Matteo is met 28 weken geboren en heeft een reis afgelegd zonder complicaties!

| | ,

Zondag 17 november was ik 28 weken (en één dag) zwanger van ons zoontje. We vierden de verjaardag van mijn neefje. Ik grapte nog dat het nog wel een tijdje zou duren, want ten slotte werden in onze familie alle kinderen te laat geboren. ‘Dat wordt wel 42 weken hoor!’. Geen flauw benul dat onze zoon drie dagen later geboren zou worden…

De volgende dag, maandag, werd ik wakker met wat lichte kramp in m’n onderbuik. Het ging niet weg en eenmaal op m’n werk kreeg ik steeds meer last. De kramp was met vlagen heftig en zakte dan weer af. Ook had ik heel minimaal bloedverlies en twijfelde ik of ik misschien de slijmprop was verloren. Ik heb toch maar even de verloskundige gebeld. Haar advies was om urineonderzoek te doen om een blaasontsteking uit te sluiten. De krampen werden steeds wat heftiger en ‘s avonds heb ik ze zelfs getimed: elke 7 minuten kwam er een kramp die ongeveer 30 seconden aanhield. Ik had nog nooit weeën gehad, maar ik kon me voorstellen dat dit zo voelde, maar geloofde ook eigenlijk niet dat het echt zo ver zou zijn. Ik heb 28 weken nergens last van gehad. Geen krampje, geen harde buiken, geen bloedverlies, niets!

‘s Nachts heb ik, ondanks de flinke krampen, toch redelijk kunnen slapen en ‘s ochtends waren de krampen wat afgezakt. Ik was vrij en m’n vriend was thuisgebleven, omdat ik me toch echt niet oké voelde. Ik had mijn urine ingeleverd en we waren aan het wachten maar op de uitslag. Pas om 3 uur ‘s middags werd ik gebeld, ondanks dat ik de situatie had uitgelegd, en het toch echt enigszins spoed had. Conclusie: geen blaasontsteking. Nu sloeg de paniek toch lichtelijk toe. “Er zal toch niks mis zijn met de baby?” In tranen belde ik m’n moeder op en daarna heb ik de verloskundige nóg een keer gebeld. ‘s Avonds om 8u kon ik terecht. Ik wil nooit zo moeilijk doen, dus dat deed ik nu ook niet. M’n vriend drong erop aan om toch nog een keer de verloskundige te bellen, of de afspraak eerder kon. Om 17.00 kon ze bij ons thuis langskomen. Het hartje klopte prachtig en ook aan mij kon ze niks vinden. Tijdens een ‘krampaanval’ voelde ze aan m’n buik en concludeerde dat het voor zover ze kon voelen geen weeën waren. Misschien toch stress. Ik had me nogal veel op de hals gehaald de laatste weken, dus even rustig aan doen.

Om 1 uur ’s nachts werd ik wakker. Ik had amper 1,5 uur geslapen. Ik wist me geen houding meer te geven van de pijn en ook waren het geen ‘aanvallen’ meer, maar een continue pijn die niet meer wegging. Na twijfelen en overleg met mijn moeder, heb ik toch weer de verloskundige gebeld. Ze kwam langs en eigenlijk zonder aarzelen stuurde ze me door naar het ziekenhuis. Dit zou toch zomaar wel het begin van de bevalling zijn.

Rond 3 uur ‘s nachts kwamen we aan in het ziekenhuis. Ik werd daar opgenomen en er werden allerlei onderzoeken gedaan. De hartslag van de baby was prachtig. Mijn weeën waren ook hier niet waarneembaar. Om 5 uur in de nacht gingen ze inwendig onderzoek doen, om even te kijken hoe het er voor stond. Toen ze de eendenbek erin stopte, kwam er ineens een sloot vruchtwater uit. Dit betekende dat m’n vliezen toch echt gebroken waren. Nu ze zeker wisten dat de bevalling begonnen was, moest ik worden overgeplaatst, omdat ik onder de 32 weken niet daar mocht bevallen. Gelukkig konden we terecht in het VU in Amsterdam, deze was van alle ziekenhuizen met een NICU het dichtstbij.

