We kiezen ervoor om onze baby met 23.4 weken geboren te laten worden

| | ,

Vrijdag 20 maart 2020 sta ik samen met mijn vader bij de apotheek om het recept op te halen om de zwangerschap af te breken. Schijnbaar wordt dat soort medicatie in de reguliere apotheek niet verkocht. De baliemedewerkster legt uit dat dit zo ageregeld is, omdat het niet zo vaak voorkomt. We worden doorverwezen naar het Rode Kruis ziekenhuis.

Als ik dit doe, is er geen weg terug

Eenmaal thuis met de medicatie adviseert mijn vader om het maar zo snel mogelijk in te nemen. Ik sta in de keuken met een glas water en in de andere hand de medicatie. Bij het innemen schiet door mijn hoofd dat er nu geen weg meer terug is. Ik ben 23,4 weken zwanger. Het was vanaf het begin geen voorspoedige zwangerschap. Al in de eerste weken heb ik last van heftige bloedingen. Dit blijkt door een laag liggende placenta te komen. Geen reden tot paniek. Met 11 weken doe ik de NIPT met neveneffecten. Ik ben toch al 39 jaar en ik wilde zeker weten dat alles goed is.

Trisomie 16

De uitslag van de test duurt lang en de spanning stijgt. Dan belt het AMC met het nieuws dat er een afwijking op chromosoom 16 (trisomie 16) is gevonden. Normaal heeft ieder kindje twee chromosomen, maar met deze stoornis heeft het kindje 3 chromosomen van nummer 16. Hierdoor is de kans groot dat ons kindje een taal- en ontwikkelingsachterstand heeft. Daarbij is er een groot risico op een gaatje in het hart en vergroeiingen van de botten. De kwaliteit van leven is onduidelijk, omdat er nog weinig over bekend is en het verloop bij elk kind anders zal zijn.

Gelijk de volgende dag worden we uitgenodigd voor een gesprek. Een rollercoaster volgt… Ook bij de 20 weken echo gaan alle alarmbellen van de artsen rinkelen. Ons kleintje heeft een fikse groeiachterstand en een krom botje. Het ziekenhuis wil hierna graag een vruchtwaterpunctie en een DNA-onderzoek. Nadat alle uitslagen van de onderzoeken bekend zijn vragen ze ons: “Wat is jullie plan? Willen jullie het kindje houden of weg halen?”. De grond zakt onder onze voeten vandaan. Dit kindje is zo gewenst, maar opeens ziet de prognose er zeer slecht uit. We besluiten de zwangerschap af te breken.

Ik wil ons kindje nog even voelen

De volgende dag komen er vrienden langs. Ze hebben het mandje waarin ons kindje zal komen te liggen meegenomen. Op verzoek hebben ze dit mooie item gemaakt. Ik kon het niet aan om dit zelf te organiseren. We spelen die dag een spelletje Catan en bestellen samen eten. Het is gek genoeg een gezellige dag. ‘s Avonds lig ik in mijn bed met mijn handen op mijn buik, omdat ik nog eens heel bewust mijn kindje wil voelen. Wat een prachtig, mooi en lief kindje. Maar op de één of andere manier voel ik haar al niet echt meer. Ik slaap goed die nacht en de volgende dag is het ‘s morgens vroeg tijd om naar het ziekenhuis in Amsterdam te gaan.

Het lukt me om een paar uur te slapen

In het ziekenhuis worden wij vriendelijk ontvangen en begeleid naar kamer nummer drie. Daar zal het allemaal gebeuren, hopelijk vandaag, maar het kan ook drie dagen duren. Het is een mooie ruime kamer met een bed voor mij en een groene stoel ernaast voor Bart. Er is een badkamer met een toilet, douche en wastafel. Om 8:30 uur krijg ik de eerste gift. De verloskundige vraagt of ik dat zelf vaginaal in breng of dat zij dat zal doen. Ik vind het makkelijker als zij dat doet. Ik ben moe van alle emoties van de laatste tijd en probeer wat te slapen. Dat lukt aardig. Erg fijn, want dan kan ik ook niet nadenken en voelen. Om 12:00 uur krijg ik de tweede gift oraal toegediend. Er begint al een aardige kramp in mijn baarmoeder te ontstaan.

Om 14:00 uur ‘s middags heb ik behoorlijk wat pijn. Ik vraag om pijnmedicatie en ik krijg aspirine met codeïne. Dit haalt net het scherpe randje er vanaf. Doordat de pijn wat onderdrukt wordt, pak ik snel nog een paar uurtjes slaap. Ik heb niet veel trek die dag. Er is mij ook geadviseerd niet veel te eten, omdat de medicatie misselijkheid kan veroorzaken.

De weeën worden intens

Om 17:30 uur vraag ik bij de vierde gift om nieuwe pijnmedicatie, maar daar is het helaas te vroeg voor. Pas om 19:30 uur kan ik weer medicatie krijgen. Ik zal de tijd dus moeten uitzitten. Als het dan eindelijk 19:30 uur is, helpt de aspirine met codeïne maar weinig. Ik ben al te ver met de bevalling. Om 20:15 uur breken mijn vliezen. Ik schiet rechtop in bed en kijk Bart met grote ogen aan. Het voelde alsof er met een katapult op een waterballon geschoten werd en deze hierdoor uiteen spatte. Ik heb het idee dat ze dat twee kamers verderop ook konden horen. De pijn van de weeën wordt steeds heviger en ik weet op een gegeven moment niet meer hoe ik moet zitten of liggen. Ik loop rondjes door de kamer, omdat ik heel erge bewegingsdrang heb. Het mandje staat aan de zijkant en daar loop ik steeds langs. Ik wil van deze pijn af. Dat ons kindje het niet zal redden, daar denk ik helemaal niet aan. De pijn wordt steeds heftiger en ik vraag of ik morfine kan krijgen.

