Mijn placenta en navelstreng werden uiteindelijk fataal voor onze zoon Mayson

| | ,

Mijn zwangerschap verliep eigenlijk bijna vlekkeloos. Ik had bijna geen last van zwangerschapskwaaltjes. De NIPT hebben we gedaan en dat bleek allemaal goed te zijn. Met de 20 weken in zicht, kregen wij te horen dat we een GUO gaan krijgen. Een GUO is een echo die net even wat meer gespecialiseerd is dan een normale echo. In mijn schoonfamilie zit een (lichte) hartafwijking. De echo duurde maar 20 minuten en alles bleek goed te zijn, althans dat dachten we.

In de nacht van 29 april werd ik wakker met vocht tussen mijn benen. Ik deed mijn bril op en ik schrok! Ik zag best een hoop bloed. Ik liep naar de wc waar ik, iets best groots, uit mij voelde glijden. Ik keek in de wc en zag veel bloed maar ook een soort prop in de wc liggen. Ik belde de verloskundige om te vragen of ze langs wilde komen, want ik vertrouwde het niet. De kleine man bewoog prima, maar ik zag echt veel bloed. De dienstdoende verloskundige hoorde me aan, maar bleef denken aan de slijmprop. Ze wilde niet langs komen.

Op 2 mei is mijn uitgerekende datum. Ik moet voor een check naar de verloskundige. Ik besprak het bloedverlies met haar en ze schrok zichtbaar! Dit had niet mogen gebeuren. Ze had mij naar het ziekenhuis moeten laten gaan voor onderzoek. Ze gaf me de opdracht de volgende keer als het gebeurde, de verloskundige te verplichten om mij door te sturen. Dit stelde me enigszins gerust. Helaas was mijn bloeddruk weer te hoog en werd ik weer naar het ziekenhuis gestuurd. Eenmaal daar bleek er ook een beetje eiwit in mijn urine te zitten. De verloskundige vertelde mij dat ik moest blijven en dat ik ingeleid zou worden. De eerste mogelijkheid zou 5 zijn. Terwijl ze weg liep, barste ik in huilen uit. Ik wilde nog even (af)wachten.

Het weekend van 5 en 6 mei was de kleine man erg druk. Ik werd er moe van. We zaten veel op de boot, want het was prachtig weer. We bleven in de buurt van huis en het ziekenhuis. Mocht er iets gebeuren, dan was ik snel in het ziekenhuis. De avond van 6 mei was hij echt druk in mijn buik. Ik had mijn buik nog nooit zo heen en weer zien gaan en hem nog nooit zo gevoeld, want mijn placenta lag voor.

Het is 7 mei vroeg in de ochtend. Kevin is aan het douchen, langer dan normaal. Ik wil hem waarschuwen dat hij moet opschieten voor zijn werk. Een gejaagd gevoel gaat door mijn lichaam en ik sla de dekens weg. Op dat moment voel ik wat uit mij vloeien. Nee, vloeien is niet het goede woord. Ik kan het niet beschrijven. Ik pak mijn bril en als ik weer voorover buig om te kijken, voel ik hetzelfde en ik zie heel veel bloedstolsels! Dit voelt niet goed. Ik pak mijn telefoon en bel direct de verloskundige. Ze hoort de paniek en zegt er binnen 20 minuten te zijn.

Ik loop, nee ren, naar de wc waar ik meer bloed verlies. Ik zeg tegen kevin dat hij niet moet schrikken van wat er op het bed ligt en dat de verloskundige onderweg is. Ik besluit te douchen en doe een kraamverband in mijn broek. Ik probeer de kleine man te voelen, maar zoals altijd in de ochtend, lijkt hij te slapen. Ik maak een foto van het bloed dat op bed ligt.

Zodra de verloskundige binnen komt, lopen we eigenlijk meteen naar boven. Het eerste wat ze zegt en wat me altijd bij blijft is: “Zo meis, dat is wel erg veel bloed”. Ze voelt aan mijn buik, maar die is soepel en zacht. Ik hoor haar opgelucht zuchten en zegt: “We gaan even naar het hartje van je kindje luisteren”. We zoeken, maar kunnen niets vinden. Ook met mijn doppler vinden we geen hartslag. Ik zeg: “Laten we maar naar het ziekenhuis gaan. Met de CTG kunnen ze hem ook soms niet vinden. Misschien verstopt hij zich zoals altijd”. De verloskundige geeft aan dat als we zelf rijden, we er sneller zijn.

