Vroegtijdig gebroken vliezen

| | , ,

Ik was 22 weken en 4 dagen zwanger toen ik een plens water verloor terwijl ik aan het werk was. Ik voelde direct dat het niet goed was…. Een zoete geur, vruchtwater? Ja het was vruchtwater…. En niet een beetje ook. Ik ben met spoed naar het ziekenhuis gereden, terwijl langzaam het besef binnen kwam dat dit nog wel eens de laatste dag kon zijn met dit drukke trappelende mannetje in mijn buik. Mijn man haastte zich ook vanuit werk naar het ziekenhuis. Enerzijds beduusd en vol ongeloof, anderzijds helemaal overstuur, omdat we dachten dat dit het einde van deze zwangerschap zou zijn. En dus het einde van het leventje van ons mannetje, die niet levensvatbaar ter wereld zou komen. Was dit echt het einde? Nee, het was geen einde… Na een echo en het bericht ‘je vliezen zijn gebroken’, konden we weer naar huis. “Naar huis? Hoezo? Waarom? Moeten we dan niets doen? Kúnnen we dan niets doen? Ga ik niet bevallen?“ Nee, er zat niets anders op dan wachten…. Wachten tot de bevalling op gang zou komen. “Meestal binnen 36 uur”, werd er nog tegen mij gezegd. En met dat bericht moest ik naar huis. De meest zenuwslopende dagen van mijn leven tegemoet, óns leven, het leven van mij en ons jongetje.

Maar het bleef stil in mijn buik, ondanks dat ik vruchtwater bleef verliezen. Ik kreeg geen weeën en er kwam geen bevalling op gang. Ik heb dagen en nachten liggen wachten, letterlijk LIGGEN wachten, want ik durfde de trap nog niet eens op. Bang om nog meer vruchtwater te verliezen, bang dat ons mannetje geboren zou worden. Ik heb amper geslapen en ik was me bewust van iedere beweging in mijn buik. “Was dit ons kleintje die zich nog even liet horen? Of was het een kramp en zou ik toch gaan bevallen?” Twee weken heeft dit geduurd. Twee horrorweken met continue vruchtwaterverlies en vreselijke angst.

24 weken

De grens voor opname in verband met levensvatbaarheid. Vanaf 24 weken mochten we ons eindelijk melden in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ). Dit voelde als een enorme opluchting, want eindelijk konden we in ieder geval iéts doen. Longrijpingsinjecties, monitoring en opname. Daar lag ik dan, in een ziekenhuis, nog steeds volledig gefocust op alle bewegingen in mijn buik. Ondertussen voerden we de meest verschrikkelijke gesprekken…. “Wat houdt levensvatbaarheid in? Met welke scenario’s moeten we rekening houden? Kan ons jongetje ooit een balletje trappen op het voetbalveld? Gaan we zo vroeg al een keizersnede doen? Hoe ver gaan we met de behandeling van ons zoontje als blijkt dat hij zwaar gehandicapt is?” Maar….. ieder uur dat ik verder kwam, was er weer eentje de goede kant op. En iedere dag vierden we dat de kansen op een gezond ventje weer iets gunstiger waren.

Ik zette mezelf op de ‘overlevingsstand’. Ik móest hier zo lang mogelijk blijven liggen, voor het kleintje. Terwijl ik mijn andere kleintje (ons oudste zoontje van bijna vier jaar) vreselijk miste. De enige beweging die ik kreeg was vanuit mijn bed naar de wc of de douche en weer terug. En het was zo fijn als er bezoek kwam, of als iemand me af en toe even in de rolstoel mee naar beneden of naar buiten nam. Ondanks dat dit allemaal ook zo vreselijk veel spanning met zich mee bracht. Want met bijna iedere beweging kwam er weer vruchtwater en ik was zó bang dat ons kleintje niet meer genoeg had en dit niet meer fijn zou vinden. En als het dan ook nog even stil voelde in mijn buik, sloeg steeds weer de paniek toe. “Leefde hij nog wel? Was hij nog wel oké daar binnen?”

