We verhuizen met Nola* naar het meest droevige kamertje van het ziekenhuis

| | , ,

Meike vertelt in een minireeks over haar zwangerschap en bevalling van Nola*. Een paar weken na de geboorte komt prachtige Nola te overlijden. Lees hier haar vorige delen voordat je hieronder verder leest.

Nola ligt op de NICU in bedje nummer 18. Naast haar bedje is een deur. Toen wij net op de NICU waren vroeg ik; ´Wat zit er achter die deur´? ‘Daar kunnen ouders apart liggen met hun baby als de baby het niet zal gaan halen’. Elke keer als we bij Nola zijn, kijk ik angstig naar die deur. ‘Laat ons alsjealsjealsjeblieft niet dat kamertje in hoeven te gaan’.

Nola wordt op dinsdag losgekoppeld. De elektroden gaan uit haar hoofd en haar bedje wordt op het “sterfkamertje” gezet. Wij besluiten op donderdagochtend met de beademing te stoppen, zodat we de woensdag nog hebben om echt samen met haar te zijn en afscheid te nemen. Terug in het Ronald McDonald bellen we onze vrienden en familie om het nieuws te vertellen.

Huilend: ´Hoi… Het is niet goed… Alles is beschadigd. Nola zal geen zinvol leven kunnen leiden. Dus dat betekent dat we donderdag de beademing stoppen en ze waarschijnlijk dan zal komen te over lijden… Nee, ik weet dat je niet weet wat je moet zeggen… Oké, dan ga ik nu even verder bellen.’

Het voelt nog steeds allemaal als een grote grap. Alsof iemand zo kan binnenlopen en zegt: ‘Nee joh, we hebben toch die scan verkeerd bekeken, het komt alsnog goed met jullie meisje!’

Farley heeft vroeger geschouderd op uitvaarten en kent iemand die nu begrafenisondernemer is. Normaal is Farley niet zo snel (wel lief hoor, schatje), maar nu heeft hij deze man al direct gebeld. Als ik dat hoor denk ik: ‘Hoho!’. Meikepedia had namelijk met al dat Gegoogle een bedrijf gevonden gespecialiseerd in kinderuitvaarten. Áls we dan toch bezig zijn, dan wil ik wel mensen die weten wat goed is voor ons meisje. Het zijn drie dames die zelf ook één of meerdere kindjes zijn verloren. We maken gelijk een afspraak met ze voor morgenavond (woensdag).

Op woensdag zijn we overdag bij Nola. We liggen met zijn drietjes in bed, al moeten we nog steeds wel uitkijken voor die beademingstube. Wanneer ze bij Farley op de borst ligt, blijkt de tube er een beetje uit te zijn gegaan en ligt ze dus al een uur praktisch zonder beademing. De arts zegt: ‘We kunnen hem proberen terug te doen of we laten hem eruit, maar dan is er wel de kans dat ze nu overlijdt. ‘Nee! Ho, ik heb me ingesteld op morgen, niet opeens op nu’, zeg ik geschrokken. ‘Sorry meisje maar die tube gaat nog heel even terug, mama is er nog niet klaar voor’, voeg ik er in gedachten toe. De arts zegt dat het ook mogelijk iets langer kan gaan duren, als ze de beademing minder blijkt nodig te hebben en zelfstandig doorgaat. We vragen hoe lang. Ja, daar kunnen ze niets over zeggen. ‘Meestal is het binnen een paar uur, maar het zou ook één of twee dagen kunnen zijn’, zegt de arts. Hij vertelt dat er laatst zelfs een jongetje was, die na twee weken nog steeds leefde en met zijn ouders mee naar huis is gestuurd om daar verder te sterven. Uiteindelijk hou je namelijk wel een bedje bezet voor een andere baby die het hard nodig heeft… Pffff, twee weken in dit droevige kamertje. We zeggen tegen elkaar dat we hopen dat Nola ons een paar uur geeft zodra de beademing is gestopt. Dat we hopen dat ze zo rond 11 of 12 uur die ochtend in onze armen mag sterven.

s‘ Avonds eten we in het Ronald McDonald en maken we kennis met twee dames van uitvaartonderneming. Hier horen we voor het eerst: ‘alles is mogelijk’. Maar wat dan precies allemaal? Farley vraagt of er niet een soort van menukaart is. Een lijst met opties waar je uit kan kiezen. ‘Nee, alles is mogelijk’, herhalen ze. Echt wat we maar willen. ‘Ja oké, maar ik weet helemaal niet wat ik wil’, fluister ik. Het enige wat ik weet is dat ik niks van dit alles wil. Ik wil helemaal geen uitvaart voor mijn baby. Kunnen we haar niet in het ziekenhuis laten? ‘Hoe moeten we dan een dode baby mee naar huis nemen?’, vraag ik. ‘In de Maxicosi’, antwoorden ze. Oké, ik weet niet wat ik van dit idee vind. Nou, we laten alles maar eerst op ons inwerken en gaan terug naar Nola. Want op dit moment, is ze nog niet eens dood…

Die avond twijfelen we of we in het Ronald McDonald slapen of bij Nola, in dat droevige kamertje. Het is haar “laatste avond”, maar we merken dat we er niet naar toe willen. We zijn bang, omdat dit dan echt het einde betekent. We willen niet naar dat kamertje. Mijn zus haalt ons over door te zeggen: ‘Het is wel de laatste avond met Nola, misschien moeten jullie er dan voor haar zijn’. Ja, daar heeft ze wel gelijk in. We grissen snel wat spullen mee om in het VU te overnachten en gaan met lood in onze schoenen naar de achtste verdieping.

Als we binnenkomen op de NICU lopen we dat zielige kamertje binnen. Ineens zie ik het: wát een mooi meisje! Een prachtig baby’tje ligt op ons te wachten. Zo zonder de band met elektroden, het vocht dat langzaam begint weg te trekken. Ineens klopt het! Ineens denk ik: ‘Ja… Zó hoort ons kind eruit te zien! Zij is mijn dochter!’

MEIKE

Plaats een reactie