Wij publiceren de laatste bladzijdes van Yvonnes dagboek

| | , ,

Mijn borst begint te veranderen. Ik heb contact opgenomen met het ziekenhuis, maar de borst kan nog tot twee jaar anders worden door de operatie, littekenweefsel, bestraling en dergelijke. Wel irritant, want het weefsel duwt tegen mijn tepel en dat irriteert. Mijn borst begint meer pijn te doen, ik zie ook wat rood. Over vier dagen heb ik een afspraak in het ziekenhuis. Kan ik daarop wachten? Dat doe ik en dan bekijkt ze mijn borst. Ze schrikt, en ik schrik daar dan weer van. Het ziet er wel erg anders uit. Ze denkt aan wondroos of een ontsteking. Het ziet er ook ontstoken uit, maar wat veroorzaakt dit? We laten een echo maken, maar door de ontsteking kunnen ze het gewoonweg niet beoordelen. Ik krijg zes dagen antibiotica, om mijn borst rustiger te krijgen zodat we daarna goed kunnen kijken wat er aan de hand is.

Helaas merk ik al dat er niets gebeurt. De pijn wordt niet minder. Dat vind ik spannend. Dan is het misschien geen ontsteking? Maar wat anders? Ik durf niet verder te denken. Ik zet een berichtje op Facebook en krijg een enge tip. Interflamboire borstkanker. Ja… alle symptomen kloppen. Ik kan er niet genoeg over vinden, maar laat het het ziekenhuis wel weten. Ze geven aan dat het kan, maar dat die kans echt heel erg klein is. Dat ziet er anders uit, en het gebeurt bijna nooit bij triple negatief. Ik zit ook nog aan de chemo, dus ze denkt echt aan bestralingsschade. Gek, omdat ik naar mijn idee van het bestralen weinig last heb gehad. Maar late bestralingsschade bestaat echt. Nou het voelt alsof mijn tepel er bijna afbrandt. Bestralingspijn lijkt me ook branderig voelen. Is dat het?! Ze stellen me wat gerust in het ziekenhuis door met een klein appelboortje een stukje weefsel uit mijn borst te halen. Ze gaan dit goed controleren. Vrijdag krijg ik de uitslag.

Vrijdag

Het ziekenhuis mailt dat ze de uitslag nog niet hebben …. Pff, weer wachten. Maandag duidelijkheid.

Maandag

Vandaag was dè dag. Ik ging een stuk wandelen, telefoon op zak en toen ik in het park op een bankje zat kreeg ik het telefoontje: Het is kanker. Wat?! Ik zat vol ongeloof. Het is kanker! Bam…. Ik had intussen toch wat vertrouwen gekregen dat het dat ècht niet kon zijn. Ik zat nog aan de chemo. “Wat?! Is de kanker nu al weer uitgebreid? Sorry, ik ben nog aan het aftellen. Ik heb nog 1.5 kuur te gaan. Ik ben langzaam aan tripjes aan het plannen.”, dacht ik. Ik werd volledig in mijn gezicht geslagen. Zo voelde het. Ik kan weinig uitbrengen, dat het tijdens de chemo zo snel groeit is een vreselijk scenario. Ik besef dat dit niet meer goedkomt. Ik bel Kris. Hij komt naar huis. Ik bel mama, die met de kleine jongens naar de winkel is, en tref haar onderweg. ‘ Wat is er mama?’, vraagt Sem. ZO…. wat is dit moeilijk, onwerkelijk, oneerlijk. De tranen branden in mijn ogen. Ik heb zo hard gewerkt. Ik heb zoveel behandeling gehad. En nu voel ik dat dit niet goed kan komen. ‘Mama is toch nog niet helemaal beter en daar is mama verdrietig over’, antwoord ik. De lieve schat houdt de hele weg mijn hand vast en ik krijg veel knuffels. Ze voelen het. Ik vind het voor het eerst echt oneerlijk. Ik heb zo mijn best gedaan, ik ben positief, zet er mijn schouders onder, leer ervan, probeer erbij te sporten, te werken, en nu dit. Ongelooflijk. Ik, en iedereen om me heen is lamgeslagen. Hoe je instelling is, hoe je eruit ziet, hoe fit je blijft, het zegt allemaal niets. Die stomme kanker is gewoon nu al terug en razendsnel aan het uitbreiden.

