Al vrij vroeg in de zwangerschap had ik een voorgevoel dat er iets niet klopte

| | ,

Ik zag mezelf altijd voor me als zwangere met een giga buik. Echter toen ik zwanger was ontwikkelde ik amper een buikje. Meerdere malen zeiden mensen tegen me “Goh, je kan ook door voor ‘gewoon iets aangekomen’”. Niet echt hetgeen wat een zwangere vrouw graag hoort. Met 31 weken kwamen we erachter dat m’n voorgevoel klopte.

De eerste 20 weken van de zwangerschap liepen voorspoedig. Ik was gezegend met weinig zwangerschapskwaaltjes. We hadden heel regelmatig echo’s die allemaal in orde waren. We zouden ouders worden van een gezond jongetje! Dit alles veranderde toen ik 28 weken zwanger was. Ik ben werkzaam als verpleegkundige en had er net een dienst op zitten toen ik zag dat mijn handen enorm opgezet waren. Onderweg naar huis kwam hier ook een stekende hoofdpijn bij. Na een telefoontje met de gynaecoloog kon ik rechtstreeks weer terug naar het ziekenhuis voor controle. Als verpleegkundige weet ik dondersgoed wat hoofdpijn en oedeem kan betekenen: pre-eclampsie. Na controle was m’n bloeddruk aan de hoge kant, maar mijn bloedwaardes nog in orde. Met de baby was ook alles goed, hij was wel aan de kleine kant. Ik werd weer naar huis gestuurd met de opdracht vaker op controle te komen. De volgende dag was alles weer terug bij het oude: geen oedeem en geen hoofdpijn. Ik was opgelucht, geen pre-eclampsie!

De hoofdpijnen en oedemen kwamen helaas regelmatig terug, maar ik maakte me geen zorgen meer. Het was toch goed gecontroleerd. Ik had het gevoel dat ik iets te veel hooi op m’n vork genomen had. Ik moest gewoon wat rustiger aan doen. Gelukkig had ik bijna vakantie. Wij wonen in Zwitserland en we zouden een tripje naar Nederland maken. Helaas ging het tijdens dit tripje mis. De hoofdpijnen en oedemen kwamen bijna dagelijks. Na telefonisch met onze arts te hebben gesproken, moest de controle afspraak vervroegd worden. Ik weet niet waarom, maar nog steeds drong de ernst van de situatie nog niet helemaal door.

Ik was een dikke 31 weken zwanger en lag op de echotafel. We werden direct doorverwezen naar een specialistisch ziekenhuis. De meting van 31 weken was precies hetzelfde als die van 28 weken. Dit hield dus in dat de baby niets gegroeid was in drie weken. Onze arts vertelde ons dat ze niet zeker was. Er kon ook niets aan de hand zijn. Misschien was het een meetfout, maar ze wilde dat gespecialiseerde artsen nóg een echo gingen maken. Door de manier waarop ze dit vertelde drong eigenlijk nog steeds niet zo goed door dat er iets mis zou kunnen zijn. Het drong misschien een klein beetje door toen ze zeiden dat dit echt niet de dag daarna of de komende week kon. Nee, ik moest direct naar een groter ziekenhuis voor controle. Daar aangekomen lag ik weer klaar voor een echo. Toen de arts heel stil was tijdens de echo en de kamer verliet om te telefoneren, wisten we dat het goed mis was. Daar was hij dan: de hamer met de realiteit die ineens insloeg. Toen de arts terugkwam wisten we eigenlijk al wat ze ging zeggen. Ik had pre-eclampsie en de baby had het moeilijk. De bloedtoevoer naar de baby was te weinig waardoor hij niet meer kon groeien. Ik werd per direct opgenomen in het ziekenhuis. Ik was ondertussen 20 kilo (!!!!) aangekomen. Achteraf gezien puur vocht. Ik kreeg injecties voor de longrijping, in het geval de baby te vroeg geboren zou worden.

