Bevallingsverhaal: “Het was de vraag of ik de verloskamer zou halen of dat ik ging bevallen op de anesthesie”

| | , ,

Onze oudste heeft een verhaal. Een traumatisch verhaal. Een schokkend verhaal. Een verdrietig verhaal. Want vanaf zijn geboorte tot aan nu, gaat niets ‘normaal’ met Nouri. Hij knokt al vanaf de eerste dag van zijn leven en ons gezin strijdt met hem mee. Ik als vechtende ‘momzilla’ voorop! En om dat allemaal te verwerken, schrijf ik het van mij af. Vele blogs en columns over hem zijn reeds de revue gepasseerd. Over de verdrietige start die we maakten (hier) , het gevecht wat daarna kwam, de gevolgen die deze rot start met zich mee brachten en over de transitie die hij op dit moment doormaakt van meisje naar jongen. Door erover te schrijven, heb ik veel kunnen verwerken. En dat is mooi. Maar al die aandacht voor Nouri zijn verhaal heeft ook een keerzijde. Namelijk dat het verhaal van onze jongste vaak overschaduwd wordt.

Diva

Onze Lynn is een rasechte diva. Sterker nog: zij doet de originele betekenis van het woord serieus verbleken! En natuurlijk heb ik ook over haar een aantal hele leuke blogs en columns geschreven. Maar toen ik een tijdje geleden door Kids & Kurken gevraagd werd om mijn bevallingsverhaal te schrijven, kwam die van Lynn niet eens in mij op. Wel de horrorbevalling van de Nouri, waar je inmiddels alles over hebt kunnen lezen (hier). Maar wat ik me ineens realiseer, is dat ik überhaupt nog nooit Lynns bevallingsverhaal op papier heb gezet. Shock! Hoe unfair is dat? Precies de reden waarom mijn vingers nu met zo’n driehonderd tikken per minuut over het toetsenbord razen: dit moet ik rechtzetten!

De zwangerschap van Lynn was één uit een boekje. Ik had geen last van ochtendmisselijkheid, had energie voor tien, verkeerde in blakende gezondheid en mijn werk als machinist moest ik na bijna vijfentwintig weken neerleggen – niet omdat ik het niet meer kon volhouden – maar simpelweg omdat ik niet meer op de bok paste met mijn dikke buik. Daarnaast vonden mijn voornamelijk mannelijke collega’s het niet leuk dat ik nog werkte. Ze waren bezorgd om mijn veiligheid en vonden het genoeg geweest. Nou ja, een beetje gelijk hadden ze wel, want als ik de trein uit moest, het grind in, dan kwam ik daarna de trein niet meer in. De trein inklimmen lukte niet zo goed meer met die bolle buik en dus kreeg ik vanaf die tijd een kantoorfunctie waar ik het lekker rustig aan kon doen. Kortom, ik had een fijne zwangerschap zonder problemen. Ik zat ik in een heerlijke onbekommerde roes waar ik zo lang mogelijk in wilde vertoeven.

Achtergebleven trauma

Dat veranderde toen een kennis, die vier weken op mij voorliep, een paar dagen voor de uitgerekende datum te horen kreeg dat haar kindje in haar buik overleden was. Zomaar, zonder aanleiding. Say what? Een vlekkeloze zwangerschap en toch een hartje dat ineens niet meer klopt? Shock! Bevallen van een dood kind, ik kan me werkelijk niets ergers voorstellen. Wat die ouders wel niet moesten voelen, wat voor een trauma dat zij opliepen… En precies die gedachtegang deed mijn eigen oude, diepgewortelde trauma oprakelen en reet oude wonden weer volledig open. Ik raakte volledig mijn sanity kwijt. Ik sliep amper meer, liep hele dagen te huilen en iedere keer dat ik de kleine niet voelde bewegen van binnen, moest de verloskundige met haar apparatuur eraan te pas komen om me ervan te overtuigen dat er nog wél een hartslag was. Geloof me: wat mijn stresslevel betreft, heb ik de eerste zesendertig weken dubbel en dwars ingehaald in die laatste vier weken. En toen was daar mijn eigen uitgerekende datum. Omdat mijn vorige bevalling verre van vlekkeloos verliep, waren er van te voren al een aantal afspraken gemaakt. De standaard dingen natuurlijk, zoals in welk ziekenhuis ik wilde bevallen en bepaalde wensen en voorkeuren, maar ook vooral afspraken die herhaling van een tweede traumatische bevalling moesten voorkomen. Zo wilde ik bijvoorbeeld zonder tegenspraak een ruggenprik, wanneer ik daar om zou vragen tijdens de bevalling. Dat was heel belangrijk voor mij: dat ik serieus genomen werd en niet als een of andere nitwit behandeld zoals bij de eerste bevalling. Want lullig maar waar: als ik toen die ruggenprik meteen had gekregen, hadden we Nouri zijn hersenbloeding en alles wat daarna kwam kunnen voorkomen.

