“Ik zie geen embryo en wat ik wel zie, baart me zorgen”

| | ,

Mei 2007, we waren net klaar met klussen in ons nieuwe huis. Heerlijk ons eigen plek! Na een maand kwam ik erachter dat ik zwanger was. Ik was nog nooit zwanger geweest, maar ik wist het gewoon. Mijn buik groeide met de week. Ik grapte nog: “Misschien is het wel een tweeling?!” Vin vroeg mij ten huwelijk, want dezelfde achternaam was wel leuk en handig zei hij. We maakten foto’s voor de trouwkaart, zochten ringen en trouwkleding uit. Ik ging voor een jurk waar wat extra ruimte in kon, want tegen die tijd zou ik 20 weken zijn. 

Vreselijk nieuws

Ik kreeg pas een echo met 12 weken. Ik herinner me die dag nog zó goed. Ik was op van de zenuwen. In de wachtkamer zag ik overal geboortekaartjes hangen. Ik keek naar de namen. We waren aan de beurt. “Ga gelijk maar liggen”, zei de verloskundige, “dan kan je de spanning loslaten”. Met klamme handen ging ik liggen. Achteraf wist ik dat het niet goed zat. Mijn onderbuikgevoel sprak toen al. De verloskundige bleef draaien met het echoapparaat. Ik zag haar lach verdwijnen. Haar blik werd serieus. “Het is niet goed Wendy. Ik zie geen embryo en wat ik wel zie, baart me zorgen. Ik moet bellen met het ziekenhuis”. Ik hoorde niets meer van wat ze zei. Ik huilde zo hard. Ik was intens verdrietig. Vin was duidelijk geschokt en sloeg zijn armen stevig om mij heen. We konden direct terecht in het ziekenhuis, dus we reden meteen door.

Molazwangerschap

Eenmaal daar gebeurde precies hetzelfde: de gynaecoloog bleef maar rondjes draaien en uiteindelijk wilde ook hij inwendig kijken. Hij zei niet veel. Ik mocht me weer aankleden. We zaten aan zijn bureau en hij vertelde dat ik een molazwangerschap had. “Een wat?”, dacht ik. Ik had er nog nooit van gehoord. Hij vertelde dat wanneer een eicel en een zaadcel gaan samen smelten er een celdeling plaatsvindt. Dan wordt de embryo gevormd. In dit geval ging de celdeling maar door en ontstond er een klomp cellen. “Dit moet weggehaald worden”, zei hij. Ik kreeg een afspraak voor een curettage. Ik weet van de tussenliggende dagen niet veel meer. Ik was zo verdrietig. Ik was niet zwanger. We kregen geen kindje. Er werd gevraagd of wij de bruiloft nog door lieten gaan. Ja, natuurlijk! We hielden van elkaar toch? Na de curettage ging ik meteen door de stad in, foto’s ophalen voor de trouwkaart. Ik ging door op de automatische piloot en wilde me focussen op de bruiloft.

Na twee weken moest ik terug komen om mijn zwangerschapshormoon (HCG) te laten prikken. Ik werd na het prikken gebeld door mijn gynaecoloog. Hij vroeg of ik langs wilde komen. Dezelfde middag zat ik er weer. Mijn HCG-hormoon was gestegen. Dat betekende dat er weer een aantal cellen actief waren geworden en weer deelden. Het was te klein om weg te halen, maar moest wel behandeld worden met een lichte chemo. Om de dag zou ik een spuit in mijn bil krijgen. De dag erop moest ik me al melden. Op de kraamafdeling notabene! Vreselijk, ik zat daar tussen al die mooie bolle buiken en kersverse ouders en baby’s. De spuit stelde niet heel veel voor, maar iedere keer op die afdeling zijn, deed me meer pijn. Elke twee weken moest ik weer mijn HCG prikken. Ondertussen trouwden we op 14 september. Het was een mooi feest. Wel was het om 19:00 afgelopen, omdat ik vrij snel moe was. We gingen in plaats van twee weken naar Tunesië, vijf dagen naar Normandië, omdat ik weer op tijd terug moest zijn voor de volgende spuit. 14 Weken na de eerste spuit, kreeg ik een telefoontje. Mijn HCG was wéér gestegen. De gynaecoloog verwees me door naar het Radboud ziekenhuis, omdat ze daar gespecialiseerd zijn in molazwangerschappen

Toch kanker…

Het gezwel groeide opnieuw terug. Daar hadden ze zwaardere chemos. “Gezwel?”, dacht ik. “Ik ben toch zwanger?” Die week erop reden we van Harderwijk naar Nijmegen, niet wetende dat we die weg nog heel vaak zouden rijden. Eenmaal daar moest ik me melden op de oncologie afdeling. Heel bizar vond ik dat. Ik zat tussen de zieke, soms kale mensen, terwijl ik gewoon zwanger was geweest.

