Onze verloskundige Marlies komt op de begrafenis van een patiënt, wat een tranenzee

| | , ,

De afgelopen periode was Annette meerdere keren bij de huisarts geweest in verband met onverklaarde klachten. Warmte- en zweetaanvallen, tussentijdse bloedingen, flinke stemmingswisselingen. De huisarts stelde haar in het begin nog gerust, want hij vond het passen bij haar leeftijd en de naderende overgang. Maar toen Annette voor de derde keer die week aan zijn bureau zat en ze nu ook wel wat voller leek te worden ging er een lampje branden bij de arts. Hij vroeg of Annette even in een potje kon plassen. Ze pakt uit een reflex het kleine kruisje om haar nek en draait hem zenuwachtig tussen duim en wijsvinger. Een kleine vijf minuten later kwam het verlossende antwoord. ‘De overgang…’, stamelt ze, ‘hoe heb ik dit kunnen missen…’.

Annette is eind 40 als ze voor de zesde keer in de praktijk komt. Haar kinderen zijn al groot, de jongste is tien en hij had niet meer verwacht dat hij nog grote broer zou worden. De zwangerschap verliep de eerste weken goed. Annette had afgezien van bandenpijn geen kwaaltjes. Wel belde ze geregeld met kleine vragen; of ze softijs van McDonalds mocht of salami op een pizza? Er zat altijd een erg ongerust gevoel in haar, zei ze bij de controles op het spreekuur. “Ik ben zo bang dat dit kindje wat heeft.”, zei ze vaak. “Ik ben al oud… “ Maar de zorgen verdwenen iedere keer weer als sneeuw voor de zon zodra we het babyhartje ferm hoorden kloppen, haar grote glimlach verschijnt weer op haar rimpelige gezicht. Haar krullende haar, met een gemêleerde peper- en zoutkleur, zat altijd achterover vastgespeld op haar hoofd. Zorgvuldig iedere ochtend opgestoken met gekleurde knipjes bijpassend bij haar rok. De gouden oorbelletjes in haar oren weerspiegelden soms in het licht.

Prenatale screening was niet aan dit gezin besteed, maar na lang wikken en wegen, besloten ze wel een uitgebreide echo te doen. Bij 20 weken kregen Annette en Pieter de bevestiging van alle nare onderbuikgevoelens. De baby had een paar flinke aangeboren afwijkingen. Vele onderzoeken volgden, net als second opinions in andere ziekenhuizen. De prognose was gitzwart: de baby had geen enkele overlevingskans. Annette huilde dikke tranen toen ze het kwam vertellen op de praktijk. Haar grootste angst werd werkelijkheid. Ze wreef zachtjes met haar hand over de inmiddels grote bolle buik en staarde met lege blik in haar ogen naar buiten. We bespraken natuurlijk de opties opnieuw en opnieuw, de artsen waren namelijk heel duidelijk over het verloop, maar voor de ouders eindigde het niet hier. ‘Het termineren van een zwangerschap is geen menselijke keuze, maar wordt van hogerhand besloten’, zei ze terwijl ze sniffend in een zakdoekje oogcontact probeerde te maken met Pieter. Ze besloten te wachten. Te wachten op het moment dat deze baby er klaar voor was om op de wereld te komen. Ze bleven hopen op een wonder, samen met de gemeenschap van de kerk, maar alle gebeden leken in het luchtledige te verdwijnen.

Annette was de 32e week ruim voorbij, toen de bevalling begon met het breken van de vliezen. Hele golven vruchtwater kletterden op de plavuizen van de bijkeuken en kleurden de mosgroene rok donkerbruin. Met de MaxiCosi en een tas babykleertjes, tegen alle adviezen in, gingen Annette en Pieter naar een academisch ziekenhuis kilometers verderop. De weeën kwamen daar al snel, en na drie uren weeën wegzuchten wordt er een fragiele zoon geboren. Hoe hard hij ook vocht voor zijn kleine leven, het mocht niet baten. Het kindje overleed, zoals verwacht, ter plekke aan de afwijkingen. In het “kraambed” (een nare term als je thuiskomt zonder je kind) ondersteunden we met ons team zoveel als we konden. Fysieke controles, om bloedverlies en hechtingen in de gaten te houden wisselen we af met lange gesprekken. Elke keer verzamel je moed, zoek je naar de woorden om ouders bij te staan, maar het blijft één van de moeilijkste kanten van ons vak. Het verlies van een kind is de ergste pijn die je als ouders kunt krijgen en sommigen komen er nooit meer bovenop. De oudere kinderen zitten gelaten in de woonkamer, ze aanschouwen alles wat er gebeurt.

Natuurlijk komt ook de uitnodiging voor het afscheid op de begraafplaats een aantal dagen later. Samen met een collega ga ik naar de uitvaart. Het is een stralende zonnige dag, totaal niet aansluitend bij het gevoel wat overheerst. Op de begraafplaats komt uit een witte Fiat 500 een prachtig wit houten kistje tevoorschijn. We lopen achter de familie aan, met onze hoofden gebogen. We zijn stil. Heel stil. Het enige wat we horen zijn de knerpende voetstappen op het schelpenpad en het ruisen van de wind in de bomen. Na wat persoonlijke woorden en een preek van de dominee, komt het moeilijkste moment van de ochtend. Pieter pakt het kleine kistje en stapt voorzichtig in het graf. Hij aait nog een keer zacht over het hout, zet het kistje op de bodem van het graf en klimt dan weer op de kant. Samen met zijn zoons, broers, ooms en neven scheppen ze allemaal met een schop het verse zand weer in het graf. Niet volgens de Nederlandse traditie en cultuur, maar dit was het verzoek van de ouders. De familie laat één voor één grote witte ballonnen op. Ze zwieren en dansen ritmisch door de lucht, op weg naar boven. Annette geeft een kusje tegen haar vingers en blaast ze spreekwoordelijk de lucht in terwijl ze omhoog kijkt. En terwijl het kleine kistje wordt bedekt onder de zandkorrels, pakken zich er uit het niets donkergrijze wolken boven ons samen. Na een harde donder en een felle flits, komt de regen met bakken uit de lucht vallen. De grote druppels spatten uit elkaar op de grond. Ik probeer de brok in mijn keel weg te slikken.

De hemel huilt mee.

MARLIES (klik hier voor haar Instagram)

Plaats een reactie