In de auto heerst stilte. We durven niets te zeggen, want we zijn bang dat we het verkeerde zeggen. We melden ons aan de balie en we worden naar een kamertje gebracht. De co-arts komt binnen en zet meteen de echo op mijn buik. Ik zie het meteen: “Hij ligt stil, te stil. De echo gaat naar zijn hart en ik zie niets meer dan stilte. De arts zegt: “Het spijt me, jullie zoontje leeft niet meer”. Terwijl ik me van het scherm wegdraai, komt er een oerschreeuw uit mijn lijf en ik duik in de foetushouding. Ik kan alleen maar schreeuwen en zeggen dat het niet kan. In een waas zie ik Kevin opstaan en alleen maar zeggen: “Dit kan toch niet! Zeg dat het niet zo is. Dit gebeurt niet”. Hij blijft het herhalen als een soort mantra. De arts valt in herhaling: “Ach vrouw, het spijt me zo”. Ook hij is met stomheid geslagen en loopt de kamer uit. Nadat we hebben gehuild en elkaar ongelofelijk hebben aangekeken, kom ik gelijk in een soort overleving- en regelstand. Eén van de eerste dingen die ik zeg zijn: “Ik wil dat Hans de crematie doet, we moeten de vakantie aanpassen en we moeten de oppas afbellen”. We bellen een aantal mensen om dit nieuws te vertellen. De familie wil het liefst meteen langs komen, maar we leggen uit dat we nog even rust willen.

De co-arts komt binnen met de gynaecoloog. Het is procedure om het overlijden van een kindje tweemaal te laten controleren. Ik draai mijn gezicht weg van het scherm. Ik wil niet nogmaals naar zijn stille hartje kijken. Ook zij bevestigt dit vreselijke nieuws. Omdat ik, geschat aan de hand van de foto die ik heb gemaakt, zo rond de 500 milliliter bloed ben verloren, moet ik blijven. Ze weten namelijk niet waar het vandaan komt en ik zou in gevaar kunnen zijn. Vanaf dat moment gaat alles in een waas aan mij voorbij. We worden naar een kamer aan het einde van de hal gebracht. Op de deur wordt een vlinder gehangen: zo weet het personeel dat ze hier niet zomaar naar binnen moeten komen.

De pillen om de bevalling op te wekken worden rond 11 uur gegeven en de familie loopt in en uit. Er worden enorm veel vragen op ons afgevuurd door de liefste verpleegkundigen. We denken rustig over alles na en geven antwoord op dingen die we al weten en besluiten de rest pas na de bevalling te willen beantwoorden. Om 17:00 uur worden de laatste pillen van die dag gegeven. Als dit niet werkt dan starten we morgen pas weer.

Die avond om 00:00 uur wil ik gaan slapen. Ik durf niet te bewegen, want ik ben bang voor zijn bewegingen in mijn lijf. Ik besluit om 01:30 een slaappil te nemen. Om 02:00 uur starten de weeën en om 03:00 uur beland ik in een weeënstorm. Ik wil graag een morfinepompje, want ik ben bang voor de ruggenprik. Om 07:00 uur besluit ik toch voor een ruggenprik te gaan, omdat ik moeilijk wakker te houden ben. De ruggenprik doet wonderen voor mij. Mijn benen zijn verlamd. Ik kan ze nog wel bewegen, maar ze zijn te zwaar om zelf weer het bed op te tillen. Omdat onze zoon is overleden en dus niet kan meewerken, duurt de bevalling erg lang. Familie blijft in en uit lopen om ons te ondersteunen. Om 17:00 uur is er weer een dienstwissel en de verloskundige die ons twee dagen ondersteund heeft, wil blijven, maar dat mag niet van haar collega. De bevalling vordert niet snel genoeg. De verloskundige besluit om mij elk ½ uur een stuk rechter op te zetten en om 20:00 uur zit ik 90 graden op bed met mijn voeten op de beugels, erg comfortabel zit het niet. Om 20:30 uur krijg ik een weeënstorm en ligt onze zoon voor de uitgang. Zodra ik plat lig, stoppen de weeën. Ik pers op eigen kracht, want ik voel niets door de ruggeprik. Op een gegeven moment moet ik zuchten en duwt ze warme washandjes tegen me aan om te zorgen dat ik niet uitscheur: “Anders heb je daar ook nog hechtingen die mega zeer doen en dat wil ik je niet aan doen”. Ik ben haar eeuwig dankbaar! Uiteindelijk voel ik zijn hoofdje doorkomen en pak ik hem aan om 20:46 uur.

Ondanks het kleine beetje hoop, vult stilte te kamer. Hij is er, maar hij is zo ongelofelijk stil. Ik wil eerst alles van hem in mij opnemen: zijn geur, 10 vingertjes, 10 teentjes, zijn neusje, zijn mond. Wat lijkt hij op ons! Ik wil voelen hoe hij bij mij ligt, zonder adem te halen. Ik voel hoe hij steeds kouder wordt. Hij is er, onze mooie Mayson! Onze zoon, geboren in mei.

Nadat de placenta is geboren, weten we waar hij aan is overleden. Velamenteuze navelstrenginsertie en Vasa Preavia*. Iets wat weinig voorkomt. We hebben een klacht bij het ziekenhuis lopen, want hoe kon dit gebeuren? Helaas zullen we daar nooit het (ware) antwoord op krijgen.

*Vasa previa is een zwangerschapscomplicatie waarbij foetale bloedvaten van de placenta of navelstreng voor de geboorte-uitgang liggen, onder de baby. Velamenteuze navelstrenginsertie betekent dat de navelstreng in de vliezen uitkomt. Van hieruit lopen de bloedvaten van de baby, zonder bescherming naar de placenta toe.

CHADIYA

Plaats een reactie