Dré werd met 20 weken geboren en ik geef mezelf de schuld…

| | ,

Januari 2018

Het moment dat Brian en ik besloten om onze kinderwens in vervulling te laten gaan. Na enkele maanden proberen, zonder een positieve zwangerschapstest, vond ik het toch tijd om wat onderzoeken te laten uitvoeren. Na enkele testen bij mij en Brian bleek dat wij niet op de natuurlijke manier zwanger konden worden. Het was zelfs zo dat IVF ook geen optie was. Onze enige mogelijkheid was ICSI.

Augustus 2019

We gingen voor onze eerste ICSI-poging. Het spuiten van de hormonen en de verschillende bloedonderzoeken en gynaecologische testen waren echt wel een aanslag op je leven, gemoedtoestand, je lichaam en je relatie. Gelukkig konden we nog steeds het grotere geheel zien, want dit alles was voor een klein wondertje van ons twee.

Ik kreeg telefoon van het UZ Jette dat onze eerste poging uitgedraaid was op niets. Geen enkele eicel was bevrucht. Twee weken hormonen spuiten en wat kregen we er voor terug? Niets! Na een maand in zak en as konden we terug op consult bij de fertiliteitsarts. Hij vertelde ons dat een tweede poging snel kon worden opgestart in december 2019. “Eumh… vier maanden wachten? Was dat snel?”, dacht ik. Ik kreeg een volledig nieuw en aangepast stimulatieschema en dit ging hopelijk leiden tot een positieve zwangerschapstest.

December 2019

Dit was de start van onze tweede ICSI-poging, nu met heel wat minder positieve gedachten. “Getting the best by expecting the worst”, was ons motto. Gelukkig had ik kerstvakantie en kon ik het volledige traject op mijn gemak doorlopen zonder werkstress. Er was één embryo’tje over van deze ronde. Dit werd teruggeplaatst op dezelfde dag. Na twee weken kregen we het verlossende telefoontje dat we zwanger waren. We gingen mama en papa worden!

Toen ik 8 weken zwanger was, kregen we een telefoontje dat we langs moesten komen op de afdeling genetica van het UZ Jette. Ze hadden iets ontdekt in de genetische testing tijdens ons ICSI-traject. Het bleek dat ons kindje kans had op het Prader Willie syndroom of Angelmann syndroom. Twee aandoeningen waarbij het kindje levensvatbaar is, maar wel een ernstige beperking zou hebben. Dit konden ze alleen goed testen met een vruchtwaterpunctie. Zo waren we snel van onze roze wolk gedonderd, alhoewel ik er nog niet helemaal op zat. Ik zat tenslotte nog niet op de “magische” veilige grens van 12 weken. Voor mijn gevoel kon het nog steeds verkeerd gaan. Ik had echt een droomzwangerschap: geen misselijkheid, niet moe, ik was in topvorm! Enkel had ik af en toe wat last van krampen in mijn buik bij een fysieke inspanning. “Maar dat hoort er blijkbaar allemaal gewoon bij…”, dacht ik.

Week 13

De NIPT test was in orde en we kregen een jongetje! We waren blij! Voor even dan, want we hadden nog de vruchtwaterpunctie. Nog steeds geen sprake van een echte roze wolk. Ik wilde ook nog niet al te veel spulletjes kopen. Je weet nooit of het toch nog allemaal verkeerd gaat.

Week 15

Tijd voor de vruchtwaterpunctie in het UZ Jette. Verschrikkelijk vond ik het: alleen in die wachtzaal, alleen op die tafel liggen, allemaal door COVID-19! Gelukkig waren de gynaecoloog en vroedvrouw heel begripvol en legden ze alles heel goed uit. Ik kreeg ook de kans om ons zoontje eens in 3D te bewonderen! De ingreep verliep goed en ik had weinig last. Nu konden we een maand wachten op de uitslag van de punctie. Na twee weken kregen we telefoon van de afdeling genetica dat de algemene chromosomenkaart er goed uitzag. De kans op een afwijking op het specifieke chromosoom was nog 2%. Maar er was niet genoeg DNA over, dus werd dit eerst gecultiveerd en ging het nog drie weken duren voor we écht definitief resultaat hadden. Vanaf dat moment durfde ik op die roze wolk te klimmen. Ik begon wat kleertje te kopen en we zochten een verschoontafel uit. We hadden zelf zijn eerste schoentjes gekocht.

Vrijdag 1 mei had ik wat donkerrood bloedverlies. Ik belde naar de vroedvrouw en ze vertelde mij dat zolang het donkerrood is, er geen probleem is. Ik voelde me ook nog goed, dus ik zag er geen probleem in. Brian en ik hebben dat weekend nog een bureau wat opgeknapt. Ik zou maandag mijn twintig weken echo hebben en kon dan wel mijn verhaal doen aan de gynaecoloog. Helaas werd mijn afspraak geannuleerd, maar kon ik de maandag erop gaan. Jammer genoeg heb ik deze afspraak nooit gehad.

Woensdag 6 mei werd ik wakker met hevige rugpijn. Ik zag hier weer geen probleem in. Misschien kwamen die zwangerschapskwaaltjes toch nog? Na enkele uren stond ik toch op. Misschien dat wat rondlopen ging helpen. Toen ik naar het toilet ging had ik helderrood bloedverlies. Ik maakte Brian onmiddellijk wakker en we vertrokken naar de praktijk van mijn gynaecoloog. Opnieuw mocht Brian niet mee naar binnen en zat ik daar alleen. Uiteindelijk kon ik bij een gynaecoloog zitten. Hij keek onmiddellijk naar ons kindje. Alles was in orde! Gelukkig! Hij had een stevige hartslag en werd al op 23 weken geschat, terwijl ik maar 20 weken ver was. Het was een stevig kereltje. Maar toen keek de gynaecoloog naar maar baarmoederhals. Zijn woorden zal ik nooit meer vergeten: “Dit ziet er niet goed uit.” “Wat bedoelt u precies?”, vroeg ik direct terug. “U heeft al 3 centimeter ontsluiting. U bent aan het bevallen”. De gynaecoloog keek me verschrikt aan. En toen verliet hij de kamer voor overleg met zijn collega. Ik lag daar, alleen met dit nieuws. Ik ging mijn kindje verliezen. Hoe kan dat nu?!

De gynaecoloog kwam terug en vertelde dat hij een cerclage ging uitvoeren. Dit is het dichtnaaien van de baarmoederhals. In de hoop dat ik de baby nog enkele weken ging volhouden. Hij zei er wel onmiddellijk bij: “Bereidt u voor op het ergste. De kans is heel klein dat het lukt”. Ik vertrok uit de praktijk en moest dit nieuws aan Brian vertellen. Hij zat nog te wachten in de auto. Veel woorden kwamen er niet uit: “We moeten onmiddellijk naar de materniteit. Ik ben aan het bevallen. Ze gaan me opereren.” Ik kon ook niet veel meer uitleg geven. Gelukkig had Brian niet meer woorden nodig.

Aangekomen op de materniteit moest ik alleen naar binnen. Toen zat ik daar alleen in de gang te wachten tot iemand mij naar een kamer ging brengen. Tranen in mijn ogen, maar ik hield ze voor mezelf. Gelukkig kwam er snel een verpleegster en bracht ze me naar de kamer. Ondertussen mocht Brian ook naar binnen. Om 14.00u werd ik geopereerd. Alles was goed gelukt. Ik moest nog blijven tot ’s avonds en daarna mocht ik naar huis met platte rust als voorschrift. “Oef gelukkig, misschien hou ik het toch nog vol tot zeker 24 weken. Vanaf dan is er een kans dat ons zoontje het overleeft!”, schoot er door m’n hoofd. Om 17.45u begon ik weer rugpijn te krijgen. Ik besefte dat het weeën waren. De verpleegster zei dat dit normaal was na zo een ingreep. Het kon een reactie van mijn lichaam zijn. Ik kreeg paracetamol en het beterde. Tot 15 minuten erna…

Ik had me wat rechter op gezet en ging net een hap van mijn avondmaal eten, tot plots mijn water brak. Dit was het moment dat onze wereld instortte. Het enige wat ik kon doen, was roepen en schreeuwen dat ik iemand nodig had. Het was over. Ons zoontje ging sterven. Verschrikkelijk, de hel… We werden onmiddellijk naar de verloskamer gebracht, want mijn cerclage moest verwijderd worden. Ik ging snel bevallen. Alles gebeurde in een roes. Ik weet er maar erg weinig meer van. Na het verwijderen van de cerclage stopten mijn weeën ook. Uiteindelijk hebben de artsen van alles geprobeerd. De gynaecoloog wilde toch nog eens bekijken of er eventueel nog voldoende vruchtwater aanwezig was, zodat ons zoontje misschien nog eventjes veilig kon blijven zitten. Ze wilde eerst de echo niet tonen, maar ik wilde toch nog een keer ons zoontje zien. Toen bleek dat al het vruchtwater op was, maar zijn hartje klopte nog. Hij leefde nog. Het klopte ook dat ik hem inderdaad nog voelde bewegen. Het besef kwam meer en meer dat we ons zoontje gingen verliezen. Het voelde alsof het allemaal mijn schuld was. Uiteindelijk is Dré geboren op donderdag 7 mei om 23.25u. Hij was een stevige jongen van 27,5 centimeter en 490 gram. We hebben hem nog gezien en hij was echt perfect, volledig af. Het enige wat hij nog moest doen was groeien…

De dag erna kwamen er mensen langs van de organisatie “Boven de wolken” om foto’s te nemen. We zijn zo blij dat we dat gedaan hebben. Het is een herinnering aan Dré. Diezelfde dag kregen we ook nieuws van UZ Jette dat ons zoontje kerngezond was. Ik brak in tranen uit aan de telefoon. Het was voor mij nu zéker dat het mijn schuld was dat ons zoontje zou gaan sterven. Dit schuldgevoel is iets wat nooit weg zal gaan. Iedereen zegt wel dat ik geen schuldgevoel moet hebben, maar ik ben geen goede mama geweest. Ik kon Dré niet veilig bij me houden tot hij groot genoeg was. Had ik het maar rustiger aangedaan of was ik maar sneller naar het ziekenhuis gegaan…

Het verlies van Dré is iets wat ons altijd zal bijblijven. Dré is ons zoontje en wij zijn mama en papa. Ik vind het zo verschrikkelijk dat Dré door sommige mensen verzwegen wordt. Hij heeft de kans niet gekregen om te leven, maar hij verdient het wel om over hem te praten. Het is enorm confronterend om te zien hoe onze omgeving hierop reageert. We krijgen steun en begrip van mensen waar we nooit aan hadden gedacht. Maar het omgekeerde is er ook. Mensen waarvan we dachten dat we op hen konden rekenen of steunen, zwijgen erover. Deze hele situatie heeft me enorm bitter gemaakt. Ik voel erg veel liefde voor Dré, maar ik merk dat ik mijn positieve zelf kwijt ben. Ik hoop dat ik ooit het gevoel mag hebben dat het oké is om plezier te hebben en dat het goed is om leuke dingen te doen, ondanks het feit dat ik niet goed gezorgd heb voor Dré.

LAETITIA

Plaats een reactie