De ademhaling van Lux wordt langzamer, ineens is het contact weg, ademt ze voor de laatste keer en trekt al het leven uit haar weg

| | ,

Lux overleed in de nacht van 1 maart. De dagen voor haar overlijden waren we ziek, een griepje ofzo dachten we. Niet gek na een weekend carnaval vieren tussen alle mensen. Ook Lux was mee geweest. Wat hadden we genoten met z’n allen. Er is één ding wat onze kinderen mega fantastisch vinden en dat is carnavalsmuziek. Zodra die muziek aan gaat, barst het feest hier los. Maandag liepen we nog met z’n allen mee in de optocht. Ofja, liepen, de rest liep en Loa en Lux zaten heerlijk in de bakfiets te genieten. We hadden een heerlijke dag!

Dinsdagavond begon ik al. Ik had het ijskoud en kreeg mezelf maar niet warm, al zocht ik daar niet direct iets achter. Die nacht ook op en af. Ik voelde me niet echt koortsig en voelde alles behalve warm. Toch bleek ik die ochtend 39 graden koorts te hebben, had ik inmiddels knallende koppijn en voelde ik me beroerd. De nacht erna (woensdag op donderdag nacht) werd Loa rond een uur of 5 wakker. Ze voelde zich niet lekker. Ze bleek iets verhoging te hebben. “Zetpil erin en weer slapen”, dachten we. Om half 6 werd ook Lux huilend wakker. Die voelde flink warm. Ja hoor, 40 graden koorts. Ook een zetpil erin en nog maar even slapen. Ik zag de bui al hangen: gezellig met z’n drieën ziek. Gelukkig wist ik dat mijn moeder donderdag vrij zou zijn, dus belde ik haar ‘s ochtends op of ze hier kon komen en meehelpen met zorgen voor de kindjes. Ik voelde me nog flink beroerd van de koorts en had nog barstende hoofdpijn. We aten kleine beetjes en probeerden de hele dag goed te drinken. Ondanks de zetpillen bleef Lux koorts houden, rond de 39,5-40 graden. Voor Lux heel normaal. Als ze koorts had, dan was die altijd rond de 40-40,3. Koorts is nou eenmaal een lichaamsfunctie om virussen en bacteriën te bestrijden, dus opzich niet erg dat ze koorts had. En zetpillen hoeven geen temperatuurverlaging te geven, maar werken vooral pijnstillend. We gaven ze dan ook voor het comfort van Lux, want als Lux ziek was dan veranderde ze altijd meteen in een slap vogeltje. Het kostte haar lijfje veel energie en ze had dan altijd moeite met zitten en eten (haar zwakke punten). Maar ten opzichte van alle andere keren dat ze ziek was, was ze ditmaal niet benauwd en dronk ze voor haar doen eigenlijk best redelijk. “Het zal wel een griepje zijn”, dachten we, “een kwestie van uitzieken”.

Vrijdag kwam Hans in de ochtend terug van zijn werk om voor ons te zorgen. Ik voelde me nog steeds beroerd en ook Loa begon nu zieker te worden. We hingen die dag wat op de bank en sliepen veel. Etenslust hadden we alle drie niet en we probeerden zoveel mogelijk te drinken. De kinderen kregen verplicht iedere zoveel minuten een slokje. Hans had z’n handen vol aan ons.

