Morris is rijdend onderweg geboren in een ambulance…

| | ,

Woensdag 11 oktober was ik vier dagen over mijn uitgerekende datum heen en had ik een afspraak staan bij mijn verloskundige. Mijn had al gezegd: “We gaan vragen of ze je kan strippen”. Ik was er door mijn fibromyalgie behoorlijk klaar mee en ik vond dat het wel tijd werd voor de kleine om te komen. Gelukkig was de verloskundige het met mij eens en deed ze een poging. Het lukte niet. Zucht, steun, kreun. Omdat mijn verloskundige zag dat ik er totaal geen kracht meer voor had, stelde ze voor het Martini in Groningen een bericht te sturen voor een oproep voor een inleiding. Ik vond het helemaal prima. Wij gingen naar het ziekenhuis en daarna weer snel terug naar huis. Afwachten.

Om 19.00 uur waren er bij mij al lichte krampjes ontstaan. Vanaf het begin zat er echter wel een constante tijd tussen. Om 20.00 uur zei mijn moeder: “Ik kom er aan!”. De verloskundige vond het allemaal nog rustig, dus zij zei: “Ga maar lekker op bed liggen”. Ondertussen had ik een man naast me op de bank die ging Googlen. Het resultaat van Google: “Vanaf nu kan de bevalling nog 24 tot 48 uur duren!”. Ik heb van 01.00 uur tot 03.30 uur kunnen slapen tot ik wakker werd van de krampen en naar de wc moest. Hup, terug in bed. Nou, ik trok het niet om te liggen! Om vier uur liep ik heen en weer in de woonkamer. Mijn moeder was er inmiddels ook. Omdat Ronald even niks voor mij kon doen, is hij maar tijd gaan verdrijven door even de PS4 aan te zetten en is hij om 5 uur ‘s ochtends FIFA gaan spelen (hoe verzin je het). Mannen. Prioriteiten stellen is soms moeilijk.

Om 08.00 werd de verloskundige gebeld. Zij kwam er gelijk aan en is ook niet meer weggegaan. Mam en Ronald hielpen mij het bevallingsbad in. Daar heb ik de hele ochtend in gelegen. De centimeters liepen gelijk aan het aantal uur, dus dat ging netjes. Ik had weeënstormen met enorme menstruatiekrampen. Rond een uurtje of 11 kreeg ik persdrang, maar ik moest dat onderdrukken, want ik had pas 7 centimeter ontsluiting. Ik was helemaal in mijn eigen bubbel. De verloskundige ging weer checken, maar ik was terug geschoten naar 6.5 centimeter onstluiting. Hoe dan?! Ik heb nooit geweten dat de centimeters ook weer terug konden gaan. Ik was hier absoluut niet blij mee, want ik had in mijn hoofd: “Vandaag komt die kleine!”. Mijn verloskundige ging me helpen door mijn vliezen door te prikken en vanaf toen werd het pas echt heftig. De weeënstorm kreeg een flinke boost, maar de centimeters schoten niet op. Er werd mij vriendelijk verzocht naar de wc te gaan om mijn blaas te legen, zodat die kleine meer ruimte kreeg. De hele ochtend had ik geen last van de zwaartekracht gehad in verband met het water in het bad, dus toen ik uit het bad moest, was het dikke hel. Eenmaal op de wc was ik mijn bubbel kwijt en raakte ik in een paniek. De pijn was niet te doen. “Zet er maar een mes in! Ik kan niet meer!”. Toen deed mijn verloskundige iets wat ze niet vaak deed. Ik laat de details even achterwege. Binnen drie weeën zat ik op de 9.5 centimeter, maar was ik volledig op. Het mannetje bleef nog steken achter het befaamde botje en toen kwam mijn verloskundige met het briljante idee: een baarkruk…

Omdat het hartje van die kleine wat langzamer begon te kloppen, belde de verloskundige een ambulance. Ondertussen was die baarkruk drie keer niets! Breng mij maar weer op bed. De ambulance was gearriveerd (binnen 5 minuten) en er liepen drie personeelsleden mijn woonkamer binnen. Ik zat middenin in de persweeën. Mijn kleintje had nog steeds een vertraagde hartslag. Ik had geen kracht meer voor dat laatste zetje. Mijn verloskundige wilde alles klaarleggen voor een knip. Maar de ambulancebroeders namen de boel over en ik moest mee naar het ziekenhuis. Ik moest zelf lopen van bed naar brancard die bij de voordeur klaar stond. Maar ik had dus weer een perswee en ik liep rond in alleen een sport beha. Zie je het voor je!? Heerlijk charmant… Met mijn blote doos in de vrije natuur, waar al mijn buren mij konden zien! Maar goed, ik was te druk met bevallen (gelukkig). Mijn verloskundige wilde mee met de ambulancerit, maar dat vonden de broeders niet zo’n goed idee. Er was alleen plek voor papa. Ik lag ondertussen achterin en. Mijn verloskundige ging kibbelen met de broeders, omdat zij wilde dat ze direct naar het ziekenhuis gingen. De broeders wilden echter eerst een infuus zetten.

Onderweg naar het ziekenhuis hoorde ik de mensen om me heen overleggen over een spoedoperatie en hoeveel tijd ze daarvoor nodig hadden. Maar ondertussen stond dus het kopje van die kleine. Niet één keer, nee in totaal heeft hij dat drie keer gedaan. Ik riep ook: “Het kopje staat!”. Waarop de broeder zei: “Nee hoor mevrouw, ik zie niks”. Waarop mijn man weer zei: “Nou wel, ik zie het ook!”. Na de derde keer was ik er klaar mee en heb ik mijn laatste beetje gegeven en met een dikke pers was hij er eindelijk. Geen gehuil, maar een blauw mannetje. Er lag natuurlijk geen handdoek of deken in de ambulance klaar. Terwijl de broeder druk op zoek was, lag mijn kleintje los op het bed en moesten we rotondes over en bochten door. Ik riep: “Houdt iemand mijn kind vast?”. Ik vroeg het in paniek aan Ronald, want ik hoorde niks terug. Alles was gelukkig goed met onze baby, hij moest alleen even bijkomen en vlak voor het ziekenhuis kreeg ik een heel ontspannen mannetje op mijn borst gelegd. Normaal duurt de rit van Roden naar Groningen zo’n 20 minuutjes. Maar wij hebben het in 7 minuten gedaan en ergens halverwege is de kleine geboren in een ambulance met personeel die geen ervaring hebben met bevallingen! Ik was in hun 20-jarige dienst de allereerste!

KIMBERLEY

Plaats een reactie