Geplande geboortedatum

En zo kwam het dat ik op een geplande dag werd opgenomen in het ziekenhuis om te gaan bevallen van onze jongste. Gek is dat hoor, dat je van te voren weet wanneer de geboortedatum van je kind is en je gewoon op de kalender hebt staan: “Bevallen van Lynn.” Mijn man had me de avond ervoor al gebracht, omdat ik die nacht een ballonkatheter in moest om de baarmoederwand voor te bereiden. We spraken af dat ik hem de volgende dag wel zou bellen zodra het ‘serieus’ begon te worden. Oma hadden we achter de hand als Nouri’s oppas. Nou, ik kan je alvast verklappen dat het maar een haar had gescheeld, of Richard had de complete bevalling gemist!

Weeën

Ik kreeg een infuus met een oxytocine, een goedje dat de weeën opwekt. Maar jeetje zeg, dat spul werkt goed! Het ene moment lag ik me af te vragen hoe lang het zou gaan duren en voor ik het wist zat ik volop in een weeënstorm. Ik was niet eens meer in staat om mijn echtgenoot te bellen, de weeën hadden mij volledig in hun greep. Dus belde de verpleegkundige hem voor me. Daarna sloeg paniek keihard toe: de heftige weeën haalden mijn oude trauma weer naar boven en ik verloor alle controle over mezelf. Ik voelde de radeloosheid en beklemming van toen. “Oh kut! Ik trek dit niet. Ik trek dit niet. Ik trek dit niet!”, repeteerde een negatieve mantra door mijn hoofd. Ik begon te hyperventileren en ik brulde panisch tussen twee weeën door: “GEEF ME DIE RUGGENPRIK!” De verloskundige was de rust zelve. “Ik hoor je Daphne, maar weet je het zeker? Het gaat nu best snel en je wilt daar beneden niet bevallen, geloof me!” Wat ze daarmee bedoelde, is dat je voor de ruggenprik naar de afdeling anesthesie moet. Die zit twee verdiepingen lager dan de verloskundige afdeling. En de afdeling anesthesie is niet erg geschikt om een kind ter wereld te brengen, mocht de ontsluiting wél ineens snel vorderen. Maar het interesseerde me niet. Ik wilde die ruggenprik en ik wilde hem NU! En dat woordje “NU” siste ik dan ook venijnig de verloskundige toe. Ik denk dat ze eveneens het vuur gevoeld heeft dat uit mijn ogen spatte, want ze kwam direct in actie. Ik werd losgekoppeld van de monitoren en daar ging ik, met bed en al, de gangen door, de lift in naar beneden en daarna weer een aantal gangen door.

Poep

Ik moest poepen. Sorry, detail waar je waarschijnlijk niet op zit te wachten, maar ik moest echt super nodig poepen gewoon. En inmiddels kreeg ik persweeën. En volle darmen en persweeën gaan niet echt samen… Eindelijk kwamen we op de anesthesie afdeling aan. De dienstdoende arts sprak me aan. “Heb je persweeën?”, vroeg ze meteen (Irritant wanneer mensen je direct doorzien). En alsof ze het ter plekke opriep, kwam er inderdaad weer een perswee die onverhoeds mijn volledige darminhoud naar buiten duwde. “Jezus, heb ik dan nu gewoon in mijn bed gescheten?” Yup, dat had ik! Ik schaamde me kapot en hoopte vurig dat niemand het laken op zou tillen waar ik onder lag. Dus schudde ik heftig met mijn hoofd naar de arts en kermde: “Nee hoor, geen persweeën hierzo, dus kom maar op met die ruggenprik.” Daar trapte ze natuurlijk niet in. Ze hoefde ook alleen maar dat lakentje op te tillen om het glimmende bewijs in volle glorie te aanschouwen. Ik verwachtte op zijn minst een “Iiieeeeuuuwww!” of “Gadverdamme!”, maar het enige wat ik hoorde waren de resolute woorden: “Mevrouw heeft persweeën, check de ontsluiting, volgens mij is ze al zover.” En dat was zo. De ontsluiting was volledig en ik hoorde de verloskundige zeggen: “Shit, daar is het hoofdje al!” Gevolgd door een verwijtend: “Zie je nou wel? Dit bedoelde ik dus!”

