Meike is in diepe rouw: “Eten smaakt me niet meer, het doe er namelijk niet meer toe”

| | ,

Na vijf weken na het overlijden van Nola. Wat ervaar ik nou, wat merk ik aan mijn omgeving qua onhandigheid. De ongemakkelijkheid bij anderen, omdat we zo slecht weten wat we moeten zeggen bij iemand die zoiets meemaakt. Ongenuanceerd verteld.

Goed, zoals al eerder verteld, ik hou van Googelen en me inlezen op onderwerpen waar ik mee in aanraking kom. Zo dus ook over rouwverwerking (al zullen we het vanaf hier hebben over rouwarbeid), maar daarover straks meer. Ik noem mezelf ook zeker geen expert, helaas alleen “ervaringsdeskundige”. Ik ben een boek aan het lezen over rouw, maar mijn concentratieboog is op het moment van schrijven écht als die van een goudvis, dus uitlezen is nog niet gelukt. Als “ervaringsdeskundige” wil ik je toch even meenemen in de wondere wereld van rouw, de dood en dan vooral rondom babysterfte.

‘Als een volwassene sterft, dan kun je terugkijken op een leven. Als een kind sterft, dan zie je alleen een toekomst die er nooit zal zijn’. Ik heb me de afgelopen tijd echt verbaasd over de onhandigheid van mensen. Heel eerlijk, ik had het zelf niet veel beter gedaan hoor. We zijn als maatschappij en als mens steeds minder gewend om in aanraking te komen met de dood. De medische wereld is zo goed ontwikkeld, dat we steeds langer leven en als mensen ziek zijn, ze behandeld kunnen worden. Je opa of oma sterft misschien een keer als je rond de 20 of 30 bent. In een al wat meer uitzonderlijk geval sterft misschien je vader, moeder of sibling op jongere leeftijd of “the horror” je baby. Dat het laatste als zoiets tegennatuurlijks wordt gezien en dat mensen zich daar totaal geen raad mee weten, dat is wel duidelijk. Maar ik denk dat ook andere mensen, die hun broer of zus of misschien één van de ouders op jongere leeftijd zijn verloren, vast wel zijn geconfronteerd met de onhandigheid van andere mensen. We zijn het gewoon verleerd. Verleerd dat de dood eigenlijk een heel normaal aspect is van het leven en op elk moment kan gebeuren. De schok is dus extra groot bij de dood van een baby of een kind. Dood door een gruwelijk ongeluk of misschien moord. Zo zijn er vast nog wel andere situaties te bedenken waarbij mensen niet weten wat ze moeten doen en het liefste met een grote boog om je heen lopen of ter plekke door de grond willen zakken. Als dat niet kan, zeggen ze dan ook vaak de meest onhandige dingen. En nogmaals, ik heb het er zelf niet heel veel beter vanaf gebracht in het verleden. Iemand dood? Een kaartje met ‘sterkte’ of ‘succes met het een plekje geven’ en ik kon weer lekker door met mijn egoïstische millennial leven leiden. Ik voelde me namelijk hartstikke attent dat ik iets had gestuurd en na een tijdje is iemand er ook wel overheen toch? Dus ik begrijp het. Echt waar. Maar het kán beter.

Bij verwerken ga je ervan uit, dat het verlies ooit over is. Mensen die een dierbare hebben verloren of ander verlies hebben geleden, weten dat dit niet zo is. Verlies blijft altijd een onderdeel van je leven. Om verlies te overleven moet een rouwende rouwarbeid verrichten. Rouw is een heftige, maar normale reactie op een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven. Dit is serieus hard werken voor lichaam en geest (Manu Keirse, ‘Helpen bij verlies en verdriet’ – dat boek dat ik dus nog niet uit heb-). Er zijn volgens Manu Keirse vier taken voor deze rouwarbeid (deze taken vinden niet persé in chronologische volgorde plaats):

1. Het onder ogen zien van de werkelijkheid van het verlies. Het is moeilijk te geloven dat de persoon er niet meer is. Rationeel weet ik namelijk wel dat Nola dood is maar mijn hart en lijf kunnen dat nog niet accepteren. Deze erkenning komt ook pas op een later moment, schijnbaar soms pas jaren later (echt iets om naar uit te kijken dus…).

