Ik schreeuwde nog een paar keer: “Helpen jullie haar echt niet?!”

| | ,

De zwangerschap

Met 8 weken zwangerschap kreeg ik extreem bloedverlies. Er kon maar geen oorzaak gevonden worden. Vanaf week 15 had de verloskundige ons doorgestuurd naar het ziekenhuis, maar een duidelijke reden werd ook daar niet gevonden. Hoogstwaarschijnlijk lag het aan de placenta die aan de voorkant lag. Het bloedverlies werd alleen maar meer, dus ik moest toch langer blijven. Er werd weer geen verklaring gevonden voor waar het bloed vandaan kwam, dus besloot ik na een paar dagen toch naar huis te gaan. Ik miste mijn gezin en thuis kon ik ook bedrust houden. In het ziekenhuis konden ze verder niets voor mij doen. Ik was amper drie uur thuis toen ik iets voelde knappen. Foute boel. Ik verloor weer stolsels bloed. Het liep langs mijn benen. Ik moest weer opgenomen worden en mocht alleen nog mijn bed uit om naar het toilet te gaan.

Een aantal dagen later mocht ik weer naar huis om thuis bedrust te houden. Midden in de nacht werd ik wakker. Ik lag in een plas bloed… Paniek. Ik heb mijn schoonouders gebeld om bij ons thuis te komen, zodat wij weer richting Amersfoort konden. Daar werd er gelijk een echo gemaakt. Er was nog steeds een kloppend hartje. We hoopten op een wonder, dat het bloeden een keer zou stoppen en ik lang genoeg zwanger zou zijn, zodat er kans was dat ons kindje dit ging redden. Ik ging de 40 weken niet halen, dat was wel duidelijk. De baarmoederhals werd geprikkeld door het bloed, maar misschien kon ik wel de 32 weken redden. Dat hoopten we.

Na aandringen van een vriendin besloten we met 22 weken, een second opinion te vragen in het WKZ. Ik vond dat lastig om te vragen, omdat ze allemaal zo lief voor mij waren in Amersfoort en ik echt het gevoel had dat ze er alles aan deden om dit tot een goed einde te laten komen. Maar zo moest ik het niet zien. Ze vonden het juist heel begrijpelijk dat ik dat wilde en een aantal dagen later mochten we op gesprek in het WKZ… Daar kregen we te horen dat ik 1 centimeter ontsluiting had en mijn baarmoedermond bleek op 5 millimeter na, verstreken te zijn. Dit was een slecht nieuws gesprek. De bevalling zou hoogstwaarschijnlijk binnen 24 uur plaatsvinden. Op dat moment vervloog onze laatste hoop. We hadden de keus om in het WKZ te blijven of terug naar Amersfoort te gaan, waar ik al twee weken lag opgenomen. Ik vroeg me af of we wel op eigen vervoer konden rijden na het krijgen van dit nieuws. We besloten samen terug te gaan naar Amersfoort. In de auto waren we echt even alleen en konden we het er over hebben. Hoe gingen we dit delen? We besloten om aan de familie te melden dat we geen goed nieuws hadden gekregen en of iedereen ons even met rust wilde laten. We wilden geen bezoek en geen berichtjes ontvangen met de vraag hoe het ging. Dit moesten we echt verwerken. Ik ging bevallen van een meisje dat het met geen mogelijkheid zou kunnen overleven. Hoe vertel je zoiets?

Terug in Amersfoort, werden we opgevangen door de aangedane verpleegsters. Zij waren ondertussen op de hoogte van de situatie. Emiel (mijn man) bleef die nacht bij mij slapen, wachtend op de bevalling, echter bleef deze uit. Wat een roller coaster. Ik zou toch gaan bevallen?! Waarom zette het niet door?! Nog langer lijden. Ik wilde dat het klaar was. Ik wilde naar huis, weg uit deze hel en mijn leven weer oppakken.

We kregen informatiefolders van de verpleegkundigen. We mochten een mooi gehaakt dekentje uitzoeken, die door vrijwilligers gemaakt waren. Daar konden we haar in leggen, want ze was natuurlijk nog veel te klein voor kleertjes. We wilden haar graag begraven ook al was ze nog geen 24 weken. We werden voorbereid op wat er zou komen, in hoeverre ze je daarop kunnen voorbereiden dan…

Twee dagen later was de bevalling nog niet begonnen. De gynaecoloog kwam naast mijn bed zitten. Hij zei: ‘Waarom ga je niet het tegendeel bewijzen? Ze kunnen er ook naast zitten. Je bent nog steeds niet bevallen toch?’ Ik kreeg weer hoop, want inderdaad ze zat er nog in. Ik besloot al mijn moed weer bij elkaar te rapen en ervoor te gaan: plat blijven liggen en zorgen dat ons dochtertje bleef zitten. Ik voelde me een kip dat op haar ei moest blijven zitten, maar als dat ervoor nodig was, dan was dat zo.

