IUI – of toch maar nie(t): Als je baby zich niet echt laat plannen

| | ,

Ooit wilde ik geen kinderen en nu sta ik op het punt om met een injectienaald hormonen in mijn lichaam te spuiten om een eisprong op te wekken. Ik moet toch wel even slikken. Ga ik dit nu echt doen? Ik bedoel: watskeburt? Wij zijn toch dat relaxte ‘we zien wel hoe het loopt, we gaan er geen ding van maken’ stel? Die spuit is als je het mij vraagt best wel een ‘ding’!

Drie weken geleden had ik nog geen idee wat een IUI-behandeling is, nu worden we over 40 uur verwacht in het ziekenhuis en dan is het zover. Ik had me de verwekking van onze mini-me iets anders voorgesteld dan in deze ongemakkelijke stoel. Op een papieren handdoekje. In het bijzijn van een andere vrouw, starend in een bak TL-verlichting. Mijn vriend weet niet waar hij moet kijken en besluit, de romanticus, dat dit het perfecte moment is om zijn werk e-mail maar eens weg te werken. Can’t blame him. Eigenlijk zou hij niet eens meegaan, maar dat deed hier en daar wat wenkbrauwen fronsen: ‘Wat ga je dan later zeggen tegen je kind? Papa kon niet er niet bij zijn toen je verwekt werd want hij moest naar een vergadering?’ Toch maar een ochtendje vrijgenomen dus. Gelukkig gaat zo’n IUI-behandeling supersnel: binnen vijf minuten is het gepiept. Dat dan weer wel! (grapje hè).

Flashback naar date #3, ruim vier jaar geleden. “Heb je haar eigenlijk al verkering gevraagd?” (Ok chill dit… not.) Alle ogen zijn gericht op mijn date, die na een festival nietsvermoedend nog even bij mij is aangehaakt in de stad. Hij kijkt ongemakkelijk en ontwijkt de vraag terwijl mijn vrienden jolig lachen. Eenmaal thuis, komt het hoge woord eruit: “Ik vind je ècht heel leuk, maar jij bent twee jaar ouder dan ik. Twee jaar! En ik wil nu nog geen kinderen!” Kinderen? Waar heeft ‘ie het over? Ik schiet in de lach en stel hem gerust met de vier-seizoenenregel: “Wat mij betreft geen gekke dingen zoals samenwonen, kids, trouwen, whatever, voordat we het minimaal een jaar leuk hebben met elkaar.” (Deze tegeltjeswijsheid heb ik ooit opgevangen van een vriendin die zich hier zelf trouwens nooit aan houdt, en schud ik nu bijzonder soepel uit m’n mouw, al zeg ik het zelf.) Mijn date haalt opgelucht adem. Volgens mij is het aan.

Hij had natuurlijk wel een punt: ik was al bijna 32 dus we konden het onderwerp niet te lang negeren. De boyfriend geeft aan dat hij er het liefst vijf wil; je hoeft geen wiskundewonder te zijn om te begrijpen dat snelheid is geboden. Vijf! Ik raak lichtelijk in paniek, ik dacht meer aan 0, en besluit te settelen voor het gemiddelde en dat dan naar beneden af te ronden (een half kind, dat lijkt me ook weer zowat). Want als ze ook maar een beetje op ons lijken, worden het draken dus meer kan ik niet aan. Maximaal twee. Deal!

Pil de deur uit, hatsikidee, niet te veel over nadenken en gaan met die banaan. Anders ga ik alleen maar weer twijfelen. Want: mijn vrijheid! Ons relaxte leventje! Lekker spontaan naar een feestje als we daar zin in hebben. Geen logistieke uitdagingen als ‘ie ziek wordt en ik toevallig net iets Super Belangrijks wil doen (zoals Netflixen ofzo). Al mijn geld uitgeven aan decadente etentjes in plaats van aan luiers en de crèche. Samen reizen naar exotische landen buiten de schoolvakanties. Mijn (best wel) strakke lichaam! En lekker nooit naar de freakin’ speeltuin op m’n vrije zaterdag. En dan onze ouders, die bakten er niks van: allemaal gescheiden. Help! Kunnen wij het beter?

We zijn nu 2,5 jaar verder en pas de bébé. Ik heb een vriendin die er in de tussentijd al twee heeft gebaard, maar onze baby laat zich blijkbaar niet echt plannen. Best ingewikkeld want ik ben een millennial en ik ben gewend dat alles beschikbaar is on demand. We zijn daarentegen wèl lekker vaak spontaan uit eten geweest, we kunnen bij ieder feestjes tot het einde blijven plakken zonder ons iets aan te trekken van oma of de oppas, en we beklommen – zonder draagzak – af en toe avontuurlijk een vulkaan. En oh, wat was dat fijn! Èn we hebben dankzij één of andere waardeloze app zeker een jaar lang op de verkeerde dag gewipt, en dat is ook best wat waard! Oh nee: best wel stom natuurlijk.

En what happened to ‘we zien wel hoe het loopt’? Nu het zolang duurt, hebben we veel te veel tijd om na te denken en slaat de twijfel regelmatig weer toe. En gelukkig niet alleen bij mij. Eenmaal in de ziekenhuismolen beland, gaan we steeds een stapje verder. Onderzoekje hier, kwakje inleveren daar. Ook leuk dat ik dankzij een hormoonkuur op m’n 36e al weet wat een opvlieger is.

En nu sta ik dus hier met die spuit in mijn hand om me voor te bereiden op die IUI-behandeling morgenochtend. Wie heeft verzonnen dat je dat ding zelf moet injecteren?! Goed… Adem in… Adem uit. Ik kan dit. Gewoon even niet denken aan bevallen, uitscheuren en tepelkloven. Je krijgt er vast. Veel. Voor. Terug. Ik zet dapper die spuit in mijn buik. Dat viel gelukkig mee. Beter schieten we morgen in één keer raak en wordt onze baby een heeeeele leuke!

LARA

Plaats een reactie