Uren werden dagen, dagen werden weken

Op een gegeven moment durfde ik de dagen te tellen in plaats van de uren. “Laten we eerst maar eens op de 26 weken komen.” Dat was mijn doel. Daarna heel voorzichtig de 27 en misschien zelfs wel de 28. Ik kon alleen maar hopen en afwachten. Het was leven tussen hoop en vrees. Maar toen we de 26 voorbij waren, durfde ik ineens van weken te spreken. Het bleef nog steeds rustig in mijn buik en ook de dagelijkse CTG’s en tweewekelijkse echo’s bleken goed. Ons kleintje bleef maar groeien, ondanks zijn eigenlijk slechte situatie in mijn buik met amper vruchtwater. Toch vond hij het blijkbaar zelf nog niet zo slecht, want hij bleef lekker zitten en bewoog goed. Wat een sterke jongen!

De 28 weken kwam in zicht, wat een mijlpaal! Dit hadden we nooit durven dromen de afgelopen zes weken. Nu zagen de kansen er toch echt serieus goed uit. We kregen hoop. Ineens gingen de gesprekken ook anders, over het geven van borstvoeding en ik durfde al stiekem naar een geboortekaartje uit te kijken. Ook durfde ik weer wat over de gangen van het ziekenhuis te schuifelen en ik mocht zelfs een nachtje naar huis! Weekend verlof! Alsof ik vanuit een gevangenis naar huis mocht.

Bij 30 weken kwam er onrust

Met ruim 30 weken voelde het ineens niet meer goed. Ik voelde me misselijk, kreeg wat bloedverlies en lichte krampen. De gynaecoloog en verpleegkundigen bleven er rustig onder, maar ik raakte wat in paniek. Ons kleintje zou komen. Misschien niet direct, maar wel binnen een paar dagen. Ik wist het zeker. En toen ging het ineens heel snel. Op maandagavond 3 december kreeg ik enorme krampen die met regelmaat terug kwamen. Ook werden ze steeds heftiger. Ik werd aan de CTG gelegd en er werden inderdaad weeën geregistreerd. Om de 4 minuten. Daarnaast steeg mijn temperatuur binnen een halfuur van 37 naar 39,5 graden koorts. Een infectie! Ik werd direct naar de verloskamers gereden en de OK en NICU werden voor mij klaar gemaakt. Daar lag ik trillend in bed, de weeën zetten flink door en kwamen iedere 2 minuten. Ik kreeg ook enorm last van mijn darmen en werd heel ziek. Ik zou nog zo’n twee uurtjes hebben en dan naar de OK gereden worden. Mijn man regelde een oppas voor ons oudste zoontje en haastte zich daarna ook naar mij toe. Maar twee uur werd een uur, en een uur werd een kwartier. Ons kleintje liet geen goede CTG’s meer zien. Zijn hartslag ging flink omhoog en de paniek in de verloskamer sloeg toe. Door de paniek en mijn lastig te prikken aderen, is het infuus vier keer opnieuw geprikt. Uiteindelijk is hij in mijn onderarm beland in plaats van op mijn hand. Er was geen tijd te verliezen. Ons kleintje moest zo snel mogelijk per keizersnede gehaald worden.

Om 23.34 uur is ons prachtige kleine mannetje Joep geboren, 1750 gram, wat een kerel! Hij probeerde te huilen, maar het lukte hem niet. Hij kreunde en had het verschrikkelijk zwaar… Zijn zuurstofpeil bleef te laag en zijn hartslag en bloeddruk te hoog, omdat hij zo aan het vechten was. Ondanks intubatie, verbeterde de situatie niet. Joep werd naar de NICU (Neonatologie Intensive Care Unit) gereden om hem vanuit daar verder te kunnen onderzoeken en hem alles te kunnen geven wat hij nodig heeft.