Ik kreeg om 6 uur ’s ochtends de eerste weeënremmers. De pijn en de weeën namen hierdoor af, maar ik voelde wel nog steeds lichte krampen. Ik zou 48 uur weeënremmers krijgen, omdat dat de tijd is die de longrijping nodig heeft om in te werken. Van die longrijping zou ik na 24 uur de tweede injectie krijgen. Na die 48 uur doen ze niets meer om de bevalling tegen te houden. Het was afwachten of de weeën zouden stoppen. Ik had nog wel lichte krampen, maar ik hoefde niet perse in bed te blijven liggen. M’n vriend ging rond 1u ‘s middags even naar huis. ’s Avonds zou hij met mijn ouders weer naar mij toe komen. Als alles voorspoedig zou gaan, zou ik met 37 weken worden ingeleid en tot die tijd zou ik in het ziekenhuis liggen. Ik zag dit om meerdere redenen niet echt zitten, maar alles voor de baby natuurlijk. Ik werd overgeplaatst naar de zaal waar ik zou verblijven. Ik had tussendoor nog wat echo’s gehad maar alles zag er goed uit. Er was nog genoeg vruchtwater aanwezig, gelukkig. Wel viel het mij zelf op dat bij elke echo en gewone controle de verloskundig of gynaecoloog toch steeds verder naar beneden het hoofdje moesten zoeken. Maar niemand maakte zich daar zorgen om, dus ik ook niet.

Ik had om 12.00 m’n tweede dosis weeënremmers gehad. Rond 17.00 uur merkte ik toch wel dat de krampen weer steeds heftiger werden. De verpleegkundige zou zo snel als ze kon de volgende dosis brengen. Om 18.00 was het tijd voor de volgende ronde, alleen de verpleegkundige kwam niet. Omdat het toch echt steeds pijnlijker werd, heb ik maar gebeld. Om 18.10 heb ik uiteindelijk de volgende dosis gehad. Ruim een kwartier lang, merkte ik weinig verschil. “Het is een tabletje, dus dat zal wel even in moeten werken”, dacht ik nog. Ik lag op bed de pijn weg te zuchten, toen er ineens een golf water tussen m’n benen vandaan kwam. Shit. De verpleegkundige kwam, ging even het matje met vruchtwater wegbrengen ter controle (op ontlasting in het vruchtwater) en ik ging me verschonen op de wc.

Eenmaal op de wc sloeg de paniek toe. Ik kreeg zo’n ontzettend pijnlijke wee. Hier was ik niet op bedacht. Ik heb uiteindelijk kreunend op handen en knieën op de grond van de wc gezeten tot de wee weg trok. Ik heb mezelf snel verschoond en even geplast, BAM, nog een wee. Shit, dit is toch wel het echte werk. Inmiddels was ik erg in paniek. Dat hij na die 48 uur weeënremmers zou komen, had ik wel gedacht doordat ik nog steeds krampen had, maar mij had niemand verteld dat hij ook tíjdens deze 48 uur kon komen. Weer kreunend op handen en voeten op de vloer van de wc heb ik ‘help’ geroepen in de hoop dat één van mijn kamergenoten op de bel zou drukken. Dit deden ze gelukkig, want vrij snel werd ik door verpleegkundigen in een rolstoel gehesen, op naar de verloskamers. Mijn vriend was op dat moment nog samen met mijn ouders onderweg naar het ziekenhuis, niet wetende wat er zich ondertussen afspeelde. Toen de verpleging hem belde, nam hij niet op. Gelukkig bedacht ik me dat dat waarschijnlijk kwam doordat ze anoniem belden. Ik belde vervolgens met mijn eigen telefoon, toen nam hij gelukkig wel op. ‘De baby komt eraan!’, riep ik. ‘De baby komt eraan?’, herhaalde mijn vriend. ‘Wat de baby komt eraan?’ galmden mijn ouders op de achtergrond. Ze waren toch zeker op nog 20 minuten rijden, dus m’n vader trapte het gaspedaal harder in.

Ik stond er helemaal alleen voor, hopende dat ze ècht op tijd zouden zijn. Natuurlijk werd ik gesteund door een kamer vol onwijs lief personeel, maar goed, dat is natuurlijk anders. Ondertussen was ik erg in paniek door de pijn van de weeën. Een pufcursus stond pas over 1,5 maand op de planning, dus ik had geen idee hoe ik ermee om moest gaan. Ik had ook steeds gezegd dat ik het mezelf niet te moeilijk zou maken. Pijnstillers en een ruggenprik vond ik op dat moment een erg goed idee. Helaas ging het zó snel, dat dat allemaal niet meer kon. Ik voelde dat ik moest persen. Ik had voldoende ontsluiting, dus ik mocht zelf actief mee persen. Na 10 minuten en drie keer persen was hij daar. Wat een minibaby! Gelukkig begon hij meteen te huilen. Dat was een heel goed teken! ‘Je mag hem wel aanraken hoor’, zei de verpleegkundige. Ik was denk ik een beetje in shock. Ik zat alleen maar toe te kijken. Ik was ook opgelucht dat de pijn eindelijk weg was. Ik heb hem toen even aangeraakt, volgens mij aan z’n arm of z’n wang, ik weet het niet eens meer. Ik kreeg m’n telefoon, zodat ik nog wat foto’s en filmpjes kon maken. In de chaos heb ik precies weten te filmen dat de navelstreng werd doorgeknipt. Daar was ik achteraf wel blij mee. Hij kreeg een mutsje op en werd in een plastic zakje gedaan om zo min mogelijk warmte te verliezen. Hierna werd hij weggereden naar een kamer verderop. Daar zat ik dan, nog steeds alleen, maar nu ook nog eens zonder kind.