Zaterdag begon ik me eindelijk weer wat beter te voelen, maar ik had nog weinig energie en eetlust. Bij Loa ging de koorts op en af, waar die bij Lux vrij constant bleef. Tja, drie dagen koorts, wat doen we ermee? Vooral in Lux haar geval. Maar goed, niet ze was benauwd, dronk nog steeds en vooral haar luiers waren voldoende nat. Die zaterdagmiddag werd Lux wel wat slapper, vermoeider, hangeriger. Mja, een kindje met een ontwikkelingsachterstand wat al moeite heeft met zitten, totaal niet fit is en geen energie heeft omdat ze niet eet. Niet heel gek dus. Ze drinkt haar ORS drankje met kleine slokjes, plast nog steeds volle luiers en dat is toch wel zo ongeveer het belangrijkste. Gedurende de avond merken we aan Lux dat ze zich beroerder voelt. Ze komt niet goed in slaap en ligt op en af in haar bedje of bij ons op de bank. We overwegen alle symptomen. Wel of geen huisartsenpost? Ze is er wel eens erger aan toe geweest. Ze is niet benauwd en nog steeds alert. Het is ‘s avonds en nu sjouwen met een ziek kind naar de huisartsenpost en zelf nog diarree is ook niet ideaal. En dat terwijl we weten dat we overal op letten (gezien alle eerdere HAP/SEH bezoekjes). We kijken het nog aan. Rond 22.00u geven we haar nog een zetpil, meestal slaat deze na een uur wel aan. We besluiten af te wachten of dat wat doet en anders gaan we alsnog. Want een kindje wat de slaap niet kan vatten terwijl ze zo moe is, dat schiet niet op om de nacht mee in te gaan. Ik ga met haar samen in ons bed liggen, samen niet fit, proberen wat te rusten. Maar ze voelt zich niet beter. Het lijkt wel alsof ze zich beroerder voelt, ondanks dat ze alert genoeg blijft en kleine slokjes blijft drinken. Rond 23.00u temperaturen we haar weer zodat we alle informatie hebben als we de HAP bellen. Ze voelt niet super warm, maar toch heeft ze 40,9 graden koorts. Dan snap ik wel waarom ze zich zo beroerd voelt. Ik ga de HAP bellen. Het is zaterdagavond rond 23.00u en je zou het niet verwachten, maar er zijn negen wachtenden voor me. Ik wacht… En ik wacht… Het voelt niet meer goed en ik druk op de spoedknop. Ik word weer even in de wacht gezet, maar al snel krijg ik dan toch iemand aan de telefoon. Inmiddels zijn we in totaal al zo’n 20 minuten verder en ik merk dat Lux apathischer begint te worden, zwakker. Haar ademhaling die versneld was, wordt langzamer. Niet rustiger, maar langzamer. Ik benoem het allemaal. En tijdens dat gesprek wordt haar ademhaling nog langzamer. Ik krijg nog contact met Lux, maar het is zwak. De vrouw zegt ons dat we mogen komen en ik verbreek de verbinding. Ondertussen pakt Hans spullen in voor Loa om haar aan de overkant bij opa en oma af te geven. Hij werpt een blik op Lux en zegt: “Hier ga ik niet mee rijden, bel maar een ambulance”. Ondertussen brengt hij Loa naar beneden waar opa haar oppikt. Godzijdank krijgt Loa hier dus helemaal niets van mee. Ik bel direct 112 en vertel mijn bevindingen. De ambulance wordt gestuurd, terwijl ik contact houd met de meldkamer en mijn bevindingen blijf communiceren. Ik probeer contact te houden met Lux, maar merk dat ze steeds verder weg zakt. Haar ademhaling wordt nog langzamer. Ineens is het contact weg en ademt ze voor de laatste keer. Ik zie het gebeuren… Ik hoor het.. Ik voel het… Al het leven trekt ineens uit haar weg. Het is 23.57u. Ik zet mijn telefoon op speaker en til haar van ons bed en breng haar naar de commode. Hans komt op dat moment naar boven gelopen en ik zeg hem alle deuren open te zetten en de ambulance op straat op te wachten. Ik handel zoals ik geleerd heb en leg haar in de juiste positie. Ik ben de meldkamer voor, ze willen me stap voor stap uitleggen hoe ik moet reanimeren. Deze man weet natuurlijk ook niet dat ik verloskundige ben en kan reanimeren. Hij wil het stap voor stap doornemen. Het lijkt minuten te duren, maar eigenlijk zijn het secondes. Dan eindelijk kan ik starten met beademen, daarna borstcompressies, nog een keer beademen en weer door met borstcompressies. Ergens gaat er nog door mijn hoofd, wat ik ooit leerde bij de kinder-ehbo cursussen: “Het is vaak een respiratoir probleem en kleintjes komen er snel weer uit”. Zoals in de film hoop ik dat ze zometeen weer een ademteug neemt en bijkomt. Ik tel hardop bij de borstcompressies, zodat diegene bij de meldkamer weet waar ik ben. Vrij snel komt er een politieagent naar boven gerend. We spreken af dat ik blijf beademen, maar hij de borstcompressies overneemt. Ondertussen komt de volgende agent met de AED binnen. Deze wordt aangesloten, maar een schok toedienen is niet nodig (ze heeft geen hartslag). Na een set of 4-5, denk ik, komt het ambulancepersoneel naar boven. Ze nemen het over. Lux wordt van de commode verplaatst naar onze overloop. Zij sluiten hun apparatuur aan terwijl de agent nog door reanimeert. Zowel politie, ambulance als brandweer zijn aanwezig. Allemaal op onze kleine overloop van 2 bij 1. Ik ga in het trappengat staan, hou Lux haar handje vast en zeg dat ze vol moet houden. Hans komt erbij staan, maar eigenlijk kan ik dat niet handelen. Ik kan niet sterk blijven als hij hier naast mij staat, dus ik zeg hem dat hij naar beneden moet, omdat ik het niet trek met hem erbij. Op dat moment komen de trauma-artsen ook binnen. Dus we maken plaats. Hans gaat naar beneden en ik ga in een andere deuropening staan. Lux ligt nog steeds op de grond op de overloop, om haar heen zit een man of zes klem tussen Lux en de muren. Ik zie haar nauwelijks meer liggen. En dat is prima, ze wordt gereanimeerd, geïntubeerd en er worden botnaaldjes in haar benen geboord om zo snel mogelijk van alles toe te kunnen dienen. Op iedere kamer staat wel een koffer met allerlei medische spullen en in iedere deuropening staat iemand klaar om spullen aan te geven. Iedereen is hard aan het werken om jou weer tot leven te brengen.