De volgende dag

Daar liggen we weer, in de verloskamer. Nog helemaal beduusd van alle medicatie, maar vooral door wat er de afgelopen uren allemaal gebeurd is. Nog nauwelijks bevattend dat we opnieuw papa en mama zijn geworden. Want ons ventje is niet bij ons, maar ligt aan de meest zware apparatuur en medicatie op de NICU afdeling. De kinderarts komt langs om te vertellen dat Joep erg ziek blijkt, hij heeft koorts en ze krijgen hem maar moeilijk onder controle. Minder apparatuur gaat niet, meer apparatuur kunnen ze hem niet geven. Alles staat voluit om zijn prille leventje te redden. Ze denken aan een bacterie die voor een bloedvergiftiging zorgt. Zijn hartslag is enorm hoog. Snel haasten we ons naar ons mannetje, ik nog steeds volledig onder de morfine en ik krijg soms maar vaag mee wat er allemaal gebeurd.

Daar lig je dan, onze kleine Joep, aan allemaal slangetjes, piepjes en lampjes en je buikje gaat snel op en neer. Je wordt aan alle kanten ondersteund. Gelukkig zien wij naast alle apparaten ook een prachtig koppie vol haartjes, dezelfde kreukel in je oor als je grote broer Noud. En je beweegt je mooie handjes, vingertjes, voetjes en teentjes. Het enige wat wij kunnen doen is jou laten weten dat we bij jou zijn, door tegen je te praten en je aan te raken. Je voelt warm en beweegt af en toe een vinger of teentje, waardoor wij weten dat jij ook voelt dat wij er zijn. Oh wat zouden we jou graag willen knuffelen, maar we denken dat dit nog heel lang gaat duren. Toch blijven we ervan overtuigd dat je over een paar weken gezond met ons mee naar huis gaat. Een paar uur later. De artsen blijken met hun rug tegen de muur te staan en onze families worden bij elkaar geroepen. Een slecht nieuws gesprek. Langzaam komt het besef dat Joep misschien wel helemaal niet met ons mee naar huis gaat. En misschien zelfs het einde van deze dag niet eens gaat redden. We geloven het eigenlijk helemaal niet. “Hoe kan dit nu? Na ruim 30 weken zwangerschap, nog maar net op de wereld, en nu alweer afscheid moeten nemen?” Dat ik zwaar onder de morfine zit, maakt het verhaal ook niet helderder voor mij. Ik heb soms zelfs moeite met het open houden van mijn ogen en alles gaat als een waas aan mij voorbij. Ik vang alle gesprekken maar half op, laat staan dat ik het besef heb wat hier allemaal om ons heen gebeurd. Joep wordt in mijn armen gelegd, dat voelt even heel spannend, maar zodra ik dat kleine lijfje op mij voel, word ik direct rustig en de liefde stroomt door mijn hele lijf! Jouw papa barst in tranen uit en vertelt jou dat hij nog zo graag met jou en je grote broer had willen voetballen! We blijven jou maar knuffelen, aaien, kussen en we houden je handjes vast. Ondertussen weten we dat je op deze manier, in mijn armen, komt te overlijden. Je kijkt ons aan en gaat met je oogjes van papa en mama. Dat moment zullen wij nóóit vergeten! Na zo’n 1,5 uur was er geen hartslag meer. Je bent er niet meer lieve Joep, je hebt zo gevochten, maar je kon het niet. In mama’s armen overleden. Onvoorwaardelijke liefde. Voor altijd zal je bij ons gezin horen en vergeten zullen we jou geen moment. Je hebt ons de mooiste uren in ons leven gegeven en die blijven we voor altijd herinneren! Voor altijd in ons hart kleintje!

Liefs,

Papa, Mama en jouw grote trotse broer Noud

RIANNE

Plaats een reactie