Femke had een flinke burnout: Vanuit het niets viel ik telkens flauw

| | ,

In de auto onderweg naar huis voelde ik de tranen alweer prikken. Het was best een pittige werkdag geweest, maar waarom ik daar, voor de zoveelste keer, toch zó overstuur van was, kon ik voor mezelf niet verklaren. In het verleden kenden mijn collega’s mij juist als iemand die van stevig doorpakken hield. Op drukke dagen was ik op mijn best. Hoe kon het dan dat ik de laatste maanden steeds weer als een zielig hoopje thuiskwam? Mijn vrienden zagen al een tijd dat het niet goed met me ging. Dat gevoel had ik zelf ook wel, maar ik wist niet hoe ik het kon veranderen. Minder uren werken leek logisch, en ik ging praten met een praktijkondersteuner om me van mijn onverwachts opgekomen faalangst af te helpen. Thuis probeerde ik mijn rust te pakken, maar na een jaar veranderde er uiteindelijk nauwelijks iets. Er was nog steeds maar weinig nodig om me in snikken uit te doen barsten. Niks kon ik nog relativeren. Overdag was alles een drama en ’s nachts lag ik te piekeren.

In gesprek met een collega kwam het onderwerp op haptonomie, als manier om een balans tussen voelen en denken te vinden. Dit sprak mij wel aan. Ik maakte een afspraak met een haptonoom en had – dacht ik zelf – een duidelijke en concrete hulpvraag: hoe kon ik duidelijker mijn grenzen aan gaan geven? Bij het kennismakingsgesprek liet de haptonoom er geen gras over groeien. “Jij bent je grens al heel lang voorbij”, zei hij me. Zijn advies was een afspraak met de huisarts te maken en me zo snel mogelijk op mijn werk ziek te melden. Dat wuifde ik eigenlijk weg als onzin. Ik mankeerde fysiek niks, dus het voelde raar om me ziek te melden. Toen ik op mijn werk liet weten dat ik een doktersafspraak had, vroegen ze of ik daarna naar het werk wilde komen om de resultaten met een kop thee erbij door te spreken. Het klonk mij in eerste instantie redelijk in de oren, maar de dokter liet geen enkele ruimte voor twijfel over. “Je hebt een burn-out”, zei hij resoluut. “Dat betekent dat je ziek bent. Als je je been breekt, ga je ook niet naar je werk om het daarover te hebben.” ‘Rust pakken’ was het devies. Precies wat me al die tijd nou net niet lukte. Ik begon thuis dus maar met klussen. Lampen verhangen, in de tuin werken, klusjes oppakken waar ik normaal geen tijd voor had; ik was letterlijk niet meer te stoppen. Totdat mijn lichaam het ook opgaf. Vanuit het niets begon ik flauw te vallen. En toen kwam het moment dat ik echt niks meer kon. Ik was zover gegaan dat mijn lichaam helemaal op was. Met de grootste moeite sleurde ik mezelf mijn bed uit, om vervolgens op de bank te belanden.

Op aanraden van de haptonoom en de psycholoog die me inmiddels behandelde, probeerde ik langzaam weer ritme in mijn dagelijks leven te krijgen. Ze raadden me aan elke dag even naar buiten te gaan, hoe zwaar ik daar ook tegenop zag. Ik liep een paar straten de buurt door, om bij de dichtstbijzijnde supermarkt wat kleine boodschappen te doen. Je hebt ten slotte altijd wel iets nodig. Zo had ik nog een beetje structuur in mijn dag. Toen de koelkast vol stond met vijf pakken melk en acht bakjes roomkaas met tuinkruiden, zei mijn man dat we die nu echt wel voldoende hadden. Ik was zo in de war, dat ik niet eens doorhad dat ik elke dag hetzelfde kocht. Het was toen dat ik me eigenlijk pas echt besefte dat er wel degelijk iets ernstigs met me aan de hand was.

Steun van vrienden en familie hielp me door deze verwarrende tijd heen. Na een aantal maanden was ik door de ergste piek heen en vond ik dat ik er wel weer aan toe was om voorzichtig met reïntegreren op mijn werk te beginnen. En toen bleek ik ineens zwanger te zijn. We waren er net zo verrast als blij mee, maar van de pijn in mijn bekken die ik na tien weken zwangerschap kreeg, werd ik minder vrolijk. Lopen ging moeizaam, traplopen kon ik al helemaal vergeten en als ik lang zat of lag, kon ik niet meer zelfstandig gaan staan door de pijn. Vanwege mijn reintegratie kon de timing voor mijn gevoel niet slechter zijn. Het idee dat ik uitgerekend nu moest gaan vertellen dat ik zwanger was en uiteindelijk dus met verlof zou gaan, maar dat ik het al direct rustiger aan moest gaan doen vanwege mijn bekken, hing als een molensteen om mijn nek. De psycholoog wist gelukkig precies wat te zeggen om me te kalmeren: “Femke, the universe is trying to tell you something. Doe het rustig aan!”