De acht dagen voordat onze zoon gehaald moest worden, waren een achtbaan. Elke morgen werd er een echo gemaakt en ik had meerdere malen per dag een CTG. Bij de start van de opname was er nog hoopvol gezegd dat ze het misschien konden rekken tot 37 weken. Helaas kreeg ik na vijf dagen opname al het nieuws dat het een wonder zou zijn als we 33 weken zouden halen. Ik zat op dat moment twee dagen voor de 33.0-weken-grens. Bam, daar was hij weer, de realiteitshamer. Ze hadden op de laatste echo gezien dat de baby aan het compenseren was. De slagaderen in zijn hoofd waren wijd, zodat zijn hersenen nog voldoende bloedtoevoer zouden krijgen. De CTG was verder nog prima, vandaar dat er nog heel even gewacht werd. Zodra in één van de twee verandering zou komen, moest onze kleine meteen gehaald worden.

Donderdagmiddag, dag 7 van de ziekenhuisopname, kreeg ik weer een hoofdpijnvlaag. Dit keer heviger dan ik de weken ervoor meegemaakt had. Ik kon niks meer verdragen en alleen maar slapen. Vrijdagmiddag tijdens de echo zagen ze dat de baby het echt moeilijker kreeg en werd er gezegd dat ze niet meer gingen wachten. Wow, zeven weken te vroeg! Ons kleine ventje zou er vandaag al zijn! Vooraf was al gezegd dat de enige optie een keizersnede zou zijn. De baby was zo klein en zwak dat hij een normale bevalling naar alle waarschijnlijkheid niet zou overleven. Die middag zagen ze ook dat mijn leverwaardes niet in orde waren. Ik moest met spoed naar de operatiekamer. Het inbrengen van de ruggenprik was een hele operatie op zich. Ik was zo enorm opgeblazen dat ze acht (!!!) keer hebben moesten prikken. Het ging zo moeizaam dat ze hier meer dan een uur voor nodig hadden. Ondertussen voelde ik me steeds slechter worden. Mijn man moest op de gang wachten tot ik voorbereid was. Je kan je voorstellen dat hij zich een beetje zorgen begon te maken, aangezien het zo lang duurde. Toen na een uur het nog steeds niet was gelukt begon ik me serieus zorgen te maken of ik onder algehele narcose zou moeten. Gelukkig hoorde ik ze opeens heel opgelucht zeggen: “De ruggenprik zit erin hoor!” Ineens stroomde er een heel team van kinderartsen en gynaecologen binnen. Die hadden dus ook allemaal een uur moeten wachten tot die ruggenprik er eindelijk in zat. Voor ik het wist hoorde ik een heel zacht huiltje. 29 November 2019 om 17.52 was hij er, onze zoon Jip! Heel erg bewust heb ik het niet meegemaakt, omdat ik vlak voor hij er echt uit kwam nogal instabiel was met mijn bloeddruk. Het meest bizarre moment was dat op het moment dat hij eruit kwam, ik me meteen beter begon te voelen. Mijn bloeddruk werd stabieler, de oedemen verdwenen en de hoofdpijn was weg. Van tevoren had ik nooit verwacht dat al mijn klachten meteen weg zouden zijn. Bizar! Jip werd direct door een team van kinderartsen verzorgd. Mijn man mocht bij Jip kijken en kort zijn handje vasthouden. Hij was 42 centimeter en 1465 gram. Hij was dus prematuur, maar ook dysmatuur geboren. Jip had beademing nodig en is kort naar de IC gebracht. Gelukkig deed hij het ontzettend snel goed, waardoor hij in de loop van de avond al te goed was voor de IC en naar de IMC mocht gaan. Ik kon hem helaas die avond maar kort voorbij zien rijden, maar niet aanraken. Hij is ook niet meteen op m’n borst gelegd, omdat ze volop met hem bezig waren.

