht en in een 6-uur-durende-operatie (Wertheim) wordt mijn baarmoeder, steunweefsel, lymfeklieren en ophangbanden verwijderd. Wow, het gaat nu echt gebeuren: we worden weer papa en mama. Jazz krijgt een broertje en hopelijk kan de hele tumor verwijderd worden en kunnen we dit achter ons gaan laten. Ik hoop het zo…

SANNE

Plaats een reactie