De opluchting die ik had gedacht te voelen na Nola’s overlijden, blijft uit.

| | , ,

Meike vertelt in een minireeks over haar zwangerschap en bevalling van Nola*. Meike en Farley besluiten de beademing van Nola af te halen. Ze hield het lang vol! Zo lang, dat ze levend mee naar huis mocht. Daar voelt mama Meike zich soms gewoon een normale moeder die met haar pasgeboren baby in bed ligt. Maar dan komt het moment dat ze haar laatste adem uitblaast.

We appen naar familie en vrienden dat Nola is overleden en bellen, volgens afspraak, de huisarts. De huisarts is een half uurtje later bij ons en bevestigd: Ze is overleden. Ook al wist ik dit al wel, vind ik het weer extra moeilijk om dit zo te horen. De opluchting die ik na al deze dagen had gedacht te voelen, blijft uit. Omdat het gaat om een kindersterfte, buiten het ziekenhuis, moet de forensisch patholoog worden gebeld. Het is zaterdag, dus ik hoop dat het bellen van de huisarts met deze patholoog voldoende is want ik heb weinig zin in nog iemand die bij ons langs komt.

De huisarts belt naar de forensisch patholoog terwijl we op onze slaapkamer zitten. Ik nog met mijn meisje op de borst. We horen alleen de kant van de huisarts van het gesprek en af en toe vlagen van de kant van de patholoog:

“Baby overleden… Oké, hoe komt dat dan? Oh zuurstoftekort… Hmmmm, en ze lagen in het VU? Oke… Onverklaarbaar zuurstoftekort? Geen loslating van de placenta, nee? Oke… En ze ging niet dood toen de beademing werd gestopt? Oke… En toen gingen ze dus nog naar huis? Op aanraden van wie? Wie waren daar dan bij betrokken? En dan heeft ze nog zo lang thuis geleefd…?”

Ik word helemaal kriebelig van het gesprek tussen onze huisarts en de patholoog. Ik begin me af te vragen of we wel juist hebben gehandeld. We mochten haar toch mee naar huis nemen? We hebben toch niets gedaan wat tegen de regels is? Ze hebben toch wel echt gezegd dat ze geen kans van leven had? Ik begin me bijna zorgen te maken dat wij iets verkeerd hebben gedaan en word er flink nerveus van. Na een goed half uur gelooft de patholoog het ook wel en zegt niet langs te hoeven komen. De huisarts haalt de beruchte lieslijn (infuus wat ze op dag 1 hebben geplaatst, nadat ze 10 uur lang hebben geprobeerd om dit via de navellijn te doen) uit haar been en eindelijk is ze dan compleet infuusvrij. Na 18 dagen zie ik haar voor het eerst zonder slangetjes. Ik laat een laagje in het bad lopen en doe haar voor het eerst in bad. Zodra ik haar heb afgedroogd, ga ik met haar op de weegschaal staan: 3 kilo. Ons lekkere spekkie is in acht dagen tijd één kilo kwijtgeraakt. Een kwart van haar gewicht, maar ze is nog steeds een plaatje. Ik kleed haar aan, voor het eerst op haar eigen kamertje op het aankleedkussen. Het is de outfit die ik voor haar had bedacht als we met haar het ziekenhuis uit zouden gaan. Ruim een week geleden was het nog te klein, maar het past nu dus wel, oh de ironie… Het is een wit rompertje en daar overheen een groen pakje met witte bloemetjes en een wit gebreid vestje.

We brengen haar in de reiswieg beneden en zetten haar op het groene bankje. Ik trek het gebreide vestje maar weer bij haar uit, want ik vind het toch wat te warm. We appen naar Lotte (de uitvaartondernemer) dat Nola is overleden. Ze appt terug: “Ik kom er gelijk aan!”” Pfff”, zeggen we tegen elkaar, “komt Lotte langs? Wat komt ze doen dan?” Nee, daar hebben we helemaal geen zin in. We appen haar terug dat vandaag niet hoeft; “doe morgen maar”.

