Mijn baby heeft maar een halve baarmoeder om in te groeien, maar dan blijkt er nog iets afwijkend te zijn

| | ,

Mijn verhaal begint in januari 2019, als ik er achter kom dat ik zwanger ben. Op de 30e verjaardag van mijn vriend sta ik met een positieve zwangerschapstest in mijn hand. We zijn zo ontzettend blij en ook verbaasd dat het zo snel is gelukt. Bij de tweede poging al! De eerste weken gaan in een waas van blijdschap, gezonde spanning en ongeloof voorbij. Tot de dag van die eerste echo aanbreekt, de dag waarop alles veranderde.

Woorden die je niet wilt horen

Na de positieve test, maak ik al snel een afspraak voor een eerste echo. We wonen in Frankrijk en dat doe je hier bij een gynaecoloog. Er is alleen plek in mijn vijfde zwangerschapsweek, een beetje vroeg, maar ik ga toch. De dag van de afspraak, voor mij de eerste keer dat ik naar een gynaecoloog ga, ben ik best gespannen. Tijdens het intakegesprek vertel ik dat ik ongeveer vijf weken zwanger ben en dat ik weet dat het eigenlijk veel te vroeg is voor een eerste afspraak. Dit was helemaal geen probleem. Ze doet eerst een routine onderzoekje en wil daarna toch een echo maken om te kijken of we het vruchtje al kunnen zien. Ik ga op de onderzoekstafel liggen en de gynaecoloog begint met de inwendige echo. Mijn vriend en ik kijken gespannen naar het scherm. Veel grijs, maar dan is daar een zwarte vlek, met een wit vlekje erin. De gynaecoloog bevestigt dat dit het vruchtje is en wijst ons dan op een knipperende vlekje. Het hartje klopt al! Wow, wat een speciaal moment. Maar dan blijft het stil. De gynaecoloog bekijkt mijn baarmoeder uitgebreid van alle kanten. Het lijkt een eeuwigheid te duren en dan begint ze vragen te stellen. ‘Hebben jullie er lang over gedaan om zwanger te worden?’ ‘Nee.’ ‘Heeft u al eens eerder een echo laten maken?’ ‘Nee.’ ‘Heeft u menstruatieklachten?’ ‘Nee, niet echt…’ Mijn hart bonst in mijn keel en ik vraag me af wat er mis is. En dan komen de woorden die je niet wilt horen. ‘Ik zie iets afwijkend. Ik kan het niet met zekerheid zeggen, maar ik denk dat u een baarmoederafwijking heeft.’ Ik krijg een zwaar gevoel in mijn lijf en weet niet wat ik moet zeggen. Ze begint met uitleggen. ‘Hier ziet u een holte, met het vruchtje, en hier zit nog een holte, met een scheiding ertussen’. Ja, we zien het, maar wat betekent dit? Ze legt uit dat ze vermoedt dat ik een uterus bicornis heb (tweehoornige baarmoeder) of een hartvormige baarmoeder met een tussenschot. Mijn baarmoeder is dus verdeeld in twee kleine holtes, in plaats van één grote. Doordat ik al zwanger ben en de holte met de baby al is gegroeid, kan ze niet goed zien welke vorm ik heb. Ze vertelt dat dit een aangeboren afwijking is en dat er bij de aanleg van mijn baarmoeder iets mis is gegaan. Ze vraagt me om weer aan te kleden en terug naar de spreekkamer te komen voor meer uitleg. Dit gesprek gaat snel en we zijn beiden zo beduusd, dat we eigenlijk maar weinig zeggen. Ze vertelt ons dat er risico’s aan een zwangerschap met deze baarmoederafwijking zitten. Er is een verhoogde kans op een miskraam, er is een grotere kans op een vroeggeboorte en er is een grote kans dat het kindje in een stuit komt te liggen, wat betekent dat het gehaald moet worden via een keizersnede. Dit komt allemaal omdat de baby feitelijk maar een halve baarmoeder heeft om in te groeien. We knikken wat en vragen wat we nu moeten doen. De gynaecoloog belt direct het gespecialiseerde ziekenhuis in Lyon voor een vervolgafspraak. We moeten over twee weken een echo laten maken in het ziekenhuis om de afwijking te laten bevestigen door een specialist. We lopen de praktijk uit, naar huis. Zo veel informatie, zo veel onzekerheid… We besluiten om het nog aan niemand te vertellen en de echo in het ziekenhuis af te wachten.

De bevestiging

De dag van de controle-echo in het ziekenhuis is aangebroken. Ik ben zenuwachtig. De gespecialiseerde gynaecoloog in het ziekenhuis bevestigt de afwijking vrijwel direct. Ook zij kan niet met zekerheid zeggen of het een uterus bicornis of een hartvormige baarmoeder met een tussenschot is. Ze gaat uit van een uterus bicornis. Volgens haar maakt het voor het verloop van de zwangerschap niet veel uit. Wel voor in de toekomst. Een uterus bicornis is namelijk niet te behandelen. Bij een hartvormige baarmoeder kan eventueel het tussenschot operationeel verwijderd worden. Gelukkig is deze gynaecoloog optimistisch. Ze bevestigt de risico’s, maar volgens haar is er ook een hele goede kans dat de zwangerschap goed verloopt. We gaan enigszins opgelucht en met een mooie echofoto naar huis. Ons kleine garnaaltje hebben we toch maar mooi weer kunnen zien, inclusief kloppend hartje!

