Ik kon me niet voorstellen hoe het zou zijn om je kind vast te houden en te zien sterven, maar het gebeurde me

| | ,

Ik ben Maartje (39) de moeder van Boaz en Benja. Boaz is 6 en Benja is twee maanden oud geworden. Hij overleed op 1 april 2018 op de baby intensive care (NICU) in het LUMC in Leiden. Hij overleed in mijn armen, terwijl we liedjes voor hem zongen en hem bedankten dat hij bij ons wilde zijn. Natuurlijk had ik me, sinds ik moeder was geworden, wel eens voorgesteld hoe het zou zijn als je kind zou overlijden. Ik denk dat we dat allemaal wel eens doen. Maar ik kon het niet echt. Ik kon me niet voorstellen hoe het zou zijn om je kind vast te houden en te zien ‘gaan’ zonder dat je er iets aan kon doen. Maar het gebeurde me.

Op de twintig weken echo zagen ze dat Benja vocht had in zijn borst wat er niet hoorde. Talloze onderzoeken volgden. Uiteindelijk belandden we via het VU in het LUMC. Daar is Benja een aantal keer geopereerd via mijn buik. Toen hij geboren werd, leek alles goed te komen. Maar na een eerste hoopvolle week, ging het steeds slechter met hem. De artsen hadden (en hebben) geen idee wat de oorzaak is van het vocht dat telkens terugkwam. Na twee maanden alleen maar op de intensive care te hebben gelegen, overleed hij aan een infectie. Ondanks het intense verdriet. De angst die we sinds de twintig weken echo al hadden. De boosheid en de frustratie, was het ook één van de meest indrukwekkende, meest dankbare en meest liefdevolle momenten uit mijn leven. Ik had hem nooit willen missen.

Ik neem jullie mee naar de dag dat mijn kind overleed.

Zondagnacht 1 april 2018 1:00. We worden wakker gebeld door een privé-nummer. Ik weet meteen dat het het ziekenhuis is. ‘Ik denk dat het een goed idee is als jullie hierheen komen. Jullie hoeven je niet te haasten,’ hoor ik de arts zeggen. Ik vraag verder niks, dat durf ik niet. Ik bel mijn moeder op om te vragen of ze hier wil komen oppassen op Boaz, mijn zoontje van (toen) vier. Ik denk dat je geen erger telefoontje kan krijgen als oma, midden in de nacht, maar ze blijft heel rustig als ik uitleg wat er aan de hand is. ‘Maart, ik denk dat het wel goed is zo,’ zegt ze. ‘Ik denk het ook, mam’. Ik ga nog snel onder de douche. ‘Ik begin me nu wel zorgen te maken, Maart,’ zegt Mike. ‘Ik denk dat je dat ook moet doen,’ zeg ik. Ik heb al weken ergens diep in mijn hart het idee dat Benja niet lang voor deze aarde bestemd is. Mike heeft al die tijd hoop en vooruitzicht gehouden.

We stappen in de auto en rijden in het donker naar Leiden. Ik wil even langs een tankstation, wat water halen. We stoppen bij een tankstation waar we al vaker zijn gestopt onderweg naar Leiden. Het voelt raar. Niemand die aan mij ziet dat mijn baby waarschijnlijk zo gaat sterven. Terug in de auto zeg ik: ‘Mike, wij kunnen dit toch aan? Wat er ook gebeurt, wij kunnen het toch echt aan?’ Hij knikt.

Als we de afdeling opkomen komt de arts ons al tegemoet. Benja is nu stabiel. Maar dat is hij eerder die nacht niet geweest. Ze konden hem niet meer goed beademen. Ze gaven hem bijna 100% zuurstof maar de zuurstofsaturatie in zijn bloed bleef laag. We zitten met z’n zevenen, met Benja meegerekend, in het kamertje. De arts heeft er een kruk bij gepakt en legt ons alles heel rustig uit. “We praten nu net over Benja alsof hij er al niet meer niet bij is”, denk ik nog. “We moeten kijken hoe het verder gaat vannacht”, eindigt ze. ‘Wat willen jullie?’, vraagt ze. Ik zou wel graag bij hem willen liggen. Ik moet altijd half krampachtig over zijn bedje hangen en een stukje huid zoeken waar geen infuus, pleister of plakker op zit waar ik kusjes op kan geven. De verpleegster kijkt naar de arts en zegt: ‘We zouden een groot bed voor je kunnen regelen, dan zet ik die naast zijn bedje en kan je er bij liggen.’ ‘Doe dat maar,’ zegt de arts zachtjes tegen de verpleegster en met haar ogen zegt ze: ‘want dit zou wel eens de laatste nacht kunnen zijn.’ Ik ben vast niet de enige die dat ziet. Ik ga op het bed liggen en probeer Benja’s handje vast te pakken. Tussen het infuus en de andere draden kan ik net drie vingertjes vastpakken. Ik ga met m’n ogen dicht liggen en in gedachten praat ik tegen hem. ‘Lieve man, kies maar wat voor jou het beste is. Ik zal er voor je zijn. Ik zal er voor je zijn, wat je ook kiest. Natuurlijk wil ik het liefste dat je bij ons blijft en ik zal vechten tot het einde als dat moet, maar ik ben er ook voor je als je besluit dat je weg moet gaan. Ik zal je helpen en er voor je zijn. Mama is er voor je.’

Om 3:11 uur app ik naar m’n moeder: ‘En mam wat er ook gebeurt ik kan het aan hoor.’ Ze appt terug: ‘Ik zie het schat. Ik had vandaag ook zomaar dat gevoel.’ Om 5:10 uur app ik: ‘En met jullie kan ik het helemaal aan. Ik weet niet wat er gaat gebeuren, maar we komen er doorheen met elkaar’. En dat zijn geen lege worden, zo voelt het ook echt. We dommelen een beetje weg. Mike ligt met de capuchon over z’n ogen en zijn benen over de leuning van de niet-uitgeklapte-slaapbank. Als ik wakker word uit het zoveelste korte slaapje, kijk ik naar Benja en weet ik eigenlijk al wat hij besloten heeft. Een vriendin die van de situatie af weet appt me: ‘Wat is je gevoel Maart?’ Ik antwoord: ‘Mijn gevoel is dat dit het dieptepunt is en dat we vanaf nu weer omhoog gaan krabbelen, maar het kan ook zijn dat ik dat zo voel omdat ik dat hoop’. En diep van binnen weet ik dat dat laatste het geval is. De zusters zijn die nacht van dienst gewisseld. Ik heb het niet helemaal meegekregen. De nieuwe zuster heeft een paasontbijtje voor ons klaargezet in de familiekamer, hoe lief. Jammer genoeg krijg ik niet veel door m’n keel. Ik stop de helft in m’n tas, voor later. We gaan terug om op de artsen te wachten en te horen wat het behandelplan is voor deze dag.

WORDT VERVOLGD…

MAARTJE

Ik ben een magazine gestart. NEL, never ending love.

1 gedachte over “Ik kon me niet voorstellen hoe het zou zijn om je kind vast te houden en te zien sterven, maar het gebeurde me”

Plaats een reactie