“Mevrouw, u heeft 9 centimeter ontsluiting en 3 centimeter aan de andere kant”

| | ,

Zaterdag 24 november 2018

Ik ben ruim 35 weken zwanger. Het is vroeg in de ochtend als ik wakker word. Het lijkt wel of ik in mijn broek heb geplast en meteen gaan alle alarmbellen af. Gaat het beginnen? Nu al? Met 35 weken?! Ik sta naast het bed en er komt nog meer. Goed, naar de wc en kijken hoe het vocht eruit ziet. Als ik op de wc zit, schrik ik. Het is geen vruchtwater, maar bloed. Heel veel bloed. Ik schrik en besluit naar mijn man te lopen die nog ligt te slapen. Hij is meteen wakker als hij hoort dat ik bloed verloren heb. Mijn man wil zien hoeveel het is. Hij schrikt enorm en belt meteen de verloskamers. Ondertussen pak ik rustig wat spullen, doe mijn lenzen in, want dit gaat vast een opname worden. Plotseling wordt mij via de telefoon gesommeerd om op bed te gaan liggen, op mijn linkerzij. Ze sturen een ambulance. Een ambulance? Daar schrik ik van, maar het geeft ook een geruststellend gevoel. “Het komt het vast goed”, denk ik. Na wat praktische zaken geregeld hebben, staan de ambulancebroeders even later in onze slaapkamer. Ze zijn zo attent en leggen mij rustig uit wat er gaat gebeuren. Ze prikken een infuus en we gaan met spoed richting Enschede.

Even later lig ik rillend in de ambulance. Ik heb het koud, maar het is ook spanning. Ik geloof dat ik de baby voel, dus het zal wel goed zitten. Met toeters en bellen rijden we richting Enschede waar we worden opgewacht door een gynaecoloog en verpleegkundigen. Er wordt meteen een echo gemaakt. We horen een hartje. De baby maakt het goed! Wat een opluchting. Dit is niet te omschrijven. Vooral bij mijn man valt er veel spanning weg, dat zie ik aan zijn gezicht. Maar wat was die enorme bloeding dan? Ik krijg een inwendig onderzoek, maar ze komen niet achter de oorzaak. Ik moet een nacht ter observatie blijven. De volgende ochtend mag ik uiteindelijk naar huis. Zonder ook maar enige duidelijkheid over die bloeding, die vreemde bloeding.

Donderdag 29 november 2018

Ik ben 36 weken zanger en sinds vanmiddag opgenomen in het ziekenhuis. Sinds een paar dagen houdt ik enorm veel vocht vast (vooral in mijn gezicht) en ze vermoeden een zwangerschapsvergifting. Ze vinden teveel eiwitten in mijn urine, maar mijn bloeddruk is perfect. Ze nemen het zeker voor het onzekere en ik moet blijven om me verder te laten onderzoeken. Ik krijg een kamer samen met een andere vrouw die ook zwangerschapsvergiftiging heeft en het is enorm gezellig. We kletsen wat over onze ongeboren baby’s en de uitgerekende datum. Mijn man gaat begin van de avond naar huis en ik besluit wat tv te kijken, te lezen en vooral rustig aan te doen. “Het kan nu toch niet anders”, denk ik maar. Even later valt dit plan al in duigen, want ik krijg wat rugpijn. He, bah, ik kan niet meer lekker zitten. Geen enkele houding is fijn. Ik besluit op tijd te gaan slapen, in de hoop dat mijn rugpijn minder wordt. Ik val in slaap en rond 1:00 uur word ik wakker van buikpijn. Ik druk op de bel en de verpleegkundige denkt dat ik gewoon wat last heb van mijn darmen en geeft me een kruik en een warmtedeken. Het helpt even, maar ik voel dat dit geen gewone buikpijn is. Na een tijdje komt ze weer kijken en ik zeg dat de buikpijn komt en gaat. Ze helpt met de pijn wegpuffen. “Eh, wacht even. Dit doe je toch bij weeën?”, vraag ik me af. Maar de verpleegkundige blijft me warmtedekens geven en noemt het woord ‘wee’ op geen enkel moment, dus het zal wel meevallen. Na ongeveer 30 minuten voel ik dat mijn bed nat wordt en meteen is daar weer de angst voor bloedverlies. Ik kijk, maar zie niets roods. Ik druk op de bel en dezelfde verpleegkundige komt kijken. Ik vertel mijn verhaal en ze bedenkt zicht geen moment: ze haalt de rem van het bed af en rijdt mij naar de gang. Ze vraagt of ze mijn ondergoed naar beneden mag doen om te kijken en ze zegt: ‘Dit is vruchtwater, 100%. Je vliezen zijn gebroken. Je gaat bevallen!’ Ik kan nog nét mijn telefoon en bril pakken en krijg de opdracht om mijn man te bellen. Het is inmiddels 3:00 uur en hij pakt gelukkig snel de telefoon op. Ondertussen word ik in een hoog tempo naar de verloskamers gereden. De weeën zijn volop aanwezig. Wat een pijn, wat een pijn. Ik heb zo enorm veel pijn. De rit naar de verloskamers lijkt een eeuwigheid te duren. Daar aangekomen mag ik op het verlosbed gaan liggen en helpen de verpleegkundige mij de weeën weg te puffen. Ondertussen is de gynaecoloog in opleiding binnen gekomen en ze wilt mijn ontsluiting gaan meten. Maar de weeën komen zo snel achter elkaar, dat het moeilijk is. Ze zegt dat ze de gynaecoloog erbij gaat halen, omdat het haar niet helemaal lukt. Ondertussen komt mijn man binnenlopen met vluchtkoffer en maxi-cosi in de hand en geeft iedereen rustig een hand. De rust zelve. Dan komt de dienstdoende gynaecoloog binnen en doet ook een poging om mijn ontsluiting te meten. Ook dit gaat niet gemakkelijk en ze stelt me wat vragen: “Heb je altijd zware menstruaties heb gehad?” Ik snap de vragen niet zo goed, maar moet op de meeste vragen wel ‘ja’ antwoorden.