We besluiten definitief geen obductie te laten doen. Ik heb sowieso het gevoel dat ze met een obductie niets gaan vinden, dat er dus geen oorzaak gevonden gaat worden. Farley wilde dit eerst nog wel, maar omdat Nola op zaterdag is overleden had ze direct die dag naar het VU gemoeten naar het mortuarium en was er de kans dat ze pas maandag aan de beurt was geweest. We zouden haar dan ruim twee dagen kwijt zijn. Ons meisje is al thuis en het voelt helemaal niet goed om haar weer te moeten wegbrengen.

Farley zijn familie komt in de ochtend langs en mijn familie in de middag. We drinken koffie en iedereen kijkt even bij Nola. Die avond eten we bij mijn zus en zwager en drinken champagne. Het voelt heel gek om ons kind alleen thuis te laten. Ook al is ze dood, het voelt onnatuurlijk om samen ergens naar toe te gaan. Maar ja, je dode kind in een reiswieg meenemen is ook weer zo vreemd. De gesprekken zijn fijn en gaan van de hak op de tak. We hebben het over hele random dingen en dan weer over Nola. We huilen, lachen en er vallen stiltes.

De volgende ochtend komen er twee mensen langs om Nola te balsemen. Dit is een methode waarbij al het bloed uit het lichaam wordt afgevoerd en wordt vervangen door een soort conserveermiddel. Dit kan alleen bij voldragen baby’s, want bij eerder geboren baby’s is de huid vaak niet sterk genoeg. Een andere methode was om haar te koelen, maar gezien het 37 graden buiten is de komende dagen is dat niet zo’n puik plan. Het voordeel van balsemen is dat het lichaam van de baby wat langer goed eruit blijft zien en ook niet zo hard en koud wordt als bij koelen. Deze mensen gaan aan de slag en Farley en ik wandelen naar de begraafplaats. Het is de eerste keer dat we samen buitenkomen en voor mij voor het eerst dat ik een wandeling maak sinds mijn keizersnede. Ik had onze eerste keer naar buiten toch wel iets anders voorgesteld. In ieder geval mét levende baby in de kinderwagen en niét naar de begraafplaats.

Op maandag komt Lotte langs. Van te voren hebben we hier helemaal geen zin in, beginnen al een beetje chagrijnig te worden en zeggen tegen elkaar: ‘Pffff, ohja, Lotte komt zo he… Wat komt ze doen dan?’ (Sorry Lotte).

Lotte komt binnen en kijkt eerst even naar Nola. Ze ziet een vlieg bij ons binnen vliegen en ze wordt direct serieus: ‘Heeft er een vlieg op Nola gezeten?’ Ik: ‘Ehmm, geen idee? Volgens mij niet…?’ Ze vraagt het nog een paar keer en ik voel me een beetje schuldig. De mensen van gisteren hebben er niets over gezegd. Hadden we hier ook al rekening mee moeten houden? Lotte vertelt dat als er een vlieg op Nola heeft gezeten en eitjes heeft gelegd, met deze temperaturen… Nu ja, dat is niet goed want áls dat zo is dan moet Nola naar een mortuarium in een koelcel. Hè verdorie, daar zitten we ook zeker niet op te wachten. Lotte vraagt of ik pure aceton heb en of ik het oké vind dat ze met een watje en aceton de neus en oren van Nola schoonmaakt. Better safe, then sorry. Alsof ze meedoet aan een opname van CSI trekt Lotte haar latex handschoenen aan, pakt een pincet en maakt minuscule propjes doordrenkt van aceton om in de neusgaten en oren van mijn dochter te stoppen. Op dit punt verwonder ik me over niks meer… Als ze klaar is, leggen we voor de zekerheid ook maar een lakentje over de reiswieg van Nola. We zitten aan de keukentafel en praten bijna 1,5 uur tegen haar aan. Frustraties, alle bizarre dingen die er zijn gebeurt… Gewoon even zeiken… Als ze vertrekt zeggen we tegen elkaar: “Was toch wel fijn hè, dat Lotte er was…”

MEIKE

Plaats een reactie