Dinsdag

Ik ga met Kris naar het ziekenhuis, met lood in mijn schoenen. Ik wil me opsluiten met mijn gezin, of een vliegtuig pakken en net doen of het allemaal niet zo is, alsof alles niet waar is. Maar dat is geen optie, want ik wil het natuurlijk nog steeds behandelen. Ik wil tijd, ik wil mijn kindjes naar school zien gaan, zien leren zwemmen, voetballen. Ik wil nog van alles! Ik wilde wel duidelijkheid, en tegelijk niet, want ik ben zo bang dat ze uitspreken dat ik nog weinig tijd heb. Dat de dood op de loer ligt. Met deze groeisnelheid zie ik het somber in. Ik zet de ene voet voor de andere. “Ik kom me aanmelden voor de scan”, zeg ik tegen de mevrouw. “Mevrouw we hebben slecht nieuws, er is geen nucleaire vloeistof dus we kunnen de PET-scan niet maken. Heel vervelend.” Ik begin te huilen. Wat een ellende. Ik heb me er heen gesleept, om me vervolgens weer naar huis te slepen. Er wordt wel een CT gemaakt, de PET-scan is verzet naar morgen. Ik krijg dan de uitslag nog op dezelfde dag. Ik heb met Kris gesprekken gevoerd die we echt niet zouden moeten voeren. Niet op deze leeftijd. Niet met zulke kleine kinderen. Maar het is de realiteit, helaas. We moeten ons voorbereiden op het ergste in het leven. Wel fijn we deze dingen ook uitspreken. “Wat moeten we regelen? Welke angsten zijn er van beide kanten?” Ik wilde alleen maar in zijn armen liggen. Ik kon ook niet veel. Ik speelde met de jongens, fijn en ontzettend
emotioneel. Dit zal ik binnenkort niet meer kunnen doen.

Woensdag

Tijd voor de PET-scan. Infuus aan, vloeistof erin, een uur niet praten en bewegen, de scan …. “Mevrouw, ik moet even overleggen of de foto’s goed zijn in verband met bruin vet.” “BRUIN VET?”, dacht ik. Ik kreeg uitleg van de nucleaire arts. Ze konden niet goed kijken, omdat bruin vet zichtbaar was. Dat komt vaak door kou. Ik had het niet eens echt koud. Of door spanning… Oke, dat zou kunnen. Op dat moment was het ook pijnlijk mijn arm boven mijn hoofd te houden en ik merkte dat daar ook spanning op zat. De scan moest opnieuw. Dit meende je niet! Jemig, weer tranen. Ik kreeg wel de uitslag van de CT en die liet gelukkig geen uitzaaiingen zien in longen, botten, lever. Wat een opluchting. De situatie was echter nog steeds dramatisch. Ik voelde voor het eerst dat mijn leven niet meer zou worden zoals het was. Ik moet leren omgaan met het feit dat ik een tikkende tijdbom ben. Dat alle tijd mooi meegenomen is, maar dat ik hier niet oud mee ga worden. En toch
overheerst opluchting, dat er nog hoop is en dat het niet maar enkele weken zijn die ik nog heb. Misschien wel langer? Ook heftig om te horen dat bestralen misschien niet meer mag, omdat ik al zoveel gehad heb, dat de mogelijkheden enkel met chemo zijn. De operatie wordt een uitdaging, mijn lijf wordt lelijk, maar dat is dan maar zo. Ik hoop niet op teveel hersteltijd, want goede tijd is kostbaar. Die wil ik spenderen met mijn gezin.

De chirurg belt nog met de optie om een deep flap operatie te doen. Ze haalt de huid wat minder rigoureus weg, maar dat moet onderzocht worden en ik zou dan 1 a 2 weken een open wond hebben en op mijn spieren kijken. Pffff, klinkt heftig en dat is het ook. Maar dan zou ik nog een redelijk mooi resultaat kunnen krijgen. Ze gaat overleggen. Ze moeten dan sowieso ergens van mijn lichaam een flinke lap huid halen.

De volgende dag word ik gebeld. Ik krijg toch geen borstoperatie. Ze vinden het een te lange en ingrijpende operatie, en mijn kansen zijn klein. Als ik aan de chemo moet, is het herstel van deze borstoperatie te lang. Wat zijn mijn kansen dan? Als bijna niets mogelijk is? Pffff, dit is toch eigenlijk allemaal niet te bevatten. Ik hoop dat het bij deze berichten blijft en niet nog erger wordt…

YVONNE

Van de weken hierna heeft Yvonne niets geschreven. Maar de man van Yvonne, Kris, wil het verhaal afmaken en verder vertellen. Onwijs prachtig!

Plaats een reactie