Ik vang hier en daar wat woorden op. Soms volg ik het, maar veelal gaat het langs me heen. Ik sta een beetje voor me uit te staren, maar voor mijn gevoel moet ik erbij zijn. Ik kan niet weg. Het woord ‘asystolie’ hoor ik te vaak naar mijn zin, het is namelijk niet goed als er helemaal geen hartslag is. Er wordt weer door iemand gevraagd hoe het gaat, of ik het volhoud om erbij te staan. Ik antwoord dat ik in gedachten hou dat dit zakelijk is, een casus, niet mijn kind, daardoor hou ik het vol. Dan probeert één van de trauma artsen me bij te praten, dat het niet goed gaat met Lux, dat ze al ruim een half uur bezig zijn zonder resultaat. Ineens trek ik het niet meer, ik moet weg daar. Weg van die laatste beslissingen die ze gaan nemen. Een brandweerman helpt me naar beneden. Beneden aan de trap staat Hans met een aantal agenten, hij vangt me op. Ik val huilend in zijn armen. De trauma arts loopt mee naar beneden. Ik vergeet haar woorden nooit meer: ‘Lux hoort bij jullie, mogen we haar zo aan jullie terug geven?’. Ik weet wat ze bedoelt, maar ik wil het niet horen. Een oergevoel komt in me naar boven. Er rolt als vanzelf een hard geluid uit mijn keel. Een intense harde schreeuw. Ik heb er geen controle over. Ineens komt alles eruit. Ik schreeuw, ik huil, hopend dat het niet waar is en dat ze nog even alles op alles zetten als ik zo hard roep. Alle spanning van zojuist komt er in één keer uit. De trauma arts komt weer naar beneden, wederom zegt ze dat het echt niet goed is, Lux bij ons hoort en niet daarboven hoort te liggen ten midden van alle hulpverleners. Ze wil Lux graag aan ons teruggeven, waar ze hoort te zijn, in onze armen. We gaan huilend op de bank zitten. Al vrij snel komt de arts van de trap gelopen, met Lux in haar armen. In een veelste kleine knalroze omslagdoek. Ik steek mijn armen uit om haar aan te pakken. Ik wil haar vasthouden, vasthouden en nooit meer loslaten. Ik roep nog dat de tube uit haar mond moet. Helaas mag dit niet, althans nog niet. De schouwarts moet eerst komen om een natuurlijke dood vast te stellen en daarna mag alles verwijderd worden.