Ik wil morfine tegen de pijn

De verpleegkundige merkt op dat ik er verhit uitzie en ze wil graag mijn temperatuur nog een keertje opmeten. Deze blijkt erg hoog te zijn. Ze overlegt met de arts. Er wordt bloed afgenomen voor onderzoek. Ze willen kijken of er misschien een ontsteking aanwezig is in mijn lichaam. Als de verpleegkundige weg is, mompel ik boos tegen Bart: “En door die ontsteking krijg ik natuurlijk geen morfine”. Als de verpleegkundige terugkomt, vraag ik wederom om morfine. “Oh”, zegt ze, “ik wist niet zeker of je het ècht wilde!”. Wat? Ik ben boos. “Ik ga half dood van de pijn en zij twijfelt of ik het echt meen”, schiet er door m’n hoofd. Ze antwoordt me dat ze dat moet overleggen met de arts.

Plotseling voel ik druk op m’n schaambeen

Na 20 minuten is ze terug. De morfine mag toediend worden van de arts. Ze vraagt mij of ik wil gaan zitten, dan kan ze het in mijn been spuiten. Maar ik heb zoveel pijn. Ik kan niet meer zitten en ik heb het idee dat ik naar het toilet moet. Als ik even van ellende tegen de muur aanhang, spuit de verpleegkundige de morfine snel in mijn been. Daarna ga ik naar het toilet. Ik heb echte aandrang. Bart loopt met mij mee, omdat de verpleegkundige zegt dat ik nogal wiebelig kan worden van de toegediende morfine. Als ik op de postoel zit, komt er niets en als ik niet veel later opsta, verlies ik een hoop vocht. Bart probeert de vloer een beetje schoon te maken door het te poetsen. Hierna voel ik druk op het schaambeen en ik ben bang dat ik wel weet wat dat betekent. Ik zeg even niets en hou het moment voor mezelf. Niet veel later grijp ik tussen mijn benen en voel ik het hoofdje al. “Bart, druk snel op de bel”, zeg ik.

De verloskundige controleert de hartslag

Binnen een minuut staan de verloskundige en de verpleegkundige bij mij. En inderdaad de bevalling is gestart, maar bevallen op een postoel vinden zij beiden geen goed idee. Met een matrasje tussen mijn benen gaan we richting het bed. “Ga maar zitten”, zegt de verloskundige. Maar ik kan me moeilijk bedenken hoe dat moet zonder dat ik op mijn kind ga zitten. Als ik eenmaal lig, pers ik één keer, en dan is ons kindje geboren. Ik vraag direct: “Is het een jongen of een meisje?”, maar de verloskundige geeft geen antwoord. Ze controleert eerst of er een hartslag is. Ze twijfelt. Hoort ze nou een hartslag bij de baby? “Is het een jongen of een meisje”, vraag ik wederom. Weer geen antwoord. Bart mag de navelstreng doorknippen en de verloskundige is direct bezig om deze af te binden. Weer vraag ik: “Is het een jongen of een meisje?” “Als ik straks klaar ben, mag je zelf kijken”, antwoordt de verloskundige.

Ik mag zelf het geslacht bekijken

Het kindje wordt voorzichtig op mijn borst gelegd en als ik het beentje optil, zie ik tot mijn verbazing dat het een meisje is. “Bart het is een meisje!”. We dachten zolang dat het een jongetje was, dat we oprecht verbaasd zijn. “Wat is ze mooi en wat hou ik van haar”. Ik zit op een roze wolk en ik wil hier nooit meer vanaf. Bart zit naast me aan de linkerkant en we kijken samen naar onze mooie lieve dochter. Kleine nageltjes, wimpertjes, alles zit erop en eraan.

De verloskundige trekt de navelstreng los

De placenta zal vanzelf los moeten komen. Anders moet ik geopereerd worden. Na 2.5 uur probeert de verloskundige nog een keer de placenta los te trekken, maar ze trekt plotseling de navelstreng er af. Met spoed moet ik richting de OK. Bart pakt Mea over van mij. Ik kijk naar Bart en hij straalt. Hij kijk zo lief naar Mea. Vervolgens word ik door de gangen gereden met mijn bed. Zoals in een film flitsen de TL-balken boven mijn hoofd voorbij. In de OK zal de placenta handmatig verwijderd worden. Om 12:00 uur ben ik weer terug.

Mea ligt ondertussen in een bak met water vlak naast mijn bed. Ik krijg nog een cracker met kaas en dan is het tijd om te gaan slapen. Het licht wordt gedimd. We liggen met z’n drieën. ‘s Morgens worden we rustig wakker en moet ik voor het eerst huilen. De morfine werkt uit. Wat is deze situatie ontzettend verdrietig. De verpleegkundige komt binnen. “Ik zal jullie verzorgen vandaag. Mijn naam is Mea.” Hoe is dat mogelijk… Vervolgens zegt de verpleegkundige: “Jullie weet toch wel wat de naam Mea betekent? Kleintje en van mij”. Wij hadden de betekenis van haar naam nog nooit opgezocht. Maar wat is Mea klein met haar 29 cm en ze is zo van ons! We missen onze kleine meid nu al…

MIRIAM

1 gedachte over “We kiezen ervoor om onze baby met 23.4 weken geboren te laten worden”

Plaats een reactie