Ik ben bijna overleden in mijn kraambed

| | ,

Op vrijdag 13 april 2018, 3 dagen na mijn bevalling, ben ik bijna overleden in mijn kraambed. Bam, mooie binnenkomer vind je niet? Om mijn verhaal beter te begrijpen, neem ik je even mee door mijn zwangerschap, want een roze wolk: dat was het niet. Ik ben bijna overleden door pre-eclampsie en HELLP. Dit staat ook wel bekend als zwangerschapsvergifiting.

Na een missed abortion, met een nasleep waar je u tegen zegt, maar dat is een verhaal apart, kwam ik de dag nadat ik ten huwelijk was gevraagd in Zuid-Afrika erachter dat ik opnieuw in verwachting was. Door het dolle heen, maar met een bang hart begonnen wij opnieuw aan dit prachtige avontuur. De eerste weken van mijn zwangerschap waren een uitdaging. Ik spuugde veel, zoveel dat ik zelfs medicatie kreeg, maar toch kon het mij niets schelen. De kleine deed het goed en we keken uit naar de toekomst. Ik zou vrijdag 13 april 2018 uitgerekend zijn, gelukkig ben ik niet bijgelovig! Ik zat met 24 weken met regelmatige harde buiken bij de verloskundige. Twee weken later kreeg ik te horen dat ik niets anders mocht dan bedrust houden en duimen dat onze dochter tot 35 weken zou blijven zitten. Achteraf was dit voor mij het eerste signaal dat er iets niet helemaal pluis was. 

Rond 30 weken kreeg ik een blaasontsteking die maar niet wegging. Bij toeval was er een huisarts in opleiding bij onze praktijk die ook even mijn bloeddruk en suiker controleerde. Mijn bloeddruk was te hoog en hij begon verschillende vragen te stellen. ‘Ziet u sterretjes?’ ‘Ja’, antwoordde ik. ‘Heeft u veel hoofdpijn? ‘Nee, dat valt wel mee’. ‘Heeft u een bandgevoel bovenin de buik’. Nee, dat had ik ook niet. Voor de zekerheid stuurde hij mij toch door naar het ziekenhuis. Ik vond het onzin, ik kwam immers maar voor een blaasontsteking. Ik werd gekoppeld aan een streekziekenhuis en ik moest langskomen. Echt begrijpen deed ik het niet, want wat had dit allemaal te maken met die blaasontsteking? Ik werd aan een CTG gelegd en ik moest bloed laten prikken en urine inleveren. Mijn bloeddruk was daar nog steeds aan de hoge kant, maar kwam niet over de 140/90 uit. Dit was een grenswaarde om aan de bloeddrukmedicatie te zitten. Terwijl ik met mijn tweede antibioticakuur bezig was, vertelde de gynaecoloog dat ik helemaal geen blaasontsteking had. Alles zag er verder prima uit. Ik mocht weer naar huis en mocht stoppen met de kuur. Als ik veel hoofdpijn zou krijgen, moest ik aan de bel trekken. Eenmaal thuis snapte ik niet goed wat er aan de hand was en waarom ik voor deze klachten naar het ziekenhuis moest. Ik bleef op de bank liggen, maar echt goed voelde ik mij niet. Naarmate de weken vorderen, voelde ik mij steeds zieker en zieker worden. Elke keer weer gaf ik dit aan bij de verloskundige, waardoor ik te horen kreeg dat dit de laatste stukjes van de zwangerschap waren, er vast griep heerste en dat ik het nog rustiger aan moest doen. Vol frustratie heb ik de telefoniste een keer gesmeekt of ik langs de verloskundige mocht komen, omdat ik mij echt niet goed voelde. Na het negeren van het advies om een paracetamolletje te nemen en lang aandringen, mocht ik langskomen. Mijn bloeddruk werd opnieuw gecontroleerd en wederom was dit een hoge uitslag: 150/110. Zo werd ik met een brief onder mijn arm direct naar het ziekenhuis doorgestuurd. In de brief las ik voor het eerste over vermoedelijk PE.  PE staat voor pre-eclampsie. Simpel gezegd, een hoge bloeddruk tijdens je zwangerschap met eiwitverlies in de urine. Na het openen van de brief, besloot ik niet te gaan Googlen, maar de gynaecoloog af te wachten. Dat leek mij verstandiger. In het ziekenhuis waren verschillende controles uitgevoerd, waarna ik twee dagen later terug moest komen voor hetzelfde rondje. Bloedprikken, urine inleveren, aan een CTG en een uur lang om de vijf minuten bloeddruk meten. Elke keer paste ik niet binnen het vakje ‘pre-eclampsie of HELLP’ waardoor ik weer terug naar huis werd gestuurd. Ik bleef volhouden dat er iets niet klopte, waardoor ik elke week wel vier keer in het ziekenhuis zat. Ik had geen hoofdpijn, geen bandgevoel, maar ik zag wel sterretjes en voelde mij erg grieperig en zwak. Dan kreeg ik weer ijzerpillen of maagzuurremmers, maar helpen deed het niet. Langzaam kropen de weken voorbij en ineens was ik toch 39 weken zwanger. Vier lange maanden heb ik thuis op de bank en in bed doorgebracht, maar ze zat nog binnen en ze was gezond. Dat was voor mij het allerbelangrijkste. Op 6 april 2018 had ik een normale controle bij de gynaecoloog. Mijn bloeddruk was weer torenhoog en ik liep te ijsberen door de gangen van het ziekenhuis. Zonder het door te hebben was ik heen en weer aan het wiegen en ‘zuchten of puffen’. De gynaecoloog vroeg aan mij of soms de bevalling begonnen was, waarna ik aangaf dat niet te weten, omdat ik nog nooit eerder weeën had gehad. Ineens ging het snel. Ik bleek inderdaad weeën te hebben en ik werd opgenomen in het ziekenhuis. Normaal stijgt bij een bevalling je bloeddruk ook, omdat je lichaam hard aan het werk is, die van mij was alleen nog net even een slagje hoger. Na vier uur in het ziekenhuis met 3 centimeter ontsluiting viel mijn bevalling stil en werd afgesproken dat ik mij de dag erna wederom moest melden.  