Ik was aan de beurt en deed weer mijn verhaal. Ik kon niet stoppen met huilen. Iedereen leek even vergeten dat ik zwanger was geweest. Ik was zo verdrietig om het feit dat er geen kindje in mijn buik groeide. De controles werden gedaan en ik kreeg uitleg wat ze wilden gaan doen. Ik werd die week erop verwacht op maandag. Vervolgens kreeg ik vijf dagen achtereen 1,5 uur een infuus met chemo op de dagafdeling. Ik kreeg folders over pruiken, want misschien zou ik mijn haar verliezen. “Ik heb toch geen kanker?”, vroeg ik. “Nou eigenlijk kan je dat nu niet meer ontkennen”, zei de arts, “15% van de vrouwen die een molazwangerschap hebben gehad, krijgen te maken met een persisterende trofoblast, oftewel trofoblastkanker”. Ze was heel serieus. Ik kon het gewoon niet geloven. Die week verfde ik mijn haar van blond naar bruin. Ik heb altijd al willen weten hoe het me stond en als het toch uitvalt….

Een lange weg van chemo

Maandag ging Vin mee. Ik kreeg een bed aangewezen en daar werd ik geholpen door lieve verpleging. De oncoloog kwam ook langs, terwijl de eerste chemo erin ging. Iedere dag reden we op en neer. De week erop mocht ik rusten en opnieuw HCG prikken. Mijn haar werd dunner, maar viel niet uit.

Bijna elke dag reed Vin mij naar het ziekenhuis behalve deze dag. Mijn zusje was mee. Ik zag hoe bij mij overbuurman het gordijn dicht getrokken werd door zijn oncoloog. “Dat is vaak geen goed bericht”, zei ik tegen mijn zusje. Op dat moment kwam mijn oncoloog eraan lopen en trok ze mijn gordijn dicht. Ik schrok me kapot. “Het gaat niet goed Wendy. We gaan je opnemen en we willen meteen een scan maken om te kijken of je geen uitzaaingen hebt”. Ik kon het niet geloven. Het leek alsof het niet over mij ging. Ik weet van die dag bijna niets meer. Ik weet zelfs niet hoe ik thuis kwam en wat ik Vin vertelde. Ik wilde volgens mij niet praten. Die maandag werd ik opgenomen. De scans bleken gelukkig goed. Maar duidelijk waren de artsen wel: “Als deze chemo ook niet aanslaat, dan moet de baarmoeder verwijderd worden”. Ze waren bang voor uitzaaingen. Ik wilde dit niet geloven. Als je mij vroeger zou vragen wat ik later wilde worden, was dat moeder. Ik was kraamverzorgende van beroep en gek op alles wat met zwangere vrouwen, babys en moeders te maken had.

Ik kreeg een kamer en mocht mezelf daar instaleren. De aankomende 5 dagen zou ik hier liggen. Ik maakte nog grapjes, want ik vond het ontzettend spannend. De fluoriserende kleuren van de chemo liepen door de slangetjes mijn arm in. Ik vergeet nooit meer de smaak in mijn mond en de rare pijn in mijn neus. Iedere dag voelde ik me beroerder. Toen ik vrijdag naar huis mocht, wilde ik alleen nog maar slapen. Ik had het steenkoud en voelde me verrot. Dagen bracht ik door op de bank. Na een kleine week voelde ik me wat fitter en liep ik met de honden naar het bos. Helaas stond daarna al gauw de volgende chemo klaar.

De dag voordat ik met de tweede chemo begon, kwam mijn viendin langs. Ik zat met mijn haar te spelen en toen had ik ineens een pluk haar in mijn hand. Ik wilde meteen alles eraf hebben en pakte een tondeuze. Toch een opluchting als je er zo op zat te wachten. Ik merkte dat de meeste mensen schrokken van mijn hoofd, terwijl ik nog steeds vooral verdriet had om het feit dat ik geen kindje in in mijn buik had. Desondanks was ik wèl weer een chemo verder. De waardes zakten hard. Ik kreeg veel kaartjes en dat deed me goed. Wel merkte ik dat hoe langer dit duurde, hoe meer mensen afhaakten en minder van zich lieten horen. Misschien wisten ze niet wat ze moesten zeggen? Dat snapte ik ook, maar het voelde heel eenzaam soms. Gelukkig had Vin voor mij een MP3 gekocht. Als ik nu nog een nummer hoor van James Blunt, doet het me denken aan die tijd, aan die geur en het verdriet.

Goed nieuws: mijn waardes waren erg hard gezakt. We hoopten op de verlossende woorden. En die kwamen: Ik was klaar! Ongelooflijk, ik kon het niet geloven. Ik was er! En dat terwijl ik me nog nooit zo beroerd, moe en kapot heb gevoeld. Er ging een spannend jaar voorbij, waarvan ik iedere maand moest bloedprikken.

Eind goed, al goed

Maart 2008 was ik gezond verklaard en precies een jaar later in maart 2009 was ik opnieuw zwanger. En nog dat jaar werd op 17 december onze eerste dochter geboren. ‘Eerste’ ja, want daarna volgden er nog drie! We zijn zo ontzettend gelukkig met ons gezin, nu met vier dochters. Wie had dat ooit gedacht……

WENDY

Plaats een reactie