“Als ik dit kindje eerder naar het ziekenhuis had gestuurd, was ze dan niet overleden?”

| | ,

Ik ben kinderverpleegkundige (een verpleegkundige die speciaal opgeleid is om medische zorg te dragen voor kinderen tot 18 jaar). Intussen doe ik dit werk al bijna zes jaar met nog altijd even veel passie en plezier als in het begin. Ik had nog nooit van het beroep kinderverpleegkundige gehoord tot ik op deze vacature stuitte. Zorgen voor zieke kinderen, dat was iets wat ik eigenlijk altijd al wilde. Hoogzwanger solliciteerde ik en maar een paar dagen na mijn bevalling mocht ik op gesprek. De puzzelstukjes vielen op hun plaats en ik kon na mijn verlof gaan beginnen in de kindzorg. Vol enthousiasme begon ik aan mijn eerste werkdag. Wist ik wat ik kon verwachten? Nee, niet echt…

Aan het begin kwamen de tranen thuis

Ik kwam aan bij een kindje dat net zo oud was als mijn eigen zoontje. Dat raakte. Die eerste werkdag ging ik moe, maar voldaan naar huis, terug naar mijn eigen baby die wel gezond was. Thuis op de bank, mijn kleine mannetje op mijn schoot die mij liefdevol aankeek, kwamen de tranen. Hoe ging ik dit doen? Hoe kon ik dit werk doen als jonge moeder van 25? Altijd bezig zijn met zieke kinderen en thuis gezegend zijn met een gezond kind. Oké, sommige kinderen worden beter, maar een hele hoop zijn chronisch ziek of komen te overlijden. De eerste dagen vlogen voorbij. Ik leerde steeds meer en ik ging ervan genieten. Er kwamen kinderen voorbij met verschillende ziektebeelden.

Na 1 jaar was het kindje waarbij ik was begonnen (dat zo oud was als mijn eigen zoontje) weer opgeknapt en kon de zorg worden afgesloten. Het was ontzettend mooi om te ervaren dat je door ouders enorm gewaardeerd wordt en dat je elkaar bijna gaat missen. Je hebt het kindje tenslotte het eerste levensjaar intensief mee verzorgd.

Ik kreeg een telefoontje over een enorm ziek kindje

Het was oudjaar. Ik werd gebeld op de stand-by telefoon dat een ander kindje waarvoor wij zorgdragen koorts had. Ze oogde verder niet ziek. Mijn advies: “Goed in de gaten houden en als ze zieker wordt meteen terug bellen”. De volgende dag belde moeder weer. Het kleine meisje had nog steeds koorts. “Bel toch maar het ziekenhuis”, was mijn advies, en ja, hoor, ze moest langskomen voor controle. Het meisje werd per direct opgenomen, want ze bleek nog zieker dan ze er uit zag. 

Het kleine meisje was uiteindelijk overleden…

Vijf dagen later – we waren net in het nieuwe jaar – kwam het vreselijke telefoontje. Het meisje was in het ziekenhuis overleden. “Nee! Hoe dan?!”, dacht ik wanhopig. Ze werd behandeld en leek in eerste instantie op te knappen. Ik verweet het mezelf. “Hoe kon ik zo stom zijn? Waarom heb ik haar niet eerder – bij het allereerste telefoontje – naar het ziekenhuis laten gaan? Had ze dan nog geleefd?” Vragen waar ik geen antwoord op kon vinden.

Ik moest achterhalen of ik verschil had kunnen maken voor dit meisje

Haar ouders waren in diepe rouw, en binnen ons team durfde ik mijn gevoel nog niet echt goed te uitten. Een maand later stond ineens – alsof het zo moest zijn – de kinderverpleegkundige voor mijn neus die bij het meisje was toen ze overleed. Dit was mijn kans. Ging ik mij enorm kwetsbaar opstellen en vragen of ik de dood van dit kleine, prachtige meisje had kunnen voorkomen? Ik moest wel, ik moest van mijn schuldgevoel af. Zij kon mij het verlossende woord geven. Ik kon niets doen aan haar dood. Het was een meisje met een hele lijst aandoeningen. Uiteindelijk is ze overleden aan een maagbloeding die niet te verhelpen was. Het meisje was zo ziek dat de behandeling niet aansloeg. In dit geval had het niet uitgemaakt als ik het meisje een dag eerder had ingestuurd.

Het is emotioneel werk

’s Avonds bij de aardappelen bij mijn ouders vertel ik mijn verhaal. Mijn ouders vinden het prachtig dat ik dit werk doe, maar geven ook toe het zelf niet te kunnen. Het is een prachtig vak waar geluk en verdriet soms zo dicht bij elkaar staan. Het ene moment verzorg je een kindje dat opknapt en daarna kan je 2 uur later voor een kindje zorgen dat er niet meer bovenop zal komen. Dat zelf weet dat het komt te overlijden. Dit is het moment waar wij als kinderverpleegkundigen ook vaak bij zijn. Een moment dat wij dan tot de laatste adem meemaken.

Oneerlijk

Er komen rouwkaarten op onze afdeling binnen waar leeftijden op staan van kinderen die echt nog niet horen te sterven, kinderen die in de bloei van hun leven zitten. Kinderen die horen te genieten op de basisschool. Kinderen die kind horen te zijn en dit niet kunnen, omdat ze ziek zijn en komen te overlijden. Dan is de wereld zo oneerlijk en hard. Soms loop ik te klagen, omdat ik een nachtje slecht heb geslapen, omdat de baby een paar keer wakker was. Dan denk ik aan deze ouders en hun leed en dan valt dat van mij helemaal weg.

Plaats een reactie