7 April 2018 is besloten dat als mijn dochter zich op 9 april 2018 nog niet zou melden, ik 10 april ingeleid zou worden. Mijn bloeddruk liep namelijk op en haar hartslag was ontzettend hoog. Als ik erop terugkijk vind ik het opmerkelijk dat zij mij toen naar huis hebben latengaan. 10 April stond ik in de ochtend bij het ziekenhuis, vol spanning, want vandaag zouden wij ouders worden! Mijn bevalling was niet echt fantastisch. Hij duurde 7 uur en 5 minuten precies, dat was dan wel weer fijn, maar het was 7 uur lang een weeënstorm wegpuffen. Het begon met mijn eigen weeën, waarna ik wee-opwekkers kreeg omdat mijn eigen weeën onvoldoende uithaalden. Toen besloot ik dat ik een ruggenprik moest hebben, want na drie uur was ik doodop en nog geen centimeter verder. Na vier keer prikken lukte het niet om hem te plaatsen en zat ik op 5 centimeter. Met 6 centimeter kreeg ik persweeën, omdat mijn dochter met haar hoofd tegen iets aan zat te duwen. Madam was een sterrenkijker. Die persweeën waren voor Jan Joker, want ik mocht er niet aan toegeven (lees: ik beet in de zijkant van het ziekenhuis bed en werd gek). Gelukkig draaide ze op tijd, maar door mijn weeënstorm en mijn hoge bloeddruk ging onze dochter snel achteruit. Toen haar hartslag daalde onder de 70, besloot de gynaecoloog in te grijpen. De schaar ging erin en de pomp kwam erbij. Na twee keer trekken, en gehoorschade voor degene die in de bevalkamer was, was ze eruit. 

Onze dochter was geboren. Daar was ze eindelijk. Na wat wrijven haalde ze haar eerste hap lucht en begon ze te huilen. En ik? Ik kon niet stoppen met huilen. Na een uur op die roze wolk, kwam de gynaecoloog om de schade down under te bekijken. En echt niet gelogen: ze hebben met z’n tweeën moeten puzzelen hoe ze alles waar aan elkaar gingen naaien, waar ze vervolgens een uur over gedaan hebben. Het boeide mij allemaal niet! Wat was ik gelukkig, we hadden het gehaald zonder ziek te worden dacht ik nog. De volgende ochtend werd ik met een bloeddruk van 134/84 naar huis gestuurd. Ik was moe en zou thuis moeten uitrusten dan kwam alles goed. Die woensdag thuis was heerlijk en we zaten echt op die roze wolk. In de avond lekker gegeten, goed geslapen (voor zover dat gaat) en donderdagochtend stond ik vreemd op. Ik was zwak, moe en voelde mij niet goed. Het eerste dat mij opviel was dat ik niet meer vloeide. We hadden een kraamhulp die net klaar was met haar opleiding. Een lieve meid: maar totaal onbekwaam. Toen ik aan haar vroeg of dit kwaad kon, zei ze dat het vanzelf wel weer op gang zou komen. Ze controleerde mijn pols en ging naar huis. De nacht van donderdag op vrijdag durfde ik niet te gaan slapen. Ik zei tegen mijn vriend dat ik bang was dat ik dan nooit meer wakker zou worden. Ik at niet, dronk niet en leek wel op te zwellen. Op vrijdagochtend stond de kraamhulp weer voor de deur. Ze zei dat ik als ik twijfelde ik zelf maar even de verloskundige moest bellen. Die belde ik om 08:00 uur. Ze was geïrriteerd en zou wel kijken of ik vandaag nog visite van haar kreeg diezelfde dag. Om 14:00 uur kwam ze, waarna mijn bloeddruk torenhoog bleek en ze het niet vertrouwde. 16:00 Uur was ik in het ziekenhuis met vriend en baby. Vanaf toen weet ik hele stukken niet meer. Ik ben onwel geworden in de wachtkamer, waarna mijn vriend iemand heeft gehaald. Ze hebben mij proberen te prikken voor een infuus, maar er was bijna geen ader meer te vinden. Mijn organen waren aan het afsluiten en binnen no time stond ik met allemaal gynaecologen om mij heen. Uiteindelijk hebben ze op een hele rare plek in mijn hand een infuus aan weten te leggen en kreeg ik een shot magnesiumsulfaat. Dit was om mijn hersenen en andere organen te beschermen tegen eclampsie. Mijn leverwaarden gingen erg achteruit en mijn bloedplaatjes namen af, maar ik ‘lekte’ geen eiwitten uit mijn nieren. Toch werd mijn pre-eclampsie opgeschaald naar HELLP.

