Bij de geboorte zie ik iets prachtigs, iets wat ik misschien nooit van mijn leven meer zal zien

| | ,

Voordat je hieronder dit deel leest, is het handig als je de vorige 5 delen kent.

Deel 1: Een jaar geleden werd jij geboren

Deel 2: De echoscopist zegt ineens: “We nemen hiernaast even plaats, dan leg ik mijn bevindingen aan jullie uit”

Deel 3: We zagen onze eigen gynaecoloog zienderogen schrikken en haar stemming sloeg om

Deel 4: Deze zwangerschap moet ik afbreken

Deel 5: Ik hoop dat onze baby nog even leeft na de bevalling, voordat ik afscheid moet nemen

We richten de verloskamer in

Om 09:00 melden we ons bij de afdeling verloskunde van het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn. Er komt een lieve verpleegster naar ons toe die ons naar onze kamer voor de dag zal brengen. We richten de ziekenhuiskamer een klein beetje in. We hangen wat foto’s van ons gezin op en we zetten het mandje, een kaarsje, de kleertjes en de popjes van Amelius neer op het tafeltje in de hoek van de kamer. Het is een mooi plekje geworden. Ook hebben we meneer konijn bij ons, dit is de knuffel van grote zus Julia en we hebben besloten dat we er één aan onze vlinder mee willen geven. Iets tastbaars van haar grote zus, dat mee gaat op reis.

Ik wil geen pijnmedicatie

De verpleegster en arts-assistent komen ongeveer rond 09:30 de kamer binnen en leggen uit hoe de dag zal verlopen. Ze zullen ongeveer om de twee uur controles uitvoeren en eventueel extra weeënopwekkers toedienen. Ik heb ervoor gekozen om de bevalling zonder pijnmedicatie te willen ondergaan. Het voelt alsof dat het enige is wat ik als mama voor haar kan doen. Ik wil voelen en ervaren dat ik haar als mijn tweede kindje op dezelfde wijze op de wereld zet als haar zus en eventuele andere broertjes en zusjes die ons in de toekomst gegeven worden. Dit speciale moment is misschien wel het eerste en laatste dat we samen zullen delen. De arts-assistent en verpleegster geven aan dat ik op elk moment van de deze dag mag besluiten toch over te willen gaan op pijnmedicatie. Ook kunnen we het aangeven als we even naar het hartje willen luisteren of met de echo naar haar willen kijken.

Er is ruimte voor grapjes

Rond 09:30 checken ze of mijn baarmoederhals al een klein beetje verweekt is door de abortuspil en starten ze met de weeënopwekkers. Het ziet er goed uit: de abortuspil lijkt zijn voorwerk gedaan te hebben en binnen het eerste uur begin ik al wat lichte kramp te krijgen in mijn buik. Tussendoor komt de verpleegkundige regelmatig bij ons. Ze is erg betrokken. We praten over deze bevalling en die van Julia en er is zelfs ruimte voor een grapje en het delen van leuke verhalen. Ook de opa’s, oma’s, grote zus en ooms en tantes komen door de dag heen regelmatig even bij ons ons langs voor een praatje en het delen van momenten. Het is een zoete inval van de liefste mensen om ons heen.

We ervaren deze bevalling totaal niet als verdrietig. We kijken uit naar onze ontmoeting, dat voelt fijn en bijzonder. Er zijn veel momenten dat het bijna hetzelfde voelt als bij de bevalling van haar grote zus Julia. Tussendoor luisteren we bij elke controle even naar haar hartslag en vragen we ook één keer om even met de echo naar haar te kijken. We zien haar bewegen en kijken aandachtig naar de beelden. Een prachtig kindje met alles er op en eraan. Zij is ons kleine meisje die we straks zullen ontmoeten, maar we beseffen ons ook dat het heel verdrietig zal eindigen. We spreken naar elkaar uit dat we hopen dat ze bij haar geboorte in leven zal zijn.

De arts vindt dat ik mij groot houd

Rond de klok van 19:30 uur voel ik dat de weeën steeds heviger worden. Het zijn echt opkomende en vertrekkende weeën. Ze komen steeds sneller en heviger achter elkaar. Op dat moment zijn zowel mijn man als mijn moeder bij mij om me te steunen. Ook al had de arts-assistent nog niet zo lang geleden gecontroleerd, ik voel aan alles dat het niet lang meer ging duren. Ik vraag papa de verpleegster op te piepen. Vlak voordat de verpleegster binnen komt, lig ik op bed om de weeën op te vangen en voel ik dat mijn buik al aan het meedrukken is. De verpleegkundige ziet dit ook en roept op haar buurt de arts-assistent erbij. Zij doet opnieuw inwendig onderzoek. Ik hoor op de achtergrond de verpleegkundige zeggen dat ze dacht dat ik persweeën had. De arts-assistent constateert 4 tot 5 cm ontsluiting. Ook vraagt ze hoe het met me gaat. Ze vindt dat ik me groot houd. Ze geeft aan ik best mag toegeven aan mijn emoties.