Dan legt ze me kort uit wat er aan de hand is. Ze denken dat ik twee baarmoeders heb (Wat? Bestaat dat?!), want ze voelen 9 centimeter ontsluiting met een hoofdje aan de ene kant, maar ook nog eens 3 centimeter aan de andere kant. De enorme pijn heeft ook hiermee te maken. De baby drukt waarschijnlijk ergens tegenaan, een soort tussenschot wat tussen de baarmoeder zit. Maar helemaal precies weet de gynaecoloog het niet, want ze heeft dit nog nooit eerder meegemaakt. Ze wil me op de OK hebben en kijken wat ze daar kan doen. Ik maak me ineens ongelooflijk veel zorgen. Maar echt veel tijd om erbij stil te staan heb ik niet, want de heftige weeën gaan maar door. Mijn man heeft nog even een gesprekje met de gynaecoloog en ik hoor hem zeggen dat onze wens een natuurlijke bevalling is, maar dat ze geen risico moeten nemen. Als een keizersnede nodig is, dan is dat zo. Het is zo fijn dat hij dit aangeeft, want zo denk ik er ook over. “Snij me maar open. Alles voor ons kleine meisje!”, denk ik.

Ik word met spoed naar de OK gereden en daar aangekomen gaat het super snel. Ik krijg plakkers op, mijn man moet een pak aan en voor ik het weet lig ik op de tafel met mijn benen in de beugels. Het onderzoek doet zo ongelooflijk veel pijn dat de gynaecoloog niet goed kan kijken. Ik krijg een heel klein beetje morfine en ik hoor dat dit echt in nauw overleg gaat met de anesthesist. Ze tellen samen tot drie en ik krijg een beetje morfine. De gynaecoloog heeft letterlijk een paar seconden om mij te onderzoeken. Al gauw hoor ik het woord ‘sectio’ en ik weet hoe laat het is. Ik word meteen rechtop gezet, krijg een ruggenprik en voordat ik het weet hoor ik dat ze gaan snijden. Niet veel later, om 05:06 uur, wordt onze dochter geboren en ik krijg haar heel even te zien. Wauw! Wat een knapperd met een bos donkere, volle haren. Maar ze is ook heel slap en huilt niet. Ze nemen haar meteen mee naar het kamertje waar de kinderarts wacht en ik sommeer mijn man om met haar mee te gaan. De verpleegkundige legt uit dat ze waarschijnlijk wat suf is door de morfine en ik voel me meteen schuldig. Door mijn pijn is onze dochter slapjes en huilt ze niet. Ik begin te huilen. De verpleegkundige stelt me gerust. Ze verzekert me dat onze baby in goede handen is. Ondertussen gaan ze met mij verder. Ik wacht in spanning af en laat alles een beetje over mij heen komen. Zo’n 10 minuten later komt de kinderarts met me praten. Onze dochter maakt het goed. Ze heeft een lastige start gehad en het heeft een aantal minuten geduurd voordat ze zelfstandig ademde. Ik vraag of ze geen zuurstoftekort heeft gehad, maar dat is gelukkig niet het geval. Ze doet het nu hartstikke goed.

Even later komt ze bij me liggen en mag ik haar voor het eerst even ‘vasthouden’. Wat een opluchting! Wat een heerlijk gevoel. Alles is goed gekomen. Terwijl onze dochter en mijn man naar een ruimte gaan om haar te wegen en te meten, gaan ze met mij verder. Maar niet veel later schrik ik. Ik voel handen in mijn buik. Letterlijk. Ik voel ze. Ik geef dit aan bij de verpleegkundige en de gynaecoloog stopt meteen en roept de anesthesist. Er heerst enige paniek in de OK. Er is inderdaad sprake van een dubbele baarmoeder en dus duurt het herstellen (het hechten van twee baarmoeders in plaats van één baarmoeder) langer dan verwacht. Langer dan een keizersnede normaal duurt. Ik moet onder volledige narcose, want nog een keer een ruggenprik is niet mogelijk. En dan komt de angst: word ik wel weer wakker? Zie ik mijn dochter dan nog wel? De anesthesist stelt me gerust en voordat ik het weet, krijg ik een kapje op mijn mond….

Het volgende moment (dit was uiteindelijk ruim een uur later) word ik wakker op de uitslaapkamer met mijn man naast me. Hij geeft me een uitgebreide update over hoe het met onze dochter gaat. Na haar lastige start, deed ze het heel erg goed. Maar helaas kreeg ze de eerste voeding niet goed weg en daarom ligt ze nu op de neonatologie aan de monitor. Ik wil zo snel mogelijk naar haar toe en gelukkig is dat mogelijk. Met bed word ik naar de neonatologie gereden om haar nu écht vast te houden. Mijn kleine grote liefde, aan allerlei draadjes, maar verder precies zoals ik haar bij de geboorte ook heb gezien. Ik kan nu niet denken aan die dubbele baarmoeder. Dat is voor latere zorg. Ik ga nu eerst volop genieten van dit kleine meisje, die zo’n lastige start heeft gehad. Niet wetende dat dit helaas nog maar het begin is van een roerige periode…

ALEXANDRA

Plaats een reactie