Waarom heb ik ooit gedacht dat ik gelukkig zou worden van een kind?

| | ,

Is dit het nou? Is dit nou waar ik jaren van droomde? Waarom wilde ik dit? Waarom heb ik ooit gedacht dat ik hier gelukkig van zou worden?

Dit soort gedachten gingen er in mijn hoofd rond. Ze kwamen als vanzelf. Ze overspoelden me. Ze gingen niet weg. Daar zat ik dan, op de bank. Mijn zoontje van een paar maanden oud in mijn armen. Ik leefde op de automatische piloot. Ik had geen roze wolk. Het was een donkergrijze wolk. Ik keek naar hem en in plaats van dat ik smolt van verliefdheid, of overliep van liefde en trots, of genoot van alles aan hem, kon ik alleen maar denken: waarom wilde ik dit? De uren leken dagen te duren, de dagen leken weken te duren. Ik leefde van slaapje tot slaapje. Dan was ik weer even alleen. Dan had niemand me nodig. De onzekerheid, de zorgen, het vrat aan me. Ik genoot niet. Ik was er. Ik zorgde.

Ik schaamde me. Ik ben toch niet normaal dat ik zo denk? Dat ik me zo voel? Hoe kan ik me zo voelen? Ik heb een kind, een zoontje. Dit wilde ik. Hier verlangde ik naar. Waarom viel het me zo tegen? Was ik dan toch geen geboren moeder? Was ik wel een goede moeder? Ik schaamde me tegenover anderen, tegenover mezelf, maar nog het meest tegenover Scott. Hoe kon hij nu zo’n moeder hebben? Een moeder die glimlachte wanneer hij een lachje liet zien. Die glimlachte toen zijn nekje sterk genoeg was om zijn hoofd omhoog te brengen. Die glimlachte toen hij zijn eerste geluidjes maakte. Maar ook een moeder die huilde als hij weer begon te huilen. Die huilde terwijl ze een fles klaarmaakte. Die huilde als de dag begon. Die huilde.

Het viel me zo zwaar. Zijn start was zwaar. Onze eerste kennismaking was zwaar. De eerste anderhalf jaar erna was zwaar. Ik leefde als een soort robot. Stond op de automatische piloot. Ik deed alles wat van me verwacht werd, voor alles en iedereen. Behalve voor mezelf. Ik ging zelf steeds meer achteruit. Aan Scott zijn geboorte hield ik een trauma over. Continu had ik flashbacks. Geuren, geluiden, beelden, alles bracht me terug naar de start. Scott bracht me steeds terug naar de start. Ik gaf hem de schuld; door hem zit ik in deze situatie. Door hem voel ik me zo rot. En dan voelde ik me nog rotter, want hoe kon ik een baby nou de schuld geven van de gevoelens van zijn moeder? Van de ellende die ze samen hebben meegemaakt. Daar kon toch niemand iets aan doen?!

Ik keek naar mijn kanjer. Ik hield hem vast. Ik was zo dichtbij hem. Maar toch voelde ik een afstand. Soms voelde het alsof hij niet mijn zoontje was. Alsof het allemaal niet klopte. Alsof de bevalling een nare droom was. Alsof ze een ander kindje in de lucht hadden gehouden toen ze hem uit mijn buik haalden. Alsof het een ander kindje was dat ik in de couveuse zag liggen. Het klopte niet dat dat Scott was. Want dan had ik dat toch moeten voelen? Dan had ik toch meteen moeten overlopen van liefde en geluk? Dan had ik toch niets liever moeten willen als bij hem zijn? Maar in plaats van liefde en geluk, vroeg ik me af hoe het zou zijn geweest als we Scott niet hadden gekregen. Als we de tijd terug konden draaien. Ik zou voor Scott door het vuur gaan. Ik zou hem nooit in de steek laten. Want zo ben ik. Maar ergens dacht ik aan de tijd zonder hem. Ik probeerde deze gedachten te verdringen. Te doen alsof ze er niet waren. Zo hoor je je niet te voelen. “Iedereen heeft toch een roze wolk? Iedereen is toch blij zodra de baby er is? Dus jij ook, Marlinde. Zet je masker op en ga gewoon door. Hij doet het zo goed. Hij is zo sterk. Zo dapper. Zo mooi. Zo lief. Geniet dan toch!” Ging het maar zo makkelijk. Ik wilde het zó graag. Ik had het me anders voorgesteld. Ik wilde het zoals ik het me had voorgesteld. Waarom moest het bij mij anders lopen? Waarom kreeg ik geen fijne start? Geen fijne zwangerschap, bevalling, kraamtijd?

No worries. Ik voel me niet meer zo. Ik vocht. Ik kreeg hulp. Mijn schuldgevoel en mijn schaamte gaan niet weg. Ik zou willen dat het begin van onze tijd samen niet zo was begonnen. Ik zou willen dat het anders was geweest. Maar ik geniet nu wel. Ik geniet eindelijk van mijn zoontje. Ik ben zelfs dolgelukkig met mijn zoontje. We zijn nu twee handen op een buik. We hadden een moeilijke start. We hebben al heel wat ellende meegemaakt. Maar juist daardoor is onze band zo sterk. Samen met papa. Samen kunnen we de wereld aan.

Lieve Scott, mijn kleine grote superheld, mijn alles. Ik hou van je tot de maan en terug.

MARLINDE

Plaats een reactie