Ik moest in het donker liggen met bloeddrukmedicatie en een magnesiuminfuus en afwachten of mijn situatie beter zou worden. Zo min mogelijk prikkels om mijn hersenen rust te gunnen. Terwijl ik in de kamer lag en iedereen om mij heen bezig was om mij bij de pinken te houden, kreeg ik een moment van enge rust. Rust in het moment en in de situatie. Ik was klaar om alles los te laten en te gaan, zo voelde het voor mij. Of het nou door de medicijnen kwam of het feit dat ik doodziek was en mijn lichaam vergiftigd was, maakt voor mij geen verschil. Het voelde oprecht alsof ik op het randje van de dood stond en een keuze had. Ik koos ervoor om niet toe te geven en te vechten. Ik lag zes dagen in het ziekenhuis, toen ze mijn bloeddruk een beetje onder controle kregen. In die zes dagen tijd was ik negen kilo aan vocht kwijtgeraakt. Toen ik naar huis ging dacht ik dat alles beter zou worden, maar dit was niet het geval. Dit was slechts het begin van mijn herstelproces. Los van de restklachten (overprikkeld, vergeetachtig, niet op woorden komen, snel vermoeid en slechte concentratie) die je aan PE en HELLP kon overhouden, had ik last van bindingsproblemen. Mijn dochter was namelijk die dagen wel bij mij geweest, maar ik heb haar amper gezien. Ik voelde mij ontzettend schuldig. Ik voelde mij de slechte moeder ooit en kon niet tegen haar geluiden. Weken heb ik doorgebracht in mijn donkere slaapkamer, met mijn vriend die alles opving. Onze dochter heb ik pas na twee weken voor het eerst in bad kunnen doen. Ik kon niet eens zelf naar het toilet lopen, zo zwak was ik. Toen ik na een paar maanden langs de huisarts ging om slaapmedicatie te krijgen, ben ik naar een psycholoog gestuurd. Hier is PTSS geconstateerd, door het hele gebeuren. Naast EMDR (vorm van verwerkingstherapie) ben ik veel met mijn psycholoog in gesprek geweest. Praten over hoe ik mijn verhaal een plekje kan geven, maar ook hoe ik omga met de verandering die ik als mens meemaak door die nare ziekte. Afgelopen januari heb de therapie weten af te sluiten en ben ik weer begonnen met werken. Ik werk inmiddels bijna weer volledig en zal mij over vijf weken beter melden. Onze dochter zal dan 17 maanden zijn. 17(!) Maanden ben ik al zoet met dit geintje en sommige delen die nu voor mij veranderd zijn, zijn blijvend. Ik heb hersenschade opgelopen, alsmede schade aan mijn hart en vaten. Ik loop de rest van mijn leven onder streng toezicht bij het ziekenhuis en heb een hogere kans op hart- en vaatziekten de rest van mijn leven. Mijn verhaal is ontzettend pittig, maar ik zou het zo overdoen. Want het grootste geluk dat wij eraan over hebben gehouden, ligt nu heerlijk te slapen in haar bedje. En mijn vriend en ik? Wij zijn inmiddels getrouwd en samen sterker dan ooit. Ik heb ervoor gekozen om mijn verhaal niet met naam en toenaam te delen, omdat ik niet wil dat mensen anders naar mij kijken als ze mij nieuw leren kennen. Ik ben namelijk niet zielig, ik ben een overlever!

JAE DOE

Plaats een reactie