2. Het ervaren van de pijn van het verlies. Je kan niet om de pijn heen. De pijn komt naar buiten in golven van verdriet en met pijnscheuten, extreme vermoeidheid, vergeetachtigheid, in agressie, boosheid en met schuldgevoelens. Daarbovenop ook nog eens de pijn en het verdriet van anderen om ons heen. Ik ga moe naar bed en word vermoeid en met hoofdpijn wakker. Deze deken van vermoeidheid houdt echt de hele dag aan. Ik herken dat zelf absoluut niet ,want ik ben altijd voor de wekker wakker en heb dan, om 8 uur ´s ochtends, al een taart in de oven staan, de badkamer schoongemaakt en sta op het punt om te gaan sporten (in het weekend dan). Nu word ik nog steeds gruwelijk vroeg wakker, maar dat komt meer door de onrust in mijn hoofd. Vervolgens zit ik op de bank voor me uit te staren en krijg ik letterlijk niets uit handen. Goed, het schrijven van deze blog, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik krijg het bijvoorbeeld al benauwd als ik in de supermarkt sta en niet kan bedenken wat ik eigenlijk nodig heb. De afgelopen tijd eten we, als de familie geen maaltijd heeft langs gebracht, standaard broccoli, aardappels en een stukje vlees. Iets anders bedenken lúkt gewoon niet. Voor degene die mij niet kennen, ik hou heel erg van koken en een standaard AVG-tje zet ik normaal gesproken nooit op tafel. Dan is er nog het verdriet van mensen om ons heen. De opa en de oma’s die hun kleindochter zijn verloren. Onze zussen en neefjes en nichtjes. Ik vond het ook heel raar om te zien dat de vensterbank van mijn zus vol stond met ‘sterkte’ kaartjes. Dat de dood van mijn dochter zoiets “groots” is, dat zelfs mijn zus kaartjes daarvoor ontvangt. Het is zoiets surrealistisch, het zien van het enorme verdriet bij anderen. Het enorme verdriet om onze dochter.
Aanpassen aan de wereld zonder deze persoon. Dit is voor iedereen anders. Met het verlies van je kind, verlies je een deel van je identiteit. Je moet jezelf dus ook weer opnieuw leren kennen. Iedere rouwende doet zich op zijn of haar eigen manier. Dit punt vind ik ook het moeilijkste van allemaal. Ik heb te dealen met de dood van Nola en ik moet me ook nog eens aanpassen aan de wereld, want de wereld gaat genadeloos hard door. Oneerlijk dat ik dat wel moet en jij niet (tenzij je ook zoiets heb meegemaakt en ik hoop voor je dat dat niet het geval is).
Opnieuw leren genieten van dingen en herinneringen levendig bewaren. Verlies verwerk je niet, verlies moet je overleven en dat is hard werken. Dit heeft niks te maken met vergeten en loslaten. Maar leren vasthouden in de werkelijkheid. De mensen die mij kennen weten hoe erg ik van koken en eten hou. Ik had zó uitgekeken naar steak tartare, sashimi, oesters… Niks smaakt me meer. Kun je het je voorstellen? Het doet er namelijk niet meer toe.

Wil je nou meer weten over een, toch wel redelijk essentieel, onderdeel van het leven? Lees dan eens ‘Helpen bij verlies en verdriet’ (van Manu Keirse). Ook het tijdschrift ‘NEL’ kan ik je aanraden en anders kom je met Google ook een heel eind. Het helpt je naaste in rouw, maar het helpt ook voor jezelf om je niet zo enorm onhandig en ongemakkelijk te voelen. Twee vliegen in één klap, toch?

MEIKE

Plaats een reactie