Onze tweeling bewijst dat wonderen bestaan

| | ,

Zwanger worden was al iets wat niet vanzelfsprekend was. Na een aantal hormoonbehandelingen kregen wij fantastisch nieuws: ik was zwanger! 6 Augustus 2019 kregen we het nieuws dat we niet één, maar twee kindjes mochten verwelkomen! We waren dolblij, maar moesten wel even wennen. Direct na de eerste echo hadden we een gesprek met de gynaecoloog. Zij vertelde ons de risico’s van een tweelingzwangerschap. We gingen er vanuit dat het een twee-eiige tweeling zou zijn, maar je weet het nooit, dus ook de risico’s voor een eeneiige tweeling werden verteld.

Alle echo’s zagen er goed uit en in november kregen wij de 20-weken echo. In de navelstreng van Levi was te zien dat er één bloedvat miste. “Dit komt vaker voor”, vertelde de echoscopiste, “maar de regel is dan wel dat je nog een uitgebreider onderzoek krijgt in het ziekenhuis”. Zo gezegd zo gedaan. Vier dagen later hadden wij een nieuwe 20-weken echo. De gynaecoloog vertelde toen dat er inderdaad een bloedvat miste, maar dat de groei goed verliep, dus dat we ons er niet zoveel zorgen over hoefden te maken. Weer een last van onze schouders! De arts wilde nog even de lengte van de baarmoederhals meten. De echo werd gemaakt en al gauw bleek dat hij verkort was: 1 centimeter. Ik werd ingeschreven voor een studie, waarbij ze bepaalde medicijnen geven om de baarmoederhals te versterken. Twee weken later zou hij het nog een keer kijken en tot die tijd moest ik bedrust nemen.

Twee weken later moest ik terug komen. Aaron, mijn man, vroeg nog of hij mee moest. “Nee hoor, nergens voor nodig. Het is even meten en dan is het klaar”. We zouden toch niet naar de kindjes gaan kijken. Ik werd binnen geroepen en ik wist totaal niet wat mij te wachten stond. De arts leek iets te zoeken, maar zei al snel: “Wat ik zoek is er niet. De baarmoederhals is compleet verstreken en je hebt al 2 centimeter ontsluiting”. Mijn vliezen puilden uit en de kans dat die zouden breken, was heel erg groot. Op dat moment besefte ik niet waar ik in beland was. Aaron kwam vrijwel meteen naar het ziekenhuis. De arts wilde dat ik één nachtje met bedrust ter observatie bleef. Ik was op dat moment 22 weken zwanger.

Heftig

De volgende dag was één van de meest heftigste dagen in mijn leven. Eerst wilde de arts een echo maken. Zij hoopte dat de ontsluiting minder was geworden. De echo moest binnen het team besproken worden. Na haar bespreking stroomde de kamer vol met verschillende artsen. Haar woorden staan nog diep gegrift in mijn geheugen: “We zien het heel somber in. De situatie is niet veranderd en wij verwachten dat de baby’s binnen drie dagen geboren worden. We kunnen niks betekenen voor ze. Mevrouw, u zult zonder uw kindjes het ziekenhuis uit gaan. Onder de 24 weken doen wij niks. De kindjes zijn niet levensvatbaar.” Die woorden kwamen keihard aan. Ik voelde de grond onder mijn voeten vandaan zakken. De artsen zouden later terug komen om het over verschillende opties te hebben. “Hoe kon dit mis gaan? Alles ging zo goed. De kindjes deden het goed. Ik voelde me na weken misselijkheid en bekkeninstabiliteit zo goed, en nu dit”, peinsde ik. Mijn gevoel zei me dat wonderen bestaan. Ons overkwam dit niet. De arts kwam terug en vertelde mij dat er verschillende mogelijkheden waren. Ik kon kiezen om me direct in te laten leiden, naar huis gaan en later inleiden, of naar huis gaan en afwachten wat er gebeurde. Hoe kon ik ervoor kiezen om me in te laten leiden? Een einde maken aan een zwangerschap van tot nu toe twee gezonde baby’s. Dat was een absolute no-go. Maar naar huis gaan, dat was eigenlijk ook niet wat ik zag zitten. Wat als het misgaat? Dan ben ik zolang onderweg dat het de vraag was of we dat wel zouden halen. De arts drong nogal behoorlijk aan op het meteen inleiden. De baby’s konden namelijk wel eens heel gehandicapt ter wereld komen, wat ik trouwens een gekke reactie vond. Wie zegt dat dat zou gebeuren en hoe kon zij dat zo invullen? Na lang onderhandelen kon ik tot 24 weken blijven zonder medische behandeling. Daarna konden ze namelijk starten met longrijping en weeënremmers.

Ik heb me zo ontzettend onzeker gevoeld. Elk pijntje, elk vreemd gevoel maakte mij onzeker. We kregen ondersteuning van een maatschappelijk werker. Zij had veel ervaring met dit soort situaties en gaf ons steun in wat voor dingen we moesten regelen. Zij heeft ons toen aangeraden om alvast alles te regelen voor het geval het moment kwam dat het heel slech gimg. We hebben contact gehad over een eventuele uitvaart. Alles was geregeld, kistjes, kleertjes, crematie, echt alles.

Dagen volgden. Elke dag, zelfs elk uur was er één. We hebben een rondleiding gekregen op de NICU, wat enerzijds heel heftig was, maar de rust die daar hing, was zo fijn.

Toen hadden we de 24 weken bereikt. Mijn gevoel klopte al die tijd al, wonderen bestaan en ook artsen kunnen er wel eens naast zitten. Dat 24 weken nog vroeg was, beseften we maar al te goed, maar de artsen konden iets doen en dat idee was zo fijn! Na twee weken hadden we een gesprek met de artsen. Zij stelden voor om thuis platte bedrust te nemen met een strikte lijst van klachten waarbij ik moest bellen. Ik vond dit heel spannend, maar het was goed. Ik was aan mijn eigen omgeving toe. Dat weekend kreeg ik eerst nog een ronde longrijping en na twee dagen ging ik naar huis.

Uiteindelijk ben ik een week later, met een termijn van 27 weken en 5 dagen bevallen van Levi en Luna. Het was heftig, maar de tijd voor hun geboorte voelde voor mij nog zwaarder.

Met mijn verhaal wil ik andere aanstaande vertellen dat je soms op je gevoel af moet gaan. Wanneer voor jou iets goed voelt, doe het dan op jouw manier! Wonderen bestaan.

NATASJA

Plaats een reactie