Daar zitten we met zijn drietjes… Minuten.. Uren… Ik weet het niet meer… Hulpverleners blijven bij ons, in stilte, ruimte gevend voor ons verdriet, maar ons nauwlettend in de gaten houdend hoe we ons voelen. Ze ruimen geruisloos boven alle spullen op. Af en toe loopt er iemand naar buiten. Ik hoor buiten gehuil. Hulpverleners? Buurtbewoners? Geen idee, het maakt ook niet uit. Het kan niet anders dat zoiets iedereen aangrijpt. Het is nu wachten op de schouwarts. Er worden dingen uitgelegd over wat er nu gaat gebeuren. Onderzoeken zijn verplicht bij het overlijden van een kind, maar willen we ook obductie?

Er wordt voorgesteld onze ouders in te lichten. Of we ze willen bellen of dat we politie agenten willen sturen om ze op te halen. We kiezen voor het laatste, niet de kracht en moed hebbende ze telefonisch te moeten inlichten over dit afgrijselijke nieuws. Lux is er niet meer, ze is dood. Hoe breng je dit? De ouders komen en zodra de schouwarts weg is, komt ook Loa thuis. De broers en zussen die we midden in de nacht kunnen bereiken, komen ook langs. Rond een uur of 5 zijn we allemaal erg moe, ook Loa is weer toe aan wat slaap. We besluiten met zijn viertjes naar bed te gaan. Ook Lux leggen we bij ons in het grote bed. Loa kruipt tegen het half warme lijfje aan en valt al snel in slaap. Ook wij slapen nog even kort. Rond 7 uur schrik ik wakker van een koud lijfje tegen me aan. Lux is inmiddels helemaal afgekoeld. Loa slaapt er nog steeds doorheen, maar toch maken we haar even wakker. Om half 8 wordt Lux namelijk opgehaald door de uitvaartonderneming om haar naar het Radboud in Nijmegen te brengen voor de onderzoeken en eventueel obductie. Gelukkig kregen we het met de schouwarts geregeld dat ze niet direct mee moest in de nacht maar pas in de ochtend werd opgehaald. Zodat ook Loa de kans kreeg haar zusje nog te zien en enigszins te bevatten wat er gebeurd was.

Twee lieve vrouwen kwamen Lux ophalen. Ze hoefde niet op de brancard, maar mocht gewikkeld in haar eigen dekentje en met haar knuffeltje bij de bijrijder op schoot. Wat een fijn idee dat ze met zoveel liefde nog wordt vervoerd. Daarom was het ook niet moeilijk haar af te geven. Vanaf half 1 tot half 8 had ik haar vrijwel continu vast gehouden, bij me gehouden nu het nog kon. Toen ik terug naar binnen liep, voelde het even als een soort opluchting, even rust na al die heftigheid. Maar nu stond ons de zware taak vrienden en familie in te lichten. Het zijn vreselijke telefoontjes, maar moeten stuk voor stuk wel gepleegd worden. Een deel laten we over aan de ouders. De zondag verloopt enigszins als een waas, de tijd tikt traag voorbij. Een dag heeft nog nooit zolang geduurd. In de ochtend komen alle vrienden op bezoek, onze gezinnen lopen in en uit en ‘s middags komt er nog familie, het is een komen en gaan. Een drukte, maar ook erg fijn. Er wordt gehuild, veel gehuild, geknuffeld, maar gelukkig ook nog steeds gelachen.

Het verhaal is lang… Te lang om in één keer te vertellen, daarom doe ik het weer in delen. Het schrijven doet pijn, maar het lucht ook op. Ja, ik wil dit delen. Ik doe dit voor mijzelf. Het is een stukje van mij, van ons, wat ik bloot leg. Een kwetsbaar stuk, maar voor mij belangrijk om het niet alleen op papier te zetten, maar ook de wereld in te gooien. Het letterlijk uit te spreiden. Jullie lezen allemaal een stukje en nemen daarmee een stukje pijn van mij over. De lieve en bemoedigende woorden, complimenten en steun de afgelopen maanden helpen mij een weg te vinden in het verdriet, gemis en het dagelijkse leven. Dankjewel!

LIEKE

Plaats een reactie