Gelukkig werd er op mijn werk goed gereageerd op mijn zwangerschap, en dacht ook de bedrijfsarts goed mee over mijn bekkenklachten. Ik vond het op dat moment nog zo ontzettend belangrijk wat andere mensen ervan zouden vinden, dat ik enorm bedreven was geworden in het alvast negatief invullen van de gedachtes van anderen: ‘Is ze net aan het reintregreren en dan gaat ze zo alweer met zwangerschapsverlof’. Of mensen dit wel of niet zouden denken, zou me helemaal niks uit moeten maken. Maar zover was ik nog niet.

Een maand voordat mijn zwangerschapsverlof in ging, rondde ik mijn reïntegratie volledig af. Het idee dat ik er weer als volwaardige werknemer was, stelde me ironisch genoeg juist in staat om tijdens mijn verlof helemaal afstand te nemen van mijn werk, en alle verwachtingen die er daar van me waren eindelijk eens helemaal los te laten. Ineens was het oké om voorlopig even niet meer met werk bezig te zijn. In de allerlaatste weken van mijn zwangerschap kon ik geen enkele comfortabele houding meer vinden en was ik helemaal klaar met die buik die me de hele tijd in de weg zat. Gelukkig hoefde ik niet lang te wachten. Na 39 weken en één dag werd onze dochter Sam geboren binnen de rust van ons eigen huis.

De kraamweek was erg fijn en relaxed. Mijn borstvoeding kwam goed op gang en Sam was tevreden en groeide al snel uit tot een flinke meid. De hoeveelheid kraamvisite die langs wilde komen, vond ik wel pittig. Ik wilde Sam graag kennis laten maken met iedereen die wij lief hebben, alleen kostte me dat erg veel energie. We spraken duidelijke tijden af wanneer mensen op bezoek konden komen en probeerden het bij één afspraak per dag te houden. Achteraf gezien is mijn zwangerschap en het moederschap het beste wat mij kon overkomen, juist om te herstellen van mijn burn-out. Tijdens de zwangerschap maakte de hormonen mij relaxter, ik maakte mij een stuk minder druk, en ik kon niet meer zo hard van stapel lopen omdat mijn lichaam dat simpelweg niet toeliet. Er groeide een mensje in mijn buik, en dat eiste alle prioriteit, zowel fysiek als mentaal. Dat bracht indirect heel veel rust, vooral in mijn hoofd. Ook nu we zorgen voor een lief en eigenwijs baby’tje, is dat eigenlijk nog steeds zo. Als moeder zijn alle randzaken in het leven ineens een stuk makkelijker te relativeren. Niet omdat dingen niet belangrijk meer zijn, maar omdat het allerbelangrijkste uiteindelijk elke dag dat kleine meisje bij je thuis is. Bovendien heeft Sam regelmaat en structuur nodig, en dat geeft mij ook een duidelijk ritme in mijn dag. Na lang twijfelen en praten met mijn man, heb ik bovendien de moed bij elkaar geraapt om mijn baan op te zeggen. Hij werkte al enkele jaren als freelancer, en moedigde mij aan eenzelfde soort stap te maken. Via mijn eigen webshop verkocht ik al enkele jaren de kinderkleding die ik zelf maakte, en leuk speelgoed dat ik van ontwerpers tegenkwam. Dat hoefde toch niet enkel een hobby te blijven alleen omdat het zo begonnen was? Waarom zou ik niet meer tijd steken in iets waar ik ook daadwerkelijk gelukkig van werd? Daarnaast kon ik sowieso proberen mijn inkomen aan te vullen met klussen als freelancer waar ik in geloofde en energie van krijg.

Ik hakte de knoop door precies op het moment dat de coronacrisis uitbrak. Dat was wel even slikken natuurlijk, maar de echte stress is weggebleven. Doordat mijn man en ik nu beide freelancers zijn, kunnen we onze werkdagen om Sam heen plannen. Er is altijd één van ons met haar bezig, zodat de ander even lekker door kan werken. Dat brengt veel rust. Ik kan nu oprecht zeggen dat het goed met mij gaat. Natuurlijk blijft het opletten voor je eigen valkuilen, maar ik herken de signalen daarvan nu veel beter. De burnout heeft me geleerd met mijn faalangst om te gaan en beter naar mezelf te luisteren. En mijn moederschap heeft me verder geholpen op het pad naar degene die ik wil zijn; iemand die kan relativeren, tijd voor zichzelf en de mensen om haar heen neemt en durft voor haar eigen geluk te gaan.

FEMKE

Plaats een reactie