Hoe het kon dat ik een baby van 5000 gram (!) op de wereld hielp

| | , ,

Ik mocht haar graag en zij mij. Tenminste ze was altijd heel joviaal, maar dat was niet heel ongewoon voor haar. Ze kende iedereen op de spoedeisende hulp bij voornaam en dat geeft natuurlijk ook te denken. Ik liep in mijn late dienst naar haar kamer. Ik zag dat ze was opgenomen en wilde even weten hoe het met haar ging. Ze zat met haar mollige lichaam schuin op bed, één been half in kleermakerszit, de ander bungelend naast het bed. Afstandsbediening in de hand. ‘Hey, heb jij dienst?! Wat gezellig!’, ik schoof er een stoel bij naast het raam. Ze lag alleen op een kamer en keek uit over de binnenplaats van het ziekenhuis. ‘Wat maak jij nou weer?’, vraag ik haar. Het is altijd goed afwegen wat je tegen welke patiënt zegt, maar bij haar kon je heel direct zijn met een baldadige ondertoon. Ik vond dat heerlijk. We hadden een bepaalde groep binnen onze patiëntenpopulatie bij wie deze aanpak, naar mijn idee, het beste werkte. En ik genoot hiervan. Ik werd daardoor sneller geaccepteerd met mijn witte jas. Ze zat schouderophalend in bed. Je wist bij haar nooit of het gespeelde teleurstelling was als ze opgenomen werd. Ik verdenk haar ervan dat ze intens genoot van al die aandacht en reuring van het ziekenhuis. ‘Tsja, ik heb de nierbekkens ontstoken.’ zegt ze. ‘Hoe krijg je dat nou weer voor elkaar?’, vraag ik. Ze gaat hier serieus op in. ‘Ja, wat denk je! Ik blijk dus gewoon al 2 centimeter ontsluiting te hebben. Hadden ze ook wel even mogen zeggen. Ik heb gewoon nog op de scooter gezeten en toen heb ik er denk ik teveel tocht op gekregen. En nou heb ìk het an de nieren! Lekker dan!’, sprak ze met haar platte stadse accent. Ik moest mijn lachen inhouden. Je zag dat ze duidelijk overtuigd was van haar beredenering. Ik vond het moeilijk om haar overtuiging in mijn eerste zin al onderuit te halen. Ik hield me wat op de vlakte. Ze mopperde dat haar man er nu weer alleen voor stond met de jongens en dat het thuis niet meer uit te houden was zo. Ze wilde het liefst al ingeleid worden, want dan kon ze er gewoon weer zijn. Ze vergat daar voor het gemak even bij dat ze nog maar 35 weken zwanger was en een vroegtijdige bevalling haar huishouden nog meer in de war zou schoppen. Twee kinderen thuis en één op de couveuseafdeling zou niet meer rust geven. Haar beperkte verstandelijke vermogen was vooral een kei in korte termijn oplossingen. Dat gold overigens ook voor haar buikwandcorrectie die ze vorig jaar had uit onderhandeld. Ik had haar dossier een aantal maanden geleden geopend toen ze zich meldde voor deze zwangerschap. Met het openen van haar dossier klapte in de linkerzijde van mijn scherm ook een heleboel dossiers van andere specialismen open. Dit soort patiënten halen hun eigen risico er ruimschoots uit op jaarbasis, laten we maar zeggen. Ze was met een hoop bombarie op de poli verschenen. Toen ik haar uit de wachtkamer haalde, riep ze me al van een afstand toe. ‘Ja dokter (deze mensen zagen alles met een witte jas aan voor dokter), dat had u niet verwacht hè! Nou wij ook niet! Heb hij zich voor niets laten helpen. Dat zaad van hem zwemt zo door die sterilisatie heen!’. De rest van de wachtkamer keek met plaatsvervangende schaamte naar mij, in afwachting van mijn reactie. Ik werd hier niet warm of koud van en genoot van haar ongenuanceerdheid. In haar dossier trof ik ook de aantekening over haar buikwandcorrectie aan. Bij het lichamelijk onderzoek zag ik dat deze zwangerschap en haar ongezonde eetpatroon het resultaat van die operatie al weer verpulverd had. De enige stille getuige van deze operatie, was het gigantische litteken van bekkenkam naar bekkenkam waarover het nieuwe vetschort al weer zijn plaats had ingenomen. Ik zei er niets over.

