Sorry kleine Scott, ik heb zo’n spijt

| | ,

Sorry Scott.

Sorry dat ik niet meteen een intense liefde voor je voelde.

Sorry dat ik het moeilijk vond om bij je te zijn.

Sorry dat ik het moeilijk vond om voor je te zorgen.

Sorry dat ik je de schuld gaf van de zwangerschap en de bevalling.

Sorry dat ik mezelf moest aansporen om naar je toe te gaan toen je daar alleen in je bedje lag.

Sorry dat je niet meteen voelde als mijn kind.

Sorry.

Als ik nu terugdenk aan onze eerste momenten samen, dan doet het pijn. Ik had het me zo anders voorgesteld. Ik had verwacht dat het zo anders zou gaan. Dat had ik gehoopt. Al tijdens de zwangerschap vond ik het moeilijk dat alles anders ging. Dat ik niet 9 maanden van de zwangerschap van jou kon genieten. Al die zorgen en onzekerheid. En de laatste weken niet eens thuis rusten. Nee, het ziekenhuis werd even mijn nieuwe ‘thuis’. Hopen dat je zo lang mogelijk in mijn buik bleef zitten. En tegelijk hopen dat je kwam, zodat die ellende voorbij was. Zodat we konden beginnen aan het volgende hoofdstuk. Achteraf gezien een nog veel zwaarder hoofdstuk.

Je kwam met spoed. Het ging zo goed. De dag voor je geboorte was alles nog goed. En toen ineens was het menens. Het ging niet meer goed. Jij liet zien dat je het moeilijk had. Je moest eruit. Er gingen steeds meer alarmbellen af. Ik raakte in paniek. Ik zou je gaan ontmoeten. Je zou gehaald worden. En je papa die redde het niet om op tijd te zijn. Ze hielden je in de lucht en ik dacht: “Ja hoi”. Het klopte voor mijn gevoel niet. Het had anders moeten gaan. De knop in mijn hoofd wilde maar niet omgaan. Ik mocht je niet vasthouden. Daar was je te zwak voor. Nog iets wat anders had moeten zijn. Had ik je maar vast mogen houden. Al was het in je plastic zakje. Misschien was mijn eerste gevoel dan anders geweest. Ze brachten jou naar de NICU. Ze reden met de couveuse langs mij en terwijl ze op mijn buik aan het duwen waren om de placenta los te krijgen, kon ik net een stukje van je gezichtje zien. Ik zag je. Maar mijn gedachten waren bij het duwen op mijn buik.

Na een paar uur brachten ze me naar je toe. En ik dacht alleen: “Ik wil naar mijn kamer!” Ik schaam me zo erg dat ik dat voelde. Dat ik dat dacht. Ik durf de woorden amper uit te spreken. Als ik denk aan hoe erg mijn hart nu overstroomt van liefde voor jou, kan ik me amper voorstellen dat ik me toen zo voelde. Maar dat was wel zo. Ik zag je liggen in je couveuse en ik dacht “Hoe weten jullie nu zo zeker dat dit echt mijn zoontje is? Misschien is hij wel verwisseld. Misschien ligt hij wel stiekem in een ander bedje”. Ik voelde niet meteen de band. De band die we nu wel hebben. Ik was maar half wakker, nog helemaal versuft van de bevalling. Of operatie. Beiden denk ik. Er werd tegen me gepraat. Een heel verhaal over hoe het met je ging, wat er gebeurd was vanaf de bevalling tot dat moment. En ik hoorde niets. Alsof ik er niet was. Ik zat continu in tweestrijd. Ik wilde op mijn kamer zijn. Ik wilde alleen zijn. Of met je papa. Of met bezoek. Maar ik vond het moeilijk om naar jou te gaan. Tegelijk hoorde ik steeds een soort stemmetje in mijn hoofd: “Marlinde, dat kan niet. Je moet naar je kind toe. Hij heeft je nodig. Het is normaal dat je nu bij je kind bent. Kom op, schouders eronder.” Ik moest mezelf toespreken om naar je toe te gaan. En dat doet me zoveel pijn. En zoveel verdriet. Natuurlijk voelde ik trots toen ik zag hoe het met je ging. En die trots werd met de dag meer. Mijn gevoel voor jou werd met de dag meer. De tweestrijd werd minder. Jij bent mijn zoon. Mijn kind. Mijn alles. Ik zou voor jou door het vuur gaan.

Ik baal van onze start samen. Ik had het zo graag anders gewild. Maar ik ben ervan overtuigd dat alles wat we meemaken een reden heeft. En kijk waar we nu staan.

Sorry voor hoe alles gelopen is.

Sorry voor hoe ik me voelde.

Sorry dat ik niet meteen voor je kon zijn wie ik graag wilde zijn.

Sorry dat ik er niet meteen kon zijn toen je me nodig had.

Ik hou van jou lieverd, tot de maan en terug.

MARLINDE

Plaats een reactie