De tranen springen in mijn ogen bij de gedachte dat er een dag gaat komen dat Charlie niet meer wakker zal worden

| ,

Islean schrijft een reeks op Kids en Kurken. Hieronder staan haar eerdere delen.

Deel 1: Er was voorspeld dat we een dochter kregen, maar we zagen een piemeltje bij de geboorte

Als Charlie ook maar één kik geeft, zegt mijn andere zoontje Colin: “Mama! Charlie huilen! Ga kijken!” Ik reageer dan met: “Oké directeur”, en geef Charlie een aai over z’n bol. Hij is snel tevreden. Als Charlie slaapt, is zijn grote broer als een soort waakhond op de babyfoon aan het letten. Als Charlie één oog tot een spleetje open doet, roept hij: “Charlie wakker!” en moet hij direct worden opgehaald uit zijn slaapkamer. De tranen springen in mijn ogen bij de gedachte dat er een dag gaat komen dat Charlie niet meer wakker zal worden. Mijn hart breekt bij de gedachte hoe verdrietig Colin zal zijn als zijn broertje er op een dag niet meer is. Dood.

Hoe leg ik dat uit aan grote broer?

Ik heb geprobeerd op te zoeken hoe je dat het beste kunt uitleggen aan een kind van 2,5 a 3 jaar. Er stond geschreven om vooral niet te zeggen dat hij slaapt en niet meer wakker zal worden, logisch. Ik zou zelf bijna bang worden om te gaan slapen. We moeten vooral duidelijke woorden gebruiken. Zoals ‘dood’ in plaats van ‘overleden’. Het klinkt zo hard: “Dood”. Overleden klinkt wat liever, zoals naar de hemel gaan of ‘Charlie is een sterretje geworden’. Dat laatste is wel een mooie gedachte. Ik zie ons al iedere avond even naar de sterrenhemel zwaaien voor het raam: ‘Welterusten Charlie!’. Alleen ben ik bang dat hij dan later een astronaut wilt worden en een raker wil bouwen om naar zijn kleine broertje te kunnen reizen. 

Oké terug in het hier en nu. Voor nu zwaaien we nog even nergens naar toe en kijk ik met tranen over mijn wangen naar mijn twee jongens die samen “bootje varen”, waarbij Charlie zijn babynestje als boot fungeert en Colin het handje van Charlie stevig vasthoudt. Ik mag niet mee in de boot. En dat is oké. Ik geniet vanaf de zijlijn, vanaf wal, in dit geval. 

Charlie is een tikkende tijdbom

Maandag
Ik: “Hij slaapt wel diep hè?” Man: “Ja, zeg dat.”
Ik: “Hij schrikt zelfs niet wakker van Colin z’n herrie.”
Man: “Nee, vreemd wel.”
Ik: “Ik ga even kijken bij hem in de slaapkamer.”

Dinsdag
Ik: “Charlie ziet wel witjes vandaag hè?” 
Man: “Ja, dat vind ik ook.”
Ik: “Witter dan normaal.”
Man: “Ja, dat vind ik ook.”
Ik: “Wacht, ik ga een foto zoeken van gister.”
* Kijkend naar de foto en naar Charlie *
Ik: “Oh valt mee.” Man: “Misschien is het het lichtval.”

Woensdag
Man: “Charlie slaapt wel lang hè?” Ik: “Ja, voor zijn doen zeker lang.”
Man: “Hoe laat ging hij slapen?”
Ik: “Vanaf 14:00 uur zoiets.”
Man: “Hmm, dat is nu al drie uur.”
Ik: “Ja, ik ga even luisteren of hij nog ademt.”

Donderdag
Man: “Hij huilt meer vandaag hè?” 
Ik: “Ja, zouden het krampjes zijn?” Man: “Ja of honger, of moe.”
Ik: “Ja, het is ook gewoon een baby hè.”
Man: “Ja. Wel een zieke baby. Maar ook gewoon een baby.”

Vrijdag
Ik: “Charlie spuugt veel vandaag.” Man: “Ja? Meer dan anders?”
Ik: “Ja, het komt zelfs via zijn neus eruit.”
Man: “Zielig…”

Zaterdag
*Charlie hoest en wij houden allebei onze adem in * Ik: “Oké hij is er nog. Weet je nog, voor de reanimatie moest hij ook hoesten.”
Man: “Ja, ik weet het nog schat. Dat vergeet ik nooit meer.”
Ik: “Ja, baby’s kunnen ook hoesten zonder dat hun hartslag ermee stopt.”
Man: “Ja schat, rustig.”

Adem in, adem uit. Verder hebben we mijn man en ik het hartstikke gezellig samen. Want we genieten natuurlijk ook heel erg van hem. Het is een super tevreden kindje. Aan de buitenkant lijkt hij eigenlijk helemaal niet ziek. Dat maakt het misschien soms wel extra zwaar. Maar hij is er nog. Dát is wat telt. We houden van hem, elke dag een beetje meer.

ISLEAN

2 gedachten over “De tranen springen in mijn ogen bij de gedachte dat er een dag gaat komen dat Charlie niet meer wakker zal worden”

Plaats een reactie