Nog geen vijf minuten nadat onze zoon was geboren, kwamen m’n vriend en mijn moeder binnen gerend. Nèt te laat. Jaap gaf mij een kus en we maakten de naam van onze zoon bekend. Matteo Julian Willem, vernoemd naar opa’s Jan en Wim. Matteo werd ondertussen aan allerlei snoeren gelegd. Jaap was inmiddels bij hem. Mijn moeder en (inmiddels ook) vader waren bij mij. Ik was gelukkig niet meer alleen. Toen ze klaar met Matteo waren kwam hij nog even in de couveuse bij mij op de kamer. Klein gupje lag op z’n buik zwaar te ademen. Heel bijzonder dat mijn ouders hierbij waren. De rest van de (directe) familie heeft hem pas de volgende dag gezien. Matteo ging naar de NICU (Neonatale Intensive Care Unit) en ik naar de OK omdat mijn placenta er niet uit kwam. Omdat ik net gegeten had, kreeg ik geen roesje, maar een ruggenprik. Wat had ik die graag een uurtje eerder gehad willen hebben…

Na de OK werd ik naar de NICU gereden waar we nog een tijdje bij Matteo hebben gezeten. Hierna ging ik weer terug naar mijn kamer en waren inmiddels mijn schoonouders, zwager en schoonzus ook gearriveerd. Doordat ze met Matteo bezig waren, konden zij hem die avond niet zien. Toen iedereen naar huis ging, werd ik voor de nacht naar een ander kamertje gereden. Jaap mocht blijven, maar hij was ook wel toe aan een goede nacht en hij had ook helemaal geen spullen mee. Dit had hij natuurlijk niet bedacht toen hij van huis wegging die middag.

Ik kon nog niet gaan slapen vanwege de ruggenprik. Ik moest eerst plassen. De verpleegkundige vroeg of ik nog naar de NICU toe wilde. Ik had geen idee dat dat zomaar kon, zo midden in de nacht. Als ouder mag je gelukkig 24u per dag naar je kindje toe. Ik werd in de rolstoel gebracht en rond 3u heb ik voor het eerst m’n baby vastgehouden. Ik wist helemaal niet dat dat mocht! Ze legden uit dat dat juist heel goed is voor ze: huid-op-huid contact. Achteraf hoorde ik dat ze hem nog een tweede dosis longrijping wilden geven (deze had hij meteen na de geboorte ook al gehad), maar nadat hij met mij gebuideld had, bleek dit niet meer nodig. Wat een wonder is dat toch!

Terug op de kamer kreeg ik m’n controles, werd er bloed afgenomen en ik kreeg medicatie. Die laatste twee omdat ik Rhesus negatief ben en en Matteo Rhesus positief is. Als je daar niets aan doet, kan je lichaam bij een tweede zwangerschap anti-stoffen tegen de baby maken. Hierna ben ik toch eindelijk maar eens gaan slapen. Dat had ik al een tijdje niet meer gedaan…

Matteo heeft uiteindelijk twee weken in het VUMC op de NICU gelegen. Daarna mocht hij gelukkig naar het NWZ in Alkmaar toe, waar wij op 15 minuten rijden met de auto vandaan wonen. Hier heeft hij nog acht weken gelegen. Gelukkig zonder infecties of andere ernstige complicaties. Eén keer heeft hij ons laten schrikken in die periode. Ze hebben hem toen moeten reanimeren, omdat zijn hartslag te ver daalde. Bij een bepaalde ondergrens doen ze dit, dit betekent dus niet dat zijn hart er ook daadwerkelijk mee stopte. Achteraf gezien kwam het waarschijnlijk door vocht in het systeem dat zijn ademhaling ondersteunde.

Inmiddels is Matteo bijna 8 maanden oud en zijn we bijna 6 maanden thuis. Het is een heerlijk vrolijk, makkelijk en bovenal gezond mannetje! We zeggen elke dag tegen hem hoe blij we zijn dat hij nog bij ons is! Want dat dat niet altijd zo vanzelfsprekend is weten we inmiddels ook.

 MICHELLE

Plaats een reactie