Daar sta je dan in de speeltuin, in de speeltuin zonder kind

| | , ,

Ik veeg het zand van mijn knieën, vallen doet zeer, maar toch sta ik weer op. De ergste pijn die zie je niet, die verberg ik voor iedereen. Zelfs voor mijn man, want hoe dicht we ook bij elkaar zijn, in ons verdriet zijn we verschillend en soms ver bij elkaar vandaan. We hebben alles geprobeerd, alle kansen die er waren met beide handen aangepakt, maar helaas zonder resultaat. En dan opeens is het over, geen behandelingen meer, geen uitslagen, geen lichamelijke pijn, geen testen, geen spuiten meer, maar ook geen ritjes meer naar het ziekenhuis en die ritjes die mis ik. Want dat was iets van ons samen, we gingen er samen voor, hadden samen hoop, hadden samen een doel en nu is dat over en mis ik dat, we missen elkaar. We laten elkaar een beetje gaan, proberen elkaar ruimte te geven om ons verdriet te verwerken. Het is zo raar om opeens stil te staan, niet te weten hoe verder te moeten. Want zo voelt het, als je grootste wens niet uit lijkt te komen, wat moet je dan met de toekomst? Ik keek stiekem altijd al een beetje vooruit, had in mijn achterhoofd wel al wat plannen gemaakt, voor het geval het niet zou gaan lukken. Misschien was ik daarom al verder dan iedereen dacht, of dat goed was? Dat weet ik niet, misschien had ik achteraf wat langer de tijd moeten nemen om mijn verdriet te verwerken.

In de zomer van 2012 was onze laatste ICSI poging in België geweest, twee maanden later hoorde ik via via dat er een gezin gezocht werd voor een meisje van toen negen maanden. Zonder met mijn man te overleggen besloot ik het crisis pleeggezin waar ze toen woonde te bellen en zo ging het balletje rollen. Voor we het wisten zaten we in het screeningstraject en na een aantal zeer zware gesprekken werden wij goedgekeurd als pleegouders. Zaten we eerst in de achtbaan, nu zaten we opeens in de trein, de sneltrein van pleegzorg. De eerste ontmoeting was heel bijzonder, we hadden haar nog nooit gezien, ook niet op een foto, dus het was heel spannend! Ze was heel klein en had veel angst in haar ogen. Het wen-traject begon en we zagen haar steeds vaker. Eerst een paar uurtjes, dan eens een half dagje en toen ook het logeren goed ging en ze aan ons gewend leek, mocht ze blijven.

Eindelijk had ik waar ik al die jaren zo van had gedroomd. Het kamertje dat al zolang gereserveerd was, daar sliep nu onze pleegdochter! Het klinkt heel prachtig allemaal, maar eigenlijk was het drama. Want ik kreeg toen ze er net was een mega terugslag. Een week lang hing ik boven de wc pot van ellende, ik had verwacht heel veel te voelen, maar ik voelde niets. Want in dat bedje, had een kindje van ons moeten liggen, dit kindje, hoe lief en mooi ze ook was, was niet van ons. Wat als ze weer weg zou moeten? Zou ik dat verdriet ooit aan kunnen? Dan stond ik weer met lege handen… Waarom wilde ik dit zo graag? Had ik niet beter moeten weten? Er kwam opeens zoveel op ons af, na al die jaren van dromen, was de werkelijkheid opeens zo anders. Gelukkig stond mijn man wel met beide benen op de grond. Daar waar hij altijd voorzichtig was geweest en best wel eens vond dat ik te hard van stapel liep, nu stond hij er, gaf hij onze pleegdochter alle liefde die hij in zich had. Hij liet mij zien hoe het moest. Mijn verdriet was oke, maar na een week janken zei hij wel dat ik moest stoppen met zeuren. Dat ik er voor moest gaan. Dat ze alle liefde die ik in mij had als moeder verdiende en dat het goed was zoals het was. Mocht ze weg gaan, de kans was klein, dan zou ze alles gehad hebben, alle liefde waar ze recht op had. Zijn woorden lieten mij voelen dat het goed was en met kleine stapjes durfde ik van haar te gaan houden. Ik leerde haar steeds beter kennen en ze voelde niet meer als een logee, maar steeds meer als een stukje van ons, als onze dochter. De angst verdween langzaam uit haar oogjes en traantjes maakten plaats voor een lach. Niet lang daarna gaf ze mij de mooiste naam die ik ooit mocht krijgen….. Mama

DEBBIE

Plaats een reactie