Ik was 41 weken zwanger, en had ineens een ander gevoel

| | ,

Ik had een fantastische zwangerschap, kon nu en dan ook wel eens klagen dat ik misselijk of moe was, maar ik heb zo genoten om mijn kindje te dragen al die maanden. Zwanger worden ging iets sneller dan verwacht, iets sneller dan gepland, maar we wilden graag een kindje. We wilden graag een gezinnetje zijn.

Ik had een ongunstige baarmoederhals

Ik was net geen 41 weken zwanger en overtijd gaan vond ik niet erg. Net wat langer genieten van ons kindje voor mij alleen. We hadden dinsdag vroeg op de dag een monitor en een echo gehad: ons kindje was niet meer gegroeid. De gynaecoloog maakte zich niet ongerust en stelde mij gerust. Alles wees erop dat hij het daar nog goed had. Ik had een ongunstige baarmoederhals. Strippen was niet mogelijk. We zouden de gyneacoloog vrijdag weer zien. Geduldig afwachten dus. Er viel wel een uitspraak: 42 weken op deze manier zat er niet in.

Wat later dinsdag werd ik toch ongerust. “Een ongunstige baarmoederhals… Moeten we straks de bevalling inleiden? Wordt het zelfs een pre-inductie? Wordt het natuurlijk beloop nu al verstoord?”, vroeg ik me af. Ik wilde graag thuis bevallen en gewoon spontaan bevallen. Ik belde met onze verloskundigen en werd gerustgesteld. Ontspannen gingen we naar bed.

Ik had ineens een ander gevoel

Woensdag werd ik wakker met een ander gevoel. Het was vroeg wakker: 4 uur precies. Ik kon niet meer slapen. Ik voelde me emotioneel en had wat buikkrampen. Die had ik wel vaker de laatste weken. Ik stond er niet bij stil.

De nacht verdween. Het werd langzaam licht buiten. De zon kwam op. Ondanks dat ik nog erg genoot van mijn dikke buik, zat ik er die dag helemaal doorheen. Ik voelde de tranen branden, maar het huilen zette niet door. Net na de middag fietste ik naar huis van de fysiotherapeut. De onzekerheid of alles nog wel goed was, werd me te veel. De tranen rolden over mijn wangen terwijl ik fietste in de stralende zon.

Mijn man zag me huilen

Hij schrok van mijn tranen. We besloten dat hij onze verloskundigen zou bellen en ik eventjes in bad zou gaan en proberen tot rust te komen. Ik deed de ademhalingsoefeningen die ik had geleerd tijdens de zwangerschapscursus. Ik ademde automatisch rustiger. Ik voelde de rust komen en de baby eventjes bewegen. Jasper had contact gehad met verloskundige Lieve en we mochten eventjes langskomen. Ik stapte uit bad en droogde me af. Ik zag een beetje slijmerig bloedverlies.

Tranen van geluk

We kwamen bij de verloskundige aan. Lieve controleerde de harttonen van onze baby. Een acceleratie (een stijging van de hartfrequentie) volgde. Het was een teken van adequate oxygenatie. Een bevestiging dat de baby in staat was om te reageren. Hij bewoog goed. Bij mij volgde een ontlading en tranen van geluk deze keer. Ik had een goed gesprek met Lieve, waarin ik vertelde en zelf voor het eerst besefte dat alles anders was. Ik was anders, mijn gevoel was anders, mijn lichaam was anders. Ik had nog steeds die buikkrampen van vanochtend en net ook wat bloedverlies, tekenen van een naderende bevalling. Lieve onderzocht en de buikkrampen namen wat toe. Ik verliet met een ander gevoel de praktijk. De onzekerheid was weg. Ons kindje deed het prima. Mijn lichaam deed het goed. Lieve constateerde drie centimeter ontsluiting. De menstruatie krampen namen toe. Enthousiast reden we weer naar huis.

Toen de krampen weer wat afnamen in de late namiddag nam ik een schepje ricinusolie. Die deed zijn werk. Het was etenstijd, maar ik had geen eetlust. Ik voelde weeën, heel herkenbaar met een aanloop, piek en weer een afname. Ik werd enthousiast. Daarna een beetje ongemakkelijk. Jasper wist zichzelf geen houding te geven en vond me vooral grappig.

Ik kroop in mijn bubbel

Rond acht uur wilde ik in bad. Jasper zou de keuken nog opruimen en bij me komen zitten. Ik wilde niet alleen zijn. Hij timede de weeën. Niemand was meer ongemakkelijk. Het was gezellig in de badkamer. Lekker warm water, kaarslicht en zachte muziek. De weeën kwamen om de drie tot vier minuten en duurde één minuutje. Ik was niet echt meer aanwezig tijdens een wee. Het was ik en mijn ademhaling in het warme water. Jasper besloot de verloskundige te bellen. Margo kwam eraan.

Als de verloskundige er is, kom ik eventjes uit mijn bubbel. De harttonen zijn prima, Margo laat ons nog eventjes alleen, weer in onze bubbel. Het is ondertussen rond tien uur. Het schemert buiten. De kaarsen geven een fijn licht en mijn man haalt er een zoutlampje bij. De weeën zijn intens, maar pijnlijk zou ik het niet noemen. Alles gaat aan me voorbij. Met gesloten ogen wil ik constant de aanwezigheid van mijn man voelen. Ik wil hem bij me. Ik hoor alleen de zachte woorden nog van Margo: “Alles goed. Je doet het goed”.

Woensdag werd donderdag. Ik zat nog steeds in bad. Mijn houding was veranderd. Ik zat recht op mijn knieën tijdens de weeën. Ik greep het handdoekenrek dat stevig aan de muur voor me stond. Ik hing. Ik trok. De wee was weer over. Ik vond rust in het warme water. Ik vond rust in mijn man die door mijn haren streelde. Ik vond rust in de stem van Margo, onze verloskundige. 

De persdrang begon op te komen

Mijn ogen waren gesloten. Weer een wee. Ze volgden sneller. Mijn kindje kwam eraan, ons kindje kwam eraan. Ik wilde wat anders, maar wist niet wat. “Ga anders eventjes uit bad”, zei Margo. Iets wat ik zelf niet kon bedenken, want het warme water bracht zoveel comfort. Toch stond ik op. Ik werd afgedroogd en de slaapkamer ingeleid. Ik vond comfort in de warme armen van mijn man. Ik hing. Ik kreeg persdrang. Daar kwam mijn kindje, ons kindje.

Van staan, naar zitten op een barkruk. Achter me zst mijn man. Ik vond rust tegen zijn warme lijf tussen het persen door. Ik hoorde de warme stem van Margo en Lieve, want ook Lieve was er ondertussen. Dan wss mijn kindje heel dicht bij. Ik voelde zijn hoofdje branden. Ik neem de tijd. Ik kreeg de tijd. Verlossing, het hoofdje was daar. En de rest van zijn warme lijfje volgde snel. Voor ik het wist had ik mijn kindje vast, ik had ons kindje vast. Ik was mama. Wij waren ouders.

STEF

Plaats een reactie