Die avond was heel raar. Ik had totaal niet het gevoel dat ik zojuist moeder geworden was. Mijn ouders en m’n man hadden Jip nog kunnen bezoeken die avond, ik helaas niet. De volgende ochtend kon ik voor het eerst zijn handje vasthouden. Ik keek nog in het warmtebedje en ik dacht: “Ok, dus dit is m’n kind”. Er lag een heel klein, dun mannetje, een pakje botjes. Er zat werkelijk geen grammetje vet op z’n lijfje. Het heeft echt een tijdje geduurd voordat ik die binding kreeg met Jip. Voor deze ervaring dacht ik altijd dat je meteen van je kind houdt als je het voor de eerste keer ziet. Dat had ik niet, het moest echt groeien in de loop van de weken. Jip heeft in totaal vijf weken op de IMC gelegen. Mentaal en fysiek waren dit echt zware weken. Ik lag na de keizersnede 1.5 week in het ziekenhuis, omdat ik toch nog postnatale pre-eclampsie ontwikkelde. Mijn leverwaardes bleven zich verslechteren ondanks dat Jip niet meer in mijn buik zat. Gelukkig zat hier na een week verbetering in en mocht ik naar huis. Het ziekenhuis waar Jip lag was een uur rijden vanaf ons huis. Elke dag reden we dus heen en weer, slopend was dat! De eerste dagen had Jip nog wat C-PAP ondersteuning nodig, maar gelukkig kon dat al snel afgebouwd worden. Daarna was het een kwestie van aansterken. We mogen van geluk spreken dat Jip geen grote complicaties gehad heeft tijdens zijn opname op IMC. Jip had wel een kleine hersenbloeding graad 1 gehad en er was een verdenking op koemelkallergie. Maar dit waren echt relatief kleine dingen. In het begin kreeg hij z’n voeding via het navelinfuus en na een paar dagen kon dit al via de maagsonde. Vanaf toen was het: eten, eten, eten en zo snel mogelijk dat gewicht eraan krijgen. Het was bizar hoe snel hij veranderde. Elke dag had je het idee dat er een ander kind in het bedje lag. Na iets meer dan een weekje mocht hij voor het eerst kleren aan. Wat een mijlpaal! Kleertjes maatje 44…Veel te groot! Hij verzoop er gewoon in. Na ongeveer 3-4 weken werd er over mogelijk ontslag gesproken. Jip deed het zo ontzettend goed. Ik vond dit de zwaarste weken. De criteria voor ontslag van een prematuurbaby uit het ziekenhuis zijn:

  1. Het gewicht moest minstens twee kilo zijn.

  2. Hij moest zelfstandig de hoeveelheden van het flesje kunnen drinken en aangeven wanneer hij honger heeft.

  3. Er mocht geen saturatie- of hartfrequentiedipjes zijn voor drie dagen lang.

Puntje 1 en 2 waren geen enkel probleem, dit deed hij super. Maar die dipjes waren wel een probleem. De laatste week had hij steeds twee dagen geen dipje en dan telkens de derde dag toch weer een dipje. Hierdoor werd steeds de ontslagdatum verschoven. Mentaal vond ik dit heel zwaar. Het maakte het ook extra lastig dat dit precies rond de feestdagen was. Met de kerst kon hij dus niet met ons mee naar huis, vreselijk vond ik dit.

29 December was het dan zover! Jip had aan alle criteria voldaan. We durfden in de ochtend niet te bellen om te vragen of er een dipje was. We zijn gewoon met Maxi Cosi vertrokken om hem op te halen. Bij aankomst was de verantwoordelijke verpleegkundige net in haar pauze. Dit betekende nog een paar minuten extra spanning. Maar uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: “Jip mag mee!”. Als ik iets moois moet noemen van zo’n lastig begin met je kleintje is dat je extra veel geniet van het moment dat je eindelijk thuis bent. De gebroken nachten, iedere poepluier, elk huiltje besefte ik me heel goed dat het ook allemaal anders had kunnen zijn. Ik ben dan ook ontzettend dankbaar voor het goede handelen van alle artsen en verpleegkundigen die we in dit hele proces ontmoet hebben. Soms heb ik het nog wel eens moeilijk als ik andere vrouwen zie die zo’n prachtige zwangere buik hebben, of waar kindjes lekker tot 40 weken in de buik zittten, gewoon zoals het hoort. Wat had ik dat ook graag gehad. Ik denk dat het een tijdje nodig heeft om te slijten. Maar het resultaat is hetzelfde als bij die andere vrouwen: een fantastisch kindje! En wat ben ik trots op mijn kleine vechter.

NATHALIE

Plaats een reactie