Zodra de tweeling bij elkaar ligt, legt Ezra zijn handje op de schouder van Isabelle, op de monitor zien we dat de hartslagen rustiger worden

| | ,

Mijn verhaal is een minireeks. Ik was zwanger van een tweeling. Het ene kindje van onze tweeling had allerlei afwijkingen. Dit was ons zorgenkindje. We wisten nog niet zoveel, maar alles wat we wisten was niet positief. Ze adviseerden om het leven van dit kindje te beëindigen. Toch besloten wij dit niet te doen. Hier kan je alles teruglezen. Hieronder vertel ik verder over de opname en de bevalling.

Terwijl er aan de ene kant van mij een verpleegkundige een infuus in mijn hand probeert te prikken, aan de andere kant iemand mijn bloeddruk checkt, vertelt de gynaecoloog dat er weinig tijd is en ze de tweeling zo snel mogelijk gaan halen via een spoedkeizernede. Ik kan geen woord meer uitbrengen en voel de tranen over mijn wangen rollen. Hier ben ik nog helemaal niet aan toe! De rollercoaster gaat straks écht beginnen wanneer de kindjes op deze wereld komen. Voor nu is alles nog zó onzeker. Er zijn nog zoveel vragen! De vooruitzichten zó somber. Allerlei gedachten flitsen door mijn hoofd. Ik voel zo’n sterk verantwoordelijkheidsgevoel voor ons dochtertje. Waar ze nu zit is ze veilig. In mijn buik, samen met haar tweelingbroertje. Wat staat ons allemaal te wachten? We hadden al veel gesprekken gevoerd met verschillende specialisten over de dag van de bevalling. Zodra ze geboren zouden worden bleef ‘baby 1’ bij mij en zou ‘baby 2’ direct worden meegenomen door de artsen en allerlei onderzoeken krijgen. Veel tijd om na te denken is er niet. De anesthesist komt binnen en stelt wat vragen. Ondertussen word ik in een operatiehemd gehesen en Sil wordt gebeld dat hij direct richting Amsterdam moet komen. Mijn bed wordt van de afdeling gereden richting de operatiekamer.

Na een aantal mislukte pogingen is de ruggenprik gezet. Mijn bloeddruk is op dat moment 200/110. Via het infuus krijg ik medicatie toegediend om deze te verlagen. Het is te gevaarlijk om te beginnen als de bloeddruk zo hoog is. Sil is inmiddels ook gearriveerd en krijgt ook een operatie outfit aan. Ineens gaat alles heel snel. Ik voel getrek en gesjor aan mijn buik en hoor de artsen praten. ‘Ja, dat is numero 1!’ Opgelucht haal ik adem wanneer ik hem hoor huilen. ‘En, daar is numero 2! Ik hou mijn adem in. ‘Oh Char, ze is zó mooi! Ze is echt prachtig! Waaaauw!’ Nou Sil is in ieder geval enthousiast. Wanneer ze begint te huilen, krijg ik overal kippenvel. ‘Huilen is een goed teken, toch?’ Daar zijn ze dan, onze prachtige tweeling! Op 21 september ’18 om 11.23 uur is onze zoon Ezra en om 11.24 uur onze dochter Isabella geboren.

Ineens lag ik daar alleen. Beide kindjes worden direct meegenomen. Zoals afgesproken gaat Sil met Isabelle mee. Maar ze hebben allebei een moeizame start en ondersteuning nodig. Dit scenario hadden we even niet bedacht. Ik word gehecht en daarna naar de verkoever gebracht. Ik vraag aan een meneer hoelang ik hier moet liggen. Hij antwoordt dat ik terug mag naar de afdeling zodra ik mijn benen weer voel. Ik zie de tijd voorbij tikken. Ik bedenk me ineens dat ik net gewoon moeder ben geworden! Tegelijkertijd bekruipt me een angstig gevoel. Hoe zou het met haar zijn? Zou ze syndroom van Down hebben? Leeft ze wel? Waarom duurt het eigenlijk zo lang? En waar is Sil trouwens? En Ezra? Waarom vertelt niemand mij hier wat? In paniek druk ik op de alarmknop. De meneer blijft heel kalm en zegt dat hij even iemand gaat bellen voor me. Na een tijdje komt hij terug met de mededeling dat hij niemand heeft kunnen bereiken die mij een update kan geven en dat hij het later nog eens gaat proberen. Wel heeft hij een lekker waterijsje voor me. Alsof ik daar nu behoefte aan heb denk ik nog, maar voor de vorm neem ik het aan.