Ik stond op na mijn praatje bij haar aan bed. Ik had getracht haar uit te leggen dat je best met 2 centimeter ontsluiting op je scooter kon gaan zitten. De meeste vrouwen die al een keer bevallen zijn hebben vaak wat ontsluiting bij deze termijn en mogen normale lichamelijke activiteiten blijven doen. Ik zag aan haar blik dat ze me niet helemaal vertrouwde en net deed alsof ze het van me aannam. Grinnikend liep ik weg, terwijl ze me nog nariep: ‘Daag, lieverd! Fijn dat jij er bent vanavond!’. Ik wist dat mijn uitleg totaal geen zin had. Zij zou in haar wijkgebouw, waar voor haar het hele sociale leven zich afspeelde, andere jonge moeders waarschuwen over de gevaren van scooter rijden tijdens je zwangerschap en de gevolgen daarvan. Verhalen en angsten die ik op mijn spreekuren terug zou horen. Ik hield van dit soort volksmythes. De hardnekkigheid ervan haatte ik alleen, omdat veel jonge vrouwen hierdoor met onnodige angst hun zwangerschap beleefden. En omdat de stress die dit opleverde vrolijk weg gerookt werd. ‘Want die stress is toch ook niet goed dokter!?’

Ik had geluk, ze beviel een aantal weken later in mijn dienst. Haar man, een ongelofelijk hard werkende, naar shag ruikende goedzak en haar moeder waren er bij. Ze had nog praatjes en stond aan het begin van haar bevalling. Ze baalde, want haar favoriete club uit onze stad, voetbalde die avond tegen Telstar. Het moest voor kwart voor acht klaar zijn, want anders moest ze die wedstrijd missen. Het nog ongeboren kind zou dit tot in lengte van jaren moeten aanhoren, zei ze. Van mij mocht ze niet zo veel praatjes meer hebben en gewoon gaan bevallen. Als ze een beetje haar best deed, dan was het zo gebeurd en dan zetten we haar nog wel op het dak van het ziekenhuis, dan kon ze de wedstrijd alsnog zien. Ons ziekenhuis lag pal naast de club en tijdens wedstrijddagen voorzagen de stadionlampen het ziekenhuis van een goudgele gloed.

Het eerste inwendig onderzoek liet een mooie vier centimeter ontsluiting zien. ‘Vier nog maar! Dat is maar twee er bij! En ik heb de hele dag al last!’. Optellen en aftrekken onder het tiental ging haar nog wel goed af. Ze zag het niet goedkomen met haar wedstrijd. ‘Kwart voor acht hè!’, riep ik haar nog na toen ik de verloskamer verliet. Ze had nog een half uur de tijd. Ik vertrok naar de onderzoekskamer waar een vrouw lag die ik moest beoordelen op mogelijk vruchtwater verlies. Ik bracht een speculum in om het vochtverlies te beoordelen. Mijn telefoon ging, ik vloekte inwendig. Laat ik het zo zeggen, als je wilt dat je gebeld wordt, trek dan steriele handschoenen aan. De broeder van de verloskamers: ‘Mevrouw zegt dat de baby er nù aan komt!’. Ik weet dat ze gelijk heeft, verontschuldig me naar de andere patiënte en ren de gang over naar de verloskamers. In de twintig minuten dat ik weg was, is ze hevig in partu gekomen. Ze weet niet hoe ze het heeft, maar roept dat ze heel erg moet poepen en dat ik daar iets aan moet doen! Met haar kleine mollige lichaam ligt ze snuivend en briesend in bed. Aan elke hand een van haar teamgenoten die ze met al haar kracht naar zich toetrekt en weer van zich af duwt. Haar moeder, die maar klein en tenger van stuk is, wordt heen en weer gezwiept lang het bed. We pakken razendsnel onze spullen uit en begeleiden deze vrouw door haar laatste heftige minuten. Na twee zoons wordt daar een mooi meisje geboren. Ze draagt een naam, waarvan ik inmiddels heb geleerd dat je die op zes verschillende manieren kan schrijven in onze stad. Je kan namelijk overal h’s, een extra n of y’s toevoegen om uniek te blijven. Arme juffen en meesters van tegenwoordig. En als of de duvel er mee speelde, geboortetijd: 19.44u.

Nog wat nahijgend van haar bevalling, maar inmiddels weer praatjes voor tien, dirigeert ze haar man richting de ‘vluchttas’. ‘Haal even die kaartjes d’r uut, want ze gaan d’r zo nakijken en wegen.’ Zorgvuldig laat ik dit mooie meisje door mijn handen gaan. Ik onderzoek haar van top tot teen. Naast mij wordt met trots een stapeltje kaartjes neergelegd. Het kleine budget van deze mensen heeft het toegelaten om wat lieflijke stickers en roze A4 papier te kopen. Een lief versje en uniek gespelde, naam prijken centraal op het kaartje. De enige twee variabele waarden, geboortedatum en gewicht (aangegeven in kilogrammen?!), zijn met stippellijntjes uit de printer gerold. Met blauwe balpen wordt dit ‘live’ toegevoegd, nadat ik haar van de weegschaal haal. En zo kon het gebeuren dat ik voor het eerst in mijn carrière een baby van 3200 KG op de wereld hielp.

MARTINE

Plaats een reactie