Op dat moment voel ik me betutteld, niet serieus genomen en gekwetst. Dit is mijn manier, mijn manier alleen! Dit is hoe ik het wil doen. “Nee! Dat kan niet. Ik moet eerst dit doen”, zeg ik. Het moet behoorlijk bitchy overkomen. Maar zo voelt het echt voor mij. Eerst mijn meisje op de wereld zetten, dan komen mijn eigen emoties wel weer. Ook vraagt ze wederom, of ik alsnog pijnbestrijding wil hebben. Ook hierop is mijn antwoord een hele duidelijk, nee! Hierop volgend vindt ze mij (volgens mij) behoorlijk gespannen en adviseert ze mij om een bad te nemen.

Het bad loopt vol

Ik voelde aan alles dat ons meisje elk moment kan komen, maar doordat de arts-assistent zo overtuigd is ga ik af op haar expertise en mee in haar advies. Mijn man en ik lopen samen met de verpleegkundige naar een andere kamer waar een bad staat. Terwijl mijn man en de verpleegkundige het bad laten vollopen vang ik al lopend en hangend een aantal weeën op, mijn buik blijft meegeven. Ik kijk naar de klok en zie dat het ongeveer 19:50 is.

Dan raak ik in paniek

Met wat hulp van mijn man stap ik in bad en de verpleegkundige gaat weg om ons even alleen te laten. In bad krijg ik nog één wee. Ik krijg het gevoel dat er iets gebeurt. Het voelt alsof mijn vliezen breken. Ik raak een klein beetje in paniek, en vraag mijn man te kijken. Hij ziet niets. Ik geef aan dat ik zeker weet dat er iets uit komt. “Het gaat niet goed. Het gaat niet goed. Er moet iemand komen.” Ik raak steeds meer in paniek. Mijn man rent de gang op, op zoek naar de verpleegkundige of arts-assistent. Samen met de verpleegkundige komt hij weer binnenlopen. Zij vraagt of ik kan opstaan. 

Ik sta op, plaats mijn rechterbeen buiten het bad en voel dat ik ‘iets’ moet opvangen. Met hulp van mijn man en de verpleegkundige sta ik een seconde later met mijn beide benen buiten het bad en mijn beide handen houden haar vast, onze tweede dochter. De verpleegkundige waarschuwt de arts-assistent en neemt haar over.

Wat een prachtig beeld

Dan zie ik iets prachtigs, iets wat ik misschien nooit van mijn leven meer zal zien. Zij, mijn kleine meisje, zit nog steeds in de vliezen. Het ballonnetje waar ze in zit gaat heen en weer van de ademteugen die ze probeert te nemen. De verpleegkundige opent de vliezen en daar is ze dan, ons tweede prinsesje. De artsassistent is er nog steeds niet en de verpleegkundige komt in onze ogen niet erg doortastend over. Mijn man grijpt naar de navelklem en schaar en zet de klemmen op de navelstreng. De verpleegkundige helpt hem en mijn man knipt de navelstreng door.

Daar komen de tranen

Ondertussen begin ik heel hard te huilen. De spanning is weg en ze is geboren. Het verdriet neemt me langzaam over. Als ook de artsassistent er is, leggen ze mij op een bed en dat kleine hummeltje op mijn borst. Ze leeft nog. Dit is precies zoals ik het op het laatste had gewild. We huilen en huilen en ik hoor mijn man en mijzelf de volgende zinnen keer op keer herhalen: “Wat ben je klein. Wat ben je mooi. Het spijt me zo”

Er is liefde, maar ook schuldgevoel

Ik word overspoeld met liefde, maar ook met schuldgevoel. Liefde voor dat meisje op mijn borst, mijn tweede kindje, dat kleine hopeloze mensje wat zo van ons is. Ik moet het haar laten weten en voelen, voor ze gaat! Ik heb schuldgevoel omdat ze zo klein en hulpeloos is en wij haar dit hebben aangedaan. We overladen haar met kusjes en bij één van mijn kusjes verlegt ze haar kleine hoofdje. Ik hoop zo dat dit betekent dat ze mijn kus en liefde gevoeld heeft, en dat ze gemerkt heeft dat we er voor haar waren en vreselijk veel van haar houden!

* Esmee Josefien Klein Middelink is geboren op 08-08-2014 om 20:00 

CISKA

Plaats een reactie