“Bel 112”, zei ik tegen mijn man

| ,

Het was vrijdag half 3 toen ik thuis kwam van werk, huilend, eindelijk had ik verlof. Ik was die dag precies 36 weken. De laatste 4 weken waren erg zwaar geweest, maar als zelfstandige kapster vond ik dat ik niet veel keuze had en door moest werken. Maar goed, het was achter de rug en ik kon me nu gaan focussen op de verschrikkelijke nesteldrang die ik al weken had. Die avond ging ik vroeg naar bed. Ik was gesloopt. Om haf 4 schrok ik wakker van een vreemd gevoel, een gevoel dat ik niet goed kon plaatsten. Gelukkig zakte het weer snel weg. Net voordat ik weer in slaap viel kwam het weer terug. Ik keek gelijk naar de klok. We waren 7 minuten verder. Een uur ging voorbij en er zat telkens 5 minuten tussen ‘dat gekke gevoel’, toen besloot ik mijn partner wakker te maken. “Rocco, ik denk dat het begonnen is”. Terwijl ik dat zei, voelde ik een warme golf vocht tussen mijn benen komen. “Ow en daar gaat m’n vruchtwater denk ik”. Het was donker en ik besloot naar de badkamer te gaan. Ik knipte het licht aan en zag alleen maar rood, bloedrood. Ik keek Rocco aan en ik had gelijk paniek. “Bel 112”, zei ik.

De hartslag was het mooiste geluid dat de kamer vulde

Niet veel later stonden er twee broeders bij ons boven. Ze keken snel of er al iets van een hoofdje te zien was, maar dat was nog niet het geval. Ik ging alleen mee met de ambulance, want Rocco moest wachten tot de oppas er was voor onze dochter. Het ging allemaal zo snel toen ik op de kraamafdeling kwam. Ik zag misschien wel 10 mensen lopen en voelde spanning op de kamer. Het eerste wat ze deden was mij aansluiten aan de monitor. We zagen een hartslag! Een mooier geluid bestond er op dat moment niet. Ze veegde met een warme washand al het bloed van mijn benen en voeten en de rust keerde langzaam terug op de kamer en bij mij. Tegelijkertijd verdwenen de weeën. Die zaterdag hebben wij een hele dag gehoopt dat we naar huis mochten en ik nog even van mijn zwangerschap kon genieten. ’s Avonds om half 7 lag ik weer aan de monitor. De weeënactiviteit was terug en ik had 4 cm ontsluiting. Naar huis was geen optie meer.

Weer een golf bloed

We moesten afwachten of en wanneer onze dochter besloot te komen. Om half 9 trokken de weeën sterk aan en in kort overleg besloten we een pethidine prik te nemen. De prik was pijnlijk, maar ik voelde het gelijk werken. Ik begon te zweven en verloor mijn besef van tijd. Plots voelde ik weer z’n warme golf. “Mijn water is gebroken Rocco”, zei ik. Ik sloeg de deken van mij af. Ik had nog steeds mijn ogen dicht, toen de verpleegkundige binnen kwam. Het was geen vruchtwater, maar weer een golf bloed. De verloskundige kwam er bij en mijn ontsluiting werd gecontroleerd: 5/6 cm. Ze vonden het tijd om mijn vliezen te breken. Door de pethidine verloor ik alle besef van tijd en wat voor mij als minuten voelde waren uren. De pijn was heftig en ik vond het liggen in bed lastig. Ik moest continu aan de monitor blijven, dus ik had ik niet veel keuze, behalve tussen de linker- of rechterzijde.

De monitor maakte en oorverdovend geluid

Het was half 2 geweest toen ineens de monitor hard begon de piepen. Er renden veel mensen naar binnen en ik moest plotseling op mijn handen en knieën gaan zitten. “De baby heeft het lastig Ellen”, zei de verloskundige. Omdat ik 36+1 weken was, moest de gynaecoloog mijn bevalling begeleiden. Deze werd erbij geroepen, want er moest direct gehandeld worden. Op dat moment had ik 8 cm ontsluiting en werd er een schedelelektrode geplaatst om de baby nauwlettend in de gaten kunnen houden. Na poging 3 zat deze pas goed. Ik zag de serieuze blik van de gynaecoloog. De hardslag van onze baby bleef constant op en af gaan en er stroomde nóg meer mensen onze suite binnen. Toen ik 9 cm ontsluiting had, mocht ik langzaam beginnen met persen. Ondertussen was ik verschrikkelijk misselijk geworden. Ik wisselde tussen persen en een bakje onder m’n kin houden. Ondanks dat ik nog niet volledige ontsluiting had, voelde ik de baby dalen met het persen. Helaas ging dat dalen niet snel genoeg.

De knip en vacuümpomp

De gynaecoloog keek me aan: “We moeten je gaan helpen”. Ik voelde echt een oergevoel op dat moment. Het nam heel mijn lijf over. Ik liet alles over mij heen komen en vond alles best. Het knarsende geluid toen ze mij inknipte zal ik nooit meer vergeten. Hierna kwam het: dé vacuümpomp. Het was noodzakelijk, maar ow wat was dat ding verschrikkelijk, voor mijn baby en mij. Ik perste zo hard als ik kon. “Ze is er bijna!”, hoorde ik iemand roepen in de verte. Mijn wee ebde weg. Stilte. Ik wachtte op mijn volgende wee. Ik voelde het trekken van de gynaecoloog, zodat onze baby niet terug zakte. Het leken wel minuten te duren voordat mijn wee kwam. Iedereen keek mij aan, ik voelde het, knikte, en gaf alles wat ik nog had. En toen zag ik mijn dochter, voelde ik haar bovenop mijn buik. Onze grote kleine Emma werd om iets voor half 4 ’s nachts geboren, helemaal compleet en helemaal gezond. 

We zullen de reden nooit weten

Dit alles is ondertussen al weer 3 jaar geleden. Als ik terug denk aan mijn bevalling van Emma, dan besef ik me al te goed hoeveel geluk we hebben gehad en dat alles heel anders had kunnen aflopen. Het heeft lang geduurd voordat ik ‘afscheid’ heb kunnen nemen van het plots niet meer zwanger zijn en mijn hele bevalling een plekje heb kunnen geven. Na onderzoek van mijn placenta is er geen reden terug gevonden voor het vroege bevallen en al het bloedverlies. 

ELLEN

Plaats een reactie