De bevalling

Na een aantal dagen kreeg ik toch wel steeds meer last van mijn onderrug. Ik herkende het van mijn eerste zwangerschap: rugweeën. Ik moest volhouden. Als ik het tot 24 weken vol zou houden, dan zou ik verhuizen naar het WKZ en was er een kans dat ons dochtertje het zou overleven. Ik besloot het niet te zeggen. Ik bleef vechten mét rugweeën erbij. Ik merkte dat ze om de 6 minuten kwamen. Als er bezoek was, probeerde ik het niet te laten merken. Ondertussen verging ik bijna van de pijn. Ze merkten wel op dat ik steeds stiller werd en mijn gezicht was dezelfde kleur als van de lakens. Na twee dagen kwamen de weeën om de 4 minuten en trok ik het niet meer. Ik moest op het belletje drukken en toegeven dat de bevalling gestart was. Ik wist dat het dan klaar zou zijn. Ik brak, want ik wilde niet opgeven. Nee, ik wilde door met strijden. Ik bleek al 4 centimeter ontsluiting te hebben. Emiel moest gebeld worden. Vreselijk, dat wilde ik niet. Ik zat nog steeds in de ontkenningsfase. Als ik Emiel zou bellen, zou ik écht toegeven dat ik opgaf. Ze drukten mij op het hart dat als ik hem nu niet meteen zou bellen, hij hoogstwaarschijnlijk niet bij de bevalling zou zijn. Kon ik mezelf dat ooit vergeven?

31 januari 2020

De bevalling duurde een aantal uur. Mijn lichaam was verkrampt en liet ons dochtertje niet los. Er werd ons eerder verteld dat ik haar zou kunnen verliezen tijdens een toiletbezoek. Dat bleek bij ons niet echt op te gaan. Ik had volledige ontsluiting nodig en daar was ze. Ze was prachtig: Kes Anna Lois (onze andere dochters mochten haar een tweede en derde naam geven). Wat was ik bang dat ze er eng zou uitzien. Zou ze überhaupt nog leven? Een minibaby die nog niet klaar was om geboren te worden. Maar ik werd overstroomd door liefde toen ze bij mij werd gelegd. Ze huilde en met haar minihandje hield ze mijn duim stevig vast. Ik schreeuwde nog een paar keer: “Helpen jullie haar echt niet?” “Nee”, was het antwoord. “Het zal echt niet lang duren”, werd ons gezegd. Ze probeerden een fotograaf van stichting Stil te regelen. Hierna werden we met rust gelaten. Wij waren met zijn drieën. Ze gaven tijd om afscheid te nemen. Maar ze huilde en bleef huilen. Ze zou toch stoppen met huilen? Het eerste uur verstreek. Nog steeds was ze aan het huilen en piepen. We vonden het zo zielig en zeiden tegen haar: “Geef het maar op lieverd”. Maar dat deed Kes niet en zo verstreken de meest heftige uren van ons leven…

Na een aantal uur werd besloten om contact op te nemen met het WKZ, want hoe kon zo’n minimensje nou nog steeds aan het vechten zijn? Wat was dit voor een mindfuck?! Emiel ontplofte bijna: “Dat kan niet! Waarom besluiten jullie nu in te grijpen?” Na een half uur volledig verward kwamen een aantal mensen waaronder de kinderarts de kamer in en vertelden ons dat ze met het WKZ gesproken hadden. Ze gaven aan dat de kans dat Kes het alsnog niet zou redden erg groot was. Maar er was ook een kans, ook al was het minimaal, dat ze het wel zou redden. We werden gevraagd wat we wilden. Daar hoefden we niet lang over na te denken. Als Kes zo aan het vechten was voor haar leven, dan moesten wij dat ook. Ik eiste dat ze Kes direct mee zouden nemen, als ze een kans kreeg, dan nu meteen, geen seconde langer op mijn buik. Kes werd in de couveuse gelegd en meegenomen. Het medisch team van het WKZ was gearriveerd en ging in overleg: was ze sterk genoeg om een kans te geven? Ik dacht dat ik gek werd. “Is er dan alsnog een kans dat ze haar toch niet meenemen?”, schoot er door mijn hoofd.

WORDT VERVOLGD…

ALICE

Plaats een reactie