Ondanks het vreselijke nieuws bij de echo, zetten we de zwangerschap door

| | ,

11 Juli 2018, de dag van de tweede 12 weken echo. Twee dagen ervoor had ik ook een echo gehad, waarop alles er goed uit zag. Toch moest ik nog even terug komen, omdat de verloskundige ons kindje niet kon meten en er dus ook geen uitgerekende datum kon worden vastgesteld. Dit vond ik totaal niet erg, want dan kon ik ons kleintje nog een keer bewonderen! De avond voordat ik de volgende echo had, lag ik op tijd in bed. Ik viel bijna in slaap, maar opeens voelde ik iets in mijn buik. Dit gekriebel kon maar één ding zijn, 100% zeker! Verbaasd dat ik al zo vroeg iets voelde, fluisterde ik zachtjes: ‘Wat ben jij een sterk kindje!’ Niet wetende dat de volgende dag onze wereld op z’n kop zou staan…

Al snel was ik aan de beurt voor de echo. Mijn man, Mathijs, was thuis gebleven. We hadden logés en hij bleef bij onze zoon, Noah. Na het korte praatje mocht ik op de bank gaan liggen en begon de verloskundige de echo. Het bleef best wel stil, wat ik eigenlijk niet gewend was en ik voelde een spanning in de lucht hangen. ‘Ik ben bang dat ik je moet laten schrikken’, zei de verloskundige. Hij vertelde wat hij zag en waarom hij zich zorgen maakte: er zat vocht rond het hoofdje en nekje van ons kindje en dit kon van alles betekenen. We gingen weer zitten en er werd me verteld wat de oorzaken konden zijn, maar het meeste ging langs me heen. Aangezien ik alleen was, vroeg hij of we Mathijs even moesten bellen. Ik was zo in de war, dat ik zei dat ik het kleine stukje wel alleen naar huis kon lopen. Ook spraken we af dat Mathijs en ik later die ochtend terug zouden komen om even rustig te kunnen praten. Compleet verward liep ik de praktijk uit, richting huis. Met elke stap die ik zette voelde ik de wanhoop toenemen. Helemaal in paniek belde ik Mathijs op, maar ik kon alleen maar huilen. Mathijs liet Noah bij de logés en kwam zo snel mogelijk naar me toe gerend. Hij hield me vast en daar stonden we dan op de stoep… Toen ik weer een beetje rustig werd begon ik te vertellen over de echo en dat we later die ochtend samen terug konden komen. Mathijs schrok natuurlijk, maar was blij dat we nog rustig een gesprek konden hebben. Heel veel wist ik namelijk ook niet meer van wat er gezegd was. Vragen die ons te binnen schoten, schreven we op voor het gesprek.

Tijdens het gesprek werd ons alles duidelijk uitgelegd. Het vocht kon van alles betekenen: een infectie die nog over zou gaan tot de ergste chromosoomafwijking. Verder onderzoek was nodig om iets aan te kunnen wijzen of uit te sluiten. Daarom kregen we een doorverwijzing naar het WKZ voor een uitgebreide echo. Toen we nog aan het praten waren, werd Mathijs gebeld. Hij moest even opnemen, dus liep hij de ruimte uit. ‘Houd er rekening mee dat het ook nog een miskraam kan worden’, werd me gezegd. Ik schrok van deze woorden. Ik wilde mijn kleintje niet verliezen.

In die wachtweek zijn er veel vragen en gedachten omhoog gekomen. Hierin konden we ons gelukkig vasthouden aan ons geloof. Sowieso was ik heel bang voor een miskraam, dus na een poosje veel kramp te hebben gehad, belde ik de verloskundige. We konden weer even langskomen, maar gelukkig zag alles er verder goed uit. Soms bad ik: ‘Haalt u het kindje maar, dan hoeft het nooit te lijden’, maar dit veranderde snel. Zolang ons kindje het goed bij mij had, wilde ik het zo lang mogelijk bij me houden. ‘Als ik je nu moet verliezen, hebben we maar veel te kort gehad. Blijf maar heerlijk zitten, zolang jij het goed hebt’. Ik wilde dit kindje dat ons gegeven was leren kennen, wat voor mij al in mijn buik begon.

Onze families hadden we snel op de hoogte gesteld en ook onze naaste vrienden. Mensen spraken wel eens uit naar ons waarom wij dit nou mee moesten maken. Ik snapte hun gevoel, Mathijs had dit gevoel ook. Zelf heb ik dit ook best gevoeld, maar ik besloot de vraag om te draaien: waarom wij niet? Dit kan iedereen overkomen, maar wij kunnen dit kindje nu nog alle liefde geven en een kans geven om wel te kunnen leven.

Een week later hadden we de afspraak in het WKZ. In die week had ik veel opgezocht over alle mogelijke afwijkingen en wat deze inhielden. Mathijs bleef best hoopvol en wilde niet van het ergste uitgaan. Een lieve echoscopiste haalde ons op uit de wachtruimte. We liepen mee naar de kamer en ik mocht op de bank gaan liggen. Het was een hele uitgebreide echo die lang duurde. Tijdens de echo hoorden we af en toe een term voorbij komen, maar soms legde ze ook even uit wat ze zag. Na de echo hadden we een gesprek met de gynaecoloog. Hij vertelde ons dat er een aantal afwijkende dingen waren gezien: er waren 2 bloedvaten in de navelstreng in plaats van 3, een hartafwijking en een navelbreukje. Ook bij andere dingen hadden ze hun vraagtekens, maar ons kindje was nog zó klein, dat ze ook niet alles goed konden zien. Wel hadden ze gelijk een vermoeden dat het om trisomie 18 ging, een zeldzame chromosoomafwijking. Ons kindje was waarschijnlijk ‘niet met leven verenigbaar’, werd ons verteld. Toen kwam de vraag of we de zwangerschap wilden uitdragen of laten afbreken… Voor ons was het antwoord duidelijk: wij dragen de zwangerschap uit. Zolang ons kindje het goed had bij mij, wilde ik ons kleintje bij mij houden. Ook zagen we voor nu af van verder onderzoek, zoals een vlokkentest, NIPT of vruchtwaterpunctie. We wilden de kans op een miskraam niet nog groter maken. In de NIPT zagen we geen meerwaarde, omdat we de zwangerschap toch gingen uitdragen. De gynaecoloog respecteerde onze keuze en we maakten een afspraak voor een 20 weken echo in het ziekenhuis. Hierna mochten we naar huis. In de auto hebben we samen heel hard gehuild. Bij Mathijs was nu ook de klap heel hard aangekomen en bij mij nog een keer. Dit kleintje wat zo onverwachts kwam, waar we zo dankbaar voor waren en nu moesten we hier misschien afscheid van nemen… Zo klein, maar o zo kostbaar.

ROZEMARIJN

Plaats een reactie