Race

Rennende verpleegsters door de gangen, ik creperend op een bed dat bijna leek te vliegen, daarna de ‘ping’ van de lift en rennend op weg naar de verloskamer. In de haast reden we bijna mijn echtgenoot omver die op zijn dooie gemakje richting verloskamer liep. In de run pakte ik zijn hand en trok hem mee, voor hij überhaupt in de gaten had dat ik degene was die met hoge spoed langs hem sjeeste. Oh en wat was ik blij dat hij er was. Ik heb zijn hand daarna niet meer losgelaten, iets dat hem de nodige kneuzingen heeft doen oplopen, de schat (peanuts vergeleken bij alles wat ik allemaal heb opgelopen natuurlijk!)! Het bed stond nog niet eens stil of de verloskundige commandeerde me dat ik moest persen. Dat deed ik. Zo hard ik kon met de wee mee. Eén keer… Twee keer… Een oerkreet van mijn kant, geen idee waar die ineens vandaan kwam. “Probeer niet te schreeuwen”, coachte de verloskundige, die vanaf een krukje heel ontspannen naar mijn ‘opening’ zat te kijken, alsof ze zojuist haar favoriete serie op Netflix had opgezet. “Focus die energie liever op je kindje, je bent er bijna!” Ik begreep niet hoe ze daar zo onnozel kon blijven zitten. “Doe godverdomme iets en zit daar niet zo onverschillige te zitten!” Maar onverschilligheid was het zeker niet. Het was de houding van iemand met ervaring. Van iemand die weet dat ze niet hóeft in te grijpen, omdat natuur keurig zijn werk doet. En daar kwam de derde wee. Ik perste zo hard ik kon, al mijn energie gefocust op daar beneden. Ik voelde gewoon hoe ik ons kindje uit mijn opening perste. Ik vóelde het gewoon! Bi-zar! Gevolgd door het mooiste geluid van de wereld: het huilen van een baby. Eindelijk was ze daar, onze Lynn.

Dankbaar

Holy moly, wat was dat een bliksem bevalling! Kind ging door de geluidsbarriere zeg! Tja… Zo kan het dus ook. Wat ben ik dankbaar voor deze prachtige ervaring. Een vlotte bevalling zonder complicaties. Beschuit met muisjes. Een normale kraamtijd. Kraamvisites die je keer op keer mag vervelen met je bevallingsverhaal. Geen stress, geen zorgen, geen levenloze baby in je armen waarmee je hals-over-kop naar de Spoedeisende Hulp moet, maar gewoon, gewoon. Zoals het zou moeten. Zoals ik het zo vaak bij vrienden en familie had gezien. Zoals velen het als vanzelfsprekend ervaren. En eerlijk gezegd besefte ik nu pas hoe zeer ik daar naar verlangd had… En hoe verdrietig het me al die tijd gemaakt heeft, dat dat ons eerder niet gegund was. Maar deze ervaring zette mijn wereld beter in balans. Verlichtte mijn kijk op het verleden. Waar het voorheen alleen maar duister was, en verdriet en pijn de boventoon voerde, daar kwam nu licht. Die spreekwoordelijke roze wolk? Daar heb ik nu ook een stukje op mogen zweven en dat had ik erg hard nodig. Dat wil overigens niet zeggen dat dit voor herhaling vatbaar is hoor! Nope. No freaking way! Ik niet meer. Nooit meer. Twee wondertjes vind ik meer dan genoeg!

DAPHNE (klik hier voor haar Instagram)

Plaats een reactie