Het gevecht tegen koemelkallergie

| | , ,

Bij mijn eerste zwangerschap had ik geen mening. Tenminste, dat vind ik nu. Ik had me nergens in verdiept en geloofde alles wat me verteld werd. Zo ging ik er klakkeloos vanuit dat als mijn baby geboren werd, ik hem aan mijn borst zou leggen en hij meteen zou drinken. Toen ik mijn baby na een heftige bevalling uiteindelijk in mijn armen had, vond ik dat eigenlijk helemaal niet zo natuurlijk als ik dacht. Ik vond het maar een vreemd idee dat mijn kind voeding uit mijn borst kon halen. Toch deed ik het. Zelfs toen het me niet lukte en Noah er die eerste keer krijsend iets uit probeerde te krijgen, dacht ik nog dat het er wel bij zou horen. De dienstdoende zuster zette een tepelhoedje op mijn borst in de hoop er nog iets van te maken, maar tevergeefs. Achteraf bleek dat er nog een stuk placenta is blijven hangen wat nog voor zoveel zwangerschapshormoon zorgde, dat mijn borstvoeding niet (genoeg) op gang kwam. De kraamweek stond in het teken van een overstuur en hongerig kind aan mijn borst, bijvoeding geven met flesvoeding en de rest van de tijd kolven in de hoop steeds meer borstvoeding op te wekken. Mijn borsten gingen protesteren, zaten onder de tepelkloven en waren helemaal ontstoken. Ik overdrijf niet als ik mijn eerste kraamweek echt traumatisch vond. Niks roze wolk.

Bij baby twee wilde ik niet weer dezelfde ervaring opdoen. Ik besloot daarom tegen alle adviezen in dat het beter zou zijn voor mijn baby en mij om hem geen borstvoeding te geven en om vanaf het allereerste begin voor flesvoeding te gaan. Dit keer zou ik gaan genieten van mijn kleintje en zou ik niet lopen stressen om voeding. De eerste fles zat er net in, toen het gedonder begon. Mijn arme mannetje krijste het uit. Je kon de pijn van zijn gezichtje aflezen. Er was iets goed mis. Al na twee dagen adviseerde mijn kraamhulp om te beginnen met andere voeding. Alles leek er volgens haar op dat Mees koemelkallergie had. Google is vaak mijn beste vriendin, maar bij dit intense probleem, gaf ze me te veel mogelijkheden als oplossing. Ik zag door de bomen het bos niet meer. Wanhopig was ik. We hadden inmiddels een matras in de woonkamer gelegd, zodat Noah en mijn man ’s nachts wèl konden slapen. Als ik vier uurtjes per 24 uur sliep, was het veel. Soms viel Mees in slaap in de auto. Dan zette ik de auto aan de kant van de weg met de motor aan, zodat ik zelf ook even een half uurtje kon slapen.

Op advies van de arts ben ik voeding gaan wegstrepen. “Begin met gewone melk en kies dan melk waar de eiwitten steeds kleiner worden geknipt”, had de arts gezegd. Na een paar maanden had ik eindelijk voeding gevonden waarbij het iets beter leek te gaan met Mees. Deze melk, Nutramigen LGG, was een hypoallergene voeding die ik alleen bij de apotheek kon krijgen en was ontzettend duur. We hebben geprobeerd om het via de zorgverzekering terug te krijgen, maar omdat we geen officiële diagnose hadden, kregen we niks. Ze gaven ons wel de optie om Mees in het ziekenhuis te laten diagnosticeren. Het ziekenhuis wilde dit op hun beurt alleen doen door Mees blind melk te geven en te kijken hoe hij daarop zou reageren. Werd hij ziek? Dan had hij koemelkallergie en kregen we een deel van de kosten voor de speciale melk terug. We besloten om dit niet te doen. Koemelkeiwitten blijven zes weken in je lichaam zitten is ons verteld. Als we hem weer verkeerde melk zouden geven, zou hij weer zes weken huilen van de pijn. We zagen zelf dat deze melk beter was voor hem en we wilden hem dit graag besparen. Gelukkig konden we dit financieel aan, maar ik verbaas me nog steeds over het feit dat er blijkbaar heel veel ouders zijn die koemelkallergie als een goede smoes zien om de zorgverzekering op te lichten waardoor ze ons niet meteen wilden geloven.

Het eerste jaar was pittig. Mees heeft bijna niet geslapen, wij dus ook niet. Hij heeft veel pijn gehad. Het ene moment poepte hij niet, het andere moment zat hij onder. Soms hield hij alles binnen, soms braakte hij alles er in één keer weer uit. Ik hield me vast aan de kennis dat veel kinderen er met een jaar overheen groeiden. Dat was mijn hoop, mijn licht aan het einde van de tunnel. Toen hij één werd groeide hij er inderdaad overheen. Het klinkt gek, maar vanaf toen kon hij alles eten en drinken wat hij wilde, zonder pijn. Opeens hadden we een blij kind thuis wat al zijn slaap inhaalde van het eerste jaar. Nog steeds kan ik de wanhoop en het verdriet voelen wat ik toen voelde. Je wilt het beste voor je kind en dat kon ik hem niet geven. Ik kon de pijn niet weghalen. Ik kon hem alleen knuffelen en zijn buikje masseren. Ik was ontzettend onzeker. Maar aan alle ouders die nu in dezelfde situatie zitten: er is hoop. Echt waar. Hou vol!

JOELLE

Plaats een reactie