Ik schrik wakker wanneer de man rommelt aan de morfinepomp. Weet iemand al iets meer? Is er al een update? Hij zegt dat hij wel iemand gesproken heeft en dat Ezra op de kinderafdeling ligt en Isabelle op de neonatologie. Op mijn vraag hoe het met ze gaat, kan hij geen antwoord geven. Hij loopt weg en komt opnieuw een waterijsje brengen. ‘Hier, neem dit maar lekker. Daar knap je van op!’ Ik denk dat de combinatie van morfine en hormonen niet zo lekker samengaan op dat moment. ‘Rot op met je ijsjes. Ik wil gewoon weten waar mijn man en kinderen zijn, hoe het met ze gaat en ik wil dat ze hierheen komen. Nu!’ Ik denk dat de beste man mijn boodschap begrijpt en na een kwartier komt de verpleegkundige mij ophalen om me terug te brengen naar de afdeling. Ze vertelt me dat Sil onderweg is en dat de artsen zo langskomen om wat dingen te bespreken.

Daar komt de trotse papa binnenlopen met Ezra op zijn arm. Hij komt bij me zitten zodat ik hem kan zien. Dit is dus ons kindje! Hij had een slechte start, maar de situatie is stabiel. Terwijl Isabelle op de neonatologie geïnstalleerd werd is Sil snel naar Ezra gegaan om te kijken hoe het met hem ging. Hierdoor weet hij niet hoe het nu met haar gaat. Er komt een team van artsen binnen en ze sluiten de deur. Ze vertellen ons dat de situatie van Isabelle nog slechter is dan dat ze vooraf hadden gedacht. Ze heeft direct hulp nodig en zal diezelfde avond nog geopereerd gaan worden in Leiden. Ondertussen wordt ze klaargemaakt voor transport naar het Leids Universitair Medisch Centrum. Sil gaat met haar mee. Omdat mijn situatie niet stabiel genoeg is zal ik samen met Ezra in Amsterdam moeten blijven. Wat voel je je dan verscheurd. Gelukkig komen mijn ouders en zusje snel naar mij toe en gaan mijn schoonouders met Sil mee naar Leiden. ’s Avonds worden we gebeld dat de operatie niet doorgaat, omdat ze maar 2165 gram weegt en ze proberen tijd te rekken zodat ze eerst wat kan groeien. Gek genoeg (en achteraf maar gelukkig) kan ik me weinig tot niets meer herinneren vanaf het moment dat ik terugkim op de afdeling. Ik denk dat ik daarom heel nuchter was en alles over me heen heb laten komen. Ik heb de rest van de avond moeten overgeven en heb tussendoor steeds geslapen.

De volgende ochtend komt de verpleegkundige vertellen dat de ambulance onderweg is om mij ook naar Leiden te brengen. Misschien dat ik even iemand kan bellen die Ezra op kan komen halen, want voor hem is geen ambulance beschikbaar. Mijn ouders, zusje en zwager zijn direct in de auto gestapt om hem op te halen. Ondertussen ben ik al onderweg naar Leiden. Na een heel gezellig ritje kom ik aan in het geboortehuis van het LUMC. Wat is dit geweldig! Na al die weken ziekenhuis voelt dit echt als een hotel! De verpleegkundige installeert mij op de kamer en zegt dat ze eerst wil dat ik even wat eet en uitrust voordat ik naar Isabelle ga. Sil wordt op de hoogte gebracht dat ik gearriveerd ben en komt direct naar me toe. Niet veel later komt mijn familie met Ezra binnen en worden we met bed en al naar de Kinder Intensive Care gereden. Ik voel zoveel spanningen in mijn lijf. Dit is de eerste keer dat ik haar ga zien! Daar ligt ze dan. Een heel klein ieniemienie-mensje aan allerlei toeters en bellen. Ik schrik er echt van. Ik voel de tranen opkomen en alles komt eruit. De verpleegkundige is heel lief en probeert alles uit te leggen. Ik zie dat Isabelle haar mondje opent en het lijkt alsof ze huilt, maar ik hoor niks. Wat doet ze? Heel rustig vertelt ze dat Isabelle aan de beademing ligt en er een buisje in haar keel zit waardoor je geen geluid hoort wanneer ze bijvoorbeeld huilt. Mijn moederhart breekt. De tranen blijven maar komen en ik voel me zo machteloos. De verpleegkundige stelt voor om Ezra even bij Isabelle in haar bedje te leggen, zodat ze elkaar weer even kunnen voelen en ruiken. Zodra ze bij elkaar liggen legt Ezra zijn handje op de schouder van Isabelle. Op de monitor zien we Isabelle haar hartslag rustiger worden en haar saturatie stijgen. Wauw, de magische band tussen tweelingen. Nu al zó bijzonder!

CHARLOTTE

Plaats een reactie