De rest van de zwangerschap krijgen we elke maand een controle-echo en een afspraak met een gynaecoloog in het ziekenhuis. Mijn zwangerschap is nu officieel een risicozwangerschap.

De zwangerschap

Als ik 11 weken zwanger ben, besluiten we om het nieuws aan onze ouders te vertellen. Ze zijn heel enthousiast, maar natuurlijk moeten we ook het extra nieuws vertellen over de afwijking en de risico’s. Ik vind het ontzettend jammer dat er bij zo’n leuk moment eigenlijk direct een ‘maar’ komt.

Mijn zwangerschap verloopt tot ik zo’n vijf maanden zwanger ben eigenlijk heel goed. Ik heb nauwelijks last van zwangerschapskwaaltjes. Mijn buik groeit snel, al met drie maanden heb ik echt een zichtbaar zwangerschapsbuikje. Hoe groter mijn buik wordt, hoe duidelijker je de afwijking ook van buitenaf kunt zien. De baby zit in de rechter holte van mijn ‘dubbele’ baarmoeder en dit zie je duidelijk als ik op mijn rug lig. Doordat de baby maar de helft van de ruimte heeft, groeit mijn buik zo snel. De maandelijkse controle-echo’s gaan super goed. De baby groeit goed en heeft elke keer nog voldoende ruimte en vruchtwater. De 20 weken echo is perfect en alles klopt bij ons kindje. Dit is een hele geruststelling! Omdat de hele zwangerschap zo medisch is en er al zoveel onderzocht wordt, willen we het geslacht niet weten. Zo hebben we in elk geval aan het einde nog een leuke verrassing. Bovendien maakt het ons, doordat we weten dat er nogal wat risico’s zijn, ook echt absoluut niks uit. Het cliché ‘als het maar gezond is’, telt voor ons gevoel twee keer zo zwaar.

Nog een extra afwijking

Bij één van de controleafspraken komt de gynaecoloog in het ziekenhuis er achter dat ik niet alleen twee holtes heb in mijn baarmoeder, maar ook twee baarmoedermonden. Ik denk dan: “Ja toe maar, dat kan er ook nog wel bij…” Volgens de gynaecoloog heeft dit verder geen effect op de zwangerschap en kan ik ook natuurlijk bevallen. De baby kiest gewoon één van de twee uitgangen. Ik heb een soort twee-onder-één-kap baarmoeder!

Bedrust

27 Juni, ik heb weer een controle-echo. Helaas, dit keer is het minder positief. Mijn baarmoedermond is aan het verstrijken. Vorige week was hij nog ruim 5 centimeter, nu nog maar 3. Ik mag naar huis, maar moet nu bedrust houden en er komt één keer per week een verloskundige thuis langs om een CTG-scan te maken om te kijken of ik weeën heb. Ik ben nu ruim 26 weken zwanger.

Niet meer naar huis

8 Juli, ik heb al een paar dagen een drukkend gevoel in mijn onderbuik en pijn onderin mijn rug. Ik heb het gevoel dat ik misschien een blaasontsteking heb. Ik laat een testje doen, maar ik heb geen blaasontsteking. Het voelt niet goed. Mijn vriend hakt de knoop door: we gaan naar het ziekenhuis voor controle. Ik weet dat dit de juiste beslissing is, maar ik heb er een slecht gevoel bij. Als we de straat uit rijden, schiet er door mijn hoofd: ‘Hier kom ik voorlopig niet terug’. In het ziekenhuis aangekomen moeten we plaats nemen in de wachtkamer voor spoedgevallen van de kraamafdeling. Het duurt lang en ik heb nu ook pijn tijdens het zitten, alsof ik heel nodig moet plassen. Als ik eindelijk aan de beurt ben, onderzoekt de verloskundige eerst mijn baarmoedermond en legt me daarna direct aan een CTG-scan. Ze legt eigenlijk niets uit en er flitst van alles door mijn hoofd. Als de CTG-scan klaar is, mag ik weer in de wachtkamer gaan zitten. Ze gaat overleggen met de gynaecoloog van dienst. Na een tijdje worden we in de spreekkamer van de gynaecoloog geroepen. Ik moet gaan zitten. En dan krijgen we het bericht dat ik verwachtte en absoluut niet wilde krijgen: ‘Het spijt me mevrouw, maar u gaat vandaag niet meer naar huis’. Mijn hart bonst in mijn keel en tranen prikken in mijn ogen. Hier was ik al bang voor. Ik ben 28 weken zwanger. Mijn baarmoedermond is nu nog maar 2 centimeter en ik begin al lichte ontsluiting te krijgen. Bovendien heb ik lichte voorweeën, wat het drukkende gevoel verklaard. Hiermee mag en kan ik niet naar huis.

WORDT DIT WEEKEND VERVOLGD…

DIDI

Plaats een reactie