Het is zover: We gaan de beademing bij Nola* eraf halen

| | , ,

Meike vertelt in een minireeks over haar zwangerschap en bevalling van Nola*. Een paar weken na de geboorte komt prachtige Nola te overlijden. Lees hier haar vorige delen voordat je hieronder verder leest. We komen in het meest droevige kamertje van het ziekenhuis.

Er wordt een extra bed bijgezet in “het meest droevige kamertje van Amsterdam” en je kan er nu je kont niet meer keren. Het is een kamer van ongeveer 3 bij 3 met een stalen wastafel (waar ouders hun overleden baby nog een laatste keer kunnen wassen) en geen ramen. Het kamertje staat, met twee ziekenhuisbedden voor ons en het bedje van Nola, helemaal vol.

Die nacht blijven we de hele nacht wakker. We zingen, praten en luisteren naar muziek. Ik lees nog de brief aan haar voor die ik drie weken geleden heb geschreven toen ik nog zwanger was. Alles wat ik voor haar wenste en waar ik naar uit keek om met haar te gaan doen. Ik ga nog een uur in bed liggen, maar kan niet slapen. Alsof mijn lijf voelt dat er onheil nadert. Het doet zóveel pijn, alsof mijn hart en longen uit mijn lichaam worden getrokken. Alles in mij schreeuwt dat ik iets moet doen, dat er gevaar dreigt voor mijn baby.

Om 9 uur ‘s ochtends is de fotograaf van Making memories aanwezig. We willen eerst foto’s met de beademing en dan om 9:30 halen we deze eraf, zodat we nog een paar foto’s zonder beademing kunnen maken. We zijn namelijk bang dat ze direct zal overlijden terwijl we nog half bezig zijn met een hele lugubere fotoshoot. We hopen dat ze het volhoudt tot een uur of 11. Dat we echt even de tijd hebben om samen afscheid te nemen en te knuffelen zonder die ellendige tube. Om 9:30 is dan het moment daar. We gaan de beademing eraf halen. Farley en ik doen dit samen. We willen dit zelf doen. Nola stopt niet gelijk met ademen, dus als de fotograaf weg is, om 10 uur, liggen we met zijn drietjes in dat verdrietige kamertje. Ze ligt om en om bij ons op de borst. Zodra ze bij Farley ligt, denk ik alleen maar: ‘Nog niet dood gaan meisje, wacht maar even tot je bij mama ligt’. Farley heeft dit omgekeerd net zo, dus elke 20 minuten wisselen we ongeveer af, want dan is het geduld van de ander op. Geen van ons durft naar de wc te gaan, bang om het moment dat ze sterft te missen. Er staat nog een scherm op de kamer waarop haar hartslag en saturatie (zuurstof in het bloed) is te zien. Ik zie beide dalen en fluister tegen Farley: ‘Ik denk dat het bijna voorbij is’. We kruipen met zijn drietjes in bed en praten tegen Nola: ‘Het is goed meisje. We zijn bij je. Je hebt zo hard gevochten en we zijn zó trots op je. Je bent veilig en je kan gaan’.

Na een uur of drie beginnen we toch wel een beetje trek te krijgen. Dus ja, wat doe je dan? We discussiëren een beetje wie er beneden dan maar een broodje gaat halen. Gelukkig krijg ik Farley zo ver om te gaan. Ik ben veel te bang dat Nola zal sterven als ik er niet bij ben. De verpleegkundige komt de kamer in en vraagt of ze het scherm met de hartslag en saturatie moet uitzetten. Zij zien op een ander scherm namelijk ook wat daar de waardes van zijn en dan is dat voor ons wat rustiger. Dat is wel een plan, want dan worden wij daar niet door afgeleid. We eten ons broodje en wisselen Nola telkens af. De uren tikken voorbij. Als het middag wordt, vragen we aan de verpleegkundige hoe het zit met haar hartslag en saturatie. “Nou, die zijn eigenlijk wel heel stabiel, dus het zou ook best nog een paar dagen kunnen duren”, antwoordt de verpleegkundige. Een paar dagen… Hiér, in dit kamertje?!? We zitten op dag 2 en ik word al helemaal gestoord. Zo zonder ramen, zonder badkamer of onze spullen… (alles ligt in het Ronald McDonald maar ja, die gaan we echt niet ophalen met het idee dat ze elk moment haar laatste adem kan uitblazen). En dan spreekt Farley de magische woorden uit: ‘Maar…, kunnen wij dan niet ook met haar naar huis? Dat ze thuis komt te overlijden’? Mijn hart knalt uit mijn borstkas, maar deze keer van vreugde. Mijn baby moet mee naar huis! Dan kan Nola levend mee naar huis zoals het hoort! Ik vond het al zo’n akelig idee dat we ons dode kind mee naar huis moesten nemen, een huis wat helemaal klaar is voor een baby en dat het allemaal voor niks is geweest. Nola mee naar huis, ik voel de strijdlust in me opkomen en de tranen stromen ook gelijk. Hier gaan we ons voor inzetten, wat een euforie!

We overleggen dit met de verpleegkundige en zij begrijpt ons wel. Ze belooft dit met de arts te bespreken en hij zal dan bij ons komen. Farley en ik liggen ondertussen te fantaseren hoe fantastisch het zal zijn als we nog met Nola naar huis kunnen. Dan kan familie haar nog ontmoeten, want vanwege Corona was dat hier allemaal niet mogelijk. Dan liggen we niet meer in dit droevige kamertje en kunnen we gewoon thuis zijn met haar. Thuis… Dat heeft nog nooit zó goed geklonken. Wat wil ik graag naar huis!

De arts komt bij ons, in dat verdrietige kamertje, en ik hoop dat zij ook de stabiele hartslag heeft gezien van Nola. Dat zij dus ook ziet dat het nog wel even kan duren voordat ons meisje haar laatste adem uitblaast. Dat ze ook geen zin heeft in Meike en Farley die hier dagen liggen te stinken in dit zielige kamertje zonder ramen. Ze vertelt ons dat het in principe zou kunnen, maar dat het niet zomaar geregeld is. Er moet namelijk een huisarts zijn die ook instemt met palliatieve zorg en erachter staat om bepaalde beslissingen te nemen (om na het weekend te stoppen met het toedienen van glucose) die de levensbeëindiging verspoedigen, een ambulanceteam om ons naar huis te vervoeren en een specialistisch thuiszorg team dat palliatieve zorg voor een kind kan verzorgen. Het is nu donderdagmiddag en dat zal waarschijnlijk dan maandag lukken.

Maandag? Nog een heel lang weekend hier? Nee, dan is het mogelijk ook al te laat! Dan is ze misschien al wel dood. We willen morgen! We blijven aandringen en ze belooft haar best te doen. Aan het einde van de middag staan er drie artsen en iemand van het Emma thuiszorg team in ons zielige kamertje. Ze hebben goede hoop dat het gaat lukken om ons de volgende middag, op vrijdag, naar huis te laten gaan. Nog geen garanties, maar het ziet er positief uit. Halleluja, ik ben euforisch. Mijn baby gaat levend mee naar huis, dan is thuis niet alles voor niets geweest! Mijn baby gaat mee naar huis! En direct daar achteraan fluistert er een klein stemmetje: ‘En dan blijft ze leven en komt alles goed